RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De bescherming van dieren bij het doden

Deze verordening heeft tot doel dieren beter te beschermen bij het slachten of doden door de vaststelling van standaardwerkwijzen, opleiding van het personeel, het gebruik van nieuwe apparatuur, enz. Bovendien moet deze verordening op de interne markt gelijke mededingingsomstandigheden voor alle exploitanten waarborgen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden.

SAMENVATTING

Deze verordening strekt tot vaststelling van regels voor het doden van dieren die worden gehouden voor de productie van levensmiddelen, wol, huiden, pelzen of andere producten. Zij bevat ook regels met betrekking tot het doden van dieren in noodsituaties en ter bestrijding van besmettelijke dierziekten.

De in deze verordening vastgestelde regels zijn niet van toepassing op dieren die gedood worden in het kader van wetenschappelijke experimenten, de jacht, culturele of sportieve evenementen of door een dierenarts gepleegde euthanasie, noch op gevogelte en konijnen die voor eigen consumptie worden gedood.

Inachtneming van het dierenwelzijn

Deze verordening voorziet in standaardwerkwijzen * met het oog op het welzijn van dieren bij het slachten. Alle exploitanten * dienen deze werkwijzen vast te stellen en toe te passen om voor de slachting bestemde dieren zoveel mogelijk pijn, angst en lijden te besparen.

In deze context dienen exploitanten de efficiëntie van hun bedwelmingsmethoden * te evalueren aan de hand van indicatoren die op de dieren zijn gebaseerd. Met regelmatige controles kan worden verzekerd dat de bedwelmde dieren niet meer bij bewustzijn komen vóór het slachten.

De fabrikanten van bedwelmingsapparatuur moeten hun apparatuur op de markt brengen met een gebruiksaanwijzing waarin met name wordt aangegeven voor welk soort dieren zij geschikt is en hoe zij optimaal kan worden gebruikt. De gebruikers dienen de aanbevelingen van de fabrikanten in acht te nemen.

Bovendien stellen de exploitanten in elk slachthuis een functionaris voor het dierenwelzijn aan. Deze functionaris ziet toe op de naleving van de bepalingen van de onderhavige verordening. Kleine slachthuizen zijn vrijgesteld van deze verplichting.

Bijscholing van het personeel

Slachthuismedewerkers die zich bezighouden met de levende dieren, moeten in het bezit zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid dat waarborgt dat zij over voldoende kennis inzake dierenwelzijn beschikken. Het wordt afgeleverd na een onafhankelijk examen dat wordt afgenomen door een erkende instantie.

Op grond van deze verordening dienen de lidstaten tevens te voorzien in een regeling voor wetenschappelijke ondersteuning. Deze ondersteuning omvat technische ondersteuning van inspecteurs van slachthuizen en de wetenschappelijke evaluatie van nieuwe bedwelmingsapparatuur en nieuwe slachthuizen alsook adviezen over het vermogen en de geschiktheid van de instanties die de getuigschriften van vakbekwaamheid inzake dierenwelzijn afleveren.

Ruiming

In de door de communautaire regelgeving inzake diergezondheid opgelegde rampenplannen (bestrijding van besmettelijke ziekten) dienen de voorgenomen slachtmethoden te worden opgenomen om ervoor te zorgen dat het dierenwelzijn afdoende in aanmerking wordt genomen. Wanneer de naleving van deze verordening gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid of de uitroeiing van de ziekte kan vertragen, kunnen afwijkingen van de bepalingen worden toegestaan. Deze verordening verbetert bovendien het toezicht op en de planning en de transparantie van de dodingsmaatregelen die in geval van ruiming worden genomen.

Technische voorschriften

Een lijst van bedwelmingsmethoden wordt als bijlage bij de verordening gevoegd. Voor elke methode worden gebruiksvoorschriften vastgesteld en wordt bepaald in welke situaties zij mogen worden toegepast. Deze methoden dienen gelijke tred te houden met de wetenschappelijke vooruitgang en moeten sociaaleconomische vraagstukken in aanmerking nemen. Bovendien kunnen technische veranderingen gevolgen hebben voor de bouw, indeling en uitrusting van slachthuizen.

Context

Deze verordening is in overeenstemming met het communautaire actieplan ter bevordering van de bescherming en het welzijn van dieren, in het kader waarvan het begrip “indicatoren voor het dierenwelzijn” werd geïntroduceerd.

Deze verordening vervangt richtlijn 93/119/EG inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden, die nooit is gewijzigd ondanks de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

Belangrijkste begrippen
  • Standaardwerkwijzen: een reeks schriftelijke instructies om uniformiteit te bewerkstelligen bij het uitvoeren van een specifieke functie of norm.
  • Exploitant: elke natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor een onderneming die activiteiten verricht waarop deze verordening van toepassing is.
  • Bedwelmen: iedere bewust gebruikte methode die een dier pijnloos in een staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid brengt, met inbegrip van methoden die onmiddellijk de dood tot gevolg hebben.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1099/2009

8.12.2009

-

L 303 van 18.11.2009

Laatste wijziging: 16.06.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven