RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Maximumwaarden voor residuen van bestrijdingsmiddelen in of op levensmiddelen en diervoeders

Om de gezondheid van mens en dier te beschermen, mogen producten die in de Europese Unie voor menselijke of dierlijke consumptie zijn bestemd, niet meer dan een bepaalde hoeveelheid residuen van bestrijdingsmiddelen bevatten. Met deze verordening worden de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in één tekst verzameld en geharmoniseerd en wordt bovendien een standaard-maximumgehalte vastgesteld.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

De verordening stelt de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen vast in of op producten van plantaardige of dierlijke oorsprong die voor menselijke of dierlijke consumptie zijn bestemd. Deze maximumresidugehalten * (MRL's) omvatten enerzijds de MRL's die specifiek zijn voor bepaalde levensmiddelen voor menselijke of dierlijke consumptie en anderzijds een standaardwaarde die algemeen moet worden toegepast in gevallen waarin geen specifieke MRL is vastgesteld.

Het doel is te waarborgen dat de bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gezondheid van mens en dier.

Betrokken voedingmiddelen

De verordening heeft betrekking op alle producten die voor menselijke of dierlijke consumptie bestemd zijn; bijlage I bevat een lijst van deze producten.

De vastgestelde maximumwaarden voor deze producten gelden niet indien deze bestemd zijn om te worden ingezaaid of geplant, voor toegestane proeven op werkzame stoffen, voor de vervaardiging van andere producten dan levensmiddelen of diervoeders alsmede voor uitvoer naar landen buiten de Europese Unie.

Standaardwaarde en specifieke waarden

Het maximumgehalte aan residuen van bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen is 0,01 mg/kg. Deze algemene maximumwaarde wordt als standaardwaarde toegepast, d.w.z. voor alle gevallen waarin geen specifieke MRL is vastgesteld voor producten of groepen van producten.

De specifieke MRL's zijn soms hoger dan de standaardwaarde.

In bepaalde gevallen kunnen tijdelijke MRL's worden vastgesteld, die worden opgenomen in bijlage III. Tijdelijke MRL's moeten met name worden vastgesteld:

  • voor honing of kruidenaftreksels;
  • in bepaalde uitzonderlijke gevallen van verontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen;
  • voor nog niet geharmoniseerde nationale MRL's;
  • indien nieuwe producten in bijlage I zijn opgenomen en een lidstaat daarom verzoekt, teneinde over de nodige tijd te beschikken voor een uitgebreide wetenschappelijke beoordeling, mits er geen risico voor de consument bekend is.

Het is verboden om producten die niet aan de gestelde maximumwaarden voldoen te verdunnen, behalve in het geval van de door de Commissie in bijlage VI genoemde verwerkte en/of mengproducten.

Uitzonderingen op de maximumwaarden

Bepaalde door de Commissie in de lijst van bijlage VII opgenomen stoffen kunnen, hoewel ze de voor hen vastgestelde MRL's overschrijden, toch worden toegestaan indien ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de betrokken producten zijn niet voor onmiddellijke consumptie bestemd;
  • er worden controles uitgevoerd om te voorkomen dat deze producten aan de consument ter beschikking worden gesteld;
  • de overige lidstaten en de Commissie worden van deze maatregelen op de hoogte gesteld.

In uitzonderlijke gevallen kunnen producten die niet aan de in de bijlagen II en III vastgestelde grenswaarden voldoen door een lidstaat worden toegestaan, mits deze producten geen onaanvaardbaar risico opleveren. De betreffende lidstaat stelt de Commissie, de andere lidstaten en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) hiervan onmiddellijk op de hoogte, teneinde zo snel mogelijk passende maatregelen vast te stellen (tijdelijke MRL, enz.).

Voor bepaalde werkzame stoffen geldt geen maximumresidugehalte. Dit betreft de in het kader van Richtlijn 91/414/EEG (betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelengeëvalueerde werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen ten aanzien waarvan geen MRL's vereist werden geacht. Deze zijn opgenomen in bijlage IV die de Commissie binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening moet vaststellen.

Vaststelling, wijziging of schrapping van een MRL

Om een gewasbeschermingsmiddel op de markt te kunnen brengen overeenkomstig Richtlijn 91/414/EEG, moeten de werkzame stoffen daarvan worden geëvalueerd om de grenswaarde vast te stellen waarboven hun concentratie in levensmiddelen een risico vormt voor mens en dier.

De verordening beschrijft de procedure v oor het aanvragen van een MRL. De aanvraag moet worden ingediend bij de lidstaat, die haar doorzendt naar de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).

De risicobeoordeling valt onder de bevoegdheid van de EFSA. Deze moet zich uitspreken over iedere nieuwe MRL, wijziging of beoogde schrapping (behalve schrapping als gevolg van de intrekking van de toelating voor een gewasbeschermingsmiddel). De EFSA brengt een advies uit dat, met name, de verwachte aantoonbaarheidsgrens * omvat voor de combinatie bestrijdingsmiddel/product, alsmede een beoordeling van het risico van overschrijding van de aanvaardbare dagelijkse inname.

Op basis van het advies van de EFSA brengt de Commissie een verordening uit waarin de nieuwe MRL wordt vastgesteld of een bestaande MRL wordt geschrapt.

Controle van de MRL's

Op basis van jaarlijks bijgewerkte communautaire en nationale meerjarenplannen verrichten de lidstaten controles op bestrijdingsmiddelenresiduen, om te verifiëren of de MRL's zijn nageleefd. Die controles bestaan met name uit de bemonstering, de analyse van de monsters en de bepaling van de aanwezige bestrijdingsmiddelen en hun respectieve residuniveau.

Context

Vóór de inwerkingtreding van deze verordening paste iedere lidstaat eigen maximumresidugehalten voor bestrijdingsmiddelen toe. De eerdere Europese wetgeving stelde maximumgehalten voor bestrijdingsmiddelen vast, afhankelijk van het soort product: groenten en fruit (Richtlijn 76/895/EEG), granen (Richtlijn 86/362/EEG), levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Richtlijn 86/363/EEG) en producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (Richtlijn 90/642/EEG). Bij deze verordening worden al die richtlijnen ingetrokken en worden geharmoniseerde maximumgehalten voorgesteld voor alle levensmiddelen. De regeling voorziet in dezelfde bescherming voor diervoeders. Dit is de eerste keer dat er een dergelijke gemeenschappelijke grenswaarde op Europees niveau bestaat voor alle soorten bestrijdingsmiddelen, zonder onderscheid te maken tussen de soorten levensmiddelen.

Het gebruik van werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen is een van de beste manieren om gewassen tegen schadelijke organismen te beschermen. Een mogelijk gevolg van het gebruik van deze stoffen is evenwel de aanwezigheid van residuen in en op behandelde producten, in dieren die zich met dergelijke producten voeden en in honing die wordt geproduceerd door bijen die aan deze stoffen worden blootgesteld. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat dergelijke residuen niet aanwezig zijn in zodanige hoeveelheden dat zij een onaanvaardbaar risico vormen voor de gezondheid van mens of dier.

Bij de besluitvorming over maximumwaarden voor residuen van bestrijdingsmiddelen wordt de Commissie bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. In de lidstaten onderhouden de aangewezen nationale autoriteiten de contacten met de Commissie, de EFSA, de andere lidstaten en alle betrokken partijen.

Belangrijkste begrippen
  • Maximumresidugehalte: het hoogste wettelijk toegestane concentratieniveau van een bestrijdingsmiddelenresidu in of op een levensmiddel of diervoeder.
  • Aantoonbaarheidsgrens: de gevalideerde laagste concentratie van een residu die in het kader van routinemonitoring op basis van gevalideerde controlemethoden kan worden gekwantificeerd en gerapporteerd.

REFERENTIE

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 396/2005

5.4.2005

-

L 70 van 16.3.2005

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 178/2006

22.2.2006

-

L 29 van 2.2.2006

Verordening (EG) nr. 149/2008

1.9.2008

-

L 58 van 1.3.2008

Verordening (EG) nr. 260/2008

8.4.2008

-

L 76 van 19.3.2008

Verordening (EG) nr. 299/2008

10.4.2008

-

L 97 van 9.4.2008

Verordening (EG) nr. 839/2008

31.8.2008

-

L 234 van 30.8.2008

Verordening (EG) nr. 256/2009

28.3.2009

-

L 81 van 27.3.2009

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 396/2005 werden in de oorspronkelijke tekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie vormt slechts een documentatiehulpmiddel.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EU) nr. 915/2010 van de Commissie van 12 oktober 2010 inzake een in 2011, 2012 en 2013 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op levensmiddelen van plantaardige of dierlijke oorsprong [Publicatieblad L 269 van 13.10.2010].

Verordening (EG) nr. 882/2004 [Publicatieblad L 165 van 30.4.2004].
Officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn.

Richtlijn 2002/63/EG [Publicatieblad L 187 van 16.7.2002].
Communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong.

Laatste wijziging: 04.04.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven