RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding dat in 1999 is opgericht, moet de draagwijdte en de doeltreffendheid van de bestrijding van fraude en elke andere onwettige activiteit waardoor de communautaire belangen worden geschaad, vergroten.

BESLUIT

Besluit 1999/352/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 28 april 1999 houdende oprichting van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Werkwijze:

Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Verordening (EURATOM) 1074/1999 van de Raad van 25 mei 1999 betreffende de door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) verrichte onderzoeken.

Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

SAMENVATTING

Dit besluit strekt tot de oprichting van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), dat onderdeel uitmaakt van de Europese Commissie met een bijzonder statuut van onafhankelijkheid om de onderzoekstaken op het vlak van fraudebestrijding uit te oefenen. De werkwijze van het Bureau wordt nader uitgewerkt in twee verordeningen en een interinstitutioneel akkoord.

Bevoegdheden van OLAF

In het besluit van de Commissie tot oprichting van OLAF worden de taken van het Bureau opgesomd:

  • externe administratieve onderzoeken voeren in het kader van de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Gemeenschappen worden geschaad en fraude bestrijden in verband met alle andere feiten of activiteiten van marktdeelnemers waarbij Gemeenschapsbepalingen worden geschonden;
  • interne administratieve onderzoeken voeren die gericht zijn op:
    1. de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten die de financiële belangen van de Gemeenschap schaden;
    2. het onderzoeken van ernstige feiten in verband met de uitoefening van werkzaamheden in dienstverband die kunnen worden aangemerkt als een niet-nakoming van de verplichtingen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Gemeenschappen die tot tuchtrechtelijke en, eventueel, strafrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, of als een niet-nakoming van dienovereenkomstige verplichtingen van de leden van de instellingen, organen of instanties of van hun personeelsleden die niet aan het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen zijn onderworpen;
  • op verzoek van de communautaire instellingen en organen ook onderzoeksopdrachten op andere gebieden uitvoeren;
  • bijdragen tot de versterking van de samenwerking met de lidstaten op het gebied van de fraudebestrijding;
  • concipiërende werkzaamheden verrichten op het gebied van fraudebestrijding (voorbereiding van wetgevings- en regelgevingsinitiatieven op de werkterreinen van het Bureau);
  • alle andere operationele activiteiten inzake fraudebestrijding uitvoeren (ontwikkeling van infrastructuren, vergaring en verwerking van inlichtingen, technische bijstand);
  • optreden als de rechtstreekse gesprekspartner van de nationale wetshandhavingsinstanties en gerechtelijke autoriteiten;
  • de Commissie op het vlak van de fraudebestrijding vertegenwoordigen.

De externe onderzoeksbevoegdheden van OLAF stemmen in grote mate overeen met de bevoedgheden die aan de Commissie werden toegekend krachtens Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 (bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen) en nr. 2185/96 (controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraude en andere onregelmatigheden). OLAF kwijt zich ook van zijn taken op basis van Verordening (EG) nr. 515/97 betreffende de wederzijdse administratieve bijstand.

Wijze waarop onderzoeken worden uitgevoerd door OLAF

In de twee verordeningen betreffende de door OLAF uitgevoerde onderzoeken waarvan de ene van toepassing is op de EG en de andere op Euratom, wordt herinnerd aan de belangrijkste taken van het Bureau en wordt vastgesteld op welke wijze het de administratieve onderzoeken dient uit te voeren.

De externe controles en verificaties (in de lidstaten en in bepaalde derde landen waarmee de Gemeenschap samenwerkingsovereenkomsten heeft gesloten) en de interne controles en verificaties (binnen de uit hoofde van de Verdragen of op basis daarvan opgerichte instellingen, organen en instanties) die OLAF uitvoert, laten de bevoegdheid van de lidstaten inzake strafvervolging onverlet.

De directeur van OLAF opent en leidt de onderzoeken op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende lidstaat (bij externe onderzoeken) of van de instelling, het orgaan of de instantie waarbij het onderzoek moet worden verricht (bij interne onderzoeken).

In het kader van de externe onderzoeken oefent OLAF de controles waarmee de Commissie was belast uit hoofde van de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 en nr. 2185/96, ter plaatse uit.

Wat de interne onderzoeken betreft, heeft OLAF onmiddellijk en zonder voorafgaande kennisgeving toegang tot alle schriftelijke informatie die in het bezit is van de instellingen, organen en instanties. Het Bureau kan eveneens aan alle betrokken personen mondelinge informatie vragen en bij de marktdeelnemers controles ter plaatse verrichten.

Indien het Bureau bij een intern onderzoek ontdekt dat er een mogelijke betrokkenheid is van een lid, hoofd, ambtenaar of personeelslid, wordt de instelling, de instantie of het orgaan in kwestie daarvan in kennis gesteld, behalve indien dit onverenigbaar is met de door het onderzoek of een eventueel nationaal onderzoek vereiste absolute geheimhouding.

Op verzoek van OLAF of op eigen initiatief zenden de lidstaten, instellingen, organen en instanties alle in hun bezit zijnde documenten en informatie toe die verband houden met een lopend onderzoek.

Alle aan het Bureau medegedeelde informatie wordt doeltreffend beschermd.

Na afloop van een onderzoek stelt OLAF een verslag op waarin aanbevelingen zijn opgenomen over het aan het onderzoek te geven gevolg. Dit verslag wordt, wat de externe onderzoeken betreft, aan de lidstaten en, wat de interne onderzoeken betreft, aan de betrokken instellingen, organen en instanties toegezonden.

De informatie mag eveneens tijdens het onderzoek worden toegezonden aan de bevoegde autoriteiten in de lidstaten en aan de betrokken instellingen, organen en instanties (het Bureau is de rechtstreekse gesprekspartner van de nationale wetshandhavings- en gerechtelijke instanties).

De onafhankelijke werking van OLAF wordt gecontroleerd door een comité van toezicht dat samengesteld is uit vijf externe, onafhankelijke leden die door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in onderlinge overeenstemming worden aangewezen. Indien de directeur bovendien meent dat een maatregel van de Commissie deze onafhankelijkheid in het gedrang brengt, kan hij een procedure tegen haar starten bij het Hof van Justitie.

Wanneer een personeelslid van een communautaire instelling, orgaan of instantie zich bezwaard acht in het kader van een intern onderzoek, kan hij een klacht indienen bij de directeur van OLAF.

Interinstitutioneel akkoord tussen het Parlement, de Raad en de Commissie

Het interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement , de Raad en de Commissie is erop gericht te garanderen dat de interne onderzoeken onder gelijkwaardige voorwaarden worden uitgevoerd in de drie instellingen en in alle andere communautaire organen en instanties, met inbegrip van de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Centrale Bank (ECB).

Hiertoe komen de drie instellingen overeen om een intern besluit te nemen overeenkomstig het aan het akkoord gehechte model en zij verzoeken de andere lidstaten, organen en instanties zich bij dit akkoord aan te sluiten.

In het modelbesluit wordt niet alleen bepaald dat de secretaris-generaal, de diensten en elk personeelslid van de instelling, het orgaan of de instantie gehouden zijn ten volle samen te werken met de personeelsleden van OLAF, maar ook dat er een algemene verplichting is tot het verstrekken van informatie.

Wanneer het vermoeden bestaat van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit waardoor de belangen van de Gemeenschappen, worden geschaad, is het noodzakelijk dat:

  • ieder personeelslid zijn diensthoofd of zijn directeur-generaal dan wel, indien hij dit nuttig acht, zijn secretaris-generaal of OLAF daarvan rechtstreeks in kennis stelt;
  • de secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de diensthoofden of de bestuurders OLAF onverwijld in kennis stellen van elk feit dat het bestaan doet vermoeden van onregelmatigheden;
  • de leden van de instellingen, organen en instanties de voorzitter of, eventueel OLAF daarvan rechtstreeks in kennis stellen.

Wanneer tijdens een intern onderzoek de betrokkenheid blijkt van een lid, een bestuurder, een ambtenaar of een ander personeelslid, wordt de betrokkene daarvan spoedig ingelicht. Hij/zij wordt in de gelegenheid gesteld om zich over de hem/haar betreffende feiten uit te spreken. Dit verzoek kan worden uitgesteld wanneer dit met het oog op het onderzoek en eventuele nationale gerechtelijke onderzoeken noodzakelijk is.

OLAF brengt advies uit over ieder verzoek om opheffing van de vrijstelling van rechtsvervolging dat uitgaat van de nationale politiële of gerechtelijke autoriteiten van een lidstaat indien dit verzoek betrekking heeft op een bestuurder, een ambtenaar of een personeelslid van een instelling, een orgaan of een instantie. Indien het verzoek een lid van de instelling of van een orgaan betreft, wordt het Bureau daarvan in kennis gesteld.

Context

Het EG-Verdrag biedt een expliciete rechtsgrondslag voor de maatregelen van de Gemeenschap en van de lidstaten op het gebied van de bestrijding van fraude en andere onwettige activiteiten die de financiële belangen van de Gemeenschap schaden (artikel 280). Dankzij de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam beschikt de Gemeenschap over veel meer middelen om fraude en economische en financiële criminaliteit te bestrijden.

Door dit geheel van maatregelen wordt de taskforce "Coördinatie van de fraudebestrijding" van de Commissie vervangen door het Europees Bureau voor de Fraudebestrijding (OLAF) dat niet alleen is belast met onderzoek, maar ook met concipiërende en voorbereidende werkzaamheden op het gebied van wetgeving inzake de bescherming van de belangen van de Gemeenschap en de fraudebestrijding. OLAF is onafhankelijker dan zijn voorganger inzake de uitoefening van onderzoekstaken.

REFERENTIES

BesluitenInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Besluit 1999/352/EG, EGKS, Euratom

28.4.1999

-

L 136 van 31.5.1999

Verordening (EG) nr. 1073/99

1.6.1999

-

L 136 van 31.5.1999

Verordening (Euratom) nr. 1074/1999

1.6.1999

-

L 136 van 31.5.1999

Interinstitutioneel akkoord

1.6.1999

-

L 136 van 31.5.1999

GERELATEERDE BESLUITEN

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1073/1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) [COM(2006) 244 def. – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
Dit voorstel heeft in grote lijnen betrekking op de volgende punten:

  • Governance, samenwerking tussen de instellingen en het comité van toezicht. De Commissie vindt een politieke governance betreffende de prioriteiten voor de onderzoekswerkzaamheden noodzakelijk. De Commissie stelt periodieke bijeenkomsten voor tussen het comité van toezicht en andere Europese instellingen in het kader van een gestructureerde dialoog zonder inmenging in de onderzoeken.
  • Waarborgen van de rechten van betrokken personen. De Commissie stelt voor om in de verordening een gedetailleerde bepaling op te nemen betreffende de bij interne en externe onderzoeken in acht te nemen procedurele waarborgen.
  • Verscherpte controle van de onderzoeken. Het toezicht op de naleving van de specifieke procedures dient te worden verscherpt en er dient een mogelijkheid te worden gecreëerd om adviezen aan te vragen. Hiervoor is voorzien in een adviseur-revisor.
  • Een betere informatiedoorstroming. Met dit voorstel beoogt de Commissie een betere informatiedoorstroming tussen OLAF en Europese instellingen en organen, tussen OLAF en de lidstaten alsook tussen OLAF en informanten.
  • Versterking van de operationele efficiëntie van OLAF. De Commissie stelt bepalingen voor die OLAF in staat moeten stellen om zich op prioritaire actiepunten toe te spitsen. Zo moet er bijvoorbeeld duidelijkheid worden geschapen over de procedures voor het instellen en afsluiten van onderzoeken.
  • Verbetering van de doeltreffendheid van OLAF-onderzoeken. De Commissie stelt voor duidelijkheid te scheppen over de onderzoeksbevoegdheden van OLAF op het gebied van externe onderzoeken met betrekking tot marktdeelnemers die op grond van subsidieovereenkomsten of -besluiten communautaire middelen (directe uitgaven) hebben ontvangen.
  • Mandaat van de directeur-generaal van het Bureau. Het mandaat mag niet-hernieuwbaar worden gemaakt om de onafhankelijkheid van de directeur-generaal van het Bureau te vergroten.

Medebeslissingsprocedure (COD/2006/0084)

Activiteitenverslagen:

Verslag van het Europees Bureau voor fraudebestrijding – Achtste activiteitenverslag (EN ) voor de periode 1 januari 2007 tot 31 december 2007 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
Het achtste activiteitenverslag bevestigt de voornaamste tendensen van de voorgaande jaren. De informatie die OLAF ontvangt, is in de afgelopen jaren gestaag toegenomen en verbeterd, waardoor het vertrouwen van het publiek in het Bureau werd bestendigd. In de loop van 2007 leidde OLAF meer zaken in dan in 2006. Ook het aantal gesloten zaken nam toe, in tegenstelling tot de voorgaande jaren, waarin het aantal gesloten zaken afnam. Bovendien lag het aantal “eigen onderzoeken” van OLAF hoger dan het aantal onderzoeken waarbij het louter bijstand verleende aan nationale autoriteiten. De gemiddelde duur van een onderzoek nam in 2007 licht toe als gevolg van de complexiteit van de zaken die het Bureau tegenwoordig behandelt en door de noodzakelijke betrokkenheid van lidstaten of externe partners bij de onderzoeken. OLAF heeft zijn samenwerking met de lidstaten, de EU-instanties die bevoegd zijn voor politiële en justitiële samenwerking en internationale partners in de strijd tegen fraude actief voortgezet.

Verslag van het Europees Bureau voor fraudebestrijding – Zevende activiteitenverslag (EN ) voor de periode 1 januari 2006 – 31 december 2006 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
Dit verslag heeft betrekking op de periode 1 januari - 31 december 2006 en is een vervolg op het zesde activiteitenverslag. In dit zevende jaarverslag beoordeelt de Europese Commissie de begane onregelmatigheden en worden de belangrijkste in 2006 door de lidstaten en de Commissie genomen maatregelen toegelicht met het oog op de aanscherping van de preventie en de fraudebestrijding. Voorts is in het verslag een uitvoerige toelichting opgenomen over de wijze waarop OLAF besluit een onderzoek in te leiden met het oog op fraudebestrijding en wordt het beheer van de dossiers verduidelijkt.

Verslag van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF): Zesde activiteitenverslag(EN ) voor de periode 1 juli 2004 - 31 december 2005 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Evaluatieverslag: Verslag van de Commissie van 2 april 2003 over de evaluatie van de werkzaamheden van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) [COM(2003) 154 def. – Publicatieblad C 76 van 25.3.2004].

Besluiten van de instellingen:

Besluit van de Raad 1999/394/EG van 25 mei 1999 betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van interne onderzoeken op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit die de belangen van de Gemeenschappen schaadt [Publicatieblad L 149 van 16.6.1999].
In dit besluit wordt overeenkomstig de bepalingen van het interinstitutioneel akkoord gepreciseerd dat de Raad gehouden is ten volle mee te werken met OLAF en het alle nodige informatie te verstrekken. Het bepaalt tevens dat het beveiligingsbureau de personeelsleden van OLAF moet bijstaan en dat OLAF de personen naar wie een onderzoek wordt ingesteld, daarover moet inlichten.

Besluit van de Commissie 1999/396/EG van 2 juni 1999 betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van interne onderzoeken op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit die schadelijk is voor de belangen van de Gemeenschappen [Publicatieblad L 149 van 16.6.1999].
In dit besluit wordt overeenkomstig de bepalingen van het interinstitutioneel akkoord gepreciseerd dat de Commissie gehouden is ten volle mee te werken met OLAF en het alle nodige informatie te verstrekken. Het bepaalt tevens dat het beveiligingsbureau de personeelsleden van OLAF moet bijstaan en dat OLAF de personen naar wie een onderzoek wordt ingesteld, daarover moet inlichten.

Besluit van het Parlement van 18 november 1999 betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van interne onderzoeken op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit die de belangen van de Gemeenschappen schaadt [Reglement van het Europees Parlement, bijlage XI – Publicatieblad L 44 van 15.2.2005].
In dit besluit wordt overeenkomstig de bepalingen van het interinstitutioneel akkoord gepreciseerd dat het Europees Parlement gehouden is ten volle mee te werken met OLAF en het alle nodige informatie te verstrekken, dat het beveiligingsbureau van het Parlement de personeelsleden van het Europees Bureau voor fraudebestrijding moet bijstaan en dat OLAF de personen naar wie een onderzoek wordt ingesteld daarover moet inlichten.

Besluit 1999/726/EG van de Europese Centrale Bank van 7 oktober 1999 betreffende de preventie van fraude – [Publicatieblad L 291 van 12.11.1999].
Dit besluit heeft ten doel binnen de Europese Centrale Bank (ECB) een adequate bescherming tegen fraude en andere onwettige activiteiten te garanderen, met behoud van de verdeling en het evenwicht van de verantwoordelijkheden tussen de ECB en de Europese instellingen.
Daartoe wordt bij het besluit een comité voor fraudebestrijding opgericht dat als opdracht heeft de onafhankelijkheid en het functioneren van het directoraat Interne audit van de ECB te controleren.
Het Comité voor fraudebestrijding is tevens verantwoordelijk voor de betrekkingen met het Comité van toezicht van OLAF. Deze betrekkingen volgen de beginselen die zijn vastgelegd bij besluit van de ECB.

Besluit van het Hof van Justitie van 26 oktober 1999 betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van interne onderzoeken op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit die de belangen van de Gemeenschappen schaadt [Niet verschenen in het Publicatieblad].
In dit besluit wordt overeenkomstig de bepalingen van de verordeningen tot oprichting van OLAF gepreciseerd dat het Hof gehouden is mee te werken met het Bureau en het alle nodige informatie te verstrekken. Dit besluit voorziet voorts in de procedures die door het personeel van OLAF bij de interne onderzoeken moeten worden gevolgd. In het besluit is tevens bepaald dat OLAF overeenkomstig het beginsel van de vertrouwelijkheid van de beraadslagingen geen toegang heeft tot documenten die in het kader van een aanhangige of beëindigde rechtszaak beschikbaar zijn.

Arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 2003 waarbij Besluit 1999/726/EG van de Europese Centrale Bank betreffende de preventie van fraude en de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen nietig wordt verklaard (zaak C-11/00).

Laatste wijziging: 05.11.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven