RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Het voorzorgsbeginsel

Dankzij het voorzorgsbeginsel kan men snel optreden tegen een mogelijk gevaar voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, of ter bescherming van het milieu. Wanneer wetenschappelijke gegevens immers geen volledige risicobeoordeling mogelijk maken, kan men op basis van dit beginsel bijvoorbeeld de distributie van mogelijk gevaarlijke producten verhinderen of de producten zelfs uit de handel nemen.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie van 2 februari 2000 over het voorzorgsbeginsel [COM(2000) 1 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

Het voorzorgsbeginsel wordt vermeld in artikel 191 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (EU). Het beoogt een degelijke milieubescherming met dank aan de preventieve besluiten in geval van risico. In de praktijk echter is het toepassingsgebied van het beginsel veel ruimer en strekt het zich tevens uit tot het consumentenbeleid en het Europese beleid inzake voedingsmiddelen, de gezondheid van mensen, dieren en planten.

Voorliggende mededeling stelt aldus gemeenschappelijke richtsnoeren op betreffende de toepassing van het voorzorgsbeginsel.

De definitie van het voorzorgsbeginsel zal ook een positieve impact hebben op internationaal niveau teneinde een gepast milieubeschermings- en gezondheidsniveau te garanderen in de internationale onderhandelingen. Het beginsel werd immers in verschillende internationale verdragen erkend en komt met name voor in de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS) die is gesloten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

De factoren die tot toepassing van het voorzorgsbeginsel nopen

Volgens de Commissie mag het voorzorgsbeginsel worden toegepast wanneer een verschijnsel, een product of een procédé schadelijke gevolgen kan hebben, vastgesteld door middel van een objectieve, wetenschappelijke evaluatie, en indien deze evaluatie niet met voldoende zekerheid kan worden bepaald.

De toepassing van het beginsel past dus in het algemene kader van de risicoanalyse (die behalve de risico-evaluatie ook het risicobeheer en de risicomelding omvat), en meer in het bijzonder in het kader van het beheer van het risico waarop de besluitfase betrekking heeft.

De Commissie onderstreept dat het voorzorgsbeginsel slechts mag worden toegepast bij een vermoeden van potentieel risico en nooit een willekeurig besluit kan rechtvaardigen.

De toepassing van het voorzorgsbeginsel is dus alleen gerechtvaardigd wanneer aan de drie noodzakelijke voorwaarden is voldaan:

  • de bepaling van de potentieel schadelijke gevolgen;
  • de evaluatie van de beschikbare wetenschappelijke gegevens;
  • de mate van wetenschappelijke onzekerheid.

Voorzorgsmaatregelen

De autoriteiten belast met risicobeheer kunnen beslissen al dan niet op te treden in functie van het risiconiveau. Bij een hoog risico kunnen diverse categorieën maatregelen genomen worden. Het kan hier gaan om proportionele rechtshandelingen, financiering van een onderzoekprogramma, voorlichting van het publiek enz.

Gemeenschappelijke richtsnoeren

Aan de beslissing tot toepassing van het voorzorgsbeginsel moeten drie specifieke beginselen ten grondslag liggen:

  • een zo volledig mogelijke wetenschappelijke evaluatie en, indien mogelijk, de mate van wetenschappelijke onzekerheid;
  • een evaluatie van het risico en de potentiële gevolgen van niet-handelen;
  • de deelname van alle betrokken partijen aan de studie van de voorzorgsmaatregelen, zodra de resultaten van de wetenschappelijke evaluatie en/of risico-evaluatie beschikbaar zijn.

Naast deze specifieke beginselen blijven de algemene beginselen van risicobeheer van toepassing wanneer het voorzorgsbeginsel wordt toegepast. Dat zijn de volgende vijf beginselen:

  • de genomen maatregelen dienen in verhouding te staan tot het nagestreefde beschermingsniveau;
  • bij de toepassing van de maatregelen mag niet worden gediscrimineerd;
  • de maatregelen dienen te worden afgestemd op de maatregelen die reeds in soortgelijke situaties genomen zijn of van een soortgelijke aanpak gebruik maken;
  • de voordelen en de lasten van al dan niet handelen moeten worden bestudeerd;
  • de maatregelen moeten in het licht van de wetenschappelijke ontwikkeling opnieuw worden bekeken.

De bewijslast

In de meeste gevallen is het aan de Europese gebruiker of aan de consumentenverenigingen die hem vertegenwoordigen om het risico van een procédé of een product op de markt aan te tonen, met uitzondering van geneesmiddelen, pesticiden of levensmiddelenadditieven.

In het geval van maatregelen op grond van het voorzorgsbeginsel kan evenwel van de producent, de fabrikant of de importeur gevraagd worden de veiligheid aan te tonen. Deze mogelijkheid moet geval per geval bekeken worden. Ze kan niet uitgebreid worden naar een algemene maatregel voor alle producten en procédés op de markt.

Laatste wijziging: 12.04.2011

Zie ook

  • Voor nadere informatie over het voorzorgsbeginsel, zie de pagina van het directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming (EN)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven