RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 22 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Biociden

Deze verordening harmoniseert de bestaande voorschriften van de Europese Unie (EU) betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden. Zij voorziet ook in een Unietoelating voor biociden, waarmee producten rechtstreeks op de hele EU-markt mogen worden aangeboden zonder wederzijdse erkenning en zonder dat de afzonderlijke lidstaten nog toelating moeten verlenen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden.

SAMENVATTING

Deze verordening is van toepassing op:

  • biociden *;
  • met biociden behandelde voorwerpen en materialen *;
  • werkzame stoffen.

Een lijst van de betrokken producten is opgenomen in bijlage V bij de verordening.

Voorwaarden voor de toelating van biociden

Biociden worden toegelaten indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de werkzame stof is goedgekeurd voor de desbetreffende productsoort;
  • het biocide is voldoende werkzaam en heeft geen onaanvaardbare effecten op de doelorganismen, de gezondheid van mensen of dieren of het milieu wanneer het wordt gebruikt overeenkomstig de toelating;
  • de fysische en chemische eigenschappen van het product worden aanvaardbaar geacht voor het gebruik en het vervoer van het product;
  • in voorkomend geval zijn met betrekking tot werkzame stoffen in een biocide maximumresidugehalten voor levensmiddelen en diervoeders vastgesteld;
  • indien in het product nanomaterialen zijn gebruikt, zijn de risico’s voor de gezondheid van mensen en dieren en voor het milieu apart geëvalueerd.

Een werkzame stof wordt goedgekeurd voor een eerste periode van ten hoogste 10 jaar indien kan worden verwacht dat ten minste één biocide dat deze werkzame stof bevat, aan de eerder vermelde voorwaarden zal voldoen.

Nationale toelating en wederzijdse erkenning

De verordening voorziet in geharmoniseerde procedures voor het toelaten van biociden in de EU. Zodra een EU-land een eerste toelating heeft verleend, kan de aanvrager de erkenning van de toelating door de andere EU-landen aanvragen. De toelating wordt verleend onder dezelfde voorwaarden.

Unietoelating

De gecentraliseerde toelatingsprocedure leidt tot een Unietoelating, waarmee bedrijven biociden rechtstreeks op de hele EU-markt mogen aanbieden zonder dat elke lidstaat afzonderlijk toelating moet verlenen of de procedure voor wederzijdse erkenning moet worden doorlopen. Deze gecentraliseerde toelating is vrijwillig en indien de aanvrager om welke reden dan ook geen Unietoelating wenst, kan hij een aanvraag indien voor een nationale toelating en, in voorkomend geval, de wederzijdse erkenning van die toelating in andere EU-landen.

Vereenvoudigde toelatingsprocedure

Bepaalde biociden komen in aanmerking voor een vereenvoudigde toelatingsprocedure indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • alle werkzame stoffen van het biocide zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening en voldoen aan elke in de bijlage vermelde beperking;
  • het biocide bevat geen stoffen die aanleiding geven tot bezorgdheid noch enig nanomateriaal;
  • het biocide is voldoende werkzaam;
  • het hanteren van het biocide en het voorgenomen gebruik ervan vereisen geen persoonlijke beschermingsmiddelen.

Indien aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan, moeten aanvragers hun aanvragen indienen bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), met vermelding van een bevoegde autoriteit die de aanvraag moet beoordelen.

Een op basis van de bovengenoemde vereenvoudigde procedure toegelaten biocide kan in alle EU-landen op de markt worden aangeboden zonder wederzijdse erkenning. De houder van de toelating moet een EU-land evenwel uiterlijk 30 dagen vooraf ervan in kennis stellen dat het product in dat land in de handel wordt gebracht. Op de etikettering van het product gebruikt hij de officiële taal of talen van dat land, tenzij het land anderszins besluit.

Behandelde voorwerpen

Deze verordening breidt het toepassingsgebied van vroegere wetgeving betreffende biociden uit tot voorwerpen die met een biocide zijn behandeld of een biocide bevatten. Voorwerpen mogen enkel worden behandeld met daartoe in de EU goedgekeurde werkzame stoffen. Fabrikanten en importeurs van behandelde voorwerpen moeten producten etiketteren wanneer:

  • gesteld wordt dat het behandelde voorwerp biocidale eigenschappen heeft;
  • de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof waarmee het artikel is behandeld specifieke etiketteringsvereisten inhouden ter bescherming van de volksgezondheid of het milieu.
BELANGRIJKSTE BEGRIPPEN
  • Biociden: alle stoffen of mengsels die ten doel hebben een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of op een andere dan louter fysieke of mechanische wijze te bestrijden.
  • Behandeld voorwerp: alle stoffen, mengsels of voorwerpen die met een of meer biociden zijn behandeld of waarin doelbewust een of meer biociden zijn verwerkt.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Verordening (EC) nr. 528/2012

17.7.2012

-

L 167 van 27.6.2012

Laatste wijziging: 18.01.2013

Zie ook

  • Aanvullende informatie is te vinden op de website van de Europese Commissie over de biocidenverordening (EN).
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven