RSS
Alfabetische index

Glossarium

Begroting

Alle ontvangsten en uitgaven van de Europese Unie worden voor elk begrotingsjaar geraamd en in de Gemeenschapsbegroting opgenomen.

Bij de begroting moeten verschillende beginselen in acht worden genomen, waaronder:

  • het eenheidsbeginsel: alle ontvangsten en uitgaven worden in een enkel begrotingsdocument opgenomen;
  • het jaarperiodiciteitsbeginsel: de budgettaire verrichtingen worden aan een begrotingsjaar gekoppeld;
  • het evenwichtsbeginsel: de uitgaven mogen de ontvangsten niet overschrijden.

Ieder jaar legt de Europese Commissie een voorontwerp van begroting voor aan de Raad en aan het Europees Parlement, die samen de begrotingsautoriteit vormen. De Raad neemt een standpunt in betreffende de voorgelegde begroting en geeft dit voor 1°oktober van het jaar, voorafgaand aan dat van de uitvoering van de begroting, door aan het Europees Parlement. Als het Parlement het eens is met het standpunt van de Raad geldt de begroting als aangenomen. Als echter het Europees Parlement wijzigingen aanbrengt ten opzichte van de door de raad ingenomen positie, dan moet de bemiddelingscommissie samenkomen om een overeenkomst tot stand te brengen. Het is aan de voorzitter van het Parlement om te constateren dat de begroting definitief is aangenomen.

Om tot stabiele jaarbegrotingen te komen, sluiten het Parlement, de Raad en de Commissie meerjarige interinstitutionele akkoorden over de begrotingsdiscipline. Het meerjarige financiële kader regelt de verdeling van de uitgaven en moet ervoor zorgen dat de nodige financiële middelen beschikbaar zijn om de prioriteiten van de Unie te kunnen verwezenlijken. Dit wordt met algemene stemmen door de Raad aangenomen na goedkeuring door het Europees Parlement. Het Verdrag van Lissabon heeft deze praktijk, sinds 1988 ingevoerd, tot een officiële instelling gemaakt.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven