RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 10 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle

De Europese Unie neemt maatregelen om de verspreiding van de ziekte van Newcastle te voorkomen. De communautaire maatregelen worden door de lidstaten ten uitvoer gelegd zodra het vermoeden van de aanwezigheid van deze ziekte rijst. De maatregelen blijven van kracht totdat het vermoeden wordt ontkracht of de ziekte is uitgeroeid.

BESLUIT

Richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Deze richtlijn voorziet in het nemen van maatregelen ter bestrijding van de ziekte van Newcastle vanaf het moment dat de aanwezigheid van de ziekte op een pluimveebedrijf wordt vermoed. Er worden gelijksoortige maatregelen getroffen ten aanzien van postduiven en andere in gevangenschap gehouden vogels.

Wanneer een geval van de ziekte van Newcastle wordt vermoed, moet de officiële dierenarts dit vermoeden bij de bevoegde autoriteit melden en de nodige maatregelen treffen. Deze maatregelen betreffen:

  • het onder toezicht plaatsen van de verdachte bedrijven;
  • het tellen van alle op die bedrijven aanwezige pluimveecategorieën;
  • het isoleren van de dieren in hun stallen;
  • een verbod op het verplaatsen van het pluimvee;
  • de beperking door de bevoegde instantie van de verplaatsingen van personen, voertuigen, andere dieren en met het pluimvee in contact komende stoffen die mogelijk zijn verontreinigd;
  • het voorkomen dat de eieren het bedrijf verlaten;
  • de terbeschikkingstelling van passende ontsmettingsvoorzieningen binnen het bedrijf;
  • de verrichting van een epizoötiologisch onderzoek.

De dierenarts trekt de preventieve maatregelen in wanneer het vermoeden van de aanwezigheid van de ziekte van Newcastle officieel wordt ontkracht.

Wanneer de aanwezigheid van de ziekte van Newcastle officieel bevestigd wordt, legt de bevoegde autoriteit een aantal maatregelen op, waaronder:

  • het afmaken van al het op het bedrijf aanwezige pluimvee;
  • het verwijderen of behandelen van alle materialen en alle afval die verontreinigd kunnen zijn;
  • het vernietigen van het vlees van het pluimvee van het bedrijf dat is geslacht tijdens de vermoedelijke incubatieperiode;
  • het vernietigen van de eieren die zijn gelegd tijdens de vermoedelijke incubatieperiode;
  • het reinigen en ontsmetten van de stallen waarin het pluimvee was ondergebracht;
  • het in acht nemen van een leegstand van ten minste eenentwintig dagen na de reiniging en ontsmetting van de stallen alvorens weer pluimvee op het bedrijf binnen te brengen;
  • het uitvoeren van een epizoötiologisch onderzoek.

Pluimveekoppels die volgens de officiële dierenarts gezond zijn en volledig van de besmette koppels zijn afgescheiden, mogen in leven worden gelaten.

Wanneer de aanwezigheid van de ziekte van Newcastle bevestigd wordt, bakent de bevoegde autoriteit een beschermingsgebied (ten minste drie kilometer rond het besmette bedrijf) en een toezichtgebied (ten minste tien kilometer rond het besmette bedrijf) af waarin specifieke maatregelen voor het pluimvee worden genomen. Dergelijke maatregelen omvatten onder meer het identificeren van alle bedrijven waar pluimvee wordt gehouden, periodieke inspecties, klinisch onderzoek en het isoleren van de dieren. Binnen het beschermingsgebied worden de maatregelen ten vroegste eenentwintig dagen na de reiniging en ontsmetting van het bedrijf opgeheven. Binnen het toezichtgebied dient na afloop van de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden een leegstand van dertig dagen in acht genomen te worden alvorens de maatregelen worden opgeheven.

Elke lidstaat stelt een nationaal laboratorium aan dat belast is met de coördinatie van de diagnosenormen en -methoden, het gebruik van reagentia en het testen van de vaccins tegen de ziekte van Newcastle. Elke lidstaat deelt de contactgegevens van zijn laboratorium mee aan de andere lidstaten alsook aan de bevolking. De nationale laboratoria werken samen met het in Weybridge (Verenigd Koninkrijk) gevestigde referentielaboratorium.

Volgens door de lidstaat vastgestelde bepalingen mag tegen de ziekte van Newcastle worden ingeënt. De lidstaten kunnen tevens voorzien in een inentingsprogramma voor postduiven. Wanneer de aanwezigheid van de ziekte wordt bevestigd, is noodvaccinatie toegestaan in de door de bevoegde autoriteit aangegeven gebieden en perioden.

Elke lidstaat stelt een rampenplan op, waarin wordt aangegeven welke nationale maatregelen moeten worden genomen bij een uitbraak van de ziekte van Newcastle. Deze plannen moeten voldoen aan de criteria die daarover in deze richtlijn zijn vastgesteld. De plannen moeten bijvoorbeeld voorzien in de oprichting van een crisiscentrum, moeten een lijst bevatten van de lokale noodcentra en moeten gedetailleerde informatie geven over het bij de noodmaatregelen betrokken personeel.

Deskundigen van de Commissie mogen bepaalde bedrijven in de lidstaten controleren.

De lidstaten krijgen op grond van de in Besluit 90/424/EEG vastgestelde bepalingen financiële steun van de Gemeenschap voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle.

Het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid staat de Commissie bij in het aanpakken van de ziekte van Newcastle. Het Comité speelt onder meer een rol bij het omschrijven van de controles die door de deskundigen van de Commissie worden uitgevoerd.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 92/66/EEG

25.9.1992

1.10.1993

L 260 van 5.9.1992

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 806/2003

5.6.2003

-

L 122 van 16.5.2003

Richtlijn 2008/73/EG

3.9.2008

1.1.2010

L 219 van 14.8.2008

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Richtlijn 92/66/EEG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Beschikking 2007/24/EG van de Commissie van 22 december 2006 tot goedkeuring van rampenplannen voor de bestrijding van aviaire influenza en de ziekte van Newcastle [Publicatieblad L 8 van 13.1.2007].

Laatste wijziging: 26.11.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven