RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong

In het kader van de herziening van de wetgeving betreffende de levensmiddelenhygiëne (het "hygiënepakket") schept de Europese Unie een communautair kader voor officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong en legt zij specifieke voorschriften vast voor vers vlees, tweekleppige weekdieren, melk en zuivelproducten.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

De communautaire inrichtingen en de invoer zijn onderworpen aan de in deze verordening bedoelde controles.

COMMUNAUTAIRE INRICHTINGEN

De bevoegde autoriteiten verlenen de erkenning aan inrichtingen die voldoen aan de communautaire regelgeving inzake levensmiddelenhygiëne.

De exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten de bevoegde autoriteit alle nodige assistentie verlenen bij de uitvoering van de controle, met name wat betreft de toegang tot de bedrijfsruimten en de beschikbaarstelling van documenten en registers.

De officiële controles omvatten de audits betreffende de goede hygiënepraktijken en de HACCP-beginselen (Hazard Analysis Critical Control Point (risicoanalyse en kritisch controlepunt)), alsmede specifieke controles waarvan de eisen per sector worden vastgesteld (vers vlees, tweekleppige weekdieren, visserijproducten, melk en zuivelproducten).

VERS VLEES

Officiële dierenarts

De officiële dierenarts, die door de bevoegde autoriteit is aangesteld en gekwalificeerd, beschikt over een solide vakbekwaamheid, die wordt aangetoond door een bekwaamheidstest over alle gebieden waarvoor hij bevoegd is. De officiële dierenarts voert de volgende controles uit op:

  • de permanente toepassing van goede hygiënische praktijken (onderhoud van de structuur en de uitrusting van het bedrijf, bedrijfshygiëne en persoonlijke hygiëne, opleiding, behandeling van dierlijke bijproducten die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, enz.);
  • de op het HACCP-systeem gebaseerde procedures, met name op de volgende gebieden: beantwoording van de producten van dierlijke oorsprong aan de microbiologische criteria, afwezigheid van een te hoog gehalte aan verboden stoffen, verontreinigende stoffen en chemische residuen, afwezigheid van sporen van fysische risico's zoals vreemde lichamen, afwezigheid van pathofysiologische afwijkingen of veranderingen, afwezigheid van verontreiniging.

Onder de inspectietaken van de officiële dierenarts valt het volgende:

  • informatie over de voedselketen met gezondheidsgegevens over de dieren die naar het slachthuis zijn gestuurd of daar naartoe zullen worden gestuurd;
  • antemortemkeuringen (geldt niet voor gejaagd wild). Alle dieren moeten binnen 24 uur na aankomst in het slachthuis en minder dan 24 uur vóór het slachten aan een antemortemkeuring worden onderworpen. De officiële dierenarts constateert of er tekenen zijn dat het dierenwelzijn is geschaad of tekenen die wijzen op een aandoening die gevaar kan opleveren voor de gezondheid van mens of dier;
  • het dierenwelzijn tijdens het vervoer en bij het slachten;
  • postmortemkeuringen. Het karkas en het slachtafval worden aan een visueel onderzoek onderworpen en moeten ook worden ingesneden. Om een definitieve diagnose te stellen of de aanwezigheid vast te stellen van een dierziekte of van andere factoren die het vlees ongeschikt maken voor menselijke consumptie, kan de officiële dierenarts aanvullend onderzoek doen en monsters nemen voor laboratoriumonderzoek. De noodzakelijke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om elke verontreiniging tijdens het onderzoek te voorkomen;
  • gespecificeerd risicomateriaal. Overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap met betrekking tot overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) moet gespecificeerd risicomateriaal verwijderd, afgescheiden en eventueel gemerkt worden;
  • laboratoriumonderzoeken. De officiële dierenarts neemt monsters om de eventuele aanwezigheid van zoönoses, TSE's, andere ziekten of niet toegestane stoffen vast te stellen;
  • gezondheidskenmerk voor slachtvee en groot wild uit teelt en van de jacht. Na de postmortemkeuring moet op voor consumptie geschikt vlees met behulp van een stempel of een brandmerk een gezondheidsmerk worden aangebracht. Dit merk moet ovaal, goed leesbaar, onuitwisbaar en voor de controleautoriteiten gemakkelijk zichtbaar zijn en met name de naam van het land van oorsprong en het erkenningsnummer van de inrichting vermelden. Afhankelijk van het soort vlees en het type verpakking gelden bijzondere voorschriften voor de aard en de tekst van het aan te brengen merk.

De keuringsresultaten worden opgetekend en aan alle relevante databases doorgegeven. Indien er zich een probleem voordoet, dient dit te worden meegedeeld aan de exploitant van het vleesverwerkende bedrijf, aan de bevoegde autoriteit en aan de exploitant van het bedrijf van herkomst van de dieren. Om verspreiding van een eventueel besmettelijke ziekteverwekker te voorkomen, treft de officiële dierenarts alle noodzakelijke maatregelen en voorzorgen.

Beslissingen naar aanleiding van de controles

Als controles tekortkomingen of onregelmatigheden aan het licht brengen, moeten passende maatregelen worden genomen. Daartoe behoren:

  • beslissingen met betrekking tot de informatie over de voedselketen. Dieren mogen niet voor de slacht ten behoeve van menselijke consumptie worden geaccepteerd als ze uit een gebied afkomstig zijn waar een verplaatsingsverbod geldt, de voorschriften inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik niet zijn nageleefd of er gevaar bestaat voor de gezondheid van mens of dier. Wanneer de door de exploitant verstrekte informatie over de dieren niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan de bevoegde autoriteit maatregelen tegen de exploitant nemen, zoals aanvullende controles op kosten van de exploitant;
  • beslissingen met betrekking tot levende dieren. Wanneer de identiteit van de dieren niet kan worden geverifieerd, moeten zij afzonderlijk worden geslacht en ongeschikt voor menselijke consumptie worden verklaard. Hetzelfde geldt voor dieren waarbij het gevaar bestaat dat ziekten worden overgedragen; deze laatste dieren moeten een grondig antemortemonderzoek ondergaan. Voorts houdt de officiële dierenarts toezicht op de slacht van dieren in het kader van specifieke programma's ter uitroeiing van ziekten (TSE's, brucellose, tuberculose, salmonellose);
  • beslissingen met betrekking tot het dierenwelzijn. De officiële dierenarts ziet erop toe dat de voorschriften met betrekking tot het dierenwelzijn tijdens het vervoer en bij de slacht worden nageleefd en neemt, indien nodig, passende corrigerende maatregelen;
  • beslissingen met betrekking tot het vlees. Alle vlees dat een gevaar voor de gezondheid van de mens oplevert, moet ongeschikt voor menselijke consumptie worden verklaard. Het gaat daarbij met name om vlees van dieren die niet ante mortem gekeurd zijn (met uitzondering van gejaagd wild), vlees van dieren waarvan het slachtafval geen postmortemkeuring heeft ondergaan, vlees van dode, doodgeboren of ongeboren dieren of van dieren die nog geen zeven dagen oud waren, vlees van dieren die aan een dierziekte lijden waarvoor een aangifteplicht geldt, vlees dat niet beantwoordt aan de biologische criteria of aan de criteria inzake radioactiviteit, vlees dat gespecificeerd risicomateriaal bevat of meer chemische residuen of residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik dan toegestaan is. Overigens kan de dierenarts eisen stellen met betrekking tot het gebruik van vlees van dieren die buiten het slachthuis een noodslachting hebben ondergaan.

Verantwoordelijkheden en frequentie van controles

De nationale autoriteit zorgt ervoor dat de vleesverwerkende bedrijven naar behoren officieel worden gecontroleerd. De aard en de intensiteit van de officiële controles dienen gebaseerd te zijn op een regelmatige beoordeling van de risico's voor de gezondheid van mens en dier en de aspecten in verband met het welzijn van de dieren. Er moet vooral op worden toegezien dat ten minste één officiële dierenarts bij de antemortem- en de postmortemkeuring aanwezig is, waarbij bij bepaalde slachthuizen en bedrijven voor wildverwerking enige flexibiliteit betracht kan worden.

Om de officiële controles uit te voeren, zijn een aantal beroepskwalificaties vereist. Zo moet de dierenarts slagen voor een door de bevoegde overheid georganiseerde kennistest over alle aspecten met betrekking tot het uitoefenen van hun functie (met name de nationale en communautaire wetgeving inzake volksgezondheid, goede hygiëne- en landbouwpraktijken, de HACCP-beginselen, relevante aspecten met betrekking tot epidemiologie en TSE's). Bovendien moet elke dierenarts een praktijkopleiding van 200 uur volgen voordat hij zelfstandig aan het werk kan gaan.

Bij de uitvoering van zijn inspectietaak kan de officiële dierenarts officiële assistenten inschakelen, die onder zijn gezag en verantwoordelijkheid staan. De assistenten, die duidelijk afgebakende taken hebben, dienen vooraf een opleiding (een theoretische opleiding van minimaal 500 uur en een praktijkopleiding van minimaal 400 uur) te hebben gevolgd en voor een vakbekwaamheidstest te zijn geslaagd, waarin alle onderwerpen aan bod komen waarvoor ze bevoegd zijn.

Bovendien kunnen de lidstaten het personeel van slachthuizen voor pluimvee en konijnen toestemming geven om bepaalde taken van de officiële assistenten uit te voeren. Het personeel dient in dat geval over een specifieke opleiding te beschikken.

LEVENDE TWEEKLEPPIGE WEEKDIEREN

De bevoegde autoriteit dient de plaats en de grenzen van de productie- en heruitzettingsgebieden voor tweekleppige weekdieren vast te stellen. De productiegebieden waar het oogsten van tweekleppige weekdieren is toegestaan, moeten worden ingedeeld in drie categorieën:

  • klasse A: gebieden waar levende tweekleppige weekdieren mogen worden verzameld voor directe menselijke consumptie;
  • klasse B: gebieden waar levende tweekleppige weekdieren mogen worden verzameld; deze mogen echter pas op de markt worden gebracht voor menselijke consumptie na behandeling in een zuiveringscentrum of na heruitzetting;
  • klasse C: gebieden waar levende tweekleppige weekdieren mogen worden verzameld, die echter pas na langdurige heruitzetting in de handel mogen worden gebracht.

Om de indeling van de productiegebieden mogelijk te maken, dient de bevoegde autoriteit een inventaris op te maken van de bronnen van vervuiling van menselijke of dierlijke oorsprong en de hoeveelheden organische verontreinigende stoffen te onderzoeken die vrijkomen gedurende de verschillende perioden van het jaar, alsmede de kenmerken van de verspreiding ervan. De bevoegde autoriteit dient een bemonsteringsprogramma op te zetten om de microbiologische kwaliteit van levende tweekleppige weekdieren te controleren en om de eventuele aanwezigheid van toxineproducerend plankton en chemische contaminanten vast te stellen. Dit programma wordt gebaseerd op bemonsteringsplannen waarin de frequentie van de controles wordt vastgesteld.

Als uit de resultaten van de bemonstering blijkt dat niet aan de gezondheidsnormen voor weekdieren wordt voldaan, dient het betrokken productiegebied gesloten te worden voor het verzamelen van levende tweekleppige weekdieren. Voor de heropening zijn ten minste twee achtereenvolgende tests vereist, die met een interval van ten minste 48 uur dienen plaats te vinden.

Naast de controle van de productie- en heruitzettingsgebieden moet er een controlesysteem met laboratoriumtests worden opgezet om na te gaan of het eindproduct aan de voorschriften voldoet.

VISSERIJPRODUCTEN

Visserijproducten dienen naast de controles van algemene aard ook controles bij het lossen of vóór de eerste verkoop op een afslag of groothandelsmarkt te ondergaan. De officiële controles dienen het volgende te omvatten:

  • organoleptische controles;
  • totale vluchtige base-stikstof (TVB-N) tests;
  • histaminetests;
  • tests voor contaminanten;
  • microbiologische controles;
  • tests voor de opsporing van parasieten;
  • controles op de mogelijke aanwezigheid van giftige vissoorten of vissen die biotoxines bevatten.

Ingeval de organoleptische, chemische, of microbiologische controles de aanwezigheid van een buitensporige hoeveelheid stoffen hebben aangetoond die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de mens, moeten de visserijproducten ongeschikt voor menselijke consumptie worden verklaard.

MELK EN ZUIVELPRODUCTEN

Voor melk en zuivelproducten gelden naast de algemene eisen de volgende specifieke controles:

  • controle van productiebedrijven. Dieren in productiebedrijven moeten regelmatige veterinaire inspecties ondergaan om te verzekeren dat aan de gezondheidsvoorschriften voor de productie van rauwe melk wordt voldaan (gezondheid van de dieren, gebruik van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik);
  • controle van rauwe melk bij inzameling. De bevoegde autoriteit organiseert controleregelingen om te verzekeren dat de normen voor rauwe melk in acht worden genomen. Als de rauwe melk niet voldoet aan de voedselveiligheidsnormen, kan de bevoegde autoriteit de levering van de betrokken rauwe melk opschorten en de exploitant verzoeken de noodzakelijke stappen te ondernemen.

INVOER VAN PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG UIT DERDE LANDEN

Lijsten van derde landen

De Commissie, bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, stelt lijsten van derde landen en delen van derde landen op waaruit de invoer van producten van dierlijke oorsprong is toegestaan. Een derde land komt alleen op deze lijsten wanneer het de juiste garanties kan leveren en na een communautaire inspectie in het land.

Bovendien stelt de Europese Commissie een lijst op van de inrichtingen van waaruit producten van dierlijke oorsprong mogen worden ingevoerd of verzonden. Een inrichting kan enkel op een dergelijke lijst voorkomen indien de bevoegde overheid van het derde land kan garanderen dat de inrichting voldoet aan de toepasselijke communautaire vereisten. Deze garanties worden regelmatig gecontroleerd door communautaire inspecties.

CONTEXT

De verordening maakt deel uit van het "hygiënepakket", een geheel van besluiten tot vaststelling van voorschriften inzake levensmiddelenhygiëne. Dit omvat behalve deze verordening ook nog:

  • Verordening (EG) nr. 852/2004, die de doelstellingen inzake levensmiddelenhygiëne vaststelt, waarbij de exploitanten van levensmiddelenbedrijven verantwoordelijk zijn voor de veiligheidsmaatregelen om de onschadelijkheid van levensmiddelen te waarborgen;
  • Verordening (EG) nr. 853/2004, die specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong vaststelt, teneinde een hoog niveau van bescherming van de voedselveiligheid en volksgezondheid te waarborgen.

Voorts vullen de volgende besluiten de Gemeenschapswetgeving inzake levensmiddelenhygiëne aan:

  • Verordening (EG) nr. 178/2002, die de algemene beginselen van de levensmiddelenwetgeving bevat. Met deze verordening worden de procedures met betrekking tot de levensmiddelenhygiëne toegelicht en wordt de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid opgericht (DE) (EN) (FR) (IT);
  • Verordening (EG) nr. 882/2004, die de officiële controles inzake diervoeders en levensmiddelen opnieuw organiseert zodat die alle productiesectoren en alle schakels van de diervoeders- en de levensmiddelenketen bestrijken;
  • Richtlijn 2002/99/EG, die de voorwaarden vaststelt voor het in de handel brengen van producten van dierlijke oorsprong en de restricties ten aanzien van producten uit derde landen of regio's waarvoor veterinairrechtelijke beperkingen gelden.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 854/2004

20.5.2004

-

L 139 van 30.4.2004

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 882/2004

20.5.2004

-

L 165 van 30.4.2004

Verordening (EG) nr. 219/2009

20.4.2009

-

L 87 van 31.3.2009

De achtereenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening 854/2004 zijn in de basistekst verwerkt. Deze geconsolideerde versie heeft slechts een documentaire waarde.

WIJZIGING VAN DE BIJLAGEN

Bijlage I – Vers vlees
Verordening (EG) nr. 2074/2005 [Publicatieblad L 338 van 22.12.2005];
Verordening (EG) nr. 2076/2005 [Publicatieblad L 338 van 22.12.2005];
Verordening (EG) nr. 1663/2006 [Publicatieblad L 320 van 18.11.2006];
Verordening (EG) nr. 1791/2006 [Publicatieblad L 636 van 20.12.2006];
Verordening (EG) nr. 1021/2008 [Publicatieblad L 277 van 18.10.2008].

Bijlage II – Levende tweekleppige weekdieren
Verordening (EG) nr. 2074/2005 [Publicatieblad L 338 van 22.12.2005];
Verordening (EG) nr. 1021/2008 [Publicatieblad L 277 van 18.10.2008];
Verordening (EU) nr. 505/2010 [Publicatieblad L 149 van 15.6.2010].

Bijlage III – Visserijproducten
Verordening (EG) nr. 2074/2005 [Publicatieblad L 338 van 22.12.2005];
Verordening (EG) nr. 1021/2008 [Publicatieblad L 277 van 18.10.2008].

Bijlage IV – Rauwe melk, colostrum, melkproducten en producten op basis van colostrum
Verordening (EG) nr. 1663/2006 [Publicatieblad L 320 van 18.11.2006].

Bijlage VI – Eisen voor de certificaten waarvan invoerzendingen vergezeld gaan
Verordening (EG) nr. 1663/2006 [Publicatieblad L 320 van 18.11.2006].

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de bij de toepassing van de hygiëneverordeningen (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 opgedane ervaring [COM(2009) 403 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
De Commissie geeft een overzicht van de ervaring die is opgedaan bij de tenuitvoerlegging van genoemde verordeningen. Zij bespreekt de geboekte vooruitgang en de moeilijkheden die alle betrokken partijen bij de tenuitvoerlegging van het hygiënepakket in de periode 2006-2008 hebben ondervonden. Zij besluit dat de lidstaten over het algemeen de bestuursrechtelijke en controlemaatregelen hebben genomen die nodig zijn om naleving van de wetgeving te garanderen, maar dat de toepassing van de bepalingen nog voor verbetering vatbaar is. De voornaamste gemelde moeilijkheden betreffen:

  • bepaalde uitzonderingen op de werkingssfeer van genoemde verordeningen;
  • bepaalde definities uit de verordeningen;
  • bepaalde praktische aspecten met betrekking tot de goedkeuring van inrichtingen die levensmiddelen van dierlijke oorsprong hanteren en het aanbrengen van merken op dergelijke levensmiddelen;
  • de invoerregeling voor sommige levensmiddelen;
  • de uitvoering van de op de HACCP-beginselen (Hazard Analysis and Critical Control Points) gebaseerde procedures in bepaalde levensmiddelenbedrijven; en
  • de uitvoering van officiële controles in bepaalde delen van de sector.

De Commissie reikt in dit verslag geen gedetailleerde oplossingen aan. Zij zal op basis van de gemelde moeilijkheden evenwel onderzoeken of een voorstel tot verbetering van het maatregelenpakket inzake levensmiddelenhygiëne noodzakelijk is.

Laatste wijziging: 28.09.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven