RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Een concurrerend Europa in een gemondialiseerde economie

Het handelsbeleid van de Europese Unie (EU) heeft nieuwe prioriteiten en een nieuwe aanpak nodig om de concurrentiepositie van Europa te versterken en de kansen van de internationale openheid te benutten. Deze nieuwe perspectieven worden uiteengezet in een ambitieus actieprogramma, dat uit een intern en een extern onderdeel bestaat. Hiermee kan het handelsbeleid van de EU beantwoorden aan twee doelstellingen van de Lissabonstrategie, namelijk groei en werkgelegenheid en tegelijkertijd de uitdaging van de globalisering het hoofd bieden.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 4 oktober 2006 "Europa als wereldspeler" [COM(2006) 567 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

De Commissie stelt een ambitieus programma voor om de concurrentiepositie van de Europese Unie (EU) en van het Europese bedrijfsleven te verbeteren in het kader van de buitenlandse agenda van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid, waarin het accent ligt op open markten. De afwijzing van het protectionisme in Europa, de openstelling van de belangrijkste markten buiten Europa en de gezamenlijke inspanningen op het gebied van binnenlands en buitenlands beleid van de EU zijn hiervoor essentiële elementen.

Daarom analyseert de Commissie de basis van de gemeenschappelijke handelspolitiek en het concurrentievermogen van de EU. Ook inventariseert zij de maatregelen die moeten worden genomen om deze prioriteiten uit te voeren en de uitdaging van de globalisering aan te gaan.

De wereldeconomie raakt steeds meer geïntegreerd, hetgeen nog wordt versterkt door de dalende vervoerskosten en de nieuwe informatie- en communicatietechnologie. Dit leidt ertoe dat de economieën en industrieën op wereldwijd nauw met elkaar in verband staan. De wereldeconomie biedt zowel kansen als risico's voor de burgers en voor de planeet.

BASIS VAN HET EUROPESE CONCURRENTIEVERMOGEN

Om deze uitdagingen aan te kunnen, moet de EU haar concurrentievermogen verbeteren door transparante, doeltreffende regels toe te passen.

In de eerste plaats berust het Europese concurrentievermogen op goed binnenlands beleid:

  • concurrerende markten die goed zijn voor het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven. De interne markt kent voorspelbare, duidelijke en transparante regels die de mogelijkheid bieden om van schaalvoordelen te profiteren en de beschikbare middelen efficiënt te gebruiken. Bovendien worden bedrijven door de concurrentie gestimuleerd de kwaliteit van hun producten te bewaken. In de industrie en de dienstverlening presteren Europese ondernemingen goed in vergelijking met hun concurrenten elders in de wereld. De hightech sectoren zouden het echter beter kunnen doen op het gebied van innovatie, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling;
  • economische openheid. In tegenstelling tot het protectionisme leidt openheid voor internationale handel en investeringen tot concurrentiedruk op die gunstig is voor innovatie, nieuwe technologieën en investeringen. Zo kunnen de hulpbronnen van de interne markt worden benut. Daarom blijven de handelsbeschermingsinstrumenten, die zijn afgestemd op de wereldhandel, essentieel om oneerlijke handelspraktijken aan te pakken;
  • sociale rechtvaardigheid; De EU moet kunnen inspelen op de gevolgen van de openstelling van de markten, met name het feit dat structurele verandering door de globalisering wordt bespoedigd. Dit kan negatief uitpakken voor bepaalde sectoren, regio's of werknemers. Zo moeten niet alleen de effecten van de openheid voorspelbaar zijn, maar moeten ook met name sociale en milieunormen in de rest van de wereld worden bevorderd.

In de tweede plaats is het Europese concurrentievermogen gebaseerd op openheid van de markten voor het buitenland op basis van eerlijke regels. De EU moet zich vooral inzetten voor openstelling van de markten van opkomende landen, die een steeds groter aandeel in de wereldhandel hebben. De openheid van de markten is gunstig gebleken voor de ontwikkeling en armoedebestrijding in China, India en Brazilië.

Om ten volle van de open handel te profiteren, moeten echter nieuwe handelsbelemmeringen worden overwonnen, waarbij verder gekeken moet worden dan alleen tarieven. In dit verband moet in de gemeenschappelijke handelspolitiek het accent liggen op:

  • non-tarifaire belemmeringen. In tegenstelling tot douanetarieven zijn non-tarifaire belemmeringen (handelsbeperkende regelingen en procedures) vaak minder zichtbaar en complexer. Ook kunnen deze gevoeliger liggen omdat ze direct met binnenlandse regelgeving te maken hebben. Om naleving van transparante, niet-discriminerende regels in de handel te bevorderen, moeten de Commissie, de lidstaten en de industrie andere methoden bedenken naast de middelen die zij gewend zijn (wederzijdse erkenning, internationale dialogen over normalisering en regelgeving en technische bijstand aan derde landen);
  • toegang tot hulpbronnen. De Europese industrie moet toegang hebben tot cruciale hulpbronnen, zoals energie, grondstoffen, metaal en schroot, en deze toegang mag alleen uit milieu- of veiligheidsoverwegingen worden beperkt. Aangezien de toegang tot energie essentieel is, moet de EU een samenhangend beleid voor concurrerende, veilige en duurzame energie voeren, zowel binnen de EU (één EU-energiemarkt en bevordering van een duurzame, doelmatige en gevarieerde energiemix) als daarbuiten (niet-discriminerende voorwaarden voor doorvoer naar derde landen en toegang tot exportpijpleidingen, hulp aan derde landen om hun capaciteit en infrastructuur te verbeteren). Daarom moeten handel en milieu sterker aan elkaar worden gekoppeld vanwege de gevolgen die de handel kan hebben voor het milieu, vooral de biodiversiteit en het klimaat. Energie-efficiëntie, duurzame energiebronnen en rationeel energieverbruik moeten worden aangemoedigd;
  • nieuwe groeisectoren: intellectuele-eigendomsrechten, diensten, investeringen, overheidsopdrachten en concurrentie. Deze sectoren bieden grote mogelijkheden voor de Europese economie, op voorwaarde dat de geleidelijke liberalisering van de wereldhandel en transparante, doeltreffende en in de praktijk nageleefde (nationale en internationale) regels de handel tussen de EU en haar handelspartners vergemakkelijken. De bilaterale en internationale samenwerking moet daarom worden versterkt.

ACTIEPLAN

De Commissie stelt een actieprogramma voor om het externe concurrentievermogen van de EU te verbeteren en wereldwijde uitdagingen aan te gaan. Het actieplan reikt hiervoor prioriteiten en methoden aan die zowel een externe als een interne dimensie hebben.

Interne dimensie

Europese bedrijven moeten van het concurrentievermogen van de EU profiteren en Europese burgers moeten er de vruchten van plukken. Het concurrentievermogen van de EU is gebaseerd op de Lissabonstrategie. In dit kader stelt de Commissie in haar mededeling "Een agenda voor de burger" [COM(2006) 211 def.] van mei 2006 een grondige hervorming van de interne markt voor om het bedrijfsleven te helpen concurreren door te diversifiëren, te specialiseren en te innoveren.

De EU moet haar beleidsvormingsproces toespitsen op haar vermogen om de wereldwijde concurrentie-uitdagingen het hoofd te bieden. Samenhangende Europese of internationale regelgeving is daarom essentieel en internationale en bilaterale samenwerking staat hierbij centraal. De EU stimuleert de verspreiding van goede praktijken en een open en flexibele benadering in het ontwikkelen van deze regels.

Wat de gevolgen van de openstelling van de markten betreft, moeten de Commissie en de lidstaten ervoor zorgen dat de Europese burgers daarvan profiteren, onder andere door een systematisch toezicht op de invoer- en de consumptieprijzen te organiseren.

Ook het vermogen zich aan te passen aan veranderingen is een cruciale factor voor groei en werkgelegenheid. De cohesieprogramma's en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering zullen ook inspelen en een antwoord geven op deze veranderingen. Ook de EU-douane zal worden gemoderniseerd (herziening van het douanewetboek en invoering van e-douane).

Externe dimensie

Wat externe maatregelen betreft, blijft de EU zich inzetten voor multilateralisme, dat mogelijkheden biedt om handelsbelemmeringen op een stabiele en duurzame manier weg te nemen. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) (EN) is daarvoor het kader bij uitstek en de EU is voorstander van hervatting van de onderhandelingen van Doha.

De EU moet zich niet alleen inzetten voor multilateralisme, maar ook voor een bredere en snellere liberalisering van de handel in het kader van de bilaterale betrekkingen; vrijhandelsovereenkomsten zullen daarachter een stuwende kracht zijn. Vrijhandelsovereenkomsten hebben het voordeel dat zij zaken kunnen regelen die niet onder internationale regelgeving of de WTO vallen. Zij dienen in feite het nabuurschaps- en ontwikkelingsbeleid maar kunnen ook de handelsbelangen van de EU ten goede komen. Toch constateert de Commissie dat de vrijhandelsovereenkomsten een minder beperkte inhoud moeten hebben dan de overeenkomsten in het kader van het nabuurschap, de economische partnerschapsovereenkomsten waarover onderhandeld wordt met de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan () en de associatieovereenkomsten met Midden-Amerika en de Andesgemeenschap.

De EU moet economische criteria vaststellen om over vrijhandelsovereenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten, zoals marktpotentieel (economische omvang en groei), de mate waarin de EU-export worden beschermd (tarieven en non-tarifaire belemmeringen) enz. Ook met andere factoren moet rekening worden gehouden, zoals de onderhandelingen die potentiële partners met EU-concurrenten voeren, de weerslag daarvan op de EU en de consequenties voor de preferentiële toegang tot EU-markten die de partners genieten. Op basis van het voorgaande moeten de ASEAN-landen (EN), Zuid-Korea en India, die aan de voornoemde criteria voldoen, alsook Mercosur (EN), Rusland en de Samenwerkingsraad van de Golfstaten als prioriteit worden beschouwd.

Inhoudelijk gezien moeten de overeenkomsten meeromvattend worden, een groter toepassingsgebied krijgen en uitgebreider worden zodat zij een breder scala van gebieden bestrijken, waaronder diensten en investeringen alsmede intellectuele-eigendomsrechten. De vrijhandelsovereenkomsten moeten non-tarifaire belemmeringen aanpakken door middel van een zo groot mogelijke convergentie van de regelgeving en moeten sterke bepalingen bevatten (intellectuele-eigendomsrechten, concurrentie), alsmede controlemechanismen om de uitvoering en de resultaten te evalueren. In de vrijhandelsovereenkomsten wordt rekening gehouden met de ontwikkelingskenmerken (aan de hand van effectbeoordelingen) en duurzame ontwikkeling. Ook worden zij afgestemd op de behoeften van elk land, waarbij de EU-strategie ten aanzien van deze landen en de betrokken regio's wordt gevolgd.

De trans-Atlantische handel speelt in de bilaterale betrekkingen van de EU een centrale rol om de wereldwijde uitdagingen het hoofd te bieden. De EU zal zich blijven inzetten voor opheffing van handelsbelemmeringen vanwege de economische voordelen van een volledige liberalisering van de handel tussen de partners. Daarom worden de onderhandelingen in het kader van het trans-Atlantisch economisch initiatief (EN) voortgezet.

China is een belangrijke partner maar ook een uitdaging voor de EU die mogelijkheden voor groei en werkgelegenheid biedt. China staat zelf ook voor uitdagingen, nu het een groeiend aandeel in de wereldhandel heeft. In het kader van de strategie voor China stelt de EU dan ook voor zich op deze uitdagingen te richten, prioriteiten te stellen en op deze gebieden beter samen te werken.

De EU en haar partners moeten ermee instemmen zich meer in te zetten voor de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten (IER). Dit zal gebeuren door middel van bijzondere bepalingen in de bilaterale overeenkomsten, betere douanesamenwerking, sterkere dialogen, versterking van de aanwezigheid en consolidatie van de middelen ter plaatse, en bewustmaking van EU-bedrijven. Het gaat met name om China, Rusland, de ASEAN-landen, Zuid-Korea, Mercosur, Chili, Oekraïne en Turkije (in het laatste geval wordt dit meegenomen in de toetredingsonderhandelingen).

De markttoegangsstrategie van 1996 is in 2007 herzien. De Commissie stelt voor haar actie te intensiveren door de strategie toe te spitsen op bepaalde landen en sectoren en de openstelling van hun markten voor derde landen. Dit moet in overleg met de industrie en de lidstaten gebeuren.

Europese leveranciers moeten de kans hebben in te schrijven op overheidsopdrachten in derde landen. De Commissie zal actie ondernemen om restrictieve, discriminerende praktijken tegen te gaan. De mogelijkheid om gerichte beperkingen op te leggen zal voor recalcitrante derde landen blijven bestaan, om zo aan te sturen op een wederzijdse openstelling van de markten.

Handelsbeschermingsinstrumenten maken deel uit van het multilateralisme en daarom zal de EU erop letten dat de instrumenten van haar partners gerechtvaardigd en transparant zijn en overeenstemmen met de internationale regels. Indien dit niet het geval is, kan zij een beroep doen op mechanismen voor geschillenbeslechting van bijvoorbeeld de WTO. Daarnaast zal de EU werken aan verbetering van haar eigen instrumenten, die moeten voldoen aan de eisen op het gebied van doelmatigheid en aanpassing aan de wereldwijde ontwikkelingen, zodat rekening kan worden gehouden met de uiteenlopende Europese belangen.

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's betreffende de externe dimensie van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid - Rapportering over markttoegang en totstandbrenging van het kader voor effectievere internationale samenwerking op regelgevingsgebied [COM(2008) 874 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].
Deze mededeling is het eerste jaarverslag over de openheid van de economie van de Europese Unie (EU) en de toegang van de Europese ondernemingen tot de mondiale markten.

De Commissie steunt de versterking van de internationale samenwerking en de bilaterale betrekkingen teneinde de regelgeving beter op elkaar af te stemmen, met name in de financiële sector. Er moeten strenge normen worden vastgesteld op het gebied van productveiligheid, consumentenbescherming en milieu. Er worden specifieke inspanningen gedaan in samenwerking met de kandidaat-lidstaten van de EU, de nabuurschapslanden, de Verenigde Staten, China en Rusland.

In het verslag wordt een daling vastgesteld van de invoertarieven en -heffingen. De algemene tendens om de non-tarifaire belemmeringen uit te breiden, vormt evenwel een obstakel voor de handel. De EU zal alle beschikbare instrumenten gebruiken om de handel te bevorderen. Zij ijvert voor multilaterale handelsovereenkomsten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) om te komen tot open en eerlijke markten alsook voor bilaterale en regionale vrijhandelsovereenkomsten. Het wegwerken van de handelsbelemmeringen kan worden vergemakkelijkt door de kennisgevings- en geschillenbeslechtingsprocedures die zijn vastgesteld in de WTO-overeenkomsten.

De EU-lidstaten streven naar een gecoördineerd optreden op basis van de participatie van alle betrokken actoren, ook op lokaal niveau. De Europese strategie voor de onderhandelingen van Doha is er in de eerste plaats op gericht de ondernemingen betere toegang te verlenen tot de sectoren met een groot groeipotentieel, de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten te garanderen en het midden- en kleinbedrijf aan te moedigen om internationale activiteiten te ontplooien door middel van doelgerichte ondersteuningsmaatregelen.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's -Europa als wereldspeler: een sterker partnerschap voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs [COM(2007) 183 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].

Mededeling van de Commissie van 6 december 2006 "Europa als wereldspeler – De handelsbeschermingsinstrumenten van Europa in een veranderende wereldeconomie – Groenboek voor een openbare raadpleging" [COM(2006) 763 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].
De resultaten van de raadpleging werden bekendgemaakt op 19 november 2007 (EN ) (pdf).

Laatste wijziging: 20.05.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven