RSS
Alfabetische index

Glossarium

Gelijke behandeling van mannen en vrouwen

Reeds in 1957 werd het beginsel van een gelijke behandeling van mannen en vrouwen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap vastgelegd, door te stellen dat mannen en vrouwen een gelijke beloning moeten ontvangen voor gelijkwaardige arbeid.

Vanaf 1975 werd het toepassingsgebied van het gendergelijkheidsbeginsel door middel van een reeks richtlijnen uitgebreid naar arbeidsvoorwaarden, beroepsopleiding, promotiekansen, sociale zekerheid, toegang tot goederen en diensten, bescherming van het moederschap en ouderschapsverlof. Vervolgens werd het beginsel ook uitgebreid naar de bescherming van rechten, de schadeloosstelling van slachtoffers en de bewijslast in gerechtelijke procedures.

Met het Verdrag van Amsterdam is de genderdimensie in alle communautaire beleidsterreinen geïntegreerd en werd het beginsel van gelijke behandeling een grondrecht. De Europese Unie (EU) erkent tevens het non-discriminatiebeginsel, dat de grondslag vormt van de strijd tegen ongelijke behandeling. In het Verdrag van Nice werd erkend dat positieve acties nodig zijn om de arbeidsparticipatie van vrouwen te bevorderen.

In het Verdrag van Lissabon is het beginsel van de gelijkheid van mannen en vrouwen vastgelegd als een gemeenschappelijke waarde van de Europese Unie (artikel 2 van het Verdrag betreffende EU (VEU)). De Unie bevordert de gelijkheid (artikel 3 van het VEU) en bestrijdt ongelijkheden in het kader van de door haar ondernomen initiatieven (artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU)).

Het beginsel van gelijke behandeling is tevens opgenomen in het Europees handvest van de grondrechten. Dit handvest is bindend aangezien het is opgenomen in het VEU.

Naast de in de jaren tachtig ingevoerde meerjarenprogramma's ter bevordering van gelijke behandeling heeft de Commissie een communautaire strategie (2001-2005) ontwikkeld, die gevolgd werd door het PROGRESS-programma (2007-2013).

Sinds 2006 wordt een nieuwe strategie toegepast. Deze is gebaseerd op de routekaart voor de periode van 2006 tot 2010 en de bijbehorende jaarlijkse werkprogramma's. De strategie is gericht op prioritaire actiegebieden, waaronder:

  • economische onafhankelijkheid,
  • combinatie van werk en gezin,
  • gelijke vertegenwoordiging in het openbare en het politieke leven,
  • voorkomen van geweld tegen vrouwen en bestrijden van vrouwenhandel,
  • doorbreken van maatschappelijke stereotypen,
  • bevorderen van gendergelijkheid buiten de EU.

Bovendien werd in 2006 een Europees Instituut voor gendergelijkheid opgericht, dat in Vilnius (Litouwen) is gevestigd.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven