RSS
Alfabetische index

Glossarium

Pijlers van de Europese Unie

Het Verdrag van Maastricht (1992) heeft een nieuwe institutionele structuur ingevoerd die van kracht bleef tot de invoegetreding van het Verdrag van Lissabon. Deze institutionele structuur bestond uit drie "pijlers":

  • de communautaire pijler, die overeenkomt met de drie Gemeenschappen: de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en de vroegere Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) (eerste pijler);
  • de pijler gewijd aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, dat wordt behandeld in titel V van het EU-Verdrag (tweede pijler);
  • de pijler gewijd aan de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, die wordt behandeld in titel VI van het EU-Verdrag (derde pijler).

Bij het Verdrag van Amsterdam is een deel van de gebieden (vrij verkeer van personen) die onder de derde pijler vielen, overgeheveld naar de eerste pijler.

De besluitvormingsprocedure voor deze drie pijlers is verschillend: voor de eerste pijler geldt de communautaire procedure en voor de andere twee pijlers de intergouvernementele methode.

Het Verdrag van Lissabon schrapt deze pijlerstructuur en richt de Europese Unie (EU) op. Binnen de EU worden besluiten genomen volgens een procedure van gemeen recht, namelijk de "gewone wetgevingsprocedure". Op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid blijft echter de intergouvernementele methode van toepassing. Zelfs al worden kwesties met betrekking tot justitie en binnenlandse zaken naar een communautair niveau getild, toch zijn bepaalde ervan gelinkt aan de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, en blijven zij onderworpen aan bijzondere procedures waarin de lidstaten belangrijke bevoegdheden behouden.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven