RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Aviaire influenza

Voor de bestrijding en preventie van vogelgriep zijn specifieke maatregelen ingevoerd. Deze richtlijn omvat een volledig juridisch kader waarin de meest recente wetenschappelijke inzichten zijn verwerkt.

BESLUIT

Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

De Europese Unie treft maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza zodra de aanwezigheid van deze ziekte wordt vermoed.

De lidstaten dienen de volgende acties te ondernemen:

  • Bewakingsprogramma's uitvoeren om het virus te kunnen opsporen en beter inzicht te verkrijgen in deze influenzavirussen;
  • erop toezien dat de aanwezigheid van de ziekte bij de bevoegde autoriteit wordt gemeld en dat epizoötiologisch onderzoek wordt verricht overeenkomstig een door de Commissie goedgekeurd rampenplan.

In het geval van een vermoedelijke uitbraak stelt de bevoegde autoriteit onmiddellijk een epidemiologisch onderzoek in en wordt een reeks maatregelen getroffen, met name het tellen van de dieren, het opstellen van een lijst van de dieren die ziek, gestorven of waarschijnlijk besmet zijn, isolement van het bedrijf en adequate ontsmetting. De maatregelen worden opgeheven zodra de vermoede aanwezigheid van de ziekte officieel is uitgesloten.

Op grond van de resultaten van het epizoötiologisch onderzoek kunnen aanvullende maatregelen worden getroffen voor het bedrijf.

In de richtlijn zijn de specifieke maatregelen vastgelegd die per uitbraak dienen te worden getroffen.

Hoogpathogene aviaire influenza (HPAI)

Bij een uitbraak van HPAI ziet de bevoegde autoriteit erop toe dat de volgende maatregelen worden getroffen:

  • alle pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels worden gedood;
  • karkassen worden onder officieel toezicht verwijderd;
  • pluimvee dat uit eieren is verkregen vóór de tenuitvoerlegging van de eerste maatregelen wordt onder officieel toezicht geplaatst;
  • vlees van pluimvee en eieren die vóór de tenuitvoerlegging van de eerste maatregelen zijn afgevoerd, worden getraceerd en verwijderd;
  • mogelijk besmette stoffen worden adequaat behandeld;
  • mest, drijfmest, strooisel en ander mogelijk besmet materiaal wordt gereinigd en ontsmet;
  • dieren mogen het bedrijf niet zonder toestemming worden binnengebracht of het verlaten;
  • het virusisolaat wordt onderworpen aan de passende laboratoriumprocedure.

Voorts worden specifieke maatregelen getroffen in de gebieden die dicht bij het desbetreffende bedrijf zijn gelegen, de zogeheten "beschermingsgebieden" (met een straal van ten minste drie kilometer rond het bedrijf) en "toezichtsgebieden" (met een straal van ten minste tien kilometer rond het bedrijf). De maatregelen in deze gebieden hebben onder meer betrekking op inventarisatie van de bedrijven, inspecties door de officiële dierenarts en het vervoer van vogels, eieren, pluimveevlees en karkassen. Deze maatregelen blijven van kracht tot na de datum waarop de voorlopige reiniging is voltooid (ten minste 21 dagen in de beschermingsgebieden en ten minste 30 dagen in de toezichtsgebieden).

Laagpathogene aviaire influenza (LPAI)

Bij een uitbraak van LPAI ziet de bevoegde autoriteit erop toe dat aan de hand van een risicobeoordeling een aantal maatregelen wordt getroffen. De maatregelen zijn afhankelijk van specifieke criteria die onder meer betrekking hebben op de diersoorten in kwestie, het aantal bedrijven in het betrokken gebied, de plaats van slachthuizen en bioveiligheidsmaatregelen. De volgende maatregelen dienen te worden getroffen:

  • ruiming van al het pluimvee en de andere in gevangenschap levende vogels in het bedrijf. Deze operatie dient te worden uitgevoerd volgens de gemeenschappelijke minimumnormen voor dierenbescherming op het moment van slachting;
  • karkassen en broedeieren worden onder officieel toezicht verwijderd;
  • broedeieren die zijn afgevoerd en pluimvee dat uit eieren is verkregen vóór de tenuitvoerlegging van de eerste maatregelen, worden onder officieel toezicht geplaatst;
  • de vóór de ruiming op het bedrijf gelegde eieren worden verwijderd of vervoerd naar een pakstation of een inrichting voor de bereiding van eiproducten;
  • mogelijk verontreinigde materialen of stoffen worden verwijderd;
  • mest, drijfmest en strooisel en andere mogelijk besmette gebouwen of materialen worden gereinigd en ontsmet;
  • gedomesticeerde zoogdieren mogen het bedrijf niet binnenkomen of verlaten;
  • het virusisolaat wordt onderworpen aan tests.

Voorts worden specifieke maatregelen getroffen in het gebied dat het dichtst bij het desbetreffende bedrijf ligt, het zogeheten "beperkingsgebied" (met een straal van ten minste een kilometer rond het bedrijf). In dit gebied worden onder meer de volgende maatregelen genomen: alle commerciële bedrijven worden geïnventariseerd en er worden tests uitgevoerd en pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels en eieren mogen slechts met toestemming worden verplaatst. Deze maatregelen worden gehandhaafd zolang de bevoegde autoriteit dit noodzakelijk acht.

Overdracht op andere diersoorten

Na bevestiging van aviaire influenza op een bedrijf worden andere mogelijk besmette zoogdieren, met name varkens, aan tests onderworpen. Als deze tests positief zijn, kan de bevoegde autoriteit de varkens naar andere varkensbedrijven of naar slachthuizen laten vervoeren.

Reiniging, ontsmetting en herbevolking

De lidstaten zien erop toe dat alles wat mogelijk besmet is, waaronder de bedrijven, slachthuizen, voertuigen en andere materialen worden gereinigd en ontsmet. Eenentwintig dagen na voltooiing van de reiniging en ontsmetting mag het bedrijf overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn worden herbevolkt.

Diagnostische procedures

In een diagnosehandboek dat werd goedgekeurd bij richtlijn 2006/437/EG zijn alle verplichtingen, criteria en procedures voor diagnostische tests en klinische postmortemkeuringen vastgelegd. Deze verrichtingen vinden uitsluitend plaats in nationale erkende laboratoria.

Elke lidstaat wijst op nationaal niveau een laboratorium aan, waarvan hij de gegevens meedeelt aan de andere lidstaten en het publiek. Deze nationale laboratoria werken samen met het communautaire referentielaboratorium in Surrey (Verenigd Koninkrijk), dat belast is met de coördinatie van het onderzoek op het gebied van aviaire influenza.

Vaccinatie

Vaccinatie tegen aviaire influenza is in het algemeen verboden, behalve wanneer preventieve vaccinatie of noodvaccinatie noodzakelijk blijkt. Vaccinatieprogramma's worden door de Commissie goedgekeurd. Er wordt strikt toezicht gehouden op de landbouwbedrijven in kwestie. De richtlijn bevat uitvoeringsbepalingen voor deze maatregelen en voorziet in de mogelijkheid vaccinbanken op te richten.

Comitéprocedure

De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid voor wat betreft maatregelen in geval van aviaire influenza. Het kan onder meer preventieve bioveiligheidsmaatregelen vaststellen.

Context

In de Gemeenschapswetgeving zijn specifieke maatregelen vastgelegd ter bestrijding van aviaire influenza, en wel in Richtlijn 92/40/EEG, die t/m 1 juli 2007 van kracht was. Deze wetgeving moest echter worden herzien naar aanleiding van recente wetenschappelijke inzichten op het gebied van aviaire influenza. Op grond daarvan zijn namelijk nieuwe tests en vaccins beschikbaar gekomen en is de Gezondheidscode voor landdieren (Terrestrial Animal Health Code) gewijzigd.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2005/94/EG

3.2.2006

1.7.2007

L 10 van 14.1.2006

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2008/73/EG

3.9.2008

1.1.2010

L 219 van 14.8.2008

GERELATEERDE BESLUITEN

Beschikking 2007/598/EG van de Commissie van 28 augustus 2007 tot vaststelling van maatregelen ter preventie van de verspreiding van hoogpathogene aviaire influenza naar andere in gevangenschap levende vogels in dierentuinen en officieel erkende instellingen, instituten of centra in de lidstaten [Publicatieblad L 230 van 1.9.2007].

Beschikking 2007/118/EG van de Commissie van 16 februari 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen in verband met een alternatief identificatiemerk overeenkomstig Richtlijn 2002/99/EG van de Raad [Publicatieblad L 51 van 20.2.2007].

Beschikking 2006/415/EG van de Commissie van 14 juni 2006 betreffende bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 bij pluimvee in de Gemeenschap en tot intrekking van Beschikking 2006/135/EG [Publicatieblad L 164 van 16.6.2006].

Laatste wijziging: 27.01.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven