RSS
Alfabetische index

Glossarium

Economische, sociale en territoriale samenhang

De economische en sociale samenhang duidt op de solidariteit tussen de lidstaten en de regio's van de Europese Unie. In dit kader wordt gestreefd naar een evenwichtige ontwikkeling van het grondgebied van de Unie, het terugdringen van de structurele verschillen tussen de regio's van de Unie en het bevorderen van daadwerkelijke gelijkheid van kansen voor elk individu. Daartoe worden diverse financiële steunmaatregelen ingezet, met name in het kader van de Structuurfondsen en het Cohesiefonds. Om de drie jaar brengt de Europese Commissie verslag uit over de vooruitgang inzake economische en sociale samenhang en over de wijze waarop het beleid van de Gemeenschap daartoe heeft bijgedragen.

De economische en sociale samenhang werd op Europees niveau voor het eerst als doelstelling vermeld in het Verdrag van Rome (1957). In de preambule van dit verdrag wordt gesproken over de vermindering van de verschillen in ontwikkeling tussen de regio's. In de jaren zeventig werden op het niveau van de Gemeenschap acties ondernomen om de instrumenten van de lidstaten te coördineren en financieel te ondersteunen. Deze maatregelen bleken later evenwel ontoereikend. De interne markt heeft, tegen de verwachting in, de verschillen tussen de regio’s in de Gemeenschap niet weggewerkt. In 1986 werd bij de Europese Akte niet alleen de interne markt gerealiseerd, maar is ook de doelstelling van de economische en sociale samenhang in eigenlijke zin ingevoerd. Dit beleid is door het Verdrag van Maastricht (1992) geïnstitutionaliseerd in het EG-Verdrag (artikelen 158 tot en met 162).

Het regionaal beleid van de Europese Unie is het belangrijkste instrument voor economische en sociale samenhang. Naast de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de uitbreiding van de Unie met de landen van Midden- en Oost-Europa in 2004, was het regionaal beleid, met name door zijn financiële gevolgen, een van de belangrijkste onderwerpen die door de Commissie werden behandeld in Agenda 2000, die de periode 2000-2006 bestrijkt.

Het regionaal beleid is thans, met 348 miljard euro (in prijzen van 2006) voor de periode 2007-2013, de op één na belangrijkste begrotingspost van de EU. De uitbreiding van de Unie tot 27 lidstaten in januari 2007 heeft de situatie grondig veranderd. Terwijl de oppervlakte van de Unie met meer dan 25% is toegenomen en de bevolking met meer dan 20%, is haar rijkdom met slechts ongeveer 5% gestegen. Het gemiddelde bbp per inwoner van de Unie is met meer dan 10% gedaald, terwijl de verschillen tussen de regio’s verdubbeld zijn. Daar ongeveer 60% van de regio's met een ontwikkelingsachterstand zich in de twaalf sinds 2004 toegetreden lidstaten bevindt, verschuift het zwaartepunt van het regionaal beleid naar het oosten.

Het beleid op het gebied van economische en sociale samenhang zal voor de periode 2007-2013 meer worden toegespitst op de essentiële ontwikkelingsproblemen, terwijl ook de regio's waarvan het reële convergentieproces nog niet is voltooid, verder moeten worden gesteund. Structurele maatregelen blijven ook noodzakelijk in de gebieden die met specifieke structurele moeilijkheden te kampen hebben (industriële omschakelingszones, stedelijke en plattelandsgebieden en van de visserij afhankelijke gebieden, gebieden met een ernstige natuurlijke of demografische handicap). Ten slotte zal de hervorming van het regionaal beleid voor de periode 2007-2013 in de eerste plaats gericht zijn op vereenvoudiging en decentralisatie van het beheer van de instrumenten van het regionaal beleid (de Structuurfondsen en het Cohesiefonds).

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven