RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


MEDA-Programma

Archief

Het MEDA-programma beoogt de tenuitvoerlegging van op samenwerking gerichte maatregelen om de mediterrane derde landen te helpen bij het hervormen van hun economische en maatschappelijke structuren en de gevolgen van de economische ontwikkeling op sociaal en milieugebied te verzachten.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1488/96 van de Raad van 23 juli 1996 inzake financiële en technische maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke structuren in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap (MEDA).

SAMENVATTING

1. De MEDA-verordening vormt het voornaamste instrument van de economische en financiële samenwerking van het Europees-mediterrane partnerschap. Hij is aangenomen in 1996 (MEDA I) en gewijzigd in 2000 (MESDA II). Deze stelt de Europese Unie (EU) in staat financiële en technische bijstand te verlenen aan de landen die gelegen zijn ten zuiden van de Middellandse Zee. Het gaat om de volgende landen: Algerije, Cyprus, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Syrië, Palestijnse gebieden, Tunesië en Turkije. Het MEDA-Programma komt in de plaats van de verschillende bilaterale financiële protocollen die waren overeengekomen met de landen in het Middellandse-Zeegebied. Het programma is opgezet naar analogie met de programma's PHARE en TACIS, met name wat betreft transparantie en informatie. Voor de financiering van dit programma is een begrotingslijn ingesteld.

2. Met de maatregelen uit hoofde van MEDA wordt beoogd de doelstellingen van het Europees-mediterrane partnerschap te realiseren op de volgende drie onderdelen:

  • versterking van de politieke stabiliteit en van de democratie;
  • invoering van een Europees-mediterrane vrijhandelszone en ontwikkeling van de economische en maatschappelijke samenwerking;
  • inachtneming van de humane en culturele dimensie.

Ondersteunde maatregelen

3. Het MEDA-Programma bevordert de economische hervorming in de mediterrane derde landen en de totstandbrenging van een Europees-mediterrane vrijhandelszone door steun te verlenen voor economische en maatschappelijke hervormingen met als doel het moderniseren van het bedrijfsleven en het ontwikkelen van de particuliere sector, in het bijzonder:

  • steun voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) en werkgelegenheidsschepping;
  • openstelling van markten;
  • stimulering van particuliere investeringen, industriële samenwerking en het handelsverkeer tussen de verschillende partners;
  • verbetering van de economische infrastructuur, met inbegrip van het financiële systeem en het belastingstelsel;
  • consolidatie van grote financiële evenwichten en schepping van een economisch klimaat dat bevorderlijk is voor een versnelling van de groei (steun voor structurele aanpassingen).

4. Het MEDA-Programma ondersteunt voorts een duurzame sociaal-economische ontwikkeling, met name door middel van:

  • het betrekken van de civiele samenleving en van de bevolking bij de opzet en de uitvoering van de ontwikkeling;
  • verbetering van de sociale dienstverlening (onderwijs, gezondheid, woonmilieu, water, etc.);
  • harmonische geïntegreerde ontwikkeling van het platteland en verbetering van de levensvoorwaarden in de steden;
  • versterking van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat;
  • bescherming en verbetering van het milieu;
  • verbetering van de economische infrastructuur, in het bijzonder in de sectoren vervoer, energie en de informatiemaatschappij;
  • bevordering van de uitwisseling van jongeren en van de culturele samenwerking;
  • ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen (beroepsopleiding, verbetering van het wetenschappelijk en technologisch onderzoek).

5. Voorts ondersteunt MEDA de regionale, sub-regionale en grensoverschrijdende samenwerking, met name door middel van:

  • totstandbrenging en ontwikkeling van de structuren voor regionale samenwerking tussen de mediterrane derde landen onderling en tussen deze landen, de EU en haar lidstaten;
  • totstandbrenging van de benodigde infrastructuur voor regionale uitwisselingen op het gebied van vervoer, communicatie en energie;
  • uitwisselingen tussen de civiele samenlevingen van de Gemeenschap en de mediterrane derde landen in het kader van de gedecentraliseerde samenwerking door het opnemen in netwerken van organisaties van de civiele samenleving (universiteiten, plaatselijke gemeenschappen, verenigingen, vakbonden, media, ondernemingen, non-gouvernementele organisaties, enzovoorts).

6. In de MEDA-verordening wordt de nadruk gelegd op de noodzaak bij het opstellen en uitvoeren van de programma's rekening te houden met het vraagstuk van gelijke kansen en de bevordering van de rol van de vrouw in het economisch en maatschappelijk leven. Bij de activiteiten die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd, moet voorts ook rekening worden houden met milieu-aspecten.

7. In de MEDA-verordening is bepaald dat de eerbieding van de democratie, de rechtsstaat, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden een essentieel onderdeel van het partnerschap vormen en dat schending de goedkeuring van passende maatregelen rechtvaardigt. Deze maatregelen kunnen door de Raad op voorstel van de Commissie worden goedgekeurd bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Financiering

8. Voor het bereiken van de doelstellingen van het programma is voor MEDA II een bedrag van 5.350 miljoen EUR uitgetrokken voor de periode 2000-2006.

9. De in het kader van MEDA gefinancierde maatregelen kunnen de vorm hebben van technische bijstand, opleiding, ontwikkeling van instellingen, voorlichting, seminars, studies, investeringsprojecten of acties die ten doel hebben het gemeenschappelijke karakter van de steun duidelijk te maken.

10. De financiering uit hoofde van MEDA kan plaatsvinden in de volgende vormen:

  • niet terug te betalen steun onder beheer van de Europese Commissie welke wordt gebruikt voor het financieren of cofinancieren van activiteiten, projecten of programma's die bijdragen tot de doelstellingen van het MEDA-Programma;
  • verstrekking en beheer van risicokapitaal door de Europese Investeringsbank (EIB) voor de versterking van de particuliere, met name de financiële, sector;
  • rentesubsidies voor de leningen van de EIB in het kader van de samenwerking op milieugebied, voor een rentepercentage van maximaal 3%.

11. De communautaire financiering kan gebruikt worden voor de kosten van de invoer van goederen en diensten alsmede plaatselijke uitgaven die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de voorgenomen projecten en programma's, daaronder begrepen belastingen, rechten en kosten. Tevens kan rechtstreekse begrotingssteun worden verleend aan het partnerland ter ondersteuning van economische hervormingsprogramma's in het kader van structurele aanpassingsprogramma's.

12. In de productiesectoren mag de communautaire financiering worden gecombineerd met eigen middelen van het begunstigde land. Het door de EU toegekende bedrag mag niet hoger zijn dan 80% van de totale investeringskosten. De communautaire financiering kan ook de vorm krijgen van cofinanciering met andere organisaties.

13. Voor de financiering in het kader van het MEDA-Programma komen niet alleen staten en gebieden in aanmerking, maar ook plaatselijke autoriteiten, regionale organisaties, openbare instanties, plaatselijke of traditionele gemeenschappen, organisaties ter ondersteuning van het bedrijfsleven, particuliere ondernemingen, coöperaties, onderlinge vennootschappen, verenigingen, stichtingen en niet-gouvernementele organisaties van de landen van de EU en van mediterrane derde landen.

Programma

14. De Commissie speelt een belangrijke rol bij de effectieve coördinatie van de inspanningen tot verlening van bijstand door de Gemeenschap, met inbegrip van de EIB, en door elke lidstaat, teneinde de samenhang en het complementaire karakter van hun samenwerkingsprogramma's te versterken. Tevens stimuleert zij de coördinatie en de samenwerking met de internationale financiële instellingen en andere donoren.

15. Bij de keuze van de maatregelen die voor financiering van het MEDA-Programma in aanmerking komen, wordt rekening gehouden met de prioriteiten van de begunstigden, de ontwikkeling van hun behoeften, hun absorptiecapaciteit en de vooruitgang die is geboekt met structurele hervormingen. Ook wordt rekening gehouden met de samenwerkings- of associatie-overeenkomsten die zijn gesloten.

16. De strategiedocumenten die betrekking hebben op de periode 2000-2006 worden op nationaal en regionaal niveau opgesteld, in overleg met de EIB. In deze strategiedocumenten dienen de langetermijndoelstellingen van de samenwerking te worden gedefinieerd en de prioritaire actiegebieden te worden vastgelegd.

17. Vervolgens worden nationale indicatieve programma's en regionale indicatieve programma's opgesteld. Deze moeten betrekking hebben op een periode van drie jaar en gebaseerd zijn op de strategiedocumenten die zijn overeengekomen tussen de EU en elk Mediterraan derde land. In deze programma's worden de voornaamste doelstellingen, richtsnoeren en prioritaire sectoren van steun vastgelegd, alsmede de punten die bij de evaluatie van de programma's in aanmerking zullen worden genomen. In de programma's worden indicatieve bedragen opgenomen, alsmede de criteria voor de toewijzing van de middelen van het betreffende programma. Deze programma's kunnen jaarlijks worden bijgesteld en worden aangepast aan de ontwikkelingen in elk partnerland.

18. Tot slot worden jaarlijks financieringsplannen opgesteld op basis van de indicatieve programma's op nationaal en regionaal niveau, in overleg met de EIB. Deze bevatten een lijst van de te financieren projecten.

Procedures

19. De strategiedocumenten, indicatieve programma's en financieringsplannen worden ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd, volgens de beheersprocedure, na raadpleging van het MED-comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. Met het oog op de efficiëntie worden beslissingen omtrent financiering tot 2 miljoen EUR door de Commissie afzonderlijk genomen, die het MED-comité vervolgens daarvan onverwijld in kennis stelt.

20. Beslissingen over rentesubsidies worden genomen door de Commissie. Zij stelt de EIB van deze beslissingen in kennis. Laatstgenoemde besluit over de toekenning van risicokapitaal na een gunstig advies van een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en stelt de Commissie hiervan in kennis.

21. De door het MEDA-Programma gefinancierde activiteiten en programma's vormen het voorwerp van openbare aanbestedingen die zonder discriminatie openstaan voor alle natuurlijke en rechtspersonen in de lidstaten van de EU en in de mediterrane derde landen. De Commissie ziet toe op de naleving van de voorwaarden inzake doorzichtigheid en daadwerkelijke concurrentie bij de gunning van deze opdrachten en verzekert een zo wijd mogelijke verspreiding van de informatie over de aanbestedingen via het Publicatieblad van de Europese Unie en Internet.

22. De opdrachten worden gegund overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Financieel Reglement van de EG met inachtneming van de beginselen van goed financieel beheer, zuinigheid en kosteneffectiviteit.

Follow-up en evaluatie

23. Naast een algemeen evaluatieverslag en een evaluatie halverwege de looptijd, brengt de Commissie in samenwerking met de EIB jaarlijks verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad, waarbij een overzicht wordt gepresenteerd van de gefinancierde activiteiten in het voorbije jaar en de resultaten worden geëvalueerd aan de hand van de strategiedocumenten. Deze evaluatie wordt voortaan opgenomen in het Jaarverslag van de Commissie inzake het ontwikkelingsbeleid van de buitenlandse hulp van de EG (verslag over 2001) (EN )(FR ) [PDF].

24. Uiterlijk op 31 december 2005 moet de Commissie de Raad een evaluatieverslag voorleggen, vergezeld van voorstellen betreffende de toekomst van het MEDA-Programma met het oog op de verplichting van de Raad het programma opnieuw te bezien.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr 1488/962.8.1996-L 189 van 30.7.1996

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 780/9818.4.1998-L 113 van 15.4.1998
Verordening (EG) nr. 2698/200015.12.2000-L 311 van 12.12.2000
Verordening (EG) nr. 2112/200528.12.2005-L 344 van 27.12.2005

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 betreffende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument [Publicatieblad L 310 van 9.11.2006].
Deze verordening beëindigt het MEDA-programma.

Besluit (2006/62/EG) van de Raad van 23 januari 2006 waarbij de landen die vallen onder het Europese nabuurschapsbeleid, evenals Rusland, toegang krijgen tot het programma voor technische bijstand en informatie-uitwisseling TAIEX [Publicatieblad L 32 van 4.2.2006].

 
Laatste wijziging: 12.04.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven