RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verdrag van Stockholm betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (POP's)

Het verdrag van Stockholm inzake persistent organische verontreinigende stoffen (POP's) biedt een op het voorzorgsbeginsel gebaseerd kader dat moet waarborgen dat de productie en toepassing van deze voor de menselijke gezondheid en het milieu schadelijke stoffen in alle veiligheid geëlimineerd c.q. beperkt worden. Het verdrag heeft betrekking op twaalf prioritaire POP's, waarbij echter op langere termijn wordt nagestreefd om er ook andere stoffen bij te betrekken.

BESLUIT

Besluit 2006/507/EG van de Raad van 14 oktober 2004 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen.

SAMENVATTING

Het verdrag van Stockholm heeft als doel de milieuverontreiniging door persistente organische verontreinigende stoffen (POP's) te beperken. Het bevat een definitie van de betreffende stoffen, alsmede regels voor de productie, invoer en uitvoer van deze stoffen.

Definitie

Persistente organische verontreinigende stoffen zijn scheikundige stoffen die bepaalde toxische eigenschappen hebben en die, in tegenstelling tot andere verontreinigende stoffen, moeilijk worden afgebroken. POP’s zijn bijzonder schadelijk voor de volksgezondheid en het milieu. Zij stapelen zich op in levende organismen en worden verspreid door de lucht, het water en migrerende soorten en accumuleren in terrestrische en aquatische ecosystemen. Verontreiniging met POP’s is een grensoverschrijdend probleem dat op internationaal niveau moet worden aangepakt.

Toepassingsgebied

Het verdrag van Stockholm heeft betrekking op de twaalf prioritaire POP's die al dan niet opzettelijk worden geproduceerd. Deze stoffen komen onbedoeld voort uit bronnen als verwarmingsinstallaties van woningen en afvalverbrandingsovens.

Bij deze twaalf prioritaire POP's gaat het om aldrin, chloordaan, dichloordifenyltrichloorethaan (DDT), dieldrin, endrin, heptachloor, mirex, toxafeen, polychloorbifenylen (PCB's), hexachloorbenzeen, dioxinen en furanen.

In een eerste fase is het in het kader van het verdrag de bedoeling om de productie en het gebruik van negen POP's te verbieden en de productie en het gebruik van een tiende stof te beperken. Bij de twee overige POP's is het oogmerk hun onbedoelde productie en hun emissie in het milieu te beperken. De voorschriften van het verdrag zijn niet van toepassing op chemicaliën die voor laboratoriumonderzoek zijn bestemd.

Instanties

Voor de tenuitvoerlegging van het verdrag op internationaal niveau worden drie instanties in het leven geroepen:

  • de conferentie van de partijen: dit is de voornaamste instantie die is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle partijen bij het verdrag en, zo nodig, uit waarnemers. De conferentie legt de regels en procedures voor de tenuitvoerlegging van het verdrag vast en neemt de belangrijkste beslissingen, zoals de toevoeging van een nieuwe stof aan het toepassingsgebied van het verdrag en het toestaan van afwijkingen;
  • het comité voor de bestudering van persistente organische verontreinigende stoffen: het comité, dat uit specialisten bestaat, buigt zich over de voorstellen tot toevoeging van nieuwe stoffen aan het verdrag;
  • het secretariaat: deze instantie is voornamelijk met administratieve taken belast.

In- en uitvoer van POP's

Krachtens het verdrag moet de in- en uitvoer van verboden POP's tot staan gebracht worden. Chemicaliën die als POP's zijn ingedeeld mogen echter onder bepaalde omstandigheden toch worden ingevoerd, namelijk:

  • met het oog op de ecologisch rationele uitbanning van bestaande POP's (vernietiging van afvalstoffen, enz.);
  • wanneer de productie en het gebruik van de POP's krachtens een afwijking is toegestaan.

De uitvoer van POP's is toegestaan in de volgende gevallen:

  • met het oog op de ecologisch rationele uitbanning van bestaande POP's (vernietiging van afvalstoffen, enz.);
  • naar een partij die uit hoofde van het verdrag een afwijking voor het gebruik van de stof heeft gekregen;
  • naar een land dat zich niet bij het verdrag heeft aangesloten.

In dit laatste geval moet het land van invoer jaarlijks een certificaat geven aan de exporterende partij. Dat certificaat moet onder meer aangeven welk gebruik zal worden gemaakt van de scheikundige stof in kwestie en moet een verklaring bevatten waarbij de invoerder zich ertoe verbindt de volksgezondheid en het milieu te beschermen en maatregelen te nemen in verband met afvalbeheer, met inbegrip van maatregelen die de onomkeerbare eliminatie van de desbetreffende POP inhouden.

Onbedoelde productie van POP's

De doelstelling is de niet-bedoelde productie en de emissie van POP's te verminderen en zo mogelijk te elimineren. De partijen bij het verdrag moeten daartoe een nationaal, regionaal of subregionaal actieplan uitwerken. Dit laatste past in het hoofdplan voor de tenuitvoerlegging van het verdrag. Het plan moet maatregelen omvatten inzake de evaluatie van de emissies en van de doeltreffendheid van de bestaande regelgeving en het bestaande beleid inzake het beheer van die emissies en moet een strategie omvatten met het oog op het bereiken van de doelstellingen van het verdrag.

Het is belangrijk de ontwikkeling en het gebruik van aangepaste of vervangingsmaterialen, -producten en -procedés te bevorderen teneinde de onbedoelde productie van POP's te voorkomen. Het verdrag omvat algemene richtsnoeren betreffende de beste beschikbare technieken en de beste milieupraktijken voor het voorkomen en de vermindering van de POP's-emissies uit voorraden en stortplaatsen.

Afwijkingen

Het verdrag staat bepaalde afwijkingen toe op de voorschriften inzake de eliminatie/vermindering van de productie en het gebruik van de POP's en, bijgevolg, op de regels betreffende de in- en uitvoer van die stoffen. Die afwijkingen, welke specifiek zijn voor elke afzonderlijke POP, worden omschreven in de bijlagen van het verdrag.

Bedoelde afwijkingen zijn opgetekend in een register dat voor het publiek toegankelijk is, en gelden voor een periode van vijf jaar. Zij worden eventueel verlengd door de conferentie van partijen, op basis van een verslag dat de conferentie wordt voorgelegd door de betrokken partij, dat aantoont dat bedoelde afwijking noodzakelijk blijft. Zodra echter voor een bepaald type afwijking geen enkele partij nog langer geregistreerd is, wordt voor dit type geen enkele afwijking meer toegestaan.

Tenuitvoerlegging door de partijen

De partijen moeten een actieplan opstellen om aan hun verplichtingen uit hoofde van het verdrag te voldoen en moeten dit aan de conferentie voorleggen. Om de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken moet elke partij een nationale correspondent aanwijzen. Aangezien POP's een grensoverschrijdende probleem vormen, worden de partijen ertoe aangemoedigd om op verschillende niveaus samen te werken teneinde de uitwerking, toepassing en actualisering van hun plannen voor de tenuitvoerlegging van het verdrag, inclusief op regionaal en subregionaal niveau, te vergemakkelijken.

Het is ook belangrijk dat er toezicht is op de ontwikkeling van de POP's ten aanzien van het milieu en de volksgezondheid en dat onderzoek en ontwikkeling worden bevorderd.

Toevoeging van nieuwe stoffen

Op aanvraag van een van de partijen buigt het wetenschappelijk comité zich over voorstellen tot toevoeging van POP's aan de lijst van het verdrag. Die aanvraag moet vergezeld gaan van specifieke informatie waarmee het voorstel wordt gerechtvaardigd. Die informatie omvat onder meer bewijzen inzake de persistentie, de bioaccumuleerbaarheid, het verspreidingspotentieel en de schadelijke effecten op volksgezondheid en milieu. Wanneer wordt geconcludeerd dat een voorstel aan de selectiecriteria voldoet, bestudeert het comité het voorstel opnieuw, daarbij rekening houdend met alle pertinente aanvullende informatie, en stelt het een ontwerptekst op met een beschrijving van de risico's en, naar gelang van de behoeften, een beoordeling van het risicobeheer. Op basis van deze evaluaties beveelt het comité de conferentie van de partijen aan de chemische stof al dan niet op te nemen op de lijst van bijlage A, B en/of C. De eindbeslissing wordt genomen door de conferentie van de partijen.

Financiële middelen en technische bijstand

Iedere partij draagt bij tot de financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van het verdrag, met name via maatregelen/activiteiten op nationaal/regionaal niveau in het kader van de actieplannen. Ontwikkelingslanden en economieën in overgang kunnen het op financieel en technisch gebied moeilijk hebben om het verdrag ten uitvoer te leggen. De ontwikkelde landen moeten dan een extra bijdrage leveren via een bij het verdrag ingesteld mechanisme. De steun aan de ontwikkelingslanden en economieën in overgang kan ook de vorm aannemen van technologische bijstand door de meer ontwikkelde landen.

Bepalingen betreffende de informatieverlening

Het is belangrijk het publiek, de beleidsmakers en de chemiesector bewust te maken van de risico's en de voorschriften met betrekking tot de POP's. Er wordt in dat verband gedacht aan maatregelen zoals de relevante opleiding van de betrokken personen. Het is ook essentieel te zorgen voor een doeltreffende communicatie tussen de partijen, meer bepaald via het secretariaat van het verdrag.

Geschillenbeslechting

Wanneer er tussen de partijen een geschil ontstaat over de interpretatie of toepassing van het verdrag, wordt dit geregeld via bemiddeling of door het geschil voor te leggen aan het internationaal Hof van Justitie. De partij welke de klacht indient, kiest de procedure. Wanneer bedoelde partij evenwel een regionale organisatie of een organisatie voor economische integratie is, komt uitsluitend de bemiddelingsprocedure in aanmerking.

Niet-naleving van het verdrag

Het verdrag wordt voorzien van een mechanisme voor toezicht en zo nodig reactie op niet-naleving ervan.

Opzegging

Een partij kan zich drie jaar na de inwerkingtreding van het verdrag daaruit terugtrekken door middel van een schriftelijke kennisgeving. Die terugtrekking treedt niet eerder dan één jaar na de datum waarop de depotregering de kennisgeving van terugtrekking heeft ontvangen in werking.

Context

Het verdrag is door 150 regeringen ondertekend, waaronder de lidstaten van de EU, evenals door de Raad, die dat uit naam van de Europese Unie deed tijdens een conferentie, die van 22 tot 23 mei 2001 in Stockholm plaatsvond.

Het verdrag is op 17 mei 2004 in werking getreden.

Het verdrag volgt op verschillende internationale initiatieven. In juni 1998 heeft de Europese Gemeenschap onder de auspiciën van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (CEE-ONU) in Aarhus het protocol inzake persistente organische verontreinigende stoffen (POP's) ondertekend in het kader van het verdrag van Genève betreffende grensoverschrijdende verontreiniging over lange afstand. Onder het protocol vallen momenteel 16 POP's waarvan er 12 zijn opgenomen in het verdrag.

Het verdrag past ook in het breder kader van de talrijke internationale verdragen en overeenkomsten betreffende het milieu welke de laatste jaren zijn gesloten, zoals de verklaring van Rio over milieu en ontwikkeling.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad

Besluit 2006/507/EG

14.10.2004

-

L 209, 31.7.2006

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG [Publicatieblad L 158 van 30.4.2004].
Deze verordening uit 2004 is bedoeld ter aanvulling van de reeds uitgebreide EU-wetgeving inzake stoffen die op de lijsten staan, en getuigt van de ambitie om verder te gaan dan de internationale verplichtingen, met name op het gebied van chemische stoffen en het beheer van afvalstoffen.
De verordening heeft meer bepaald betrekking op de productie, het in de handel brengen, het gebruik, de lozing of emissie en de eliminatie van stoffen waarvoor beperkende of verbodsbepalingen gelden uit hoofde van het Verdrag van Stockholm inzake POP's of het Protocol van de ECE-VN betreffende POP's. Zij heeft tot doel om op Europees niveau de eisen vast te leggen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van beide internationale overeenkomsten.

Besluit 2004/259/EG van de Raad van 19 februari 2004 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Protocol van 1998 inzake persistente organische verontreinigende stoffen bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand [Publicatieblad L 81 van 19.3.2004].
Dit besluit verleent goedkeuring aan het protocol van 1998 inzake persistente organische verontreinigende stoffen bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand. Het protocol van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties is in juni 1998 ondertekend door de EU en de lidstaten daarvan. Het heeft betrekking op dezelfde twaalf POP's waarvoor het verdrag van Stockholm geldt, alsmede op vier extra stoffen (pentabroomdifenylether, chloordecon, hexabroombifenyl en hexachloorcyclohexaan). Ten gevolge van hun persistentie, hun bioaccumuleerbaarheid en hun grensoverschrijdende verplaatsing door de lucht over lange afstand hebben deze POP's aanmerkelijke schadelijke effecten op de volksgezondheid en het milieu. Het protocol is in laatste instantie bedoeld om de lozing, de uitstoot en de verliezen van POP's te elimineren. Het protocol verbiedt radicaal de productie en het gebruik van bepaalde POP's (aldrin, chloordaan, chloordecon, dieldrin, endrin, hexabroombifenyl, mirex en toxafeen). Het voorziet in de eliminatie van andere producten in een later stadium (DDT, heptachloor, hexachloorbenzeen en polychloorbifenylen (PCB's)).

Laatste wijziging: 07.07.2011

Zie ook

  • Verdrag van Stockholm (EN)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven