RSS
Alfabetische index

Glossarium

Convergentiecriteria

Ter waarborging van de duurzame convergentie die nodig is voor de totstandbrenging van de Economische en Monetaire Unie (EMU), zijn in het Verdrag  vier convergentiecriteria vastgesteld waaraan elke lidstaat moet voldoen om deel te kunnen nemen aan de derde fase van de EMU en dus om de euro in te voeren. Of aan deze criteria is voldaan, wordt beoordeeld aan de hand van rapporten van de Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB). De criteria zijn:

  • het overheidstekort mag niet meer dan 3 % van het bruto binnenlands product bedragen en de overheidsschuld niet meer dan 60% van het bruto binnenlands product;
  • een duurzame prijsstabiliteit en een gemiddeld inflatiepercentage dat, gemeten over een periode van één jaar vóór het onderzoek, niet meer dan 1,5% hoger ligt dan dat van de drie lidstaten die op het gebied van prijsstabiliteit het best presteren;
  • een gemiddelde nominale langetermijnrente die niet meer dan 2% hoger ligt dan die van de drie lidstaten die op het gebied van prijsstabiliteit het best presteren;
  • de normale fluctuatiemarges van het wisselkoersmechanisme moeten ten minste gedurende de laatste twee jaar vóór het onderzoek zonder grote spanningen zijn aangehouden.

De convergentiecriteria moeten waarborgen dat de economische ontwikkeling in het kader van de EMU evenwichtig is en geen spanningen tussen de lidstaten teweegbrengt. Overigens moeten de criteria voor overheidstekort en overheidsschuld ook na de inwerkingtreding van de derde fase van de EMU (1 januari 1999) in acht worden genomen. Hiertoe is tijdens de Europese Raad van Amsterdam in juni 1997 een stabiliteits- en groeipact aangenomen. Dankzij dit pact kunnen de landen van de eurozone hun nationale begrotingsbeleid coördineren en buitensporige begrotingstekorten vermijden.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven