RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Bescherming van landbouwhuisdieren

De Europese Unie (EU) stelt algemene regels vast betreffende de bescherming van alle soorten landbouwhuisdieren. Deze regels gelden voor alle dieren die voor de productie van voedsel, wol, huid of pels dan wel voor andere landbouwdoeleinden worden gefokt, met inbegrip van vissen, reptielen en amfibieën.

BESLUIT

Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Alle lidstaten hebben het Europees Verdrag inzake de bescherming van landbouwhuisdieren (EN) (FR) geratificeerd, dat betrekking heeft op de huisvesting, voedering en verzorging, die op de behoeften van de dieren moeten zijn toegesneden.

De lidstaten moeten de vereisten inzake dierenwelzijn in acht nemen bij de opstelling en de tenuitvoerlegging van de Europese wetgeving, met name op de diverse deelgebieden van het landbouwbeleid.

De dieren

Deze richtlijn is van toepassing op alle dieren (met inbegrip van vissen, reptielen en amfibieën) die worden gefokt of gehouden voor de productie van voedsel, wol, huid of pels dan wel voor andere landbouwdoeleinden. Zij is niet van toepassing op:

  • wilde dieren;
  • dieren die bestemd zijn voor sportwedstrijden of culturele activiteiten (tentoonstellingen);
  • proef- en laboratoriumdieren;
  • ongewervelde dieren.

Voorschriften voor het fokken van landbouwhuisdieren

De lidstaten zorgen ervoor dat de eigenaar of houder alle passende maatregelen treft om het welzijn van zijn dieren te garanderen en om te garanderen dat die dieren niet onnodig aan pijn of leed worden blootgesteld en dat hen geen onnodig letsel wordt toegebracht. Op basis van de ervaring en de wetenschappelijke kennis over omstandigheden waaronder dieren worden gehouden, kunnen de volgende punten als belangrijk worden aangemerkt:

  • personeel: de dieren worden verzorgd door voldoende personeel dat over de nodige vaardigheden, kennis en vakbekwaamheid beschikt;
  • controle: alle dieren die in veehouderijsystemen worden gehouden, moeten ten minste eenmaal per dag worden gecontroleerd. Gewonde of zieke dieren moeten onverwijld worden verzorgd en, zo nodig, worden afgezonderd in een passend onderkomen;
  • bijhouden van registers: de eigenaar of houder van de dieren moet een register bijhouden van alle verstrekte medische zorgen. Het register moet ten minste drie jaar worden bewaard;
  • bewegingsvrijheid: zelfs wanneer een dier is aangebonden, vastgeketend of geïmmobiliseerd, moet het voldoende ruimte worden gelaten om zich zonder onnodige pijn of onnodig letsel te kunnen verplaatsen;
  • gebouwen en behuizing: de materialen die worden gebruikt voor dergelijke gebouwen moeten gereinigd en ontsmet kunnen worden. De luchtcirculatie, het stofgehalte van de lucht, de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid moeten binnen acceptabele grenzen worden gehouden. In gebouwen gehouden dieren mogen niet voortdurend in het duister worden gehouden, noch ononderbroken in kunstlicht verblijven;
  • automatische of mechanische apparatuur: automatische of mechanische apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van de dieren moet ten minste eenmaal per dag worden gecontroleerd. Een eventueel toegepast kunstmatig ventilatiesysteem moet voorzien zijn van een passend noodsysteem waarmee voldoende verse lucht kan worden aangevoerd;
  • voeder, water en andere stoffen: de dieren moeten met regelmatige tussenpozen een toereikende hoeveelheid gezond en geschikt voeder krijgen. Alle andere stoffen zijn verboden, behalve stoffen voor therapeutische of profylactische doeleinden, dan wel zoötechnische behandeling. Voeder- en drinkinstallaties moeten bovendien het gevaar voor verontreiniging beperken;
  • verminkingen: op dit gebied gelden de nationale voorschriften;
  • fokmethoden: er mogen geen fokmethoden worden toegepast die de dieren pijn of letsel toebrengen of kunnen toebrengen, behalve wanneer het effect minimaal en tijdelijk is of uitdrukkelijk volgens de nationale voorschriften is toegestaan. Dieren mogen enkel worden gehouden indien hun gezondheid en welzijn daardoor niet worden geschaad.

Controles

De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde nationale autoriteit controleert of de bepalingen worden nageleefd. Zij leggen de Commissie een rapport betreffende de controles voor; deze formuleert op basis van deze documenten voorstellen over de harmonisatie van de inspecties.

Evaluatie en uitvoering

Elke vijf jaar legt de Commissie aan de Raad een verslag voor over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, waarin eventueel voorstellen voor verbetering zijn opgenomen. De Raad neemt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over dat verslag.

De lidstaten leggen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ten uitvoer, waaronder eventuele sancties, die nodig zijn om uiterlijk op 31 december 1999 aan deze richtlijn te voldoen. Zij mogen strengere bepalingen handhaven of toepassen.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Richtlijn 98/58/EG

8.8.1998

31.12.1999

PB L 221 van 8.8.1998

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 806/2003

5.6.2003

-

PB L 122 van 16.5.2003

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Richtlijn 98/58/EG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie van 19 december 2006 over de ervaringen met de toepassing van Richtlijn 98/58/EG inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren [COM(2006) 838 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
In dit verslag acht de Commissie het noodzakelijk dat de lidstaten de planning en de uitvoering van de inspecties, de registratie en de transparantie van de resultaten van deze inspecties verbeteren. Verder onderstreept de Commissie dat het nodig is dat de betrokken autoriteiten beter worden opgeleid, het kennisgevingssysteem wordt verbeterd en de procedures worden vereenvoudigd om een buitensporige bureaucratie te vermijden.

Beschikking 2006/778/EG van de Commissie van 14 november 2006 betreffende de minimumeisen voor het verzamelen van informatie bij de inspecties van productieplaatsen waar bepaalde dieren voor landbouwdoeleinden worden gehouden [Publicatieblad L 314 van 15.11.2006].

Beschikking 2000/50/EG van de Commissie van 17 december 1999 houdende vaststelling van minimumvereisten voor de controle van bedrijven waar dieren worden gehouden voor landbouwdoeleinden [Publicatieblad L 19 van 25.1.2000].

Laatste wijziging: 19.09.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven