RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Aanvaarding van de WTO-overeenkomsten

Door middel van dit besluit aanvaardt de Raad de rechtsregels die voortvloeien uit de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-ronde die werden voltooid door de ondertekening van de Slotakte van Marrakech en de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

COMMUNAUTAIR BESLUIT

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten [Publicatieblad L 336 van 23.12.1994]

INHOUD

Slotakte waarin de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-ronde zijn neergelegd

Door middel van dit besluit hecht de Raad, namens de Europese Gemeenschap, voor de onder zijn bevoegdheid vallende aangelegenheden, zijn goedkeuring aan de onderhandelingsresultaten van de Uruguay-ronde die zijn neergelegd in de Slotakte van Marrakech (EN) die op 15 april 1994 door de vertegenwoordigers van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten in Marokko werd ondertekend.

De Slotakte van Marrakech omvat een lijst van multilaterale en plurilaterale overeenkomsten evenals een aantal besluiten en ministeriële verklaringen ter verduidelijking van sommige bepalingen van deze overeenkomsten. De multilaterale handelsovereenkomsten zijn de daarmee verbonden akkoorden en juridische instrumenten die integrerend deel uitmaken van de WTO-overeenkomsten (EN) en bindend zijn voor alle leden van de WTO. Uit de plurilaterale overeenkomsten, die eveneens deel uitmaken van de WTO-overeenkomsten, vloeien voor de leden van de WTO die deze niet hebben aanvaard geen rechten of verplichtingen voort (bijvoorbeeld : de overeenkomst inzake overheidsopdrachten).

De overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie omvat meerdere bijlagen waarin de WTO-overeenkomsten zijn neergelegd. In bijlage 1A zijn de multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen opgenomen. Deze zijn:

  • Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994 ("GATT 1994") (EN) (waarin de GATT van 1947 is opgenomen);
  • Overeenkomst inzake de landbouw;
  • Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen;
  • Overeenkomst inzake textiel- en kledingproducten;
  • Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen;
  • Overeenkomst inzake de met de handel verband houdende investeringsmaatregelen;
  • Overeenkomst inzake antidumpingsmaatregelen
  • Overeenkomst inzake de douanewaarde
  • Overeenkomst inzake inspectie voor verzending;
  • Overeenkomst betreffende de oorsprongsregels;
  • Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen;
  • Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen;
  • Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.

In bijlage 1B bij de WTO-overeenkomst is de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) (EN) opgenomen en bijlage 1C bevat de overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS) (EN), met inbegrip van de handel in namaakartikelen.

In bijlage 2 is het memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen opgenomen en bijlage 3 heeft betrekking op de regeling inzake de toetsing van het handelsbeleid van de WTO-leden.

Bijlage 4 heeft betrekking op de plurilaterale handelsovereenkomsten. Deze zijn :

  • de overeenkomst inzake de handel in burgerluchtvaartuigen;
  • de overeenkomst inzake overheidsopdrachten;
  • de internationale overeenkomst betreffende de zuivelsector;
  • de internationale rundvleesovereenkomst.

De laatste twee overeenkomsten werden eind 1997 ingetrokken.

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)

Deze overeenkomst heeft het mogelijk gemaakt een gemeenschappelijk internationaal kader voor de internationale handelsbetrekkingen te creëren op basis van de vorengenoemde overeenkomsten en juridische instrumenten.

De WTO is, in tegenstelling tot zijn voorganger (de GATT), een permanente organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit, met alle daaruit voortvloeiende rechten en plichten. Alle landen die lid waren van de GATT zijn sedert 1 januari 1995 van rechtswege lid van de WTO. Na deze datum zijn kandidaat-leden gehouden de toetredingsprocedure te volgen waarin de overeenkomst tot oprichting van de WTO voorziet.

De leden van de WTO hebben zich ten doel gesteld:

  • de levensstandaard te verhogen;
  • de volledige werkgelegenheid en een stijging van het reële inkomen en van de feitelijke vraag te bewerkstelligen;
  • de productie van en de handel in goederen en diensten te stimuleren;
  • de duurzame ontwikkeling en de bescherming van het milieu te bevorderen;
  • rekening te houden met de behoeften van de ontwikkelingslanden.

De WTO heeft tot taak:

  • de tenuitvoerlegging, het beheer en het functioneren van de diverse handelsovereenkomsten te vereenvoudigen;
  • een forum voor de multilaterale handelsbesprekingen te creëren;
  • handelsgeschillen te beslechten door tussenkomst van het orgaan voor geschillenbeslechting (EN);
  • toezicht te houden op het door de lidstaten gevoerde handelsbeleid;
  • met andere internationale organisaties samen te werken om de nodige samenhang te brengen in het economische beleid op wereldniveau.

De hoogste instantie van de WTO is de ministeriële conferentie waarin vertegenwoordigers van alle lidstaten zitting hebben en die minstens om de twee jaar bijeenkomt. In de periode tussen deze vergaderingen is het de algemene raad, bestaande uit vertegenwoordigers van alle lidstaten, die de taken van de WTO waarneemt en toeziet op het functioneren van de overeenkomst en op de implementatie van de ministeriële besluiten. De algemene raad vervult tevens de taken van het orgaan voor geschillenbeslechting en van het orgaan voor toetsing van het handelsbeleid dat in het kader van de regeling inzake toetsing van het handelsbeleid (TBPB) (EN) is ingesteld.

De algemene raad superviseert drie ondergeschikte organen, met name de raad voor de handel in goederen, de raad voor de handel in diensten en de raad voor de handelsaspecten van de intellectuele eigendom. Voorts is er een aantal comités dat wel onder de algemene raad, doch niet onder de drie ondergeschikte raden ressorteert, zoals het Comité handel en ontwikkeling, het Comité handel en milieu en het Comité regionale overeenkomsten. Twee comités zijn bovendien belast met het beheer van de twee plurilaterale overeenkomsten betreffende respectievelijk de handel in burgerluchtvaartuigen en de overheidsopdrachten.

De algemene raad benoemt een directeur-generaal die de leiding heeft van het secretariaat van de WTO.

De WTO neemt zijn besluiten in beginsel bij consensus. Wanneer geen consensus kan worden bereikt, worden de besluiten met een meerderheid van stemmen genomen, waarbij elk lid van de WTO over één stem beschikt. De Europese Gemeenschap, die als zodanig lid is van de WTO, beschikt over een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van haar lidstaten dat lid is van de WTO. In de overeenkomst is bepaald dat het aantal stemmen van de EG en haar lidstaten in geen geval groter mag zijn dan het aantal lidstaten van de EG.

Elke lidstaat van de WTO kan bij de ministeriële conferentie voorstellen tot wijziging van de bepalingen van de diverse multilaterale handelsovereenkomsten van de WTO indienen.

Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen

De geschillenbeslechtingsregeling van de WTO is een belangrijk instrument van het multilaterale handelssysteem. Zij is gebaseerd op de artikelen XXII en XXIII van GATT 1994 en op de later vastgestelde regels en procedures die zijn neergelegd in het in de WTO-overeenkomst opgenomen memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen.

De regeling voor geschillenbeslechting geldt voor alle multilaterale handelsovereenkomsten en heeft zowel betrekking op de handel in goederen en diensten als op vraagstukken betreffende de intellectuele eigendom die onder de TRIPS-overeenkomst vallen. Zij is eveneens van toepassing op geschillen die ontstaan in het kader van de plurilaterale overeenkomst betreffende overheidsopdrachten. Sommige van deze overeenkomsten bevatten bepalingen betreffende geschillenbeslechting die uitsluitend van toepassing zijn op geschillen in verband met de betrokken overeenkomst en die de regels van het memorandum van overeenstemming kunnen aanvullen of wijzigen.

De regeling voor geschillenbeslechting wordt beheerd door een bij het memorandum van overeenstemming ingesteld orgaan voor geschillenbeslechting. Alle leden van de WTO kunnen aan de bijeenkomsten van dit orgaan deelnemen. Wanneer het orgaan voor geschillenbeslechting zich moet uitspreken over geschillen in het kader van een plurilaterale overeenkomst, kunnen enkel de partijen bij deze overeenkomst deelnemen aan de besluitvormingsprocedure van het orgaan en aan de tenuitvoerlegging van de maatregelen die worden genomen ter beslechting van uit de betrokken overeenkomst voortvloeiende geschillen.

De geschillenbeslechtingsprocedure wordt ingeleid wanneer een lid een ander lid om overleg betreffende een bepaalde kwestie verzoekt. Dit overleg moet worden geopend binnen dertig dagen na de datum van het verzoek. Indien door dit overleg het geschil niet wordt beslecht, kan een lid het orgaan voor geschillenbeslechting verzoeken een normaliter uit drie onafhankelijke deskundigen bestaand panel te vormen om het vraagstuk te behandelen. De partijen kunnen overigens op vrijwillige grondslag een beroep doen op andere wijzen van geschillenbeslechting, met inbegrip van goede diensten, conciliatie, bemiddeling en arbitrage.

Na de partijen te hebben gehoord, legt het panel het orgaan voor geschillenbeslechting een rapport voor. Het panel dient zijn werkzaamheden binnen zes maanden, of, in spoedeisende gevallen, binnen drie maanden te voltooien. Het rapport wordt door het orgaan voor geschillenbeslechting goedgekeurd binnen twintig dagen na de datum waarop het aan de leden werd toegezonden. Het wordt aangenomen binnen zestig dagen na de datum van toezending, tenzij het orgaan voor geschillenbeslechting bij consensus besluit het niet aan te nemen (negatieve consensus) of een van de partijen het voornemen te kennen geeft beroep te willen instellen.

Het systeem voor geschillenbeslechting van de WTO geeft elke deelnemer aan een panelprocedure de mogelijkheid beroep in te stellen. Dit beroep is evenwel beperkt tot de in het panelrapport aan de orde komende en de door het panel gegeven juridische interpretaties. Het beroep wordt behandeld door een permanente beroepsinstantie die is samengesteld uit zeven leden die door het orgaan voor geschillenbeslechting worden aangewezen voor een mandaat van vier jaar en waarvan er drie bij elke zaak zitting hebben. Het rapport van de beroepsinstantie dient door de partijen bij het geschil onvoorwaardelijk te worden aanvaard en door het orgaan voor geschillenbeslechting te worden goedgekeurd, tenzij er een negatieve consensus is, dat wil zeggen een consensus tegen de goedkeuring van het rapport.

Het orgaan voor geschillenbeslechting ziet toe op de tenuitvoerlegging van aanbevelingen en besluiten. Alle hangende problemen blijven op de agenda van de vergaderingen van dit orgaan tot er een oplossing voor gevonden is. Bovendien werden termijnen vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de in de panelrapporten gedane aanbevelingen. Wanneer een partij niet in staat is binnen een redelijke termijn gevolg te geven aan een aanbeveling, is zij verplicht met de klagende partij een wederzijds aanvaardbare compensatie overeen te komen. Indien dit overleg niet het gewenste resultaat oplevert, kan het orgaan voor geschillenbeslechting de klagende partij toestaan haar concessies of verplichtingen ten aanzien van de andere partij op te schorten. De compensatie en de opschorting van concessies zijn evenwel slechts voorlopige oplossingen in afwachting van het moment waarop het betrokken lid de aanbevelingen van het orgaan voor geschillenbeslechting ten uitvoer legt.

De leden van de WTO hebben zich in elk geval ertoe verbonden niet zelf uit te maken of in het kader van de WTO aangegane verbintenissen al dan niet worden nageleefd en concessies niet unilateraal op te schorten. Zij zijn gehouden de in het memorandum van overeenstemming neergelegde regels en procedures voor de beslechting van geschillen toe te passen.

In het memorandum van overeenstemming voor de beslechting van geschillen is overigens rekening gehouden met de bijzondere situatie van de ontwikkelingslanden en van de minst ontwikkelde landen die lid zijn van de WTO. De ontwikkelingslanden kunnen voor een versnelde procedure opteren danwel om langere termijnen of aanvullende rechtshulp verzoeken. De leden van de WTO worden er toe aangemoedigd bijzondere aandacht te besteden aan de situatie van de leden die ontwikkelingslanden zijn.

Regeling voor de toetsing van het handelsbeleid

De regeling inzake toetsing van het handelsbeleid werd in 1989 in het kader van de GATT voorlopig ingesteld naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie van de Uruguay-ronde. Deze regeling maakt thans integrerend deel uit van het WTO-stelsel en heeft betrekking op alle onder de WTO overeenkomst vallende onderwerpen (goederen en diensten en intellectuele eigendom).

De regeling inzake toetsing van het handelsbeleid heeft ten doel het handelsbeleid en de praktijken van de WTO-leden op dit gebied transparanter te maken en te verduidelijken, de betrokken landen ertoe aan te moedigen de vigerende regels van het multilaterale handelsstelsel beter na te leven en, zodoende, de goede werking van het systeem te bevorderen.

In het kader van de regeling inzake toetsing van het handelsbeleid worden alle leden van de WTO op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen. Dit onderzoek geschiedt om de twee jaar voor de vier leden die het grootste gedeelte van de wereldhandel vertegenwoordigen (momenteel zijn dit de Europese Gemeenschap, de Verenigde Staten, Japan en Canada), om de vier jaar voor de zestien daaropvolgende leden en om de zes jaar voor de andere leden. Voor de minst ontwikkelde landen kan een langere termijn worden vastgesteld. In de praktijk wordt bij de vaststelling van de frequentie van deze onderzoeken een zekere flexibiliteit betracht (afwijkingen van ten hoogste zes maanden). In 1996 werd overeengekomen dat het onderzoek van elk van de vier grootste handelsmogendheden om de andere keer een tussentijds onderzoek zou zijn.

Deze onderzoeken worden door het orgaan voor toetsing van het handelsbeleid uitgevoerd op basis van een door het betrokken lid afgelegde algemene beleidsverklaring en een door het secretariaat van de WTO opgesteld verslag. Hoewel dit verslag wordt opgesteld in samenwerking met het betrokken lid, draagt het secretariaat de volle verantwoordelijkheid voor de vastgestelde feiten en naar voren gebrachte standpunten. Het verslag van het secretariaat en de verklaring van het betrokken lid worden na de toetsingsvergadering gepubliceerd, samen met het proces verbaal van de vergadering en de tekst van de door de voorzitter van het orgaan voor toetsing van het handelsbeleid aan het einde van de vergadering geformuleerde slotopmerkingen.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtreding - VervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Besluit 94/800/EG22.12.1994-L 336 van 23.12.1994

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie van 26 november 2003 aan de Raad en het Europees Parlement - Hervatting van de DDA-onderhandelingen voor ontwikkeling- het EU-perspectief [COM(2003) 734 def. - Niet gepubliceerd in het publicatieblad].

Laatste wijziging: 21.04.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven