RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Aspecten van de handel in goederen

De Europese Gemeenschap verplicht zich ertoe de handel in industriële en landbouwgoederen te liberaliseren binnen de voorwaarden voor eerlijke concurrentie. en tarifaire en non-tarifaire beperkingen bij de uitwisseling van goederen te verminderen.

BESLUIT

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten [Publicatieblad L 336 van 23.12.1994].

SAMENVATTING

MARKTTOEGANG

Algemene overeenkomst over douanetarieven en handel (GATT 1994)

Dit is de basistekst waarin de algemene regels zijn vermeld voor de handel in goederen, alsmede de specifieke regels die in de sectorovereenkomsten van de Slotakte zijn vastgesteld. De GATT van 1994 omvatte de GATT van 1947 en alle juridische instrumenten die goedgekeurd waren voorafgaand aan de overeenkomst inzake de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

In de algemene overeenkomst zijn een aantal basisbeginselen vastgelegd die voortkomen uit de GATT van 1947, met name:

  • het beginsel van meestbegunstiging: ieder WTO-lid behandelt producten van een ander lid niet ongunstiger dan producten uit enig ander land (non-discriminatie);
  • het beginsel van nationale behandeling op het gebied van nationale belastingheffing en regelgeving: ieder WTO-lid behandelt producten van een ander lid op het gebied van belasting en regelgeving niet ongunstiger dan zijn eigen producten.

In de overeenkomst is ook de verlaging en consolidering van de douanerechten voorzien, evenals het verbod op kwantitatieve in- en uitvoerbeperkingen en aanmeldingsplicht voor staatshandelsondernemingen. De overeenkomst behandelt anti-dumpingsrechten en regelt subsidies en vrijwaringsmaatregelen. De bepalingen met betrekking tot overleg en geschillenbeslechting zijn vastgelegd in de WTO-regels inzake geschillenbeslechting.

Daarnaast zijn een aantal criteria vastgelegd met betrekking tot vrijhandelszones en douane-unies alsmede verplichtingen die leden van dergelijke zones en unies moeten nakomen. In de in 1965 toegevoegde bepalingen zijn regels en speciale voordelen voor ontwikkelingslanden opgenomen.

Het protocol van Marrakech

Het aan de GATT van 1994 gehechte protocol van Marrakech is het juridische instrument waardoor in de GATT van 1994 lijsten van concessies en verbintenissen worden opgenomen inzake de goederen waarover tijdens de Uruguay-Ronde onderhandeld werd. Ook worden de authenticiteit en de voorwaarden voor uitvoering vastgesteld. Ieder WTO-lid stelt namelijk een lijst van concessies vast inzake goederen. Deze lijst maakt integraal deel uit van de GATT van 1994. In iedere lijst zijn alle concessies opgenomen die het betreffende lid tijdens de Uruguay-Ronde of tijdens eerdere onderhandelingen aangeboden heeft. Overeenkomstig artikel II van de GATT van 1994 moet ieder lid de andere leden op handelsgebied niet ongunstiger behandelen dan voorzien is in het betreffende deel van de betreffende lijst.

Industrieproducten

Wat industriële producten betreft, was het doel van de Uruguay-Ronde het verminderen van de tariefbeperkingen met tenminste een derde binnen vijf jaar en het vergroten van het aantal geconsolideerde douanerechten (waarbij de regeringen zich ertoe verplichten de rechten niet te verhogen). De door ieder lid goedgekeurde tariefverlagingen worden in vijf gelijke stappen uitgevoerd, te beginnen met 1 januari 1995, onder voorbehoud van tegengestelde vermeldingen in de lijsten met concessies.

Dankzij deze verbintenissen zijn de door de ontwikkelde landen op industriële producten geheven douanerechten, die uit alle delen van de wereld ingevoerd worden, met gemiddeld 40 % verminderd van 6,3 % naar 3,8 %.

Wat de Europese Gemeenschap betreft, geschiedt bijna 40 % van de invoer van industriële producten tegen nultarief. De door de EG toegepaste douanerechten op industriële producten behoren daarmee tot de laagste ter wereld en de meeste zullen tegen 2004 verdwenen zijn, overeenkomstig de door de Gemeenschap tijdens de Uruguay-Ronde vastgelegde verbintenissen.

Landbouwproducten

Conform de overeenkomst inzake landbouw, geldt voor de markttoegang voor landbouwproducten voortaan een regeling die uitsluitend gebaseerd is op douanerechten. Non-tarifaire maatregelen aan de grens worden vervangen door douanerechten, waardoor gelijke bescherming gegarandeerd is. De nieuwe douanerechten, die het gevolg zijn van het "tariferingsproces", alsmede de andere rechten die van toepassing zijn op landbouwproducten, zouden in de ontwikkelde landen binnen zes jaar met gemiddeld 36 % verminderd moeten worden en in de ontwikkelingslanden met 24 % binnen tien jaar. De minst ontwikkelde landen zijn niet verplicht deze verminderingen toe te passen.

De WTO-leden zijn verplicht hun uitgaven in verband met exportsubsidies en de omvang van de gesubsidieerde export van bepaalde producten te verminderen.Voor producten waarvoor geen verplichting geldt tot vermindering van de exportsubsidies, is in de overeenkomst inzake landbouw bepaald dat in de toekomst geen soortgelijke subsidie mag worden verstrekt.De ontwikkelde landen moeten gedurende een periode van zes jaar de omvang van de directe exportsubsidies met 36 % verminderen ten opzichte van de basisperiode 1986-1990 en de omvang van de gesubsidieerde export met 21 % verminderen in dezelfde periode. De ontwikkelingslanden moeten verminderingen toepassen ter grootte van tweederde van de verminderingen van de ontwikkelde landen, over een periode van tien jaar (geen vermindering voor de minst ontwikkelde landen).

Voor de binnenlandse steunmaatregelen voor landbouwers (prijsondersteuning) geldt een vermindering van de Totale Geaggregeerde Steun. De ontwikkelde landen moeten binnen zes jaar hun Totale Geaggregeerde Steun met 20 % verminderen (de periode 1986-1988 wordt als uitgangspunt voor de berekening van de vermindering gebruikt). De ontwikkelingslanden moeten hun Totale Geaggregeerde Steun met 13 % verminderen binnen tien jaar. Deze verbintenissen gelden niet voor maatregelen die geen of een klein handelsverstorend effect hebben (zogenaamde "groene" maatregelen, zoals onderzoek of landbouwkundige opleiding in het kader van overheidsprogramma's).

Dit pakket maatregelen is opgezet als een voortdurend proces waarmee beoogd wordt op lange termijn steun- en beschermingsmaatregelen op landbouwgebied geleidelijk en wezenlijk te verminderen.

Textiel en kleding

De Multivezelovereenkomst van 1973, die betrekking heeft op natuurlijke en synthetische vezels, alsmede hieraan verwante producten, plaatste de handel in textielproducten buiten de gemeenschappelijke regeling van de GATT. In deze overeenkomst werd namelijk een afwijkende regeling ingesteld door de legalisering van de bilaterale overeenkomsten inzake vrijwillige beperking, dat wil zeggen kwantitatieve beperkingen, die door de GATT verboden werden.

Het doel van de onderhandelingen van de Uruguay-Ronde was een soepele integratie te bewerkstelligen van de textiel- en kledingsector in het kader van de GATT van 1994. De overeenkomst inzake textiel en kleding voorziet dus in een geleidelijke ontbinding van de Multivezelovereenkomst voor 1 januari 2005. Hierbij gaat het om de geleidelijke opheffing van kwantitatieve beperkingen, met name in het kader van de Multivezelovereenkomst overeengekomen bilaterale contingenten. Integratie wil zeggen dat voor de handel in een geïntegreerd product de algemene regels van de GATT van 1994 gelden. Het integratieprogramma omvat vier fasen en alle producten moeten uiterlijk 1 januari 2005 geïntegreerd zijn. In de overeenkomst is eveneens bepaald dat alle beperkingen op het gebied van textiel en kleding die niet voortkomen uit de Multivezelovereenkomst aangemeld moeten worden en in overeenstemming moeten worden gebracht met de GATT binnen een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst inzake textiel en kleding of zij moeten geleidelijk worden afgeschaft binnen een termijn die de duur van deze overeenkomst niet overschrijdt.

Voor landen waarvan de plaatselijke industrie moeilijkheden ondervindt bij de aanpassing kunnen vrijwaringsmaatregelen genomen worden. Deze maatregelen mogen maximaal drie jaar duren en zullen streng gecontroleerd worden door het orgaan voor toezicht op textielproducten.

REGELS IN VERBAND MET NON-TARIFAIRE MAATREGELEN

Technische handelsbelemmeringen

Het doel van de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen is te garanderen dat technische voorschriften en normen, alsmede evaluatie- en conformiteitsprocedures, geen onnodige belemmeringen vormen voor de internationale handel. In deze overeenkomst is het recht van landen vastgelegd om dergelijke maatregelen te nemen op het moment waarop deze bijdragen aan de verwezenlijking van een legitiem doel, zoals bescherming van de gezondheid, veiligheid van personen of bescherming van het milieu. Technische voorschriften en normen mogen niet tot gevolg hebben dat er onderscheid gemaakt wordt tussen nationale producten en vergelijkbare geïmporteerde producten. Daarnaast moedigt de overeenkomst het gebruik van internationale normen aan, alsmede van harmonisatie en wederzijdse erkenning van technische voorschriften, evaluatie- en conformiteitsnormen en -procedures.

De overeenkomst bevat een praktische code voor de uitwerking, goedkeuring en toepassing van normen door instellingen van de centrale overheid, alsmede bepalingen met betrekking tot de uitwerking en toepassing van technische voorschriften voor plaatselijke publieke instellingen en niet-gouvernementele organisaties. In de overeenkomst is vastgelegd dat evaluatie- en conformiteitsprocedures geen discriminerend effect mogen hebben op geïmporteerde producten. In de overeenkomst is ook de oprichting van nationale informatiepunten voorzien, zodat inlichtingen over technische voorschriften, normen en evaluatie- en conformiteitsprocedures in iedere lidstaat gemakkelijker beschikbaar zijn.

Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

De overeenkomst inzake de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen geldt voor alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen die, direct of indirect, van invloed kunnen zijn op de internationale handel. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen zijn maatregelen die genomen worden om het leven van mensen, dieren of planten te beschermen tegen de risico's van additieven, contaminanten, toxines of pathogene organismen in levensmiddelen, of om een land te beschermen tegen schade als gevolg van het binnenbrengen, gevestigd raken of de verspreiding van plagen.

In de overeenkomst is vastgelegd dat de leden het recht hebben sanitaire en fytosanitaire maatregelen te nemen op basis van wetenschappelijke criteria, maar dat zij erop moeten toezien dat deze maatregelen geen discriminerend effect hebben ten opzichte van andere landen. Daarnaast mogen sanitaire en fytosanitaire maatregelen niet voor protectionistische doeleinden gebruikt worden. De leden worden aangemoedigd dergelijke maatregelen zoveel mogelijk vast te stellen op basis van internationale normen, richtlijnen of aanbevelingen. De toepassing van dergelijke normen kan betwist worden en er wordt een procedure voor geschillenbeslechting ingesteld.

DOUANE- EN HANDELSADMINISTRATIE

Vaststellen van de douanewaarde

Wanneer douanerechten op ad valorem basis geheven worden, is het van belang een duidelijke procedure vast te stellen om de douanewaarde van de ingevoerde goederen te bepalen. Als de vaststelling van de douanewaarde geschiedt volgens onbillijke regels, kan zij het effect hebben van een non-tarifaire protectiemaatregel en restrictiever zijn dan het douanerecht zelf.

In de overeenkomst inzake de douanewaarde is vastgelegd dat deze waarde in beginsel gebaseerd moet zijn op de transactiewaarde, dat wil zeggen de reële prijs van de goederen. In bijzondere gevallen waarin de transactiewaarde niet als uitgangspunt kan dienen voor de bepaling van de douanewaarde, voorziet de overeenkomst in vijf andere methoden voor de vaststelling van de douanewaarde, die in de vastgelegde hiërarchische volgorde toegepast moeten worden.

Inspectie vóór verzending

Om fraude te voorkomen en gebreken in de administratieve structuren te compenseren doen bepaalde ontwikkelingslanden een beroep op de diensten van particuliere ondernemingen om de kwaliteit, de kwantiteit, de prijs en/of de douaneclassificatie van ingevoerde goederen te controleren voordat zij geëxporteerd worden vanuit het leverende land. In de overeenkomst inzake inspectie voor verzending zijn de verplichtingen vermeld waaraan deze landen moeten voldoen; deze hebben voornamelijk betrekking op non-discriminatie, transparantie, de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie en prijscontrole.

Oorsprongsregels

De oorsprongsregels, zijnde de noodzakelijke regels om het land van herkomst van een product vast te stellen, mogen geen onnodige belemmeringen vormen voor de internationale handel. In de overeenkomst inzake de oorsprongsregels is vastgelegd hoe deze regels toegepast moeten worden. Hierbij gaat het om de regels die gebruikt worden in het kader van niet-preferentiële handelsbeleidsinstrumenten. Het belangrijkste doel van deze overeenkomst is de harmonisering van niet-preferentiële oorsprongsregels zodat alle WTO-leden ongeacht het doel dezelfde criteria toepassen.

In afwachting van deze harmonisering en tijdens een overgangsperiode moeten de WTO-leden erop toezien dat de voorwaarden voor de vaststelling van oorsprong duidelijk omschreven worden en dat de oorsprongsregels de internationale handel niet beperken, vervalsen of verstoren. De regels mogen geen onnodig strenge eisen stellen of voor de bepaling van het land van oorsprong voorwaarden stellen die geen verband houden met de vervaardiging of bewerking van producten.

Na de overgangsperiode, over drie jaar, moeten de leden geharmoniseerde oorsprongsregels vaststellen. Deze regels moeten overal op dezelfde manier worden toegepast en moeten objectief, begrijpelijk en voorspelbaar zijn. De commissie oorsprongsregels van de WTO en een technisch comité onder auspiciën van de Wereld Douane Organisatie zullen verantwoordelijk zijn voor deze harmonisering.

De tweede bijlage van de overeenkomst bevat een gemeenschappelijke verklaring over de preferentiële oorsprongsregels.

Procedures op het gebied van invoervergunningen

Invoervergunningen kunnen omschreven worden als administratieve procedures waarbij een verzoek of andere documenten moeten worden ingediend bij het bevoegde administratieorgaan voordat de invoer op het douanegebied van een invoerend land kan plaatsvinden. De belangrijkste doelstellingen van de overeenkomst inzake de procedures op het gebied van invoervergunningen zijn deze procedures te vereenvoudigen en de transparantie en voorspelbaarheid ervan te garanderen, zodat ze overal op juiste en billijke wijze toegepast en uitgevoerd worden.

MAATREGELEN TER BESCHERMING VAN DE HANDEL

Anti-dumpingsmaatregelen

Artikel VI van de GATT van 1994 staat leden toe anti-dumpingsmaatregelen toe te passen. Daarvoor moet echter aan drie voorwaarden voldaan zijn:

  • het product wordt bij uitvoer verkocht tegen een lagere prijs dan zijn normale waarde, dat wil zeggen een prijs die lager is dan de vergelijkbare prijs die voor een soortgelijk product gehanteerd wordt op de markt van het uitvoerende land;
  • de invoer met dumping moet ernstige schade berokkenen of dreigen te berokkenen aan de binnenlandse industrie van het invoerende land;
  • er moet een duidelijk causaal verband vastgesteld kunnen worden tussen de invoer met dumping en de ernstige schade aan de industrie.

De overeenkomst inzake anti-dumpingsmaatregelen is gebaseerd op het tijdens de Tokio-Ronde overeengekomen akkoord, maar omvat preciezere en duidelijkere regels wat betreft de methode voor het vaststellen van het bestaan van dumping en de onderzoeksprocedures. De overeenkomst zorgt voor meer transparantie doordat anti-dumpingsbesluiten onmiddellijk aangemeld moeten worden bij de door de overeenkomst ingestelde commissie anti-dumpingsbesluiten. De overeenkomst voorziet ook in een procedure voor geschillenbeslechting.

Subsidies en compenserende maatregelen

In tegenstelling tot de overeenkomst die voortkwam uit de Tokio-Ronde wordt in de nieuwe overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen de term "subsidie" gedefinieerd en wordt bepaald dat de regels alleen gelden voor specifieke subsidies. In de overeenkomst zijn de criteria vermeld op basis waarvan vastgesteld kan worden of een subsidie specifiek is voor een onderneming of een productiesector of een groep ondernemingen of productiesectoren. Volgens de overeenkomst bestaan er drie categorieën subsidies: verboden subsidies, subsidies waartegen acties kunnen worden ingesteld en subsidies waartegen geen acties kunnen worden ingesteld. Voor iedere categorie kunnen verschillende corrigerende maatregelen worden genomen.

De overeenkomst bevat ook bepalingen met betrekking tot het gebruik van compenserende maatregelen, dat wil zeggen door het invoerende land geheven rechten om het effect van de subsidie te compenseren. Het gaat hierbij om vergelijkbare regels als gelden in het geval van anti-dumpingsacties.

Vrijwaringsmaatregelen

De overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen stelt regels vast voor de toepassing van vrijwaringsmaatregelen zoals bedoeld in artikel XIX van de GATT van 1994. Dit artikel staat WTO-leden namelijk toe een niet-discriminerende vrijwaringsmaatregel te nemen om, wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, de invoer te beperken teneinde een binnenlandse productiesector te beschermen tegen ernstige schade of de dreiging daarvan, veroorzaakt door een vergroting van de invoer.

In de overeenkomst worden maatregelen verboden uit het zogenaamde "grijze gebied", zoals maatregelen voor vrijwillige beperking van de uitvoer of andere marktafspraken. De overeenkomst voorziet eveneens in de geleidelijke verdwijning van alle bestaande vrijwaringsmaatregelen. Daarnaast wordt nader bepaald welke procedures en regels gevolgd moeten worden bij het nemen van vrijwaringsmaatregelen.

ANDERE REGELS IN VERBAND MET GOEDEREN

Met de handel verband houdende investeringsmaatregelen

In de overeenkomst inzake met de handel verband houdende investeringsmaatregelen wordt erkend dat bepaalde investeringsmaatregelen de handel kunnen beperken of vervalsen. De WTO-leden verplichten zich ertoe geen met de handel verband houdende investeringsmaatregelen te nemen die in strijd zijn met het door de GATT ingestelde beginsel van nationale behandeling of met het verbod op kwantitatieve beperkingen. In de bijlage van de overeenkomst is een lijst van voorbeelden opgenomen van met de handel verband houdende investeringsmaatregelen die in strijd zijn met deze bepalingen (verplichting tot aankoop van een bepaalde hoeveelheid producten van binnenlandse oorsprong, …).

Al deze met de handel verband houdende investeringsmaatregelen moeten aangemeld en afgeschaft worden binnen twee jaar voor de ontwikkelingslanden en binnen zeven jaar voor de minst ontwikkelde landen. De commissie voor met de handel verband houdende investeringsmaatregelen zal hierop toezien.

Daarnaast hebben de leden besloten op een later tijdstip te bepalen of de overeenkomst dient te worden aangevuld met bepalingen betreffende het investeringsbeleid en het mededingingsbeleid.

Bepalingen met betrekking tot de betalingsbalans

De GATT van 1994 staat de WTO-leden toe handelsbeperkingen op te leggen met het oog op de betalingsbalans. In het memorandum van overeenstemming over de bepalingen met betrekking tot de betalingsbalans worden de bepalingen uit de GATT 1994 toegelicht en worden de procedures voor overleg en kennisgeving van de beperkende maatregelen versterkt. Hierin wordt de door de leden tijdens de Tokio-Ronde gedane belofte bekrachtigd om de voorkeur te geven aan op prijzen gebaseerde maatregelen, zoals aanvullende heffingen bij invoer of borgstelling bij invoer, boven kwantitatieve beperkingen voor betalingsbalansdoeleinden.

Staatshandelsondernemingen

In artikel XVII van de GATT van 1994 worden de regels vermeld voor de activiteiten van staatshandelsondernemingen (overheids- en niet-overheidsondernemingen) om ervoor te zorgen dat staten hun ondernemingen niet gebruiken als een mechanisme om hun basisverplichtingen in het kader van de GATT te omzeilen. Het memorandum van overeenstemming over de interpretatie van artikel XVII bevat een definitie van het begrip staatshandelsondernemingen en beoogt het toezicht op hun activiteiten te vergroten door middel van versterkte procedures voor kennisgeving en onderzoek.

Overheidsopdrachten

De overeenkomst inzake overheidsopdrachten is een van de vier multilaterale overeenkomsten uit bijlage vier van de overeenkomst van Marrakech (in december 1997 zijn twee overeenkomsten, inzake rundvlees en zuivelproducten, ontbonden; de vierde overeenkomst heeft betrekking op de handel in burgerluchtvaartuigen). Deze overeenkomsten zijn alleen van toepassing voor WTO-leden die deze expliciet aanvaard hebben. De Europese Gemeenschap maakt deel uit van het twintigtal WTO-leden die deze overeenkomsten ondertekend en goedgekeurd hebben.

Het doel van de overeenkomst inzake overheidsopdrachten, die de oude overeenkomst uit de Tokio-Ronde vervangt, is een zo groot mogelijk deel van de overheidsopdrachten open te stellen voor de internationale concurrentie, in een kader waarin transparantie en non-discriminatie van buitenlandse producten en leveranciers gegarandeerd zijn. De overeenkomst heeft betrekking op overheidsopdrachten van decentrale overheden (staten van een federatie, provincies, kantons, grote agglomeraties). De overeenkomst heeft zowel betrekking op goederen als op werken en diensten. Het door deze overeenkomst ingestelde juridisch kader weerspiegelt in grote lijnen de communautaire regels op het gebied van overheidsopdrachten.

In de overeenkomst zijn de regels vastgelegd voor overheidsopdrachten van meer dan een bepaald bedrag: 130.000 BTR (bijzondere trekkingsrechten, rekeneenheid van het IMF) voor de aankoop van goederen en diensten door eenheden van de centrale overheid, 200.000 BTR voor decentrale overheden, 400.000 BTR voor nutsbedrijven en 5.000.000 BTR voor bouwcontracten.

De overeenkomst heeft betrekking op vijf activiteitensectoren: havens, luchthavens, water, elektriciteit en stedelijk vervoer. De overeenkomst is gebaseerd op het beginsel van wederkerigheid: landen hoeven hun overheidsopdrachten in de aangegeven sectoren alleen open te stellen voor landen die de overeenkomst hebben ondertekend voor dezelfde sectoren.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Besluit 94/800/EG

1.1.1995-L 336 van 23.12.1994
Laatste wijziging: 10.04.2006

Zie ook

  • Website van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) – De WTO doorgronden: de overeenkomsten (EN) (ES) (FR)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven