RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen in hun commerciële aanbiedingsvorm en voor het op de markt brengen, het gebruik en de controle ervan binnen de Gemeenschap. Deze verordening verhoogt het niveau van gezondheids- en milieubescherming, draagt bij tot een betere bescherming van de landbouwproductie en zorgt voor een uitbreiding en consolidatie van de eengemaakte markt voor gewasbeschermingsmiddelen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad.

SAMENVATTING

De verordening bevestigt het belang dat de Europese Commissie hecht aan een hoog niveau van gezondheids- en milieubescherming, terwijl de regels voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen * verder worden geharmoniseerd. Daarnaast wil ze meewerken aan de verbetering van de landbouwproductie.

Het toepassingsgebied van deze verordening omvat zowel de gewasbeschermingsmiddelen als hun werkzame stoffen *.

De verordening legt goedkeuringscriteria voor werkzame stoffen vast. Een werkzame stof wordt goedgekeurd als de stof aan de criteria voldoet, die bij de punten 2 en 3 van bijlage II van deze verordening worden vermeld. Voormelde criteria houden verband met de werkzaamheid van de stof, de samenstelling en eigenschappen ervan, de beschikbare analysemethoden, de effecten op de gezondheid van de mens en het milieu, de ecotoxicologie en de relevantie van metabolieten en residuen. Zo wordt een werkzame stof alleen goedgekeurd, als de stof niet als mutageen, kankerverwekkend of toxisch voor de voortplanting (categorie 1A of 1B) is ingedeeld en niet geacht wordt, verstorende endocriene effecten te hebben. Een werkzame stof die als een persistente organische verontreinigende stof of als persistent, bioaccumuleerbaar en toxisch of nog als een zeer persistente en zeer bioaccumulerende stof beschouwd wordt, kan evenmin goedgekeurd worden.

De eerste goedkeuring geldt voor een periode van ten hoogste tien jaar en kan aan bepaalde voorwaarden of beperkingen onderworpen zijn in verband met bv. de zuiverheid van de werkzame stof, het beoogde gewas en de categorie van gebruikers.

De aflevering van de toelatingen voor het op de markt brengen van de gewasbeschermingsproducten blijft onder de bevoegdheid van de lidstaten ressorteren. De aanvragen worden ingediend door de aanvragers bij de lidstaat op wiens grondgebied het product voor het eerst op de markt zal worden gebracht. Ze worden ingediend samen met twee dossiers die alle beschikbare informatie bevatten om te oordelen over de mogelijke effecten van het gewasbeschermingsproduct op de gezondheid van mens of dier en de eventuele impact ervan op het milieu. De door de aanvrager of producent verstrekte gegevens kunnen beschermd zijn door een vertrouwelijkheidsclausule, wanneer deze informatie het voorwerp uitmaakt van een fabricage- of handelsgeheim.

De termijn die voorzien is voor het onderzoek van een toelatingsaanvraag voor het op de markt brengen van een gewasbeschermingsmiddel, mag niet meer bedragen dan twaalf maanden na ontvangst van de aanvraag door de lidstaat. Gedurende deze periode gaat de lidstaat na of het desbetreffende product aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. Indien de lidstaat bijkomende informatie nodig heeft, kan hij de initiële onderzoekstermijn verlengen om de aanvrager hem de aanvullende gegevens te laten bezorgen. Deze bijkomende termijn bedraagt ten hoogste zes maanden en loopt af op het ogenblik dat de lidstaat de bijkomende informatie ontvangt. Wanneer de aanvrager de ontbrekende elementen na afloop van die termijn niet heeft ingediend, meldt de lidstaat aan de aanvrager dat de aanvraag niet ontvankelijk is.

De toelatingen om middelen op de markt te brengen, zijn 10 jaar geldig en kunnen verlengd worden. De lidstaat kan een toelating op eender welk moment opnieuw bekijken als niet langer wordt voldaan aan één van de voorafgaande voorwaarden voor het op de markt brengen van het middel. In voorkomend geval kan de lidstaat overgaan tot een intrekking of wijziging van de respectieve toelating.

Het beginsel van wederzijdse erkenning dat in deze verordening wordt ingevoerd, staat de houder van een toelating toe om het middel in een andere lidstaat op de markt te brengen, voor zover er in de desbetreffende regio's vergelijkbare landbouwomstandigheden, fytosanitaire en ecologische omstandigheden gelden. De lidstaat kan de verspreiding van een middel over zijn grondgebied echter beperken of verbieden, als het middel in kwestie een risico voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu inhoudt.

Om te vermijden dat bepaalde gewassen verstoken zouden blijven van beschermingsmiddelen, laat de verordening de houder van een in de betrokken lidstaat reeds toegekende toelating voor een gewasbeschermingsmiddel toe om te vragen dat deze laatste uitgebreid zou worden tot kleine toepassingen die nog niet gedekt worden door de toelating. Ook deze gebruiksuitbreidingen worden gedekt door het beginsel van wederzijdse erkenning.

Minstens één keer per kwartaal actualiseren de lidstaten de gegevens in verband met de gewasbeschermingsmiddelen waarvoor een toelating werd uitgereikt of ingetrokken. Deze gegevens moeten toegankelijk zijn voor het publiek.

Een voorlopige toelating kan worden toegekend voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen die een nog niet goedgekeurde werkzame stof bevatten. Een voorlopige toelating wordt toegekend voor een periode van ten hoogste drie jaar.

De indeling, etikettering en verpakking van de gewasbeschermingsmiddelen voldoen aan de door Richtlijn 1999/45/EG betreffende gevaarlijke preparaten gestelde eisen. De verpakking van de desbetreffende middelen mogen de consument niet in de war brengen over het gebruik van deze middelen.

De lidstaten voeren officiële controles uit om deze verordening te doen naleven. Zij sturen de Commissie een definitief verslag over de omvang en de resultaten van deze controles binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop dat verslag betrekking heeft. De Commissie doet een beroep op deskundigen om in de lidstaten algemene en specifieke audits uit te voeren. Deze audits hebben tot doel om de door de lidstaten uitgevoerde officiële controles te verifiëren.

De Commissie kan noodmaatregelen goedkeuren om het gebruik en/of de verkoop van een gewasbeschermingsmiddel te beperken of te verbieden, wanneer het waarschijnlijk een ernstig risico voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu inhoudt en dit risico slecht wordt bestreden door de desbetreffende lidstaat of lidstaten.

Context

Op 14 juni 2011 worden de volgende teksten door deze verordening ingetrokken en vervangen:

Belangrijkste begrippen
  • Gewasbeschermingsmiddelen: dit zijn middelen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit werkzame stoffen, beschermstoffen en synergisten, en die bestemd zijn voor één van de volgende toepassingen:
    1. de bescherming van planten of plantaardige producten tegen alle schadelijke organismen of het verhinderen van de werking van dergelijke organismen, tenzij deze middelen worden beschouwd als middelen die vooral om hygiënische redenen worden gebruikt veeleer dan ter bescherming van planten of plantaardige producten;
    2. het beïnvloeden van de levensprocessen van planten, zoals het beïnvloeden van hun groei, voor zover het niet gaat om nutritieve stoffen;
    3. de bewaring van plantaardige producten, voor zover die stoffen of middelen niet onder bijzondere communautaire bepalingen inzake bewaarmiddelen vallen;
    4. de vernietiging van ongewenste planten of delen van planten, met uitzondering van algen;
    5. de beperking of voorkoming van de ongewenste groei van planten, met uitzondering van algen.
  • Werkzame stoffen: stoffen of micro-organismen, met inbegrip van virussen, met een algemene of specifieke werking tegen schadelijke organismen of op planten, delen van planten of plantaardige producten.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1107/2009

14.12.2009

PB L 309 van 24.11.2009

Laatste wijziging: 27.01.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven