Verontreinigingen in menselijke voeding
Verontreinigingen zijn stoffen die niet opzettelijk aan levensmiddelen zijn toegevoegd. Zij kunnen in levensmiddelen voorkomen als residu van de productie, de verpakking, het transport of de opslag, of ten gevolge van verontreiniging door het milieu. Om de negatieve gevolgen van verontreinigingen in levensmiddelen te beperken en eventuele risico’s voor de menselijke gezondheid te voorkomen, neemt de Europese Unie (EU) maatregelen om de aanwezigheid ervan in levensmiddelen tot een minimum te beperken.
BESLUIT
Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen [Zie wijzigingsbesluit(en)].
SAMENVATTING
Het op de markt brengen van levensmiddelen met een onaanvaardbaar hoog niveau reststoffen is verboden bij Verordening (EEG) nr. 315/93. Deze stoffen, ook wel verontreinigingen genoemd, zijn in de levensmiddelen achtergebleven na de behandelingen die deze sinds de productie hebben ondergaan of zijn afkomstig uit het milieu. Zij kunnen een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Daarom stelt de Europese Unie regels vast om het gehalte aan verontreinigingen aan banden te leggen en tot toxicologisch aanvaardbare niveaus te beperken.
De verordening is niet van toepassing op verontreinigingen waarvoor meer specifieke regelingen bestaan, noch op vreemde stoffen, zoals bijvoorbeeld resten van insecten en haren van dieren.
Lidstaten die vermoeden dat de aanwezigheid van een verontreiniging een gevaar voor de volksgezondheid vormt, kunnen maatregelen nemen die verder gaan dan deze verordening. Zij melden deze maatregelen in voorkomend geval meteen aan de andere lidstaten en aan de Commissie, onder vermelding van de redenen die tot de maatregelen hebben geleid. De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk de door lidstaten opgegeven redenen en neemt passende maatregelen na raadpleging van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Dit comité helpt de Commissie in alle aangelegenheden die betrekking hebben op verontreinigingen, bijvoorbeeld wanneer maximale toelaatbare toleranties moeten worden bepaald.
De lidstaten mogen niet verhinderen dat levensmiddelen die aan deze verordening voldoen, in de handel worden gebracht.
REFERENTIES
| Besluit | Datum van inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
| Verordening (EEG) nr. 315/93 |
1.3.1993 |
- |
L 37 van 13.2.1993 |
| Wijzigingsbesluit(en) | Datum van inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
| Verordening (EG) nr. 1882/2003 |
20.11.2003 |
- |
L 284 van 31.10.2003 |
| Verordening (EG) nr. 596/2009 |
7.8.2009 |
- |
L 188 van 18.7.2009 |
De opeenvolgende wijzingen en rectificaties van Verordening (EEG) nr. 315/93 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie
heeft slechts informatieve waarde.
GERELATEERDE BESLUITEN
Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen [Publicatieblad L 364 van 20.12.2006].
In deze verordening zijn voor een aantal levensmiddelen de maximaal toelaatbare gehalten aan nitraten, mycotoxinen, metalen, dioxinen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, enz. vastgesteld.
Zie geconsolideerde versie



