RSS
Alfabetische index

Glossarium

Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) verenigt de vertegenwoordigers van de 500 miljoen burgers van de Unie. Sinds 1979 worden de parlementsleden door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen verkozen. Het Verdrag van Lissabon heeft het totale aantal parlementszetels vastgesteld op 751. Het aantal Europese parlementsleden per land werd op voorstel van het EP door de Raad in een besluit vastgelegd, dat met eenparigheid van stemmen werd goedgekeurd. Een land kan voortaan niet minder dan 6 of meer dan 96 parlementsleden tellen.

De voornaamste bevoegdheden van het Europees Parlement zijn de volgende:

  • wetgevende bevoegdheid: in de meeste gevallen deelt het Parlement de wetgevende bevoegdheid met de Raad, met name in het kader van de gewone wetgevingsprocedure;
  • begrotingsbevoegdheid: het Parlement is samen met de Raad bevoegd voor de goedkeuring van de jaarlijkse begroting, die uitvoerbaar wordt door de handtekening van de voorzitter van het Parlement. Het Parlement ziet tevens toe op de tenuitvoerlegging van de begroting;
  • controle op de instellingen van de Unie, met name op de Commissie: het Parlement kan de benoeming van commissarissen goedkeuren of afkeuren en kan de Commissie door middel van een motie van wantrouwen in haar geheel afzetten. Het Parlement oefent tevens controle uit op de activiteiten van de Unie door middel van schriftelijke en mondelinge vragen die het tot de Commissie en de Raad kan richten. Daarenboven beschikt het over de mogelijkheid om tijdelijke en onderzoekscommissies op te richten, waarvan de bevoegdheden niet beperkt zijn tot de activiteiten van de Europese instellingen, doch zich ook kunnen uitstrekken tot maatregelen die de lidstaten in het kader van de tenuitvoerlegging van het Europese beleid nemen.

Het Verdrag van Lissabon versterkt de rol van het Europees Parlement door het op gelijke voet met de Raad van ministers te plaatsen. Het Verdrag van Lissabon:

  • breidt het toepassingsgebied van de gewone wetgevingsprocedure uit met 40 nieuwe domeinen, waaronder landbouw, energieveiligheid, immigratie, justitie en binnenlandse zaken, volksgezondheid en structuurfondsen;
  • geeft het Parlement meer zeggenschap in de Europese begrotingsprocedure. Er wordt niet langer een onderscheid gemaakt tussen "verplichte" en "niet-verplichte" uitgaven. Het Europees Parlement is voortaan samen met de Raad verantwoordelijk voor de goedkeuring van de volledige begroting;
  • voorziet dat de leden van het Parlement hun goedkeuring moeten geven aan uiteenlopende internationale overeenkomsten waarover de Europese Unie onderhandelt, zoals internationale handelsovereenkomsten;
  • verleent het EP nieuwe rechten op informatie over de werkzaamheden van de Europese Raad, het roulerende voorzitterschap van de Raad en het externe optreden van de Unie;
  • geeft het Europees Parlement het recht om voorstellen voor verdragswijzigingen te formuleren;
  • versterkt de controlerende bevoegdheid van het Parlement doordat het de voorzitter van de Commissie moet kiezen en doordat de leden van de Commissie ter goedkeuring aan een stemming moeten worden onderworpen.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven