RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Vrije toegang tot informatie

De Europese Unie stelt regels vast om de vrije toegang tot milieu-informatie waarover overheidsinstanties beschikken en de verspreiding van dergelijke informatie te waarborgen. Zij stelt tevens vast volgens welke grondregels en onder welke praktische voorwaarden dergelijke informatie ter beschikking moet worden gesteld.

BESLUIT

Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad.

SAMENVATTING

De toegang tot de milieu-informatie waarover overheidsinstanties beschikken is een primordiale voorwaarde om de toepassing van het communautaire milieurecht en het toezicht op de uitvoering daarvan te versterken.

Het bestaan van verschillen tussen de in de lidstaten vigerende wetgevingen inzake de toegang tot milieu-informatie waarover overheidsinstanties beschikken, kan in de Gemeenschap ongelijkheden veroorzaken wat de toegang tot informatie en de concurrentievoorwaarden betreft.

Wordt beschouwd als milieu-informatie: alle beschikbare geschreven, visuele, auditieve of in databanken opgeslagen informatie betreffende de toestand van water, lucht, bodem, fauna, flora, landinrichting en natuurgebieden, betreffende maatregelen die hierop een ongunstig effect hebben of waarschijnlijk zullen hebben, alsmede betreffende beschermingsactiviteiten en
-maatregelen ter zake (met inbegrip van bestuursrechtelijke maatregelen en milieubeheerprogramma's).

Deze richtlijn heeft ten doel te waarborgen dat milieu-informatie systematisch ter beschikking van het publiek wordt gesteld en onder het publiek wordt verspreid. Deze informatie omvat minstens:

  • internationale verdragen, conventies en overeenkomsten alsook communautaire, nationale, regionale of lokale wetgeving in verband met het milieu;
  • beleidsmaatregelen, plannen en programma's in verband met het milieu;
  • verslagen over de toestand van het milieu (die minstens om de vier jaar gepubliceerd moeten worden);
  • gegevens over activiteiten die gevolgen hebben voor het milieu;
  • vergunningen die belangrijke gevolgen hebben voor het milieu alsmede milieuakkoorden;
  • milieueffect- en risicobeoordelingen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de overheidsinstanties de milieu-informatie waarover zij beschikken of die voor hen wordt beheerd, op verzoek ter beschikking stellen van elke natuurlijke of rechtspersoon, zonder dat deze daarvoor een belang moet aanvoeren. Zij waken er ook over dat:

  • de ambtenaren de burgers die toegang tot informatie wensen, behulpzaam zijn;
  • de lijsten van de overheidsinstanties openbaar toegankelijk zijn;
  • het recht op toegang tot milieu-informatie daadwerkelijk kan worden uitgeoefend.

De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek dat de gevolgen kan ondervinden van bedreigingen voor de volksgezondheid of het milieu, onmiddellijk in kennis wordt gesteld van de informatie over die risico's waarover de overheidsinstanties beschikken.

Uiterlijk een maand na de ontvangst van de aanvraag wordt de informatie ter beschikking gesteld van de aanvrager. Als de omvang en de gecompliceerdheid van de informatie van die aard zijn dat dit niet haalbaar is, geldt een termijn van twee maanden na de datum van ontvangst van de aanvraag.

Registers en publiek toegankelijke lijsten kunnen gratis ter plaatse worden geraadpleegd. In ruil voor het ter beschikking stellen van de informatie kan de overheid wel een redelijke vergoeding verlangen.

Wanneer een aanvrager een overheidsinstantie verzoekt milieu-informatie in een bepaalde vorm of een bepaald formaat beschikbaar te stellen, willigt de overheidsinstantie dat verzoek in, tenzij de informatie al in een andere vorm voor het publiek beschikbaar is of het redelijk is dat de overheidsinstantie de informatie in een andere vorm beschikbaar stelt. In dat geval wordt binnen een maand de reden voor de weigering medegedeeld aan de aanvrager. De overheidsinstanties doen alle redelijke inspanningen om milieu-informatie te bewaren in vormen of formaten die gemakkelijk toegankelijk en reproduceerbaar zijn via elektronische middelen en zij zorgen ervoor dat die informatie up-to-date, vergelijkbaar en nauwkeurig is.

Verzoeken om informatie kunnen worden afgewezen (een dergelijke met redenen omklede weigering wordt binnen een maand schriftelijk of via elektronische weg aan de aanvrager meegedeeld) wanneer:

  • de gevraagde informatie niet in het bezit is van de overheidsinstantie. Die is dan echter verplicht om, voorzover zij daarvan op de hoogte is, de aanvrager mede te delen welke overheidsinstantie wél over de informatie beschikt;
  • het verzoek kennelijk onredelijk is;
  • het verzoek te algemeen geformuleerd is. In dat geval moet de overheidsinstantie de aanvrager uitnodigen het te preciseren en hem daarbij helpen;
  • het verzoek informatie betreft die nog niet in definitieve vorm beschikbaar is;
  • het verzoek interne mededelingen betreft;
  • openbaarmaking van de informatie afbreuk zou doen aan het vertrouwelijke karakter van handelingen van overheidsinstanties of van commerciële of industriële informatie, de openbare veiligheid of de nationale defensie, de goede rechtsgang, de intellectuele-eigendomsrechten, de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens, de belangen van de persoon die de verzochte informatie op vrijwillige basis heeft verstrekt of de bescherming van het milieu.

Bij een verzoek om informatie betreffende emissies in het milieu, mogen de overheidsinstanties het vertrouwelijke karakter van handelingen van overheidsinstanties of van commerciële of industriële informatie, de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens, de belangen van de persoon die de verzochte informatie op vrijwillige basis heeft verstrekt of de bescherming van het milieu niet als redenen inroepen om de informatie te weigeren.

De lidstaten waarborgen dat een aanvrager die meent dat zijn verzoek om informatie niet is behandeld overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn een snelle en goedkope herzieningsprocedure of administratieve beroepsprocedure kan inleiden bij een onafhankelijke instantie.

Uiterlijk op 14 augustus 2009 brengen de lidstaten bij de Commissie verslag uit over de toepassing van deze richtlijn. Van haar kant brengt de Commissie verslag uit bij de Raad en het Europees Parlement en stelt zij zo nodig wijzigingen van de richtlijn voor.

Context

Op 25 juni 1998 heeft de Gemeenschap het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus) ondertekend. Met het oog op de ratificatie van dit verdrag moet de communautaire wetgeving daarop worden afgestemd. Deze richtlijn streeft deze afstemming na, breidt de toegang tot informatie uit waarin reeds bij Richtlijn 90/313/EG was voorzien en trekt die richtlijn met ingang van 14 februari 2005 in.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2003/4/EG14.2.200314.2.2005L 41 van 14.2.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag - COM(2000) 400 def.
Volgens artikel 8 van Richtlijn 90/313/EG moesten de lidstaten vier jaar na 31.12.1992 verslag uitbrengen over de opgedane ervaring. Op basis daarvan legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad zelf een verslag voor waarin alle door haar nuttig geachte voorstellen voor wijzigingen zijn opgenomen. Dit verslag is gebaseerd op de door de lidstaten bij de toepassing van de richtlijn opgedane ervaring. Tevens is rekening gehouden met de verslagen die werden opgesteld door niet-gouvernementele organisaties (NGO's) die op het gebied van het milieu werkzaam zijn alsmede met ontwikkelingen van het communautair of internationaal recht. Klachten, petities en parlementaire vragen spelen een zeer belangrijke rol bij het signaleren van de belangrijkste problemen; dit zijn:

  • de omschrijving van de informatie die openbaar moet worden gemaakt en van de overheidsinstanties en andere lichamen die deze openbaar moeten maken;
  • de praktische regelingen om ervoor te zorgen dat informatie daadwerkelijk beschikbaar wordt gesteld;
  • de uitzonderingen op de verplichting om toegang tot de informatie te verlenen;
  • de verplichting een antwoord te geven;
  • de termijnen om aan de informatieplicht te voldoen;
  • de verplichting om een weigering met redenen te omkleden;
  • de procedures om in beroep te gaan tegen besluiten waarbij de toegang tot informatie wordt geweigerd;
  • de vergoedingen;
  • het actief verstrekken van informatie.

De Commissie heeft besloten Richtlijn 2003/4/EG in te dienen teneinde de nodige correcties aan te brengen en terzelfdertijd de uit het Verdrag van Aarhus voortvloeiende verplichtingen na te komen.

 
Laatste wijziging: 12.06.2006
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven