RSS
Alfabetische index

Glossarium

Bestrijding van terrorisme

Het optreden van de Unie op het gebied van terrorismebestrijding valt onder politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, d.i. Titel V van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In artikel 83 van het verdrag wordt terrorisme uitdrukkelijk tot de zware misdaad gerekend.

Het optreden van de Europese Unie steunt op specifieke instrumenten die tot doel hebben de samenwerking tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten te vergemakkelijken:

  • Europol;
  • Eurojust;
  • het Europese aanhoudingsbevel;
  • gemeenschappelijke onderzoeksteams, bestaande uit vertegenwoordigers van de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en eventueel van Europol.

Andere instrumenten zijn meer direct gericht op terroristische organisaties en op de leden en de werking ervan, zoals een gemeenschappelijke lijst van rekeninghouders wier tegoeden in het kader van de terrorismebestrijding in beslag moeten worden genomen.

Sinds de aanvallen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 werden de belangrijkste fasen in de ontwikkeling van het antiterrorismebeleid van de Unie door verschillende gebeurtenissen gekenmerkt:

  • in een buitengewone bijeenkomst op 21 september 2001 keurde de Europese Raad een actieplan goed ter versterking van de politiële en justitiële samenwerking bij terrorismebestrijding;
  • naar aanleiding van de aanslagen in Madrid op 11 maart 2004 bracht de Europese Raad op de bijeenkomst van 25-26 maart 2004 een verklaring uit die alle lidstaten oproept om bij een terroristische aanval tegen een van hen uit solidariteit al hun middelen, met inbegrip van militaire middelen, in te zetten;
  • naar aanleiding van de bomaanslagen in Londen van juli 2005 werd in december 2005 een strategie ter bestrijding van terrorisme aangenomen, gebaseerd op vier hoofdpunten: preventie, bescherming, vervolging en reactie.

Met de inwerkingtreding op 1 december 2009 van het Verdrag van Lissabon werd de solidariteitsclausule officieel (artikel 222 van het VWEU). De clausule voorziet in een gezamenlijk optreden door de lidstaten, gecoördineerd in de Raad, wanneer een van hen het slachtoffer van een terroristische aanval wordt en nadat de betreffende lidstaat een verzoek tot bijstand heeft ingediend.

Terrorismebestrijding steunde voordien op het in 2004 in Den Haag goedgekeurde vijfjarenprogramma, waarin de prioritaire acties voor de periode 2005-2010 uiteen werden gezet. Deze acties worden nu voortgezet in het Stockholm-programma (2010-14), goedgekeurd in december 2009.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven