RSS
Alfabetische index

Glossarium

Procedure bij buitensporige tekorten

De procedure bij buitensporige tekorten wordt uiteengezet in artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit artikel verplicht de lidstaten ertoe buitensporige tekorten in hun begrotingen te vermijden.

De Commissie beoordeelt en de Raad besluit of er sprake is van een buitensporig tekort. De Commissie stelt hierover een verslag op, waarbij zij rekening moet houden met alle voor het bestaan van een buitensporig tekort relevante factoren (conjuncturele omstandigheden, hervormingen enz.).

Wanneer de Raad besluit dat een lidstaat een buitensporig tekort heeft, richt hij eerst aanbevelingen tot die lidstaat. Deze moet de situatie binnen een bepaalde periode verhelpen. Wanneer de lidstaat de aanbevelingen niet opvolgt, kan de Raad hem aanmanen maatregelen te treffen om het tekort te verminderen. Eventueel heeft de Raad de mogelijkheid sancties of boeten op te leggen en de Europese Investeringsbank (EIB) te verzoeken haar beleid inzake kredietverstrekking aan die lidstaat te herzien.

De referentiewaarde voor het bestaan van een overheidstekort ligt op 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Een verordening van de Raad uit 1997 verduidelijkt en versnelt de procedure bij buitensporige tekorten.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven