RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Behoud van de vogelstand

Een groot aantal in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied is aan het uitsterven. Om deze tendens te keren, stelt de Europese Unie (EU) een algemene regeling op die praktijken verbiedt die een bedreiging vormen voor het behoud van deze vogelsoorten. Het beschermingsapparaat omvat ook de afbakening van speciale beschermingszones (SBZ) ten behoeve van vogels in gevaar en trekvogels waarvoor beschermingsmaatregelen en maatregelen voor het beheer van hun leefgebieden genomen zijn.

BESLUIT

Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand.

SAMENVATTING

De lidstaten van de Europese Unie (EU) moeten maatregelen nemen om het behoud van de natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied te verzekeren en de exploitatie ervan te regelen teneinde hun populatie in stand te houden of op een aanvaardbaar niveau te brengen.

Bescherming van de leefgebieden

De teloorgang of aantasting van de leefgebieden vormt een bedreiging voor het behoud van in het wild levende vogels. Hun bescherming is dus prioritair.

Om biotopen en leefgebieden voor deze vogels te beschermen, in stand te houden of te herstellen moeten de lidstaten:

  • beschermingszones instellen;
  • leefgebieden onderhouden en aanleggen conform de ecologische voorschriften;
  • vernietigde biotopen herstellen en er nieuwe aanleggen.

Speciale beschermingszones

De lidstaten moeten speciale beschermingszones(SBZ) inrichten voor de met uitroeiing bedreigde vogelsoorten en voor de trekvogels (zie bijlage I). Deze zones liggen in de natuurlijke verspreidingsgebieden van de vogels en kunnen ook overwinteringsgebieden en nest- of rustplaatsen in hun trekzones omvatten.

Speciale aandacht van de lidstaten dient uit te gaan naar de watergebieden die nagenoeg overal in Europa achteruitgaan. Tevens moeten ze omstandigheden creëren gunstig voor het overleven en de voortplanting van de in de speciale beschermingszones levende vogelsoorten. Hiertoe nemen ze de vereiste maatregelen om vervuiling en verloedering van de leefgebieden tegen te gaan, alsook storingen die de vogels uit hun evenwicht brengen. Tevens moeten ze de impact evalueren van projecten die een significant effect op de voornoemde sites kunnen hebben en de gepaste maatregelen nemen om dit te vermijden.

De speciale beschermingszones (SBZ) vormen samen met de speciale instandhoudingszones (SIZ) van de „Habitat”-richtlijn (92/43/EEG) het Europese netwerk Natura 2000 van beschermde natuurgebieden.

Bescherming van in het wild levende vogels

Onderhavige richtlijn stelt een algemene regeling voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied op. Met name is het verboden:

  • de onder de richtlijn vallende vogels opzettelijk te doden of te vangen;
  • hun nesten te vernielen of te beschadigen;
  • hun eieren (zelfs leeg) te rapen of bij te houden;
  • de vogels opzettelijk te storen en alzo het voortbestaan van de soort in het gedrang te brengen;
  • levende of dode soorten waarop niet gejaagd mag worden en die niet gevangen mogen worden (dit verbod is tevens van toepassing op ieder lichaamsdeel of ieder product afkomstig van een vogel) te vangen of te verhandelen.

De lidstaten mogen, onder bepaalde voorwaarden, afwijken van de bepalingen ten behoeve van de bescherming van in het wild levende vogels. De gevolgen van deze afwijkingen mogen evenwel niet onverenigbaar zijn met de in de richtlijn vastgelegde objectieven voor behoud.

De lidstaten moedigen onderzoek aan, nodig voor het beheer, de bescherming en de gecontroleerde exploitatie van in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied (zie bijlage V).

Jacht

Op soorten waarvan het populatieniveau, hun geografische verspreiding en de omvang van hun voortplanting het toelaten, mag gejaagd worden. Deze jacht moet evenwel bepaalde principes naleven:

  • de instandhouding van de populatie van vogelsoorten waarop gejaagd mag worden mag niet bedreigd worden;
  • de vogelsoorten mogen niet bejaagd worden tijdens de broedperiode of zolang de jonge vogels het nest nog niet hebben verlaten;
  • trekvogels mogen niet bejaagd worden tijdens de trek naar hun nestplaatsen;
  • methoden voor het massale of niet-selectieve vangen of doden van vogels zijn verboden (zie bijlage IV).

De lijst van soorten waarop gejaagd mag worden wordt meegeleverd in bijlage II (deel A bevat de lijst van vogelsoorten waarop in de hele EU gejaagd mag worden, deel B die met soorten die slechts in bepaalde landen bejaagd mogen worden).

Context

Voorliggende richtlijn vervangt de richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979 (doorgaans de „Vogelrichtlijn” genoemd), de oudste EU-wettekst betreffende de natuur. De aangebrachte wijzigingen zijn echter louter vormelijk. In de „Vogelrichtlijn” werd voor het eerst een algemene regeling uitgewerkt voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied. Hij erkent eveneens dat in het wild levende vogels, voor het overgrote deel trekvogels, een gemeenschappelijk erfgoed van de EU-lidstaten zijn en dat, voor een krachtdadig behoud, samenwerking op wereldschaal vereist is.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2009/147/EG

15.2.2010

-

PB L 20 van 26.1.2010

Laatste wijziging: 17.06.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven