RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Overeenkomst om de financiële belangen van de Europese Gemeenschap te beschermen

De Europese Unie (EU) wil fraude op het gebied van haar uitgaven en ontvangsten bestrijden met passende strafrechtelijke maatregelen, zoals strafbaarstelling van fraude, strafrechtelijke sancties, strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden en rechtsmacht.

BESLUIT

Akte van de Raad van 26 juli 1995 tot vaststelling van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen [Publicatieblad C 316 van 27.11.1995].

SAMENVATTING

Met dit instrument stelt de Raad een overeenkomst vast ter bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen schaadt. Volgens de overeenkomst moet fraude op het gebied van de uitgaven * en de ontvangsten * in elk land van de Europese Unie (EU) strafbaar worden gesteld met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties.

Op grond van deze overeenkomst moet elk EU-land de nodige maatregelen nemen opdat op deze gedragingen, alsmede op medeplichtigheid aan, uitlokking van of poging tot deze gedragingen, doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties worden gesteld. Bij ernstige fraude moeten die vrijheidsstraffen bevatten, die aanleiding kunnen geven tot uitlevering.

Elk EU-land moet ook de nodige maatregelen treffen opdat ondernemingshoofden of personen die beslissings- of controlebevoegdheid binnen een onderneming hebben, overeenkomstig de beginselen van zijn nationaal recht, strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld in geval van frauduleuze handelingen ten nadele van de financiële belangen van de Europese Gemeenschap.

Elk EU-land neemt de nodige maatregelen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de door hem overeenkomstig de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen strafbaar gestelde handelingen.

Indien twee of meer EU-landen bij een strafbaar gestelde fraude betrokken zijn, moeten de desbetreffende landen doeltreffend samenwerken bij het onderzoek, de vervolging en de bestraffing van het strafbaar feit, bijvoorbeeld door wederzijdse rechtshulp, uitlevering, overdracht van strafvervolging of tenuitvoerlegging van in een ander EU-land gewezen rechterlijke beslissingen.

Gevallen van geschillen tussen EU-landen over de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst moeten eerst door de Raad worden onderzocht. Wanneer de Raad binnen zes maanden geen oplossing heeft gevonden, kan een van de partijen bij het geschil zich tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden. Het Hof is ook bevoegd voor geschillen tussen de EU-landen en de Europese Commissie.

Context

Deze overeenkomst en de daarbij horende protocollen, die zijn aangenomen in het kader van titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie (sinds de inwerkintreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 vallen de bepalingen onder titel V van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie), hebben als doel een gemeenschappelijke basis te vormen voor de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschap.

De overeenkomst is op 17 oktober 2002 in werking getreden, samen met het daarbij horende eerste protocol en het eerste protocol over de uitlegging door het Hof van Justitie. Het tweede protocol is in werking getreden op 19 mei 2009. De overeenkomst en de daarbij horende protocollen staan open voor toetreding van elk land dat lid wordt van de EU.

Belangrijkste begrippen
  • Fraude op het gebied van de uitgaven: elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten waarbij hetzij valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat middelen afkomstig van de algemene communautaire begroting of van de door of voor de EG beheerde begrotingen, wederrechtelijk worden ontvangen of achtergehouden; hetzij, met hetzelfde gevolg, in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden; hetzij deze middelen worden misbruikt door ze voor andere doelen aan te wenden dan die waarvoor zij oorspronkelijk zijn toegekend.
  • Fraude op het gebied van de ontvangsten: elke opzettelijke handeling of elk opzettelijk nalaten waarbij hetzij valse, onjuiste of onvolledige verklaringen of documenten worden gebruikt of overgelegd, met als gevolg dat middelen afkomstig van de algemene communautaire begroting of van de door of voor de EG beheerde begrotingen, wederrechtelijk worden verminderd; hetzij, met hetzelfde gevolg, in strijd met een specifieke verplichting informatie wordt achtergehouden; hetzij, met hetzelfde gevolg, van een rechtmatig verkregen voordeel misbruik wordt gemaakt.

GERELATEERDE BESLUITEN

Akte van de Raad van 19 juni 1997 tot vaststelling van het tweede protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen [Publicatieblad C 221 van 19.7.1997].
Dit protocol heeft betrekking op de aansprakelijkheid van rechtspersonen, confiscatie, het witwassen van geld en de samenwerking tussen de EU-landen en de Commissie om de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en de persoonsgegevens die daarop betrekking hebben, te beschermen. Dit protocol is in werking getreden op 19 mei 2009.

Akte van de Raad van 29 november 1996 tot opstelling, op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van het Protocol betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen [Publicatieblad C 151 van 20.5.1997].
Op grond van dit protocol kunnen de nationale rechterlijke instanties het Hof van Justitie om prejudiciële uitlegging verzoeken van de bepalingen van de overeenkomst betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en van de daarbij horende protocollen. Het protocol is in werking getreden op 17 oktober 2002.

Akte van de Raad van 27 september 1996 tot vaststelling van een protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen [Publicatieblad C 313 van 23.10.1996].
Dit protocol heeft betrekking op de definitie van de begrippen "ambtenaar" en actieve en passieve "corruptie", alsook op de harmonisatie van de sancties voor corruptiemisdrijven. Op 19 december 1997 werd een toelichtend rapport bij het protocol vastgesteld. Het protocol is op 17 oktober 2002 in werking getreden.

Besluit 2008/40/JBZ van de Raad van 6 december 2007 betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, het Protocol van 27 september 1996, het Protocol van 29 november 1996 en het Tweede Protocol van 19 juni 1997 [Publicatieblad L 9 van 12.1.2008].
Bij dit besluit treden Bulgarije en Roemenië toe tot de overeenkomst en de daarbij horende protocollen.

Verslagen

Tweede verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en de daarbij horende protocollen [COM(2008) 77 – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
Als vervolg op haar eerste verslag van 2004 onderzoekt de Commissie de vorderingen die de 27 EU-landen hebben gemaakt bij de ratificatie en de tenuitvoerlegging van de instrumenten ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen. In dit verslag worden de tekortkomingen benadrukt die verband houden met de veelvuldige vertragingen in de ratificatie en met gevallen van onjuiste omzetting.

Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging door de lidstaten van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en de daarbij behorende protocollen Artikel 10 van de overeenkomst [COM(2004) 709 – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
In dit verslag kijkt de Commissie naar de tenuitvoerlegging van de overeenkomst en de daarbij horende protocollen door de 15 EU-landen van voor de uitbreiding van 1 mei 2004. Zij oordeelt dat de door de EU-landen vastgestelde nationale bepalingen de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen heeft verbeterd. Zij betreurt evenwel dat geen enkel EU-land alle maatregelen heeft genomen om de overeenkomst volledig ten uitvoer te leggen. De Commissie beveelt de Raad aan de EU-landen te verzoeken extra inspanningen te leveren om hun nationale strafwetgeving te versterken en het tweede protocol onverwijld te ratificeren.

Laatste wijziging: 11.03.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven