RSS
Alfabetische index

Glossarium

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)

Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden werd op 4 november 1950 te Rome ondertekend. Met het Verdrag werd een nieuw stelsel voor de internationale bescherming van de rechten van de mens in het leven geroepen doordat personen de mogelijkheid werd geboden zich tot het gerecht te wenden om hun rechten te handhaven. Bij het EVRM, dat door alle lidstaten van de Unie is bekrachtigd, zijn verschillende toezichthoudende organen opgericht, die in Straatsburg zijn gevestigd:

  • een Europese Commissie voor de rechten van de mens, die belast is met het vooronderzoek van de verzoekschriften die door een staat of, eventueel, een persoon zijn ingediend;
  • het Europees Hof voor de rechten van de mens, waarbij de hierboven genoemde Commissie of een aangesloten lidstaat een zaak na een rapport van deze Commissie aanhangig maakt (in geval van een gerechtelijke schikking);
  • het Comité van Ministers van de Raad van Europa, dat als "hoeder" van het EVRM fungeert en waarbij de zaak aanhangig wordt gemaakt ingeval voor een politieke beslechting van het geschil wordt gekozen.

Als gevolg van het groeiende aantal zaken moest het door het EVRM ingestelde controlemechanisme worden hervormd. Zo werden deze organen op 1 november 1998 vervangen door een enkel Europees Hof voor de rechten van de mens. Door de vereenvoudiging van de structuren kon de duur van de procedures worden verkort en werd het gerechtelijke karakter van het systeem versterkt.

Vaak is het idee geopperd van toetreding van de Europese Unie tot het EVRM, maar in een advies van 28 maart 1996 stelde het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat de Gemeenschap niet tot het EVRM kon toetreden, omdat het EG-Verdrag in geen enkele bevoegdheid voorzag om regels uit te vaardigen of internationale akkoorden te sluiten op het gebied van de mensenrechten.

Dit heeft echter niet belet dat het Verdrag van Amsterdam aandringt op naleving van de door het EVRM gewaarborgde grondrechten, en tegelijk de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie formaliseert. Wat de betrekkingen tussen de twee Europese hoven betreft, heeft de door het Hof van Justitie ontwikkelde praktijk om de beginselen van het EVRM in het recht van de Unie te integreren, gezorgd voor coherentie van hun werkzaamheden en voor hun onafhankelijkheid.

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 voorziet het EU-Verdrag in de rechtsgrondslag voor de toetreding van de Unie tot het EVRM. Zo kan het recht van de EU geïnterpreteerd worden in het licht van het Verdrag en wordt de wettelijke bescherming van de Europese burgers versterkt doordat de bescherming die zij genieten van de lidstaten naar de wetsbesluiten van de Unie worden uitgebreid.

Zie ook:

 

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven