RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong

In het kader van de herziening van de wetgeving inzake de hygiëne van levensmiddelen (het "hygiënepakket") worden bij deze verordening specifieke hygiënevoorschriften vastgesteld voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong teneinde een hoog niveau van voedselveiligheid en volksgezondheid te waarborgen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29.04.2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

De levensmiddelen van dierlijke oorsprong die genoemd worden in bijlage I van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kunnen risico's van microbiologische en chemische aard met zich meebrengen. Vanwege deze risico's moeten specifieke hygiënevoorschriften vastgesteld worden waarmee een bijdrage geleverd kan worden aan de totstandkoming van de interne markt en waarmee een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid gewaarborgd kan worden. Deze regels vormen een aanvulling op het bepaalde in Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne die onder andere betrekking heeft op de erkenning van exploitanten.

ALGEMENE VERPLICHTINGEN

De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing op verwerkte en onverwerkte producten van dierlijke oorsprong, maar niet op producten die zowel producten van plantaardige oorsprong als verwerkte producten van dierlijke oorsprong bevatten, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Deze bepalingen zijn evenmin van toepassing op de detailhandel, noch op de primaire productie voor particulier verbruik, waarvoor de bepalingen van de hierboven genoemde verordening inzake levensmiddelenhygiëne voldoende zijn.

Registratie en erkenning van inrichtingen

Inrichtingen die producten van dierlijke oorsprong verwerken, moeten worden geregistreerd en in voorkomend geval erkend door de bevoegde autoriteit van hun lidstaat. Deze erkenning is niet verplicht voor inrichtingen die uitsluitend primaire producten vervaardigen, producten vervoeren dan wel producten opslaan die geen temperatuurregeling behoeven noch voor detailhandelaren die niet onder deze verordening vallen.

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn houden de lidstaten lijsten van erkende inrichtingen bij. Deze inrichtingen krijgen een erkenningsnummer waaraan codes worden toegevoegd om aan te geven welke soorten producten van dierlijke oorsprong er worden vervaardigd.

Gezondheids- en identificatiemerken

Wanneer de verordening dit voorschrijft, moeten producten van dierlijke oorsprong worden voorzien van een gezondheidsmerk overeenkomstig Verordening (EG) nr. 854/2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong of, bij producten waarvan de verpakking wordt verwijderd of producten die later in een andere inrichting worden verwerkt, van een identificatiemerk dat wordt aangebracht voordat de producten de producerende inrichting verlaten. Dit identificatiemerk moet leesbaar, onuitwisbaar en voor de bevoegde autoriteiten duidelijk zichtbaar zijn. Het moet tevens de nodige gegevens bevatten over het land van herkomst alsmede het erkenningsnummer van de inrichting waar deze handelingen worden verricht. Wanneer het merk in een in de Europese Unie gevestigde inrichting wordt aangebracht, moet het ovaal van vorm zijn en de afkorting CE, EB, EC, EF, EG, EK, EO, EY, ES, EU, EK of WE vermelden.

Invoer uit derde landen

De Commissie stelt lijsten op van derde landen waaruit de invoer van producten van dierlijke oorsprong is toegestaan, overeenkomstig bovengenoemde Verordening (EG) nr. 854/2004 betreffende officiële controles van producten van dierlijke oorsprong. Een derde land wordt in beginsel slechts in de lijst opgenomen indien in het betrokken land een Europese controle heeft plaatsgevonden, waaruit is gebleken dat de bevoegde autoriteit voldoende garanties biedt dat de regelgeving van het land in overeenstemming is met of gelijkwaardig is aan de Europese wetgeving.

Bovendien voorziet Verordening (EG) nr. 854/2004 dat een inrichting alleen op een dergelijke lijst kan worden geplaatst indien de bevoegde autoriteit van het derde land van oorsprong garandeert dat:

  • die inrichting, tezamen met alle inrichtingen die grondstoffen van dierlijke oorsprong hanteren die gebruikt worden bij de productie van de desbetreffende producten van dierlijke oorsprong, voldoen aan de communautaire voorschriften, met name die van Verordening (EG) nr. 853/2004, of aan bepalingen die, toen werd besloten dat derde land overeenkomstig artikel 11 aan de desbetreffende lijst toe te voegen, gelijkwaardig bevonden zijn met deze voorschriften;
  • een officiële inspectiedienst van het derde land toezicht houdt op de inrichtingen en, indien noodzakelijk, alle relevante informatie over inrichtingen die grondstoffen leveren, ter beschikking van de Commissie stelt; en
  • zij bij machte is de inrichtingen te beletten naar de Gemeenschap te exporteren, indien de inrichtingen niet meer aan de onder a) bedoelde voorschriften voldoen.

Bij de opstelling van deze lijsten houdt ze met name rekening met:

  • de geldende wetgeving van het derde land en de organisatie en de bevoegdheden van de bevoegde autoriteit en de inspectiediensten;
  • indien van toepassing, de situatie met betrekking tot diergezondheid, zoönosen en plantengezondheid, en de procedures voor kennisgeving, aan de Commissie en de bevoegde internationale organen, van uitbraken van dieren- en plantenziekten;
  • de ervaring die met het derde land is opgedaan bij de verhandeling en de wijze waarop het land samenwerkt bij de uitwisseling van informatie over met name gezondheidsrisico's;
  • de resultaten van de communautaire inspecties en/of audits in het derde land;
  • het bestaan in het derde land van wetgeving inzake diervoeders en van programma's voor de controle op zoönosen en residuen.

In afwijking hiervan zijn specifieke bepalingen vastgesteld voor de invoer van visserijproducten.

Informatie over de voedselketen

De verordening bevat eveneens voorschriften over het verzamelen van informatie over de voedselketen aangaande alle andere dieren dan vrij wild, door exploitanten van slachthuizen.

BENADERING PER SECTOR

In bijlage II van deze verordening worden op basis van een sectorale benadering de specifieke hygiënevoorschriften vastgesteld voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong.

Om rekening te houden met traditionele productiemethoden kunnen door de bevoegde autoriteit voor de betreffende sectoren bijzondere voorwaarden inzake de toepassing van de hier beschreven hygiënevoorschriften worden toegestaan.

Vlees van als huisdier gehouden hoefdieren

Deze sectie heeft hoofdzakelijk betrekking op vlees afkomstig van als huisdier gehouden runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevigen.

Dieren die naar het slachthuis worden verzonden, moeten met zorg en zonder onnodig leed worden verzameld en vervoerd. Dieren die ziektesymptomen vertonen, of afkomstig zijn uit besmette beslagen, mogen alleen met speciale toestemming worden vervoerd.

De veterinaire keuringen ante mortem en post mortem moeten voldoen aan de vereisten van bovengenoemde verordening betreffende officiële controles van producten van dierlijke oorsprong.

Om het risico van besmetting van het vlees zo veel mogelijk te beperken worden specifieke hygiënevoorschriften ingevoerd voor de volgende elementen:

  • de uitrusting en de inrichting van de installaties in de slachthuizen;
  • het verloop van slachtingen in algemene zin en van noodslachtingen in het bijzonder: bedwelming, verbloeding, villen, uitslachten en verwijderen van de ingewanden;
  • het uitbenen en uitsnijden in de uitsnijderijen;
  • de controle op het aanbrengen van een keurmerk op het vlees door een officiële dierenarts;
  • de opslag, het vervoer en de rijping van het vlees (bewaartemperatuur).

Vlees van pluimvee en lagomorfen

De volgende bepalingen zijn van toepassing op vlees van gekweekte vogels en van gekweekte konijnen, hazen en knaagdieren.

Bij het verzamelen en tijdens het vervoer moet met de dieren voorzichtig worden omgegaan, zonder onnodig leed te veroorzaken. Dieren die ziektesymptomen vertonen, of afkomstig zijn uit besmette beslagen, mogen alleen met speciale toestemming worden vervoerd.

De veterinaire keuringen ante mortem en post mortem moeten voldoen aan de vereisten van bovengenoemde verordening betreffende officiële controles van producten van dierlijke oorsprong.

Specifieke hygiënevoorschriften worden ingevoerd teneinde de risico's van besmetting van geproduceerd vlees tot een minimum te beperken. Deze voorschriften hebben betrekking op de volgende elementen:

  • het vervoer van pluimvee naar het slachthuis;
  • de uitrusting en de inrichting van de slachthuizen en uitsnijderijen;
  • het verloop van de slachting: bedwelming, verbloeding, villen of plukken, uitslachten en verwijderen van de ingewanden;
  • het uitbenen en uitsnijden;
  • pluimvee dat voor de productie van "foie gras" wordt gehouden.

Vlees van gekweekt wild

Voor de productie en het in de handel brengen van vlees van gekweekte evenhoevige niet-gedomesticeerde zoogdieren (Cervidae en Suidae) gelden dezelfde bepalingen als die welke gelden voor vlees van als huisdier gehouden hoefdieren (zie boven), tenzij de bevoegde autoriteit dit niet opportuun acht.

De bepalingen voor vlees van pluimvee gelden ook voor de productie en het in de handel brengen van vlees van loopvogels.

Om het welzijn van de dieren te beschermen kan de bevoegde autoriteit onder bepaalde voorwaarden toestaan dat gekweekt wild op de plaats van oorsprong wordt geslacht in plaats van in een erkende inrichting.

Vlees van vrij wild

Specifieke hygiënevoorschriften worden ingevoerd voor de volgende elementen:

  • de opleiding van jagers op het gebied van gezondheid;
  • het doden, verwijderen van de ingewanden en het vervoeren van vrij wild naar een erkende inrichting;
  • de wildverwerkingsinrichtingen.

Gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees

Voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees voor de verwerkende industrie gelden niet de bepalingen in deze sectie, maar de voorschriften voor vers vlees.

Specifieke hygiënevoorschriften worden ingevoerd voor de volgende elementen:

  • de voorzieningen in en de erkenning van de productie-inrichtingen;
  • de grondstoffen die gebruikt worden voor de bereiding van gehakt vlees (met vermelding van de niet toegestane grondstoffen);
  • de productie, de bewaring en het gebruik van gehakt vlees, uit gehakt vlees verkregen vleesbereidingen en separatorvlees;
  • de etikettering van deze producten.

Vleesproducten

Voor vleesproducten worden specifieke hygiënevoorschriften ingevoerd. Deze hebben betrekking op de grondstoffen die niet gebruikt mogen worden voor de bereiding van vleesproducten, afhankelijk van de diersoort.

Levende tweekleppige weekdieren

Behoudens de bepalingen inzake zuivering, zijn de volgende regels ook van toepassing op levende stekelhuidigen, manteldieren en mariene buikpotigen.

Levende tweekleppige weekdieren die in het wild worden verzameld en die bestemd zijn voor rechtstreekse menselijke consumptie moeten voldoen aan strenge normen op het gebied van gezondheid en hygiëne. Deze normen hebben betrekking op alle schakels van de productieketen:

  • de productie van levende tweekleppige weekdieren: indeling van de productiegebieden in drie types (klasse A, B en C);
  • het verzamelen van deze weekdieren en het vervoer ervan naar een verzendings- of zuiveringscentrum, een heruitzettingsgebied of een verwerkende inrichting;
  • het heruitzetten van deze weekdieren in erkende heruitzettingsgebieden, onder de garantie van optimale omstandigheden voor tracering en zuivering;
  • de apparatuur en de vereiste hygiëne in de verzendings- en zuiveringscentra;
  • de gezondheidsnormen voor levende tweekleppige weekdieren: versheid en houdbaarheid, microbiologische normen, meting van het gehalte aan mariene biotoxines en schadelijke bestanddelen op basis van de aanvaardbare dagelijkse inname;
  • het aanbrengen van een keurmerk; de verpakking, de etikettering, de opslag en het vervoer van levende tweekleppige weekdieren;
  • de regels van toepassing op pectinidae die buiten ingedeelde gebieden worden verzameld.

Visserijproducten

Visserijproducten die in hun natuurlijk milieu zijn gevangen, moeten in voorkomend geval aan boord van de vaartuigen worden bewerkt met het oog op het uitbloeden, het ontkoppen, het strippen en het verwijderen van de vinnen. Verder dienen ze te worden gekoeld, ingevroren, verwerkt en/of van een verpakking/onmiddellijke verpakking worden voorzien overeenkomstig de in deze sectie vastgestelde voorschriften.

Specifieke hygiënevoorschriften worden ingevoerd voor de volgende elementen:

  • de aard van de uitrusting van visserijvaartuigen, fabrieksvaartuigen en vriesvaartuigen: kenmerken van de ontvangstzones, de werkplaatsen en de opslagplaatsen, alsmede van de vries- en koelinstallaties en de voorzieningen voor de afvoer van afval en voor ontsmetting;
  • de hygiëne aan boord van visserijvaartuigen, fabrieksvaartuigen en vriesvaartuigen: schone ruimtes, bescherming tegen elke vorm van verontreiniging, wassen en koelen;
  • de hygiëne bij en na aanvoer van visserijproducten: voorkomen van elke vorm van verontreiniging, normen voor de gebruikte apparatuur en voorschriften voor de afslagen en groothandelsmarkten;
  • verse, gekoelde producten, separatorvisvlees, voor de volksgezondheid schadelijke endoparasieten (visuele controle) en gekookte schaal-, schelp- en weekdieren;
  • verwerkte visserijproducten;
  • gezondheidsnormen voor visserijproducten: meting van het gehalte aan voor de mens schadelijke stoffen en toxines;
  • de onmiddellijke verpakking en verpakking, de opslag en het vervoer van visserijproducten.

Rauwe melk en melkproducten

Ten aanzien van de primaire productie van rauwe melk worden de volgende specifieke gezondheidsvoorschriften ingevoerd:

  • rauwe melk en colostrum dienen afkomstig te zijn van vrouwelijke dieren (koeien, buffelkoeien, schapen, geiten of andere diersoorten) die in goede gezondheid verkeren en geen ziekteverschijnselen vertonen van besmettelijke ziekten die via de melk of het colostrum op de mens kunnen worden overgedragen en, in het bijzonder, niet lijden aan aandoeningen van de voortplantingsorganen waarbij afscheiding plaatsvindt, aan darmontsteking waarbij diarree en koorts optreden of aan een zichtbare uierontsteking. De dieren mogen geen uierlesies vertonen waardoor de melk en het colostrum kunnen worden aangetast;
  • totdat meer specifieke regelgeving is vastgesteld dient rauwe melk te voldoen aan een aantal microbiologische criteria en aan normen inzake het kiemgetal en het aantal somatische cellen;
  • voor het melken, het ophalen en het vervoer van rauwe melk en colostrum gelden strikte hygiënevoorschriften, evenals voor het personeel en de lokalen, het materieel en de instrumenten in de melkproductiebedrijven, teneinde iedere vorm van verontreiniging te voorkomen.

In de verordening worden voorts algemene hygiënevoorschriften vastgesteld voor hittebehandelde consumptiemelk en voor andere melkproducten. Deze voorschriften hebben met name betrekking op de bereiding van gepasteuriseerde melk en UHT-melk (ultrahogetemperatuurmelk).

De onmiddellijke verpakking en de verpakking dienen de melk en/of de melkproducten te beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Met het oog op controle moeten op het etiket duidelijk de kenmerken van het product aangegeven staan: eventueel de vermelding "rauwe melk", "bereid met rauwe melk", "colostrum" of "bereid met colostrum".

Eieren en eiproducten

Op het bedrijf van de producent en tot op het moment van verkoop aan de consument moeten de eieren schoon, droog en vrij van vreemde geuren worden gehouden en moeten zij worden beschermd tegen schokken en tegen zonlicht. Ze moeten worden opgeslagen en vervoerd bij een optimale bewaartemperatuur. De eieren moeten aan de consument worden geleverd binnen 21 dagen na het leggen.

De hygiënevoorschriften voor eiproducten (zoals albumine) hebben betrekking op de volgende elementen:

  • de inrichting van geschikte lokalen in erkende productie-inrichtingen om ervoor te zorgen dat de verschillende productiehandelingen van elkaar gescheiden blijven;
  • de voor de vervaardiging van eiproducten te gebruiken grondstoffen: voorschriften inzake het gebruik van schalen en vloeibaar ei;
  • de vervaardiging van eiproducten: voorschriften ter voorkoming van elke vorm van verontreiniging tijdens de productie, de bewerking en de opslag;
  • eisen inzake de analyse van het melkzuurgehalte, het gehalte aan boterzuur en de hoeveelheid reststoffen van diverse aard
  • de etikettering en het aanbrengen van identificatiemerken.

Kikkerbilletjes en slakken

Alleen een erkende inrichting die is voorzien van de voorgeschreven installaties is het toegestaan om, met inachtneming van de voorschriften inzake dierenwelzijn, over te gaan tot het doden van kikkers en slakken.

Kikkers en slakken die reeds vóór het slachten gestorven zijn, mogen niet voor menselijke consumptie worden gebruikt. Ook kikkers en slakken die volgens steekproefsgewijs organoleptisch onderzoek een risico opleveren, mogen niet voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Gesmolten dierlijke vetten en kanen

Voor de inrichtingen die grondstoffen verzamelen of verwerken worden hygiënevoorschriften ingevoerd inzake de opslag, de verwerking en het bewaren van deze grondstoffen.

De hygiënevoorschriften voor gesmolten dierlijke vetten, kanen en bijproducten van de vetsmelterij hebben betrekking op:

  • de grondstoffen: deze moeten afkomstig zijn van dieren die op grond van een keuring geschikt zijn bevonden voor menselijke consumptie en dienen te bestaan uit vetweefsel of beenderen die zo weinig mogelijk bloed en onzuiverheden bevatten;
  • de inrichting van oorsprong, die geregistreerd of erkend moet zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 of overeenkomstig de onderhavige verordening;
  • de wijze van bewaren bij het ophalen, het vervoeren en het opslaan van deze grondstoffen;
  • de wijze van vervaardiging: smelten door hitte of druk, gevolgd door decanteren; verbod op het gebruik van oplosmiddelen;
  • de samenstelling van dierlijke vetten;
  • de opslag van voor de menselijke consumptie bestemde eindproducten.

Behandelde magen, blazen en darmen

Naast bepalingen inzake de opslag van behandelde magen, blazen en darmen worden specifieke hygiënevoorschriften ingevoerd voor de productie en het in de handel brengen van deze producten. In deze voorschriften is vastgelegd van welke dieren deze producten afkomstig dienen te zijn en aan welke voorwaarden de inrichtingen waarin ze behandeld worden dienen te voldoen.

Voor menselijke consumptie komen enkel in aanmerking producten die gereinigd en geschraapt zijn, en vervolgens gezouten, verhit of gedroogd. Daarnaast moeten ze een behandeling hebben ondergaan om te voorkomen dat ze opnieuw worden verontreinigd. Voorts zijn regels vastgesteld inzake de bewaring die met name betrekking hebben op de bewaartemperatuur van niet-gezouten en niet-gedroogde producten.

Gelatine

Voor de vervaardiging van gelatine die voor levensmiddelen is bestemd, mogen de volgende grondstoffen worden gebruikt, mits ze afkomstig zijn van dieren die volgens de geldende hygiënevoorschriften zijn geslacht en op grond van een keuring geschikt zijn bevonden voor menselijke consumptie:

  • beenderen, ligamenten en pezen;
  • huiden van als huisdier gehouden herkauwers, varkenshuiden, huid van pluimvee en huiden van vrij wild;
  • huid en graten van vis.

Specifieke bepalingen zijn vastgelegd met betrekking tot:

  • verzamelcentra en leerlooierijen die grondstoffen mogen leveren;
  • het vervoer en de opslag van de grondstoffen;
  • het procedé voor de vervaardiging van gelatine;
  • de grenswaarden voor residuen in de eindproducten;
  • de etikettering.

Collageen

Voor de vervaardiging van collageen mogen dezelfde grondstoffen worden gebruikt als voor gelatine, behalve huiden die een looiprocédé hebben ondergaan.

Verder zijn specifieke bepalingen vastgelegd met betrekking tot:

  • verzamelcentra en leerlooierijen die grondstoffen mogen leveren;
  • het vervoer en de opslag van de grondstoffen;
  • het procédé voor de vervaardiging van collageen;
  • de grenswaarden voor residuen in de eindproducten;
  • de etikettering.

CONTEXT

Deze verordening maakt deel uit van het zogenaamde "hygiënepakket", een reeks wetsbesluiten waarin hygiënevoorschriften voor levensmiddelen zijn vastgelegd. Naast de onderhavige verordening zijn dat:

  • Verordening (EG) nr. 852/2004, waarin de doelstellingen inzake voedselveiligheid worden aangegeven, terwijl de exploitanten in de levensmiddelensector zelf verantwoordelijk worden gesteld voor het nemen van de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen om de onschadelijkheid van levensmiddelen te garanderen;
  • Verordening (EG) nr. 854/2004, waardoor een communautair kader wordt bepaald voor de officiële controles van producten van dierlijke oorsprong die bestemd zijn voor menselijke consumptie, alsmede specifieke regels voor vers vlees , tweekleppige weekdieren, melk en melkproducten.

De communautaire wetgeving inzake levensmiddelenhygiëne wordt verder aangevuld door de volgende besluiten:

  • Verordening (EG) nr. 178/2002, waarin de algemene beginselen van de levensmiddelenwetgeving zijn vastgelegd en waarbij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid is opgericht (DE) (EN) (FR) (IT);
  • Verordening (EG) nr. 882/2004, waardoor de officiële controles van levensmiddelen en diervoeders gereorganiseerd zijn, teneinde die in alle fasen van de productie en in alle sectoren te integreren;
  • Richtlijn 2002/99/EG, waarin de voorwaarden voor het in de handel brengen van producten van dierlijke oorsprong en de beperkingen die van toepassing zijn op uit derde landen of regio's afkomstige producten, die onderworpen zijn aan veterinairrechtelijke voorschriften, zijn vastgelegd.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 853/2004

20.5.2004

-

L 139 van 30.4.2004

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 219/2009

20.4.2009

-

L 87 van 31.3.2009

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 853/2004 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie  heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen voor bepaalde producten die onder Verordening (EG) nr. 853/2004 vallen en voor de organisatie van officiële controles overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004, tot afwijking van Verordening (EG) nr. 852/2004 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 [Publicatieblad L 338 van 22.12.2005].
Zie geconsolideerde versie .

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de bij de toepassing van de hygiëneverordeningen (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 opgedane ervaring [COM(2009) 403 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
De Commissie geeft een overzicht van de ervaring die is opgedaan bij de tenuitvoerlegging van genoemde verordeningen. Zij bespreekt de geboekte vooruitgang en de moeilijkheden die alle betrokken partijen bij de tenuitvoerlegging van het hygiënepakket in de periode 2006-2008 hebben ondervonden. Zij besluit dat de lidstaten over het algemeen de bestuursrechtelijke en controlemaatregelen hebben genomen die nodig zijn om naleving van de wetgeving te garanderen, maar dat de toepassing van de bepalingen nog voor verbetering vatbaar is. De voornaamste gemelde moeilijkheden betreffen:

  • bepaalde uitzonderingen op de werkingssfeer van genoemde verordeningen;
  • bepaalde definities uit de verordeningen;
  • bepaalde praktische aspecten met betrekking tot de goedkeuring van inrichtingen die levensmiddelen van dierlijke oorsprong hanteren en het aanbrengen van merken op dergelijke levensmiddelen;
  • de invoerregeling voor sommige levensmiddelen;
  • de uitvoering van de op de HACCP-beginselen (Hazard Analysis and Critical Control Points) gebaseerde procedures in bepaalde levensmiddelenbedrijven; en
  • de uitvoering van officiële controles in bepaalde delen van de sector.

De Commissie reikt in dit verslag geen gedetailleerde oplossingen aan. Zij zal op basis van de gemelde moeilijkheden evenwel onderzoeken of een voorstel tot verbetering van het maatregelenpakket inzake levensmiddelenhygiëne noodzakelijk is.

Laatste wijziging: 28.09.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven