RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) (tot 31.12.2011)

De Europese Unie (EU) heeft een gemeenschappelijk systeem van administratieve samenwerking en informatie-uitwisseling opgezet zodat de EU-lidstaten de correcte toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) kunnen garanderen en fraude kunnen bestrijden.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92 [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Deze verordening bepaalt de voorwaarden voor samenwerking tussen de nationale autoriteiten die belast zijn met de toepassing van de wetgeving inzake de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) op:

  • leveringen van goederen en diensten;
  • intracommunautaire verwervingen van goederen;
  • invoer van goederen.

De samenwerking tussen deze nationale autoriteiten en de Commissie wordt eveneens in deze verordening geregeld.

Concreet worden bij deze verordening regels en procedures vastgesteld die de bevoegde autoriteiten in de landen van de Europese Unie (EU) in staat stellen samen te werken en onderling alle inlichtingen uit te wisselen met het oog op een juiste BTW-heffing.

Definitie van de betrokkenen en de procedures

Elke EU-lidstaat wijst één centraal bureau aan dat als contactpunt voor administratieve samenwerking fungeert. De bevoegde autoriteiten van de EU-lidstaten kunnen verbindingsdiensten aanwijzen en/of bevoegde ambtenaren aanstellen die rechtstreeks informatie kunnen uitwisselen. De centrale verbindingsbureaus dienen actuele lijsten van deze diensten en ambtenaren bij te houden en ervoor te zorgen dat zij toegankelijk zijn voor de betrokken EU-lidstaten.

Wanneer de verbindingsdiensten en de bevoegde ambtenaren een verzoek om bijstand of een antwoord hierop formuleren of ontvangen, moeten zij hun centrale verbindingsbureau hiervan in kennis stellen. Zij dienen het centrale verbindingsbureau en de bevoegde autoriteit tevens op de hoogte te brengen van elk ontvangen verzoek om bijstand dat een optreden buiten hun territoriale bevoegdheid of ambtsgebied vereist.

De verplichting van EU-lidstaten om elkaar bijstand te verlenen, strekt zich niet uit tot het verstrekken van inlichtingen of documenten die de autoriteiten verkrijgen wanneer zij handelen met toestemming of op verzoek van een rechterlijke instantie, tenzij dit in de nationale wetgeving is voorzien.

Uitwisseling van inlichtingen op verzoek

Het betreft verzoeken om inlichtingen en om administratieve onderzoeken die door de bevoegde autoriteit van een EU-lidstaat (verzoekende autoriteit) zijn ingediend bij de bevoegde autoriteit van een andere EU-lidstaat (aangezochte autoriteit) teneinde inlichtingen te verkrijgen die nodig zijn met het oog op een juiste BTW-heffing. De verzoekende autoriteit is verplicht de gevraagde inlichtingen te verstrekken. Daartoe kan zij gebruik maken van administratieve onderzoeken en te werk gaan alsof ze in haar eigen naam handelt.

De verzoekende autoriteit kan een met redenen omkleed verzoek om een administratief onderzoek indienen. Indien de aangezochte autoriteit het onderzoek niet verricht, dient zij dat te rechtvaardigen.

De verzoekende autoriteiten dienen gebruik te maken van een standaardformulier voor alle verzoeken om inlichtingen of administratieve onderzoeken.

Wat de termijn voor het verstrekken van inlichtingen betreft, dient de aangezochte autoriteit de inlichtingen onverwijld en uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek te verstrekken. Ingeval deze inlichtingen de aangezochte autoriteit echter reeds ter beschikking staan, wordt deze termijn ingekort tot ten hoogste één maand. In bepaalde gevallen kunnen de aangezochte en de verzoekende autoriteit andere termijnen overeenkomen.

Indien de aangezochte autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, dient zij de verzoekende autoriteit onverwijld schriftelijk mee te delen waarom zij de termijn niet kan nakomen en binnen welke termijn zij aan het verzoek zal kunnen voldoen.

De verzoekende autoriteit en de aangezochte autoriteit kunnen overeenkomen dat ambtenaren van de verzoekende autoriteit aanwezig mogen zijn in de administratieve kantoren van de aangezochte autoriteit. De ambtenaren van de verzoekende autoriteit mogen met het oog op de uitwisseling van inlichtingen ook aan de administratieve onderzoeken deelnemen, maar oefenen nooit de aan de ambtenaren van de aangezochte autoriteit verleende controlebevoegdheden uit. Zij dienen te allen tijde over een schriftelijke opdracht te beschikken waarin hun identiteit en hun officiële hoedanigheid zijn vermeld.

EU-lidstaten kunnen ook overeenkomen om op hun grondgebied gelijktijdige controles van de situatie van belastingplichtigen uit te voeren indien dergelijke controles efficiënter zijn dan door slechts één lidstaat uitgevoerde controles.

De uitwisseling van inlichtingen zonder voorafgaand verzoek

De bevoegde autoriteit van een bepaalde EU-lidstaat dient over te gaan tot automatische of gestructureerde automatische uitwisseling van de inlichtingen met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat wanneer:

  • de belastingheffing geacht wordt plaats te vinden in de lidstaat van bestemming en de doeltreffendheid van het controlesysteem afhangt van door de lidstaat van oorsprong verstrekte inlichtingen;
  • een lidstaat aanneemt dat in de andere lidstaat een inbreuk op de BTW-wetgeving heeft plaatsgevonden of kan hebben plaatsgevonden;
  • in de andere lidstaat gevaar voor belastingderving bestaat.

De exacte categorieën inlichtingen die moeten worden uitgewisseld, de frequentie van de uitwisselingen en de praktische regelingen voor de uitwisseling van inlichtingen worden vastgesteld door de Commissie, die wordt bijgestaan door een permanent comité inzake administratieve samenwerking. Bovendien moet elke EU-lidstaat bepalen of hij aan de uitwisseling van een bepaalde categorie inlichtingen deelneemt en of dit automatisch dan wel gestructureerd automatisch geschiedt.

De bevoegde autoriteiten van de EU-lidstaten kunnen elkaar spontaan mededeling doen van alle inlichtingen waarvan zij kennis hebben.

De opslag en uitwisseling van inlichtingen die specifiek betrekking hebben op intracommunautaire transacties

Elke EU-lidstaat dient een elektronische gegevensbank bij te houden waarin hij inlichtingen in verband met de BTW opslaat en verwerkt en moet erop toezien dat deze gegevensbank actueel, volledig en accuraat blijft.

De bevoegde autoriteit van een EU-lidstaat kan rechtstreeks van elke andere EU-lidstaat opgeslagen gegevens verkrijgen of heeft rechtstreekse toegang tot deze gegevens. Daarbij gaat het om de volgende inlichtingen:

  • de BTW-identificatienummers die zijn toegekend door de lidstaat die de inlichtingen ontvangt;
  • de totale waarde van alle intracommunautaire leveringen van goederen en diensten aan de personen aan wie een BTW-identificatienummer is toegekend, door alle in de lidstaat die de inlichtingen verschaft voor BTW-doeleinden geïdentificeerde handelaren.

Met het oog op het voorkomen van inbreuken op de BTW-wetgeving dient de bevoegde autoriteit van een EU-lidstaat onverwijld de volgende inlichtingen te kunnen bekomen of daar rechtstreeks toegang toe te hebben indien dat nodig is voor de controle van intracommunautaire verwervingen van goederen en de intracommunautaire verlening van diensten:

  • de BTW-identificatienummers van de personen die intracommunautaire leveringen van goederen en diensten hebben verricht;
  • de totale waarde van deze leveringen aan personen aan wie een BTW-identificatienummer is toegekend.

De EU-lidstaten dienen onverwijld toegang tot de inlichtingen te verlenen en uiterlijk binnen één maand na afloop van de periode waarop de inlichtingen betrekking hebben.

De voorwaarden voor de uitwisseling van inlichtingen

De aangezochte autoriteit kan een verzoek om bijstand afwijzen. In dergelijke gevallen dient zij de verzoekende autoriteit steeds de redenen voor de afwijzing mee te delen. Verzoeken om bijstand kunnen worden afgewezen indien de verstrekking van de gevraagde inlichtingen:

  • een buitensporige administratieve last inhoudt;
  • in strijd is met de wetgeving of administratieve praktijk van de aangezochte lidstaat;
  • tot de onthulling van een commercieel, industrieel of beroepsgeheim leidt;
  • met de openbare orde in strijd is.

De uit hoofde van deze verordening verstrekte inlichtingen vallen onder de geheimhoudingsplicht en zijn beschermd op grond van de nationale wetgeving van de lidstaat die de inlichtingen ontvangt. Deze inlichtingen mogen dus slechts voor bepaalde handelingen worden gebruikt, zoals:

  • de vaststelling van de grondslag,
  • de inning of de administratieve controle van de belastingen (voor de vaststelling van de grondslag),
  • de vaststelling van andere heffingen, rechten en belastingen die vallen onder artikel 2 van Richtlijn 76/308/EEG,
  • tot de eventuele toepassing van sancties leidende gerechtelijke procedures die worden ingesteld in verband met inbreuken op de belastingwetgeving (de documenten kunnen als bewijs worden gebruikt).

Context

Deze verordening maakt deel uit van een reeks op fiscale harmonisatie gerichte maatregelen die zijn genomen ter voltooiing van de interne markt.

Teneinde de contacten tussen lokale en/of nationale belastingdiensten te vergemakkelijken en zo fraude beter te bestrijden, worden de bepalingen van de richtlijn betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen en van de verordening betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen (DE) (EN) (ES) (FR) samengevoegd en aangescherpt tot één nieuw rechtsinstrument.

Op 7 oktober 2010 heeft de Raad zijn goedkeuring gegeven aan Verordening (EU) nr. 904/2010 tot intrekking van deze verordening vanaf 1 januari 2012. Hoofdstuk V (met uitzondering van artikel 27, lid 4) blijft echter van toepassing tot en met 31 december 2012. Een aantal bepalingen van de nieuwe verordening is van kracht geworden op 1 november 2010, terwijl andere van kracht worden op 1 januari 2013 en 1 januari 2015.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 1798/2003

1.1.2004

-

PB L 264 van 15.10.2003

Wijzigingsbesluit(en) Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 885/2004

1.5.2004

-

PB L 168 van 1.5.2004

Verordening (EG) nr. 1791/2006

1.1.2007

-

PB L 363 van 20.12.2006

Verordening (EG) nr. 143/2008

20.2.2008

-

PB L 44 van 20.2.2008

Verordening (EG) nr. 37/2009

1.1.2010

-

PB L 14 van 20.1.2009

Verordening (EU) nr. 904/2010

1.11.2010

-

PB L 268 van 12.10.2010

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 1174/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de artikelen 34 bis en 37 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad wat betreft de teruggaaf van btw krachtens Richtlijn 2008/9/EG van de Raad [Publicatieblad L 314 van 1.12.2009].

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 18 augustus 2009 over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde [COM(2009) 428 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Verordening (EG) nr. 1925/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde [Publicatieblad L 331 van 5.11.2004].
Met deze verordening wil de Commissie de exacte categorieën van inlichtingen specificeren die zonder voorafgaand verzoek zullen worden uitgewisseld, alsook de frequentie van deze uitwisselingen en andere praktische regelingen die nodig zijn voor de uitvoering van enkele bepalingen van Verordening (EG) nr. 1798/2003.

Laatste wijziging: 08.09.2011

Zie ook

  • De website van het directoraat-generaal Belastingen en douane-unie van de Europese Commissie: belasting over de toegevoegde waarde (DE) (EN) (FR)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven