RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Strategie voor diergezondheid voor de Europese Unie (2007-2013)

Een ambitieuze strategie op basis van een uitgebreide beoordeling ligt ten grondslag aan communautaire maatregelen op het gebied van diergezondheid. Deze strategie vormt een uitgangspunt voor nieuwe discussies tussen de instellingen. Zij bestaat uit vier pijlers, die een kader bieden voor communautaire regelgeving voor alle actoren die een rol spelen in deze sector.

MAATREGEL

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 19 september 2007 over een nieuwe strategie voor diergezondheid voor de Europese Unie (2007-2013): "Voorkomen is beter dan genezen" [COM(2007) 539 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

De Europese strategie op het gebied van diergezondheid is gebaseerd op een evaluatie waarmee de Commissie in 2004 is begonnen, en heeft betrekking op de gezondheid van alle dieren in de Europese Unie.

Hiermee wordt het volgende beoogd:

  • de volksgezondheid en voedselveiligheid beschermen;
  • de veehouderij en de plattelandseconomie ondersteunen;
  • noodzakelijke verplaatsingen van dieren garanderen;
  • een bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling in de EU.

Eerste pijler: prioriteitstelling voor het EU-optreden

Communautaire maatregelen moeten zijn gebaseerd op een beoordeling van de belangrijkste risico's voor de gezondheid van dieren. Op basis van deze analyse moet worden bepaald hoe relevant deze dreigingen zijn voor de doelstellingen van de EU-strategie, wat een "aanvaardbaar risiconiveau" voor de Gemeenschap is, en welke relatieve prioriteit wordt gegeven aan maatregelen om het risico te verminderen. In dit kader moet ernaar worden gestreefd het risico tot een minimaal niveau te reduceren. Een nulrisico is namelijk niet haalbaar. Ook neemt de Gemeenschap het voorzorgsbeginsel in acht. Dit houdt in dat er tijdelijke maatregelen worden genomen als een potentieel ernstig gevaar voor de gezondheid wordt vastgesteld maar er geen wetenschappelijke zekerheid is.

Vertegenwoordigers van alle belanghebbende partijen worden bij het risicobeheerproces betrokken zodat zij alle kunnen deelnemen aan de besluitvorming op Europees niveau. Risico's worden geanalyseerd en ondervangen door het vaststellen van kwantificeerbare doelstellingen en de beoordeling van middelen en prestatie-indicatoren.

Tweede pijler: een modern kader voor diergezondheid

De EU en internationale organisaties zoals de OIE en de Wereldbank erkennen het belang van bescherming van de diergezondheid.

Het voornaamste communautaire instrument ter bescherming van de diergezondheid is adequate wetgeving die permanent wordt bijgewerkt en waarin de beginselen van het Gemeenschapsbeleid en internationale verplichtingen zijn verankerd. De EU heeft de ambitie één duidelijk regelgevingskader te creëren waarin de richtsnoeren van de OIE en de Codex Alimentarius zijn verwerkt, zodat de wetgeving meer effect kan sorteren.

Een goede verdeling van de kosten, de baten en de verantwoordelijkheden kan bijdragen aan het succes van de strategie en kunnen ervoor zorgen dat de financiële risico's van de lidstaten en de Gemeenschap binnen de perken blijven door prikkels te bieden om diergerelateerde gevaren te voorkomen.

Het is de taak van de lidstaten om de buitengrenzen te beschermen tegen de insleep van ziekten en uitbraken van exotische ziekten tegen te gaan. Ook het bieden van overheidscompensatie is belangrijk als het gaat om particulier eigendom dat in het openbaar belang wordt vernietigd. De verantwoordelijkheid voor de gezondheid van dieren ligt in de eerste plaats bij de eigenaars en bij de bedrijfstak in het algemeen. De strategie staat of valt met de volledige medewerking en betrokkenheid van alle partijen, waaronder de verzekeringsbranche.

De Codex Alimentarius en de OIE zijn de centrale ijkpunten voor wetgeving op het gebied van dierziekten. De EU neemt hun richtsnoeren in acht en moedigt andere internationale leden ertoe aan deze waarden ook als uitgangspunt te beschouwen. Voorts overweegt de Gemeenschap de mogelijkheid zelf lid te worden van de OIE.

Wanneer dieren in een betere gezondheid verkeren, heeft dat een positief effect op het concurrentievermogen van Europese bedrijven. Harmonisering van de regelgeving maakt eerlijke concurrentie op de Europese markt mogelijk en kan gemakkelijk worden toegepast op invoer. Door een betere definitie van de prioriteiten met betrekking tot sanitaire barrières moet de toegang tot uitvoermarkten worden verbeterd.

Derde pijler: preventie van diergerelateerde gevaren, bewaking en crisisparaatheid

De ondersteuning van bioveiligheidsmaatregelen * op bedrijven en de financiering daarvan vormen belangrijke criteria voor procedures voor zonering en compartimentering.

Levensmiddelen van dierlijke oorsprong en diervoeders worden geïdentificeerd en getraceerd middels een systeem voor handelscontrole en een papieren systeem voor identificatie van elk afzonderlijk dier. Dit systeem wordt op EU-niveau geïntegreerd en daartoe wordt geleidelijk een elektronisch identificatiesysteem ingevoerd.

Er zijn maatregelen overwogen ter verbetering van de bioveiligheid aan de grens zonder het verkeer van mensen en landbouwproducten te belemmeren. Het gaat daarbij niet alleen om verbetering van de huidige wetgeving en samenwerking tussen de actoren die zijn betrokken bij douanecontrole, maar ook om technische bijstand aan ontwikkelingslanden zodat zij aan de communautaire normen kunnen voldoen.

De EU stelt voor om ondersteuning te bieden voor veterinaire bewaking, door betere samenwerking tussen de betrokken partijen en adequate financiële middelen en door scholing in deze sector te stimuleren. Op basis van de wetenschappelijke informatie die hieruit voortvloeit, kunnen EU-instellingen, regeringen en overige betrokkenen besluiten nemen ter bescherming van de diergezondheid.

De EU moet beter berekend zijn op noodsituaties door een geïntegreerd initiatief en grootschaliger gebruik van vaccins.

Vierde pijler: wetenschap, innovatie en onderzoek

De EU stimuleert wetenschappelijke en technologische ontwikkeling op het gebied van volksgezondheid en de gezondheid van dieren. Hiertoe roept zij communautaire en nationale referentielaboratoria en Europese agentschappen (in het bijzonder de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en het Europees Geneesmiddelenbureau) op samen te werken en een sleutelrol te spelen bij wetenschappelijke activiteiten.

Innovatie en onderzoek op het gebied van voedselveiligheid stoelen op een reeks instrumenten, zoals het zevende kaderprogramma voor onderzoek en het communautaire actieplan inzake de bescherming en het welzijn van dieren.

Schlüsselwörter des Rechtsakts
Bioveiligheid: maatregelen waarmee ziekten worden bestreden of de verspreiding ervan wordt tegengegaan. Deze hebben betrekking op de behandeling van nieuwe en zieke dieren, vervoer van mensen, dieren en materiaal, diervoeders en reiniging van installaties.
Laatste wijziging: 19.12.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven