RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Storten van afvalstoffen

De Europese Unie heeft strenge technische voorschriften vastgesteld inzake stortplaatsen teneinde de negatieve gevolgen voor het milieu, met name voor het oppervlaktewater, het grondwater, de bodem, de lucht en de menselijke gezondheid, te voorkomen of zoveel mogelijk te verminderen.

BESLUIT

Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

De richtlijn heeft ten doel te voorzien in maatregelen om de negatieve gevolgen van het storten van afvalstoffen voor het milieu te voorkomen of te verminderen.

In de richtlijn, die van toepassing is op alle stortplaatsen die als afvalverwijderingsterreinen voor het storten van afvalstoffen op of in de bodem zijn omschreven, worden de verschillende categorieën afvalstoffen gedefinieerd (stedelijk afval, gevaarlijke, ongevaarlijke en inerte afvalstoffen). De stortplaatsen worden ingedeeld in drie klassen:

  • stortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen;
  • stortplaatsen voor ongevaarlijke afvalstoffen;
  • stortplaatsen voor inerte afvalstoffen.

De richtlijn is evenwel niet van toepassing op:

  • de verspreiding op de bodem van slib (met inbegrip van zuiveringsslib en baggerspecie);
  • het gebruik van inerte afvalstoffen die bruikbaar zijn voor terreinophoging of terreinverbetering;
  • het storten van onverontreinigde grond of ongevaarlijke inerte afvalstoffen die afkomstig zijn uit de prospectie en de winning, de behandeling en de opslag van mineralen of van de exploitatie van steengroeven;
  • het storten van ongevaarlijke baggerspecie langs kleine waterwegen waaruit die specie afkomstig is en van ongevaarlijke specie in oppervlaktewater, met inbegrip van de bedding en haar ondergrond.

Teneinde alle risico's te vermijden, komt er een uniforme procedure voor de aanvaarding van afvalstoffen:

  • alleen behandelde afvalstoffen mogen worden gestort;
  • gevaarlijke afvalstoffen die aan de criteria van de richtlijn voldoen, moeten aan een stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen worden toegewezen;
  • stortplaatsen voor ongevaarlijke afvalstoffen moeten worden gebruikt voor stedelijk afval en voor ongevaarlijke afvalstoffen;
  • stortplaatsen voor inerte afvalstoffen mogen alleen voor inerte afvalstoffen worden gebruikt.

De volgende afvalstoffen worden niet op een stortplaats aanvaard:

  • vloeibare afvalstoffen;
  • ontvlambare afvalstoffen;
  • afvalstoffen die ontplofbaar of oxiderend zijn;
  • ziekenhuisafval en andere klinische afvalstoffen die infectueus zijn;
  • hele gebruikte banden, behoudens uitzonderingen;
  • alle andere soorten afvalstoffen die niet voldoen aan de aanvaardingscriteria als omschreven in bijlage II van de richtlijn.

De richtlijn omvat een procedure voor het verlenen van exploitatievergunningen voor stortplaatsen. De aanvraag daartoe moet de volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit van de aanvrager en eventueel van de exploitant;
  • de beschrijving van de soorten en de totale hoeveelheid te storten afvalstoffen;
  • de beoogde capaciteit van de stortplaats;
  • de beschrijving van het terrein;
  • de beoogde methode ter preventie en vermindering van verontreiniging;
  • het beoogde exploitatie-, toezichts- en controleplan;
  • het beoogde plan voor sluiting en nazorg;
  • de door de aanvrager gestelde financiële zekerheid;
  • de milieueffect­beoordeling indien die moet worden uitgevoerd ingevolge Richtlijn 85/337/EEG van de Raad betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten.

De lidstaten waken erover dat de bestaande stortplaatsen slechts in gebruik blijven op voorwaarde dat maatregelen worden getroffen om zo spoedig mogelijk aan de bepalingen van de richtlijn te voldoen.

Drie keer per jaar rapporteren de lidstaten bij de Commissie over de tenuitvoerlegging van de richtlijn.

Op basis van die rapporten publiceert de Commissie een communautair rapport over de tenuitvoerlegging van de richtlijn (zie "Gerelateerde Besluiten" hieronder).

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 1999/31/EG

16.7.1999

16.7.2001

L 182 van 16.7.1999

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1882/2003

20.11.2003

-

L 284 van 31.10.2003

Verordening (EG) nr. 1137/2008

11.12.2008

-

L 311 van 21.11.2008

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Richtlijn 1999/31/EG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Informatie inzake eilanden en afgelegen woongebieden die overeenkomstig artikel 3, lid 4, zijn uitgesloten van de richtlijn betreffende het storten van afvalstoffen [Publicatieblad C 316 van 13.12.2005].

Beschikking 2003/33/EG van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen [Publicatieblad L 11 van 16.1.2003].

Beschikking 2000/738/EG van de Commissie van 17 november 2000 inzake een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen [Publicatieblad L 298 van 25.11.2000].

Verslagen

Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving inzake afval richtlijn 2006/12/EG betreffende afvalstoffen, richtlijn 91/689/EEG inzake gevaarlijk afval, richtlijn 75/439/EEG inzake afgewerkte olie, richtlijn 86/278/EEG betreffende het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw, richtlijn 94/62/EG inzake verpakking en verpakkingsafval, richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen en richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur voor de periode 2004-2006 [COM(2009) 633 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
De praktische tenuitvoerlegging van de richtlijn storten van afvalstoffen blijft zeer onbevredigend en er dienen grote inspanningen te worden geleverd om dit te verbeteren. Tien jaar na de vaststelling van de richtlijn rapporteren niet alle lidstaten dat zij alle bepalingen ervan hebben omgezet en ten uitvoer gelegd. Er zijn nog een groot aantal illegale stortplaatsen die niet beschikken over de nodige vergunningen die overeenkomstig de Europese wetgeving inzake afvalstoffen vereist zijn. Een groot deel van de lidstaten heeft de uiterste datum tegen welke alle vóór de invoering van de richtlijn niet-conforme stortplaatsen (behoudens uitdrukkelijke afwijking) met de wetgeving in overeenstemming moesten worden gebracht, namelijk 16 juli 2009, niet gehaald. Slechts negen lidstaten rapporteren dat zij de 2006-streefcijfers voor een geleidelijke vermindering van het naar stortplaatsen over te brengen biologisch afbreekbaar stedelijk afval hebben gehaald en stortgas wordt onvoldoende opgevangen.
In 2009 liepen er dertien procedures wegens niet-conformiteit en elf procedures wegens slechte toepassing in verband met de richtlijn storten van afvalstoffen tegen lidstaten. Als reactie op dit systematisch tekortschieten van de lidstaten om de EU-afvalstoffenwetgeving naar behoren ten uitvoer te leggen, heeft de Commissie voor een strategische aanpak gekozen.

Verslag van de Commissie van 19 juli 2006 over de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving inzake afval - Richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen, Richtlijn 91/689/EEG inzake gevaarlijk afval, Richtlijn 75/439/EEG inzake afgewerkte olie, Richtlijn 86/278/EEG betreffende het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw, Richtlijn 94/62/EG inzake verpakking en verpakkingsafval, Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen - voor de periode 2001-2003 [COM(2006) 406 definitief - Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
Volgens dit verslag hebben verschillende lidstaten gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bepaalde soorten afval of stortplaatsen van sommige bepalingen van de richtlijn uit te sluiten (bv. voor afgelegen woongebieden en ondergrondse opslag). In sommige landen zal evenwel een zeer groot aantal stortplaatsen voor ongevaarlijk en inert afval uiterlijk 2009 heringericht of gesloten moeten zijn om aan de richtlijn te voldoen. De meeste lidstaten hebben afvalaanvaardingscriteria vastgesteld en een nationale strategie uitgewerkt ter vermindering van de hoeveelheden gestort biologisch afbreekbaar afval. De Commissie heeft tal van inbreukprocedures ingeleid omdat sommige lidstaten er nog illegale stortplaatsen op nahielden of er niet op werd toegezien dat uiterlijk juli 2002 aanpassingsplannen door de exploitanten van de stortplaatsen waren voorgelegd.

Verslag van de Commissie van 30 maart 2005 over de nationale strategieën voor de vermindering van de naar stortplaatsen over te brengen biologisch afbreekbare afvalstoffen, overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen [COM(2005) 105 – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
In januari 2004 heeft de Commissie een overzicht ontvangen van de nationale strategieën van twaalf lidstaten (Ierland en Spanje hebben hun nationale strategie niet toegezonden, terwijl de strategie van Finland te laat is ingediend om in dit verslag te kunnen worden verwerkt). België en het Verenigd Koninkrijk hebben hun strategie op regionale grondslag gepresenteerd. Voorts moeten de tien nieuwe lidstaten na de toetreding hun strategie indienen.
Alle strategieën bevatten de volgende elementen: compostering, recyclage van papier en energieterugwinning. In de meeste strategieën wordt de nadruk gelegd op het gebruik van gescheiden organisch afval om compost van goede kwaliteit te verkrijgen. De gedetailleerdheid van de strategieën en de maatregelen om de doelstellingen te bereiken, lopen sterk uiteen. Sommige lidstaten hebben voor juridisch bindende maatregelen geopteerd, andere voor vrijwillige maatregelen en stimulansen. Na analyse van de strategieën is het niet duidelijk of de lidstaten die de stortreductiedoelstellingen nog niet hebben bereikt, deze in de toekomst zullen bereiken. Het lijkt er echter op dat aanvullende maatregelen nodig zijn om de doelstellingen te bereiken.

Laatste wijziging: 24.02.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven