RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


TACIS-Programma (2000-2006)

Archief

Het TACIS-programma wil de overgang naar een markteconomie bevorderen en de rechtsstaat in de partnerstaten in Oost-Europa en Centraal-Azië versterken.

BESLUIT

Verordening (EG, Euratom) nº 99/2000 van de Raad van 29 december 1999 betreffende bijstand aan de partnerstaten in Oost-Europa en Centraal-Azië [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

1. Het communautaire programma TACIS is bedoeld ter bevordering van het democratiseringsproces, het versterken van de rechtsstaat en de overgang naar een markteconomie in de Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS) die zijn ontstaan na het uiteenvallen van de Sovjetunie. Het gaat om de volgende landen: Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Mongolië, l'Oezbekistan, Russische Federatie, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oekraïne.

2. Het programma beslaat de periode 2000-2006 en is gebaseerd op de beginselen en doelstellingen die zijn vastgelegd in partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten en de overeenkomsten inzake handel en economische samenwerking tussen de Unie en deze landen. Voorts is het programma gebaseerd op de democratische beginselen die ten grondslag liggen aan de Gemeenschap. Dit betekent dat de Raad, wanneer een wezenlijke factor voor de voortzetting van de samenwerking ontbreekt, op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen kan besluiten passende maatregelen te nemen.

Doelstellingen

3. Getracht wordt met het programma maximaal effect te sorteren door het te concentreren op een beperkt aantal initiatieven van betekenis, zonder kleinschalige projecten uit te sluiten wanneer deze geschikt zijn. In overleg met de partnerlanden worden te dien einde indicatieve programma's en actieprogramma's opgesteld welke betrekking hebben op maximaal drie intersectorale samenwerkingsgebieden. De volgende terreinen lenen zich in het bijzonder voor dergelijke samenwerking:

  • Steun voor institutionele, juridische en administratieve hervormingen (instelling van een rechtsstaat, vergroting van de doelmatigheid van beleidsmaatregelen, steun voor maatregelen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, enz.);
  • Steun aan de privé-sector en voor economische ontwikkeling (stimulering van het midden- en kleinbedrijf (MKB), ontwikkeling van het financiële en bankstelsel, bevordering van particuliere bedrijvigheid, enz.);
  • Steun voor het verzachten van de sociale gevolgen van de overschakeling (hervorming van de stelsels voor de volksgezondheid, de pensioenen, de sociale zekerheid en de verzekeringen, steun voor de sociale wederopbouw en de reclassering, enz.);
  • Ontwikkeling van infrastructuurnetwerken (vervoersnet, telecommunicatienet, pijpleidingen, grensoverschrijdingsfaciliteiten, enz.);
  • Versterking van de bescherming van het milieu en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (aanpassing aan de communautaire normen, duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen, enz.);
  • Ontwikkeling van de plattelandseconomie (privatisering van grond, verbetering van de distributie en van de toegang tot de markten).

4. Naast de drie hoofdterreinen kan steun worden verleend op het gebied van nucleaire veiligheid. Deze dient betrekking te hebben op één van de volgende drie prioriteiten:

  • bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur;
  • uitwerking van strategieën voor het beheer van gebruikte splijtstoffen en nucleaire afvalstoffen;
  • bijdrage tot relevante internationale initiatieven op dit gebied.

5. Het programma moet rekening houden met de uiteenlopende behoeften en de regionale prioriteiten, alsmede met de vooruitgang die in de partnerlanden wordt geboekt bij de invoering van de democratie en de markteconomie, alsmede hun absorptiecapaciteit. Bijzondere aandacht dient daarbij uit te gaan naar de noodzaak de risico's voor het milieu en de vervuiling terug te dringen, te komen tot een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en energie en de sociale aspecten van de overgang te ondervangen.

6. Het programma is er voorts op gericht de interstatelijke, interregionale en grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen tussen de voor steun in aanmerking komende landen onderling, tussen deze landen en de Europese Unie en tussen deze landen en de landen in Midden- en Oost-Europa. Deze grensoverschrijdende samenwerking (castellanodeutschenglishfrançais) moet in hoofdzaak ten doel hebben:

  • de grensgebieden te helpen om voor hen specifieke ontwikkelingsmoeilijkheden te overwinnen;
  • de koppeling aan te moedigen van netwerken aan weerszijden van de grenzen;
  • het proces van omschakeling in de betrokken landen te versnellen door middel van samenwerking met grensgebieden van de Unie en van Midden- en Oost-Europa;
  • de grensoverschrijdende milieuvervuiling en grensoverschrijdende milieurisico's terug te dringen.

Ondersteunde maatregelen

7. Aangezien TACIS een programma voor technische bijstand is, worden hoofdzakelijk de volgende maatregelen ondersteund:

  • overdracht van kennis, deskundigheid en knowhow: bijvoorbeeld organisatie van opleiding;
  • industriële samenwerking en samenwerkingsverbanden tussen publieke en private organismen, eventueel vergezeld van detachering van Europese deskundigen;
  • technische bijstand voor de begeleiding van investeringen en financiering van investeringen, met name op het gebied van de grensoverschrijdende samenwerking, de bevordering van het MKB, milieu-infrastructuren en -netwerken;
  • aankoop van benodigdheden voor de technische bijstand.

Financiering

8. De uitgetrokken middelen voor deze looptijd van zes jaar belopen 3,138 miljard EUR. De begrotingsautoriteit stelt ieder jaar, binnen de limieten van de financiële vooruitzichten van de Unie, de jaarlijkse bedragen vast. De steun van de Unie wordt in beginsel verleend in de vorm van giften.

9. De verordening bepaalt dat 20% van de totale voor het programma beschikbare middelen kunnen worden aangewend voor de financiering van investeringen met een vermenigvuldigingseffect en een gemeenschappelijk belang (financiering van grensoverschrijdingsfaciliteiten en milieu-infrastructuur, stimulering van het MKB, netwerken). Deze communautaire financiering moet een aanvulling vormen op andere investeringen.

10. Tevens is een stimuleringsregeling voorzien (van 20% van de totale beschikbare middelen van het nieuwe programma) dat een element van concurrentie introduceert bij de verdeling van de hulpbronnen, teneinde de kwaliteit te bevorderen. Het is de bedoeling dit systeem geleidelijk in te voeren (te beginnen met 10% van de beschikbare middelen, met een geleidelijke verhoging van 5% per jaar tot het maximum is bereikt).

11. De Commissie is tot slot voorstander van cofinanciering met openbare en particuliere organisaties in de lidstaten.

Programma

12. De communautaire steun aan de NOS wordt toegekend in het kader van nationale en regionale meerjarenprogramma's die worden opgesteld dank zij een dialoog tussen de partnerlanden en de Europese Commissie. Deze programma's bevatten indicatieve programma's voor een periode van drie tot vier jaar. Daarin worden de voornaamste doelstellingen en richtsnoeren en de financiële gegevens vastgelegd.

13. Vervolgens worden op basis van deze indicatieve programma's jaarlijkse of tweejaarlijkse actieprogramma's goedgekeurd. Deze omvatten een zo gedetailleerd mogelijke lijst van projecten die op de geselecteerde samenwerkingsgebieden moeten worden gefinancierd. Voor elk van deze projecten wordt tussen de Commissie en elk partnerland een financieel protocol overeen gekomen.

Procedures en beheer

14. De indicatieve programma's en de actieprogramma's worden goedgekeurd door de Commissie, volgens de beheersprocedure, na raadpleging van het comité voor bijstand aan de NOS en aan Mongolië, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

15. De Commissie verzorgt het beheer van de gefinancierde acties en maatregelen uit hoofde van de onderhavige verordening en in overeenstemming met het Financieel Reglement van de Europese Gemeenschap (EG) met in achtneming van de beginselen van goed financieel beheer, zuinigheid en kosteneffectiviteit.

16. De door TACIS gefinancierde acties vormen het voorwerp van openbare aanbestedingen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Financieel Reglement van de EG. Aldus worden, aangezien het om diensten gaat, opdrachten van meer dan 200 000 EUR aanbesteed door middel van beperkte internationale aanbestedingen. Opdrachten voor lagere bedragen worden aanbesteed overeenkomstig de onderhandelingsprocedure.

17. De deelname aan de openbare aanbestedingen staat tegen gelijke voorwaarden open voor alle natuurlijke en rechtspersonen in de lidstaten, de begunstigde landen, de landen die begunstigde zijn van het Phare-Programma en uiteindelijk de mediterrane derde landen van de EG.

18. Bij het beheer van de tenuitvoerlegging van dit programma is een goede coördinatie vereist tussen de Commissie en de lidstaten, zowel in de fase van de uitwerking van de projecten als in de fase van de uitvoering ervan.

Follow-up en evaluatie

19. Elk jaar stelt de Commissie een verslag op over de vorderingen die met het programma zijn geboekt, vergezeld van een evaluatie van de verleende bijstaand en de bereikte resultaten. Deze verslagen worden aan alle communautaire instellingen gezonden. In het licht van deze verslagen stelt de Commissie de wenselijke aanpassingen van de verordening voor. Voorts dient zij alle statistieken met betrekking tot de gunning van contracten beschikbaar te stellen.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtreding - VervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr 99/200021.01.2000-L 12 van 18.1.2000

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr 2112/200528.12.2005-L 12 van 18.1.2000

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 inzake algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument [Publicatieblad L 310 van 9.11.2006].

 
Laatste wijziging: 21.02.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven