RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen

De Europese Unie stelt voor bepaalde verontreinigingen maximumgehalten vast om de aanwezigheid van verontreinigingen in levensmiddelen terug te brengen tot het laagste niveau dat met goede productie- of landbouwmethoden redelijkerwijs haalbaar is. Doel is tot een betere bescherming van de volksgezondheid te komen, in het bijzonder voor kwetsbare bevolkingsgroepen zoals kinderen, mensen met allergieën, enz.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1881/2006 van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

In deze verordening worden de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen vastgesteld: nitraten, mycotoxinen * (aflatoxinen, ochratoxine A, patuline en Fusarium-toxinen), zware metalen (lood, cadmium en kwik), 3-monochloorpropaan-1,2-diol (3-MCPD), dioxinen en dioxineachtige pcb's, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en anorganisch tin.

Voedingsmiddelen die verontreinigingen bevatten die de maximumgehalten in de bijlage van de verordening overschrijden, mogen niet op de markt worden gebracht.

De maximumgehalten gelden voor het eetbare gedeelte van de levensmiddelen en zijn ook van toepassing op samengestelde, verwerkte, gedroogde en verdunde levensmiddelen, eventueel door een concentratie- of verdunningsfactor toe te passen of door rekening te houden met het relatieve aandeel van de ingrediënten in het samengestelde product.

Voorts zijn de maximumgehalten aan verontreinigingen in de verordening vastgesteld op een niveau dat zo laag als redelijkerwijs haalbaar is met goede productie- of goede landbouwpraktijken (ALARA, As Low As Reasonably Achievable).

VERONTREINIGINGEN

Nitraten

Deze komen vooral in groente (spinazie, sla) voor.

Bepaalde lidstaten mogen tijdelijk groen licht geven voor de verkoop van spinazie en sla waarvan het nitraatgehalte hoger is dan de maximumgehalten, mits de hoeveelheden met het oog op de volksgezondheid aanvaardbaar zijn. Deze overgangsperiode biedt de lidstaten in kwestie de gelegenheid de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de Europese normen zo snel mogelijk in acht worden genomen.

De maximumgehalten voor nitraten in groente worden vastgesteld afhankelijk van het jaargetijde.

De aanvaardbare dagelijkse inname is door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (SCF) vastgesteld op 3,65 mg/kg lichaamsgewicht.

Aflatoxinen

Dit zijn genotoxische kankerverwekkende stoffen die bij een hoge temperatuur en vochtigheid ontstaan.

Het is bekend dat door sortering of andere fysische behandelingen het aflatoxinegehalte van partijen aardnoten, noten, gedroogde vruchten, maïs en rijst kan worden verminderd.

In de verordening worden hogere gehalten aan aflatoxinen voor deze producten toegestaan op voorwaarde dat zij niet bestemd zijn voor rechtstreekse menselijke consumptie of om te worden gebruikt als ingrediënt in levensmiddelen.

Ochratoxine A (OTA)

Ochratoxine A (OTA) is een mycotoxine die door diverse schimmels (de soorten "penicillium" en "aspergillus") wordt geproduceerd. De stof kan kankerverwekkend zijn, giftig zijn voor de nieren en het immuunsysteem, misvormingen veroorzaken en het zenuwstelsel aantasten. De stof wordt tevens in verband gebracht met nieraandoeningen bij de mens.

Ochratoxine A komt overal ter wereld in natuurlijke vorm voor in planten zoals graan, koffiebonen, cacao en gedroogde vruchten.

In de verordening worden de maximumgehalten van genoemde stof vastgesteld voor granen en graanproducten, gedroogde druiven, gebrande koffie, wijn, druivensap, kruiden, zoethout en voedingsmiddelen voor kinderen.

De toelaatbare wekelijkse inname (TWI) van ochratoxine A bedraagt 120 ng/kg lichaamsgewicht.

Patuline

Patuline is een mycotoxine die door verschillende soorten schimmels wordt geproduceerd. De stof komt voor in vruchtensappen, met name in appelsap.

De voorlopige maximaal toegestane dagelijkse inname bedraagt 0,4 µg/kg lichaamsgewicht.

Fusarium-toxinen

Diverse Fusarium-schimmels produceren verscheidene mycotoxinen * van de klasse trichothecenen, zoals deoxynivalenol (DON), nivalenol (NIV) T-2- en HT-2-toxine en een aantal andere toxinen (zearalenon en fumonisinen). Fusarium-schimmels worden algemeen aangetroffen op graangewassen in de gematigde klimaatzones in Amerika, Europa en Azië. Verscheidene van de toxineproducerende Fusarium-schimmels kunnen, in verschillende mate, twee of meer van deze toxinen produceren.

Het CSF heeft 6 adviezen aangenomen waarin een toegestane dagelijkse inname (TDI) voor genoemde toxinen is vastgelegd. De TDI voor deoxynivalenol bedraagt 1 µg/kg lichaamsgewicht, de voorlopige TDI voor zearalenon 0,2 µg/kg lichaamsgewicht, de TDI voor fumonisinen 2 µg/kg lichaamsgewicht, de voorlopige TDI voor nivalenol 0,7 µg/kg lichaamsgewicht en de gecombineerde voorlopige TDI voor T-2 en HT-2 toxine 0,06 µg/kg lichaamsgewicht. Voor de trichothecenen is een groepsevaluatie gemaakt.

Op basis van de wetenschappelijke adviezen en de evaluatie van de inname via de voeding worden in de verordening maximumgehalten vastgesteld voor deoxynivalenol, zearalenon en fumonisinen.

Zoals aangegeven in de verordening kan de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine een probleem voor de volksgezondheid zijn. De Commissie zal dan ook een betrouwbare en gevoelige methode ontwikkelen waarmee deze toxinen kunnen worden opgespoord en onderzoek blijven verrichten naar de factoren die van invloed zijn op de aanwezigheid van deze stoffen in graan, met name in haver.

Lood

De inname van lood kan een ernstig gevaar voor de volksgezondheid opleveren, aangezien het tot een verminderde cognitieve ontwikkeling en slechtere intellectuele prestaties bij kinderen en tot een verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten bij volwassenen kan leiden.

Cadmium

Inname van cadmium is ook een risico voor de mens aangezien het een verstoorde nierfunctie, beschadiging van het skelet en aantasting van de voortplanting kan veroorzaken.

Kwik

Deze stof kan tot stoornissen in de ontwikkeling van de hersenen van kinderen leiden en bij hogere concentraties neurologische veranderingen bij volwassenen veroorzaken. Kwik verontreinigt met name vis en visserijproducten.

Methylkwik is de meest zorgwekkende chemische vorm van kwik.

3-Monochloorpropaan-1,2-diol (3-MCPD)

Deze kankerverwekkende stof wordt onder bepaalde omstandigheden bij de productie van levensmiddelen gevormd. In het bijzonder kan deze stof worden gevormd bij de behandeling van ruwe eiwitten met zoutzuur voor de productie van "gehydrolyseerd plantaardig eiwit".

Door aanpassingen in de productieprocessen is de afgelopen jaren een aanzienlijke verlaging van 3-MCPD in deze producten bereikt. De belangrijkste bronnen van 3-MCPD in de voeding zijn sojasaus en producten op basis van sojasaus.

De toegestane dagelijkse inname (TDI) bedraagt 2 µg/kg lichaamsgewicht.

Dioxinen en dioxineachtige polychloorbifenylen (pcb’s)

Dioxinen en dioxineachtige polychloorbifenylen (pcb’s) zijn chemische stoffen die het resultaat zijn van bepaalde natuurlijke (vulkanisme, bosbranden) of industriële processen (productie van pesticiden, metalen en verf, het bleken van papier, verbranding enz.).

Pcb’s zijn chemische stoffen die overal voorkomen, omdat zij in het verleden zijn gebruikt in bouwmaterialen, smeermiddelen, vochtwerende middelen en verf. Beide soorten stoffen kunnen ernstige gevolgen voor de gezondheid hebben, zoals kanker, immuniteitsziekten, neurologische aandoeningen, leverletsels en onvruchtbaarheid.

De toelaatbare wekelijkse inname bedraagt 14 pg toxiciteitsequivalent van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO-TEQ)/kg lichaamsgewicht.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)

Sommige polycyclische aromatische koolwaterstoffen zijn genotoxische carcinogenen. Tijdens het roken, verhitten of drogen van levensmiddelen kunnen hierin PAK's terechtkomen. Ook milieuvervuiling kan verontreiniging met PAK's veroorzaken, met name van vis en visserijproducten.

Ter bescherming van de volksgezondheid moeten er maximumgehalten worden vastgesteld voor benzo(a)pyreen in bepaalde levensmiddelen die vetten en oliën bevatten, en in levensmiddelen waarbij rook- en droogprocedés hoge verontreinigingsniveaus kunnen veroorzaken. Er zijn ook maximumgehalten nodig voor levensmiddelen die door de milieuvervuiling sterk verontreinigd kunnen zijn, met name voor vis en visserijproducten, bijvoorbeeld als gevolg van olielozingen door schepen.

Anorganisch tin

Dit soort tin kan worden aangetroffen in conservenblikken en drankblikjes. Het kan maagirritatie veroorzaken bij gevoelige bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld kinderen.

Voor voedingsmiddelen in blik, met uitzondering van drank, is een maximumgehalte van 200 mg/kg vastgesteld. Voor dranken in blik geldt een maximumgehalte van 100 mg/kg.

VERBOD INZAKE MENGEN

Levensmiddelen die voldoen aan de vastgestelde maximumgehalten, mogen niet worden gemengd met levensmiddelen die deze maximumgehalten overschrijden. Levensmiddelen die bestemd zijn om te worden gesorteerd of volgens een andere fysische methode te worden behandeld om het niveau van verontreiniging te verlagen, mogen niet worden gemengd met levensmiddelen die aan de maximumgehalten voldoen en bestemd zijn voor menselijke consumptie.

SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN INZAKE ETIKETTERING

Op het etiket van aardnoten, andere oliehoudende zaden, noten, gedroogde vruchten, rijst en maïs die op de markt worden gebracht als levensmiddelen die bestemd zijn om te worden gesorteerd of te worden onderworpen aan andere fysische behandelingen vóór menselijke consumptie, moet het volgende worden vermeld: "Product dat verplicht moet worden gesorteerd of waarop verplicht andere fysische behandelingen moeten worden toegepast om het niveau van verontreiniging met aflatoxinen te verlagen, voordat het wordt bestemd voor menselijke consumptie of voor gebruik als ingrediënt bij de vervaardiging van levensmiddelen".

Bovendien moet op het etiket van aardnoten, andere oliehoudende zaden en van oliehoudende zaden en granen afgeleide producten het beoogde gebruik en de identificatiecode van de partij worden vermeld. Bij gebrek aan een duidelijke vermelding dat het beoogde gebruik niet voor menselijke consumptie is, gelden de maximumgehalten die zijn vastgelegd in de verordening.

Voor vollegrondsla gelden de in de bijlage vastgestelde maximumgehalten.

OVERSCHRIJDING VAN DE MAXIMUMGEHALTEN

Aflatoxinen

Aardnoten, andere oliehoudende zaden, noten, gedroogde vruchten, rijst en maïs die de in de bijlage van de verordening vastgestelde maximumgehalten overschrijden mogen in de handel worden gebracht:

  • indien zij niet bestemd zijn voor menselijke consumptie; en
  • indien de maximumgehalten die van toepassing zijn op producten die bestemd zijn om te worden gesorteerd vóór menselijke consumptie, niet worden overschreden.

Nitraten

Een aantal landen heeft een uitzondering bekomen op de overschrijding van de maximale nitraatgehalten. Deze uitzonderingen hebben betrekking op de productie en de consumptie op het grondgebied van de betrokken lidstaat van producten als verse spinazie (België, Ierland en Verenigd Koninkrijk) en sla (Ierland en Verenigd Koninkrijk).

Dioxinen en dioxineachtige pcb's

Deze verordening voorziet voor Finland en Zweden in een uitzondering wat overschrijding van de maximumgehalten aan dioxinen en dioxineachtige pcb's betreft. Deze uitzondering loopt tot en met 31 december 2011 en geldt slechts voor de volgende producten die op het grondgebied van de betrokken landen worden geproduceerd en geconsumeerd: zalm, haring, rivierprik, forel, meerforel en kleine marene uit het Oostzeegebied.

CONTROLE EN TOEZICHT

De lidstaten controleren de nitraatgehalten in groenten, met name groene bladgroenten. Zij delen de resultaten daarvan uiterlijk op 30 juni van elk jaar aan de Commissie mee.

Voorts stellen zij de Commissie elk jaar in kennis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar de aanwezigheid van verontreinigingen in voedingsmiddelen.

AFZET VAN VOORRADEN

Op grond van de verordening mogen voorraden worden afgezet van voedingsmiddelen die de maximumgehalten aan verontreinigingen overschrijden en die vóór de inwerkingtreding van de maximumgehalten in de handel zijn gebracht.

MAXIMUMGEHALTEN VOOR KINDERVOEDING

In de verordening zijn de maximumgehalten voor voedingsmiddelen voor zuigelingen en peuters zo laag mogelijk vastgesteld ter bescherming van de gezondheid van deze kwetsbare bevolkingsgroep. Deze maximumgehalten zijn ook van toepassing op voedingsmiddelen voor zuigelingen en peuters die vallen onder Richtlijn 2006/125/EG en Richtlijn 2006/141/EG.

Maximumgehalten voor zuigelingen en peuters krachtens de verordening:

  • nitraten: 200 mg/kg;
  • aflatoxine B1: 0,10 µg/kg;
  • aflatoxine M1: 0,025 µg/kg;
  • ochratoxine A: 0,50 µg/kg en hetzelfde maximumgehalte voor dieetvoeding voor medisch gebruik die speciaal voor zuigelingen bestemd is;
  • patuline: 10 µg/kg;
  • deoxynivalenol: 200 µg/kg;
  • zearalenon: 20 µg/kg en hetzelfde maximumgehalte voor bewerkte voedingsmiddelen op basis van maïs voor zuigelingen en peuters;
  • fumonisinen: 200 µg/kg voor bewerkte voedingsmiddelen op basis van maïs voor zuigelingen en peuters;
  • lood: 0,02 mg/kg vers gewicht;
  • anorganisch tin: 50 mg/kg vers gewicht en hetzelfde gehalte voor zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en voor in blik verpakte dieetvoeding voor medisch gebruik die speciaal voor zuigelingen bestemd is (met uitzondering van gedroogde producten en producten in poedervorm);
  • benzo(a)pyreen: 1 µg/kg vers gewicht en hetzelfde maximumgehalte voor zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en voor dieetvoeding voor medisch gebruik die speciaal voor zuigelingen bestemd is.
Belangrijkste begrippen
  • Mycotoxinen: bepaalde soorten schimmels produceren gevaarlijke gifstoffen, met name de familie van mycotoxinen. De term mycotoxine is afgeleid van het Griekse "mycos", wat schimmel betekent, en "toxicum", het Latijnse woord voor gif. Hiermee worden giftige chemische stoffen aangeduid die door bepaalde schimmels worden geproduceerd en op bepaalde voedingsmiddelen voorkomen, met name granen.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtreding - vervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1881/2006

9.1.2007

Van toepassing vanaf 1.3.2007

L 364 van 20.12.2006

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtreding - vervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1126/2007

30.9.2007

-

L 255 van 29.9.2007

Verordening (EG) nr. 629/2008

23.7.2008

-

L 173 van 3.7.2008

Verordening (EU) nr. 165/2010

9.3.2010

-

L 50 van 27.2.2010

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 1881/2006 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

BEMONSTERINGSMETHODEN EN ANALYSEMETHODEN

Verordening (EG) nr. 333/2007 (officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen) [Publicatieblad L 88 van 29.3.2007].

Verordening (EG) nr. 1883/2006 (vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle op het gehalte aan dioxinen en dioxineachtige pcb's in bepaalde levensmiddelen) [Publicatieblad L 364 van 20.12.2006].

Verordening (EG) nr. 1882/2006 (vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle op het nitraatgehalte in bepaalde levensmiddelen) [Publicatieblad L 364 van 20.12.2006].

Verordening (EG) nr. 401/2006 (vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op het mycotoxinegehalte in levensmiddelen) [Publicatieblad L 70 van 9.3.2006].
Gewijzigd bij:
Verordening (EU) nr. 178/2010 [Publicatieblad L 52 van 3.3.2010].

INVOER

Verordening (EG) nr. 1152/2009 van de Commissie van 27 november 2009 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van bepaalde levensmiddelen uit bepaalde derde landen in verband met het risico van verontreiniging met aflatoxinen en tot intrekking van Beschikking 2006/504/EG [Publicatieblad L 313 van 28.11.2009].

Laatste wijziging: 25.06.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven