RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Vermindering van de broeikasgassen tegen 2020

Deze beschikking draagt bij tot het respecteren van de verbintenis van de Gemeenschap om de broeikasgasemissies tegen 2020 met 20 % te verminderen ten opzichte van 1990. Ze legt de doelstellingen van de emissieverlaging vast voor elke EU-lidstaat en geeft de monitoringbepalingen voor de realisatie ervan aan. In geval van een internationale overeenkomst kunnen deze doestellingen nog uitgebreid worden.

BESLUIT

Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om te voldoen aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020.

SAMENVATTING

Deze beschikking legt de minimumbijdrage van de lidstaten inzake broeikasgasemissies * vast, in navolging van de verbintenis aangegaan door de Gemeenschap voor de periode 2013-2020.

Broeikasgasemissies voor de periode 2013-2020 en flexibiliteit

Elke lidstaat beschikt over jaarlijkse emissiequota volgens een lineair traject beginnend in 2013 en eindigend in 2020. Gedurende deze periode moeten de werkelijke emissies van de lidstaten lager liggen dan de vooropgestelde jaarlijkse emissies. Het jaarlijks emissiequotum voor 2020 stemt overeen met het percentage dat werd vastgelegd in bijlage II voor elke lidstaat.

Gedurende de periode van 2013-2019 mag een lidstaat een hoeveelheid van maximaal 5 % van zijn jaarlijkse emissieruimte van het volgende jaar opnemen *. Het ongebruikte deel van zijn jaarlijkse emissieruimte voor een bepaald jaar mag overgedragen worden naar het volgende jaar. Onder bepaalde voorwaarden mag een lidstaat eveneens een deel van zijn jaarlijkse emissieruimte overdragen aan andere lidstaten.

Energie-efficiëntie

De Commissie evalueert uiterlijk in 2012 de vooruitgang van de Gemeenschap en haar lidstaten wat betreft de invoering van het energie-efficiëntieplan. Na deze evaluatie zal de Commissie, indien nodig, aangescherpte of nieuwe maatregelen treffen.

Gebruik van kredieten uit projectactiviteiten

De lidstaten mogen volgende broeikasgasreductiekredieten gebruiken om hun verplichtingen na te komen:

  • gecertificeerde emissiereducties („Certified Emission Reductions“, CER’s) en emissiereductie-eenheden („Emission Reduction Units“, ERU’s), zoals vermeld in Richtlijn 2003/87/EG die worden afgegeven voor de periode van 2008 tot en met 2012 en die in aanmerking komen voor projecten geregistreerd voor 31 december 2012;
  • CER’s die worden afgegeven voor emissiereducties behaald uit in de minst ontwikkelde landen (MOL’s) uitgevoerde projecten;
  • de tijdelijke CER's (tCER's) of langetermijn-CER's (lCER's) afkomstig uit bebossings- en herbebossingsprojecten.

Een lidstaat mag een deel van zijn ongebruikte jaarlijkse emissieruimte (maximaal 3 %) overdragen aan een andere lidstaat. De ongebruikte hoeveelheid mag ook overgedragen worden naar een volgend jaar.

Rapportering, evaluatie van de vooruitgang, wijzigingen en herziening

De lidstaten moeten in hun verslagen die op grond van Beschikking 280/2004/EG worden ingediend, het volgende opnemen:

  • hun jaarlijkse broeikasgasemissies;
  • het gebruik, de geografische spreiding en de soorten van gebruikte kredieten;
  • de geraamde vooruitgang en nationale vooruitzichten;
  • informatie over de nationale beleidsmaatregelen.

Om de twee jaar beoordeelt de Commissie de geboekte vooruitgang en het naleven van de verbintenis.

Corrigerende maatregelen

Indien de broeikasemissies de jaarlijks aangegeven ruimte overschrijden, moet de desbetreffende lidstaat volgende maatregelen treffen:

  • een verkleining van de emissieruimte van de lidstaat voor het volgende jaar;
  • de ontwikkeling van een plan met corrigerende maatregelen;
  • de tijdelijke opschorting van de mogelijkheid om een deel van de emissieruimte en de rechten op het gebruik van kredieten over te dragen aan een andere lidstaat.

Aanpassing toepasbaar met ingang van de goedkeuring door de Europese Gemeenschap van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering

Binnen de drie maanden na de ondertekening door de Gemeenschap van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering die leidt tot een vermindering van de broeikasgasemissies met meer dan 20 % ten opzichte van 1990, moet de Commissie een verslag indienen waarin zij volgende punten evalueert:

  • de aard van de maatregelen die op internationaal niveau zijn genomen;
  • de te ondernemen acties op Gemeenschapsvlak met het oog op de 30 % reductieverbintenis die in maart 2007 door de Europese Raad werd goedgekeurd;
  • het effect op de concurrentiepositie van de industrie en de landbouw met inbegrip van het gevaar van een weglekeffect.
  • het effect van een internationale overeenkomst op andere economische sectoren;
  • een passende regeling voor het opnemen van emissies in verband met landgebruik en bosbouw;
  • regelingen inzake bebossing, herbebossing, ontbossing en bosdegradatie in derde landen;
  • de behoefte aan bijkomende beleidsmaatregelen.

Ingeval er tegen 31 december 2010 geen internationale overeenkomst is, moet de Commissie een voorstel formuleren voor het opnemen van emissies en verwijdering van broeikasgassen in verband met landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in de reductieverplichting van de Gemeenschap.

Context

De uiteindelijke doelstelling van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) dat werd goedgekeurd bij Besluit 94/69/EG is het stabiliseren van de concentraties van broeikasgassen. Het is van essentieel belang dat de gemiddelde jaartemperatuur van het aardoppervlak niet meer dan 2 °C boven het pre-industriële niveau uitstijgt, wat erop neerkomt dat de broeikasgasemissies tegen 2050 ten minste 50 % onder het niveau van 1990 moeten liggen.

Belangrijkste begrippen
  • Broeikasgasemissies: de uitstoot van kooldioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide of lachgas (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6).
  • Jaarlijkse emissieruimte: de per jaar maximaal toegestane broeikasgasemissies in de jaren 2013 tot en met 2020.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad
Beschikking 406/2009/EG

25.6.2009

PB L 140 van 5.6.2009

VERWANT BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 26 mei 2010 getiteld „Analyse van de opties voor een broeikasgasemissiereductie van meer dan 20 % en beoordeling van het risico van ‚koolstoflekkage’“. [COM(2010) 265 definitief – Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
Onderhavige mededeling analyseert de gevolgen van een beleid dat de broeikasgasemissie met 30 % moet terugdringen.
De economische crisis van 2008 heeft een sterke daling van de CO2-emissie veroorzaakt. Deze emissievermindering had tot gevolg dat de EU in 2009 14 % minder broeikasgassen heeft uitgestoten dan in 1990, terwijl de daling in 2008 slechts 11,6 % bedroeg.
Daarom lijkt het streven naar een uitbreiding van de 2020-doelstellingen haalbare kaart mits invoering van volgende maatregelen:

  • aanpassen van het emissiehandelssysteem om een deel van de quota te „reserveren“ voor koolstofveilingen;
  • belonen van snelle beslissers die investeren in toptechnologie inzake emissiereductie door de toekenning van bijkomende gratis rechten;
  • invoeren van koolstofheffingen;
  • gebruik maken van het EU-beleid om de emissiereducties te bevorderen;
  • gebruik maken van de internationale kredietinstrumenten om de toepassing van toptechnologie inzake emissiereductie te stimuleren.

De mededeling onderstreept echter dat de totale kostprijs van een emissiereductie van 30 %, inclusief de kosten om tot een 20 %-reductie te komen, nu geraamd wordt op 81 miljard EUR. Dit bedrag overstijgt aanzienlijk de aanvankelijk geraamde kostprijs van 70 miljard EUR voor het „klimaat- en energiepakket“.
Het is evenzeer van groot belang dat een emissiereductie van 30 % voor CO2 ook in derde landen wordt aangepakt om het risico op „koolstoflekkage“ te vermijden. Daarom dringt zich op dat niveau een internationale samenwerking op.

Laatste wijziging: 27.07.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven