RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Bescherming van legkippen

De Europese Unie (EU) stelt minimumnormen vast voor de bescherming van legkippen in houderijsystemen om deze dieren beter te beschermen en om distorsie van de concurrentie tussen de producenten van verschillende lidstaten te voorkomen.

BESLUIT

Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Bij deze richtlijn worden minimumnormen vastgesteld voor de bescherming van legkippen. Zij is niet van toepassing op kippenhouderijen met minder dan 350 legkippen, noch op kippenhouderijen voor het fokken van legkippen.

Kippenhouderijen moeten de toepasselijke voorschriften naleven van Richtlijn 98/58/EG inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren alsook die welke zijn vastgesteld in de bijlage bij deze richtlijn.

Alternatieve systemen

Vanaf 1 januari 2002 moeten alle (nieuw gebouwde, verbouwde of voor het eerst in gebruik genomen) houderijvoorzieningen en alternatieve systemen aan de volgende eisen voldoen:

  • de houderijvoorzieningen beschikken over:
    1. langwerpige voederbakken (ten minste 10 cm lengte per kip) of ronde voederbakken (ten minste 4 cm lengte per kip),
    2. continu werkende drinkgoten (ten minste 2,5 cm lengte per kip) of ronde drinkbakjes (ten minste 1 cm lengte per kip),
    3. ten minste één nest per zeven legkippen,
    4. geschikte zitstokken (ten minste 15 cm zitruimte per kip), en
    5. ten minste 250 cm² bedekt met strooisel per kip; de bodem van de voorzieningen kan alle naar voren gerichte nagels van beide poten behoorlijk steunen;
  • voor houderijvoorzieningen waarbij de legkippen zich vrij kunnen verplaatsen en/of toegang hebben tot ruimten buiten gelden specifieke bepalingen;
  • de bezetting bedraagt niet meer dan negen legkippen per m² bruikbare oppervlakte (indien de bruikbare oppervlakte echter gelijk is aan het beschikbare vloeroppervlak, is tot en met 31 december 2011 een bezetting van twaalf kippen per m² beschikbare oppervlakte toegestaan voor houderijen die dit systeem op 3 augustus 1999 toepasten).

De lidstaten zien erop toe dat deze eisen vanaf 1 januari 2007 van toepassing zijn.

Het houden van kippen in niet-aangepaste kooien

Vanaf 1 januari 2003 moeten alle niet-aangepaste kooien ten minste aan de volgende eisen voldoen:

  • elke kip beschikt over een kooioppervlakte van ten minste 550 cm²;
  • er is een vrij beschikbare voederbak aanwezig (met een lengte van ten minste 10 cm vermenigvuldigd met het aantal kippen);
  • elke kooi is voorzien van een passend watervoorzieningssysteem;
  • de kooien zijn over 65 % van de kooioppervlakte ten minste 40 cm hoog en zijn nergens lager dan 35 cm;
  • de bodem van de kooien kan alle naar voren gerichte nagels van beide poten steunen. Indien de bodem afhelt, bedraagt de helling niet meer dan 14 % of 8 graden, tenzij deze uit ander materiaal dan rechthoekig draadgaas bestaat;
  • de kooien zijn uitgerust met passende voorzieningen om het doorgroeien van de nagels tegen te gaan.

Het bouwen of voor het eerst in gebruik nemen van niet aangepaste kooien is sinds 1 januari 2003 verboden. Het houden van kippen in dit soort kooien wordt met ingang van 1 januari 2012 verboden.

Het houden van kippen in aangepaste kooien

Vanaf 1 januari 2002 moeten alle aangepaste kooien ten minste aan de volgende eisen voldoen:

  • elke kip beschikt over:
    1. een kooioppervlakte van ten minste 750 cm²,
    2. een nest,
    3. een met strooisel bedekte ruimte waar de kippen kunnen scharrelen en bodempikken,
    4. een geschikte zitstok met een lengte van ten minste 15 cm;
  • er is een vrij beschikbare voederbak aanwezig, met een lengte van ten minste 12 cm vermenigvuldigd met het aantal kippen in de kooi;
  • elke kooi is voorzien van een passend watervoorzieningssysteem;
  • de rijen kooien zijn van elkaar gescheiden door gangen van ten minste 90 cm breed en de onderste kooien zijn ten minste 35 cm boven de vloer van het gebouw geplaatst;
  • de kooien zijn uitgerust met passende voorzieningen om het doorgroeien van de nagels tegen te gaan.

Slotbepalingen

De onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallende houderijen worden door de bevoegde autoriteit geregistreerd met behulp van een afzonderlijk nummer, aan de hand waarvan de voor menselijke consumptie in de handel gebrachte eieren kunnen worden getraceerd.

De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit inspecties uitvoert om te verzekeren dat deze richtlijn wordt nageleefd. De lidstaten dienen bij de Commissie een verslag in over deze inspecties, welke vervolgens het Permanent Veterinair Comité van de inhoud van de verslagen op de hoogte brengt.

Veterinaire deskundigen van de Commissie kunnen, voor zover dat voor de uniforme toepassing van deze richtlijn nodig is, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten controles ter plaatse uitvoeren. Het resultaat van de controles wordt met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat besproken. Deze neemt de maatregelen die op grond van de verkregen resultaten nodig zouden blijken.

Uiterlijk op 1 januari 2005 legt de Commissie, op grond van een advies van het Wetenschappelijk Veterinair Comité, aan de Raad een verslag voor over de verschillende houderijsystemen voor legkippen. In dit verslag wordt aandacht besteed aan de eisen inzake het welzijn van kippen alsmede aan de sociaaleconomische gevolgen van de diverse systemen. Het verslag gaat bovendien vergezeld van passende voorstellen waarin rekening is gehouden met de conclusies van dat verslag en met de resultaten van de WTO-onderhandelingen. De Raad spreekt zich uiterlijk twaalf maanden nadat zij zijn ingediend over die voorstellen uit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

De lidstaten zorgen dat de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, met inbegrip van eventuele sancties, in werking treden om uiterlijk op 1 januari 2002 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis. De lidstaten kunnen op hun grondgebied bepalingen handhaven of toepassen die strenger zijn dan de bepalingen van deze richtlijn.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Richtlijn 1999/74/EG

3.8.1999

1.1.2002

L 203, 3.8.1999

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 806/2003

5.6.2003

-

L 122, 16.5.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Richtlijn 2002/4/EG van de Commissie van 30 januari 2002 met betrekking tot de registratie van onder Richtlijn 1999/74/EG van de Raad vallende inrichtingen waar legkippen worden gehouden [Publicatieblad L 30 van 31.1.2002].
De lidstaten stellen een regeling vast voor de registratie van elke productieplaats die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 1999/74/EG valt. De vereiste gegevens voor de registratie van de inrichtingen betreffen met name de verantwoordelijke personen, de eigenaar van de inrichting en het registratienummer. De inrichtingen waren uiterlijk op 31 mei 2003 geregistreerd. Sinds 1 juni 2003 kunnen niet geregistreerde inrichtingen niet meer worden gebruikt of in gebruik worden genomen.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 8 januari 2007 over de verschillende houderijsystemen voor legkippen, en in het bijzonder over de in richtlijn 1999/47/EG bedoelde systemen [COM(2007) 865 definitief - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Laatste wijziging: 05.05.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven