RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Welzijn van dieren tijdens het vervoer

De Europese Unie (EU) werkt aan een volledige herschikking van de voorschriften inzake het welzijn van dieren tijdens het vervoer. In deze nieuwe regelgeving worden alle direct of indirect bij het dierentransport betrokken personen met hun respectieve verantwoordelijkheden aangeduid, worden de toezichtsmaatregelen verscherpt en worden strengere voorschriften vastgesteld voor lange transporten en de gebruikte voertuigen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97.

SAMENVATTING

Deze verordening is van toepassing op het vervoer van levende gewervelde dieren binnen de Europese Unie (EU) voorzover dit verband houdt met een economische bedrijvigheid, en heeft ten doel ervoor te zorgen dat de dieren geen letsel oplopen of onnodig lijden, en dat tijdens het transport in de behoeften van de dieren wordt voorzien.

Zij betekent een aanscherping van de wetgeving inzake het welzijn van dieren tijdens het vervoer in zoverre alle direct of indirect bij het dierentransport betrokken personen met hun respectieve verantwoordelijkheden worden aangeduid, en verscherpte vergunnings- en controlemaatregelen en strengere voorschriften voor het vervoer worden ingevoerd.

De direct of indirect bij het vervoer betrokken personen en hun verantwoordelijkheden

De verordening breidt de verantwoordelijkheden voor het dierenwelzijn uit tot alle personen die bij het vervoer betrokken zijn, de activiteiten voor en na het transport daarbij inbegrepen. Al deze personen moeten tijdens de activiteiten waarvoor zij verantwoordelijk zijn, toezien op de naleving van de wetgeving.

Dat geldt voor de vervoerders (waarop de vorige wetgeving al van toepassing was), en nu dus ook voor de organisatoren van het vervoer, de bestuurders en de "houders van vervoerde dieren" (personeel van de verzamelcentra, markten en slachthuizen, en de veehouders).

Alle betrokkenen en hun personeel moeten een passende opleiding ontvangen. Met name de bestuurders en verzorgers moeten in het bezit zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid, afgegeven door een door de bevoegde autoriteiten erkende instantie, nadat zij met goed gevolg een volledige opleiding op het gebied van het welzijn van dieren tijdens het vervoer doorlopen hebben en geslaagd zijn voor een examen.

Vergunningen en controles

Voor alle transporten over meer dan 65 kilometer moeten de vervoerders in het bezit zijn van een vergunning, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij gevestigd of vertegenwoordigd zijn. Om in het bezit van deze vergunning te komen, moet de aanvrager onder meer aantonen dat hij over voldoende geschikte medewerkers, uitrusting en werkmethoden beschikt.

Voor lange transporten (meer dan 8 uur) moet de aanvrager tevens overleggen:

  • specifieke documenten: getuigschriften van vakbekwaamheid voor bestuurders en verzorgers, certificaten van goedkeuring van de te gebruiken vervoermiddelen, informatie over de procedures aan de hand waarvan de bewegingen van de voertuigen kunnen worden nagegaan en geregistreerd, plannen voor noodgevallen;
  • het bewijs dat zij gebruik maken van een satellietnavigatiesysteem, en wel met ingang van 1 januari 2007 voor nieuwe voertuigen en met ingang van 1 januari 2009 voor oude voertuigen.

Deze vergunningen zijn vijf jaar geldig. Zij worden opgesteld volgens een geharmoniseerd Europees model en in een voor alle lidstaten toegankelijke elektronische gegevensbank geregistreerd.

In geval van lange transporten door meer dan een lidstaat moeten de vervoerders bovendien in het bezit zijn van een journaal, dat volgens een geharmoniseerd model door de organisator van het vervoer is opgesteld en dat een aantal gegevens over het transport bevat (identificatie van de dieren en personen die er verantwoordelijk voor zijn, plaats van vertrek en bestemming, tijdens het vervoer verrichte controles, enz.).

Door de bevoegde autoriteiten moeten op de belangrijkste momenten van het transport controles worden georganiseerd, met name op de plaatsen van uitgang en de grensinspectieposten. Verder kunnen in elk stadium van het transport steekproeven of gerichte controles worden verricht.

Daarbij moet de bevoegde autoriteit de geldigheid van de vergunningen, de certificaten van goedkeuring en getuigschriften van vakbekwaamheid, en de gegevens in het journaal controleren. De officiële dierenartsen moeten controleren of de conditie van de dieren goed genoeg is om hun reis voort te zetten. Bij vervoer over zee moeten ook de staat en conformiteit van het schip worden gecontroleerd.

Technische voorschriften voor het vervoer van dieren

De verordening stelt strengere eisen aan transporten van meer dan acht uur. Deze voorschriften betreffen zowel de voertuigen als de dieren.

Zo stelt de verordening een betere uitrusting van de vervoermiddelen verplicht, waaronder een temperatuurregeling (mechanische ventilatie, temperatuurregistratie, alarmsysteem in de bestuurderscabine), permanente drinkwatervoorziening, verbetering van de vervoersomstandigheden aan boord van veeschepen (ventilatie, drinkwatervoorziening, goedkeuringssysteem, enz.).

Bepaalde dieren mogen niet worden vervoerd. Dit verbod geldt voor zeer jonge dieren (kalveren van minder dan tien dagen, varkens van minder dan drie weken en lammeren van minder dan een week), tenzij zij over minder dan 100 km worden vervoerd. De verordening verbiedt ook het vervoer van dieren in het laatste stadium van de dracht en dieren die in de week ervoor geworpen hebben.

Voorts zijn de condities voor lange transporten van paarden verbeterd, onder meer door het stelselmatig gebruik van individuele standen verplicht te stellen.

De bepalingen betreffende de transporttijden en de beschikbare ruimte voor de dieren blijven ten opzichte van de oude regelgeving ongewijzigd. Zo voorziet de verordening in verschillende transporttijden al naargelang van de diersoort: niet-gespeende, d.w.z. nog zogende, dieren (9 uur, 1 uur drenkpauze, 9 uur), varkens (24 uur mits zij permanent toegang hebben tot water), paarden (24 uur met om de 8 uur een drenkpauze), runderen, schapen en geiten (14 uur, 1 uur drenkpauze, 14 uur). Dit schema mag herhaald worden indien de dieren op een erkende halteplaats uitgeladen, gevoederd en gedrenkt worden en gedurende ten minste 24 uur kunnen rusten.

Achtergrond

Voor een herziening van de maximale transporttijden en de beladingsdichtheid (twee onderwerpen die ten opzichte van de vorige wetgeving ongewijzigd zijn gebleven) zal uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van de verordening een nieuw voorstel worden ingediend, rekening houdend met de toepassing van de nieuwe voorschriften door de lidstaten.

Richtlijn 91/628/EEG wordt met ingang van 5 januari 2007 bij deze verordening ingetrokken.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1/2005

25.1.2005
van toepassing m.i.v. 5.1.2007
(behalve artikel 6, lid 5: 5.1.2008)

-

L 3 van 5.1.2005

GERELATEERDE BESLUITEN

Besluit 2004/544/EG van de Raad van 21 juni 2004 betreffende de ondertekening van de Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer (herzien) [Publicatieblad L 241 van 13.7.2004].
De eerste Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer is in 1971 in werking getreden. In 1995 besloten de overeenkomstsluitende partijen de bepalingen daarvan aan te passen aan de wetenschappelijke ontwikkelingen en de opgedane ervaringen op dit gebied. De herziene overeenkomst behelst voor alle diersoorten nauwkeurige voorschriften, die ook de in de EU-wetgeving aangebrachte wijzigingen weerspiegelen. Momenteel zijn alle 15 oude lidstaten van de EU partij bij de overeenkomst, evenals Cyprus, IJsland, Noorwegen, Polen, Tsjechië, Roemenië, Rusland, Zwitserland en Turkije.

Verordening (EG) nr. 1255/97 betreffende de communautaire criteria voor halteplaatsen en tot aanpassing van het in Richtlijn 91/628/EEG bedoelde reisschema [Publicatieblad L 174 van 2.7.1997].
De Europese Unie stelt gemeenschappelijke criteria voor halteplaatsen vast waar de dieren tijdens lange transporten uitgeladen moeten worden. Deze voorschriften moeten de gezondheid en het welzijn van de dieren tijdens deze onderbrekingen garanderen.

Laatste wijziging: 17.05.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven