RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Industriële emissies

De Europese Unie (EU) definieert de normen waaraan industriële activiteiten met de hoogste kans op vervuiling moeten voldoen. Ze stelt een vergunningsprocedure in en bepaalt vereisten, met name voor afval. Het doel is om vervuilende emissies in lucht, water en bodem te vermijden of te minimaliseren, zoals van afval afkomstig van industriële en landbouwinstallaties, om een hoge mate van bescherming van het milieu en de gezondheid te bereiken.

BESLUIT

Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging).

SAMENVATTING

Deze richtlijn verenigt Richtlijn 2008/1/EG (de „IPPC-richtlijn”) en zes andere richtlijnen in één enkele richtlijn inzake industriële emissies.

Toepassingsgebieden

Deze richtlijn is van toepassing op de industriële activiteiten met de hoogste kans op vervuiling, gedefinieerd in bijlage I van de richtlijn (energie-industrie, productie en verwerking van metalen, minerale industrie, chemische industrie, afvalbeheer, dierenkweek, enz.).

De richtlijn bevat specifieke bepalingen voor de volgende installaties:

  • stookinstallaties (≥ 50 MW);
  • verbrandingsinstallaties of meeverbrandingsinstallaties van afval;
  • bepaalde installaties en activiteiten die gebruik maken van organische oplosmiddelen;
  • installaties die titaandioxide produceren.

Deze richtlijn is niet van toepassing op activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling noch op experimenten met nieuwe producten en processen.

Milieunormen

Elke industriële installatie die activiteiten uitvoert die zijn vermeld in bijlage I van de richtlijn moet bepaalde fundamentele normen respecteren:

  • preventieve maatregelen nemen tegen vervuiling;
  • de beste beschikbare technieken toepassen (BBT);
  • geen aanzienlijke vervuiling veroorzaken;
  • het afval op de minst vervuilende manier beperken, recycleren of elimineren;
  • de energie-efficiëntie maximaliseren;
  • ongevallen voorkomen en hun gevolgen beperken;
  • de locaties in hun oorspronkelijke staat herstellen wanneer de activiteiten worden beëindigd.

Toepassing van de beste beschikbare technieken

De industriële installaties moeten de BBT gebruiken, d.w.z. de meest doeltreffende technieken, om in hun geheel een hoge algemene mate van bescherming van de omgeving te bereiken, op zodanige schaal ontwikkeld dat de technieken, in economisch en technisch haalbare omstandigheden, in de betrokken industriële context kunnen worden toegepast. De Europese Commissie moet conclusies vastleggen over de BBT met daarin de emissiegehaltes die verband houden met de BBT. Deze conclusies dienen als referentie voor de bepaling van vergunningsvoorwaarden.

Vergunningsvoorwaarden

De vergunning moet de noodzakelijke maatregelen voorzien om de naleving te garanderen van de fundamentele plichten van de exploitant en de normen voor milieukwaliteit. Deze maatregelen bestaan ten minste uit:

  • grenswaarden voor de emissies van vervuilende stoffen;
  • voorschriften die de bescherming van bodem, water en lucht garanderen;
  • maatregelen voor toezicht op en beheer van afval;
  • normen met betrekking tot de meetmethode voor emissies, de frequentie van de metingen en de evaluatieprocedure;
  • een plicht om de bevoegde instantie op de hoogte te brengen, ten minste eenmaal per jaar, van de resultaten van het toezicht;
  • normen inzake onderhoud van en toezicht op de bodem en het grondwater;
  • maatregelen met betrekking tot uitzonderlijke omstandigheden (lekken, storingen, korte of definitieve stilleggingen, enz.);
  • bepalingen om vervuiling op lange afstand of over de grenzen heen te minimaliseren;
  • de voorwaarden die het mogelijk maken om de naleving van de emissiegrenswaarden te evalueren.

Bijzondere bepalingen

Bijzondere bepalingen zijn van toepassing op stookinstallaties, verbrandingsinstallaties en meeverbrandingsinstallaties van afval, installaties die organische oplosmiddelen gebruiken en installaties die titaandioxide produceren.

De emissiegrenswaarden voor de grote stookinstallaties bepaald in bijlage V van de richtlijn zijn over het algemeen strikter dan die in Richtlijn 2001/80/EG. Voor bestaande installaties is een zekere flexibiliteit voorzien (nationaal overgangsplan, in de tijd beperkte afwijking).

Voor de andere activiteiten, waarvoor bijzondere bepalingen van toepassing zijn, werden de bepalingen van de huidige richtlijnen grotendeels behouden.

Milieu-inspecties

De lidstaten moeten een systeem voor milieu-inspectie opzetten voor de betrokken installaties. Alle installaties moeten opgenomen zijn in een milieu-inspectieplan. Dit plan moet regelmatig worden gereviseerd en geactualiseerd.

Op basis van de inspectieplannen, moet de bevoegde autoriteit regelmatig programma's opstellen voor routine milieu-inspecties, met daarin opgenomen de frequentie van de bezoeken aan de sites voor de verschillende installatietypen. Hoeveel tijd er blijft tussen twee inspectiebezoeken aan een locatie moet gebaseerd zijn op een systematische evaluatie van de milieurisico's die de betrokken installaties stellen. Dit kan niet langer zijn dan een jaar voor installaties die het hoogste risico lopen en drie jaar voor de installaties die het minste risico lopen.

Intrekking

Richtlijn 2010/75/EU vervangt definitief,

  • vanaf 7 januari 2014:
    1. Richtlijn 78/176/EEG betreffende de afvalstoffen afkomstig van de titaandioxide-industrie;
    2. Richtlijn 82/883/EEG betreffende het toezicht op en de controle van lozingen van de titaandioxide-industrie;
    3. Richtlijn 92/112/EEG betreffende de vermindering van de verontreiniging door afval van de titaandioxide-industrie;
    4. Richtlijn 1999/13/EG inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen;
    5. Richtlijn 2000/76/EG betreffende de verbranding van afval;
    6. Richtlijn 2008/1/EG inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging;
  • met ingang van 1 januari 2016:
    1. Richtlijn 2001/80/EG inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad
Richtlijn 2010/75/EU

6.1.2011

7.1.2013

PB L 334 van 17.12.2010

Laatste wijziging: 10.03.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven