RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Naar een gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem (SEIS)

De Commissie stelt de beginselen vast voor de invoering van een gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem. Zij analyseert de voordelen en de kosten in verband met deze invoering en maakt de balans op van de maatregelen die al zijn of nog moeten worden genomen.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 23 januari 2008: "Naar een gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem (SEIS)" [COM(2008) 46 definitief – Publicatieblad C 118 van 15.5.2008].

SAMENVATTING

Gezien de huidige uitdagingen op milieugebied – in het bijzonder de klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit en het beheer van natuurlijke hulpbronnen – moet milieu-informatie snel en gemakkelijk beschikbaar zijn. Bovendien is het nu dankzij de nieuwe technologieën mogelijk om over (bijna) real-timegegevens te beschikken, waarmee snellere beslissingen kunnen worden getroffen en zelfs levens kunnen worden gered.

In deze mededeling stelt de Commissie de beginselen vast van een gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem (SEIS – Shared Environmental Information System) dat aan de bovenbeschreven eisen en uitdagingen kan voldoen. Een dergelijk systeem kan de huidige rapportagesystemen geleidelijk vervangen door systemen die gebaseerd zijn op toegang, uitwisseling en interoperabiliteit. Dit leidt tot verbetering en vereenvoudiging van het verzamelen, uitwisselen en gebruiken van de gegevens en informatie die nodig zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de acties op milieugebied.

De beginselen van SEIS

Volgens de Commissie moet de informatie in het kader van SEIS op gedecentraliseerde wijze beheerd worden, slechts één keer worden verzameld en daarna met alle belanghebbenden gedeeld worden en gemakkelijk toegankelijk zijn voor alle eindgebruikers (zowel overheidsdiensten als burgers). Het systeem moet ook rekening houden met eventuele beperkingen, met name in verband met de vertrouwelijkheid van bepaalde gegevens, en de gegevens uitwisselen en verwerken met behulp van gemeenschappelijke gratis verkrijgbare open source software.

De in 2006 geopende Ozone Website is een concreet voorbeeld van het soort diensten dat een open, gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem kan bieden. Via Ozone Web kunnen nagenoegd onvertraagd de ozonwaarden in Europa worden geraadpleegd die door de lidstaten aan het Europees Milieuagentschap (EMA) worden meegedeeld. De website maakt het met name deskundigen en burgers mogelijk de ontwikkeling van de luchtkwaliteit te volgen en bevat links naar nationale en regionale informatie over de luchtkwaliteit ter plaatse.

Voordelen en kosten

De voordelen van SEIS betreffen met name:

  • de vereenvoudiging, de doeltreffendheid en de flexibiliteit van de procedures (gegevens- en informatiestroom) ten behoeve van de beschikbaarheid van de informatie in verband met de verplichtingen van de lidstaten op het gebied van rapportage en toezicht, de doeltreffendheid van het gebruik van de gegevens en de informatie (snelle beschikbaarheid en eenmalige verzameling voor verschillende doelen) en de verlichting van de werklast van de instanties die belast zijn met de gegevensverzameling;
  • de kostenvermindering voor de gebruikers, een intensiever gebruik van deze gegevens voor de vaststelling van openbaar beleid en de verbetering van de doeltreffendheid van dit beleid, met name wanneer er op milieuproblemen gereageerd moet worden, zoals de aanpassing aan de klimaatverandering, de bescherming van de biodiversiteit, het beheer van hulpbronnen en water en het beheer van milieucrisissen;
  • de participatie van de burgers en het geven van stimulansen om snel te reageren, in het bijzonder in noodgevallen.

Bij de evaluatie van de kosten voor de uitvoering van de beginselen van SEIS moet rekening worden gehouden met het feit dat vele relevante werkzaamheden al aan de gang zijn en dat de grootste uitdaging – maar ook de reden waarom een meer formele politieke verbintenis voor deze beginselen vereist is – het doeltreffender op elkaar afstemmen van deze activiteiten is. Een aantal extra investeringen is echter nog wel nodig om de SEIS-beginselen volledig te kunnen uitvoeren. Deze investeringen houden met name verband met de implementatie van de INSPIRE-richtlijn, het interoperabel maken van de nationale of communautaire systemen voor het verzamelen en verwerken van milieugegevens en de integratie van deze nationale systemen in een "systeem van systemen", het verzamelen van nieuwe gegevens die nu niet worden verzameld maar die als wezenlijk worden beschouwd om beleidsmaatregelen te ondersteunen, en het harmoniseren van toezicht- en gegevenssystemen. Dergelijke investeringen worden echter gecompenseerd door een betere prioriteitsstelling van de informatievereisten en de intrekking van achterhaalde voorschriften.

Lopende initiatieven

Er zijn al verschillende werkzaamheden aan de gang voor de implementatie van SEIS. Hierover vallen een aantal maatregelen voor de rationalisering van de rapportageverplichtingen betreffende de luchtkwaliteit in het kader van de thematische strategie inzake luchtverontreiniging, de herziening van de IPPC-richtlijn en het verband tussen luchtvervuiling en klimaatverandering. Andere initiatieven gaan uit van een modernere manier van genereren, uitwisselen en gebruiken van gegevens en informatie, bijvoorbeeld het waterinformatiesysteem WISE (EN).

Verschillende instrumenten kunnen elkaar ook versterken, zoals de infrastructuur INSPIRE betreffende de toegankelijkheid en interoperabiliteit van ruimtelijke gegevens, het Verdrag van Aarhus inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie, het GMES-initiatief betreffende wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid, de activiteiten van de GEOSS-groep die tot doel heeft een wereldwijd aardobservatiesysteem te ontwikkelen, het marien observatienetwerk, de onderzoeksactiviteiten (met name eTEN, eContent en PCI), het Europese interoperabiliteitskader voor e-overheidsdiensten (IDABC) of het EIONET van het Europees Milieuagentschap.

Daarnaast dragen ook verschillende nationale, regionale en plaatselijke initiatieven bij aan de concretisering van SEIS op bepaalde gebieden.

Te nemen maatregelen

Voor de implementatie van SEIS is op de eerste plaats een politieke verbintenis van de lidstaten nodig om de inspanningen voor een geïntegreerd project op gecoördineerde wijze te mobiliseren. Dit kan met name in praktijk worden gebracht door de uitbreiding en coördinatie van de lopende werkzaamheden op Europees, nationaal en regionaal niveau. De Commissie wil voorrang verlenen aan de INSPIRE-richtlijn en aan het GMES-initiatief omdat deze activiteiten elkaar moeten ondersteunen.

De wettelijke bepalingen met betrekking tot de manier waarop de voor de milieuwetgeving vereiste informatie ter beschikking wordt gesteld moeten gemoderniseerd worden, met name door middel van de herziening van Richtlijn 91/692/EEG betreffende de standaardisering van milieurapportage, ten einde de achterhaalde bepalingen te schrappen en alle huidige verplichtingen op het gebied van rapportage van milieu-informatie op te nemen. Verder moeten ook de informatievereisten voor specifieke gebieden gerationaliseerd worden.

Voor het verschaffen van milieu-informatie moet SEIS het middelpunt van de strategie van het Europees Milieuagentschap (EMA) worden. Daartoe zijn het volledige gebruik van het Reportnet-instrument en de aanpassing van Reportnet aan SEIS vereist.

Voor de implementatie van SEIS kan financiele bijstand van de Gemeenschap worden verleend, met name uit hoofde van de kaderprogramma's voor onderzoek, het programma LIFE+, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en de structuurfondsen.

De bestaande nationale controlesystemen moeten geharmoniseerd worden en de planning en tenuitvoerlegging daarvan moeten worden gecoördineerd.

Verder moeten de SEIS-beginselen worden uitgebreid tot derde landen, met name de kandidaatlanden en de buurlanden.

Laatste wijziging: 05.09.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven