RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming

Staatssteun kan worden aangewend als een middel om ondernemingen aan te moedigen om een hoger milieubeschermingsniveau te halen dan zij zouden bereiken indien er geen bindende normen waren. De Commissie legt de voorwaarden vast waaronder dergelijke staatssteun aan ondernemingen kan worden toegekend zonder dat zij de goede werking van de gemeenschappelijke markt in gevaar brengen.

BESLUIT

Richtsnoeren van 1 april 2008 inzake staatssteun voor milieubescherming [Publicatieblad C 82 van 1.4.2008].

SAMENVATTING

De richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming vormen een van de instrumenten voor de tenuitvoerlegging van het globaal energieactieplan voor de periode 2007-2009, wat de ontwikkeling van een geïntegreerd Europees energie- en klimaatsbeleid moet mogelijk maken.

Beginselen

De belangrijkste doelstelling van staatssteuntoezicht op het gebied van milieubescherming is te garanderen dat staatssteun leidt tot een hoger milieubeschermingsniveau dat zonder de steun niet zou worden bereikt. De positieve gevolgen van de steun moeten groter zijn dan de negatieve gevolgen in verband met vervalsing van de mededinging, rekening houdend met het beginsel “de vervuiler betaalt” * (art. 174 van het EG-Verdrag). De kaderregeling inzake staatssteun voor milieubescherming wordt herzien overeenkomstig de beleidslijnen van het Actieplan Staatssteun.

Beoordelingsmethode: de afwegingstoets

De “afwegingstoets” werd in het kader van het “Actieplan Staatssteun” voorgesteld als de methode om te beoordelen of steunmaatregelen al dan niet verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt. Met deze toets kan de Commissie garanderen dat staatssteun werkelijk aanmoedigend werkt, gericht en evenredig is en slechts een beperkte invloed heeft op de mededinging en de handel.

De steunmaatregelen moeten proberen de tekortkomingen van de markt die schadelijk zijn voor het milieu te herstellen. De meest voorkomende tekortkoming van de markt op het gebied van milieubescherming houdt verband met de negatieve gevolgen. Ondernemingen stellen zich in het kader van hun ontwikkelingsstrategie onder meer tot doel hun productiekosten te beperken. Zij kunnen dan ook technologieën of productiemethoden in gebruik nemen die geen rekening houden met het milieu. Bijgevolg zijn hun productiekosten lager dan de “milieukosten” die de gehele samenleving moet dragen.

Om deze tekortkomingen van de markt bij te sturen, doen staten een beroep op wetgevingsmaatregelen, normen en belastingen, die aan vervuilende ondernemingen worden opgelegd om de negatieve externe gevolgen van hun activiteiten te compenseren volgens het beginsel “de vervuiler betaalt”.

De staten kunnen ook een beroep doen op staatssteun als positieve stimulans om het milieu beter te beschermen. De steunmaatregelen moeten de begunstigde aanmoedigen om zijn gedrag te veranderen en investeringen te doen die het milieubeschermingsniveau verhogen. Deze investeringen kunnen voor de onderneming ook economische voordelen inhouden. Het is dus van belang na te gaan of de steun noodzakelijk is en of de onderneming de investering niet zou hebben gedaan zonder de steunmaatregel.

Steunmaatregelen moeten stimulerend werken en evenredig zijn. Zij worden enkel als dusdanig beschouwd indien hetzelfde resultaat niet zou worden behaald zonder of met minder steun. Het steunbedrag moet beperkt worden tot het minimum dat nodig is om de nagestreefde milieubescherming te bereiken. Alle economische voordelen die de ondernemingen uit de investering kunnen halen, moeten bij de berekening van de voor steun in aanmerking komende investeringskosten in mindering worden gebracht.

Het is echter moeilijk alle voordelen die een onderneming zou kunnen halen uit een extra investering, zoals een versterking van haar “groene imago”, te meten en er rekening mee te houden. Daarom moet het steunbedrag minder bedragen dan 100 % van de in aanmerking komende kosten, met uitzondering van de steun die wordt toegekend in het kader van een werkelijk concurrerende inschrijvingsprocedure.

In de andere gevallen mag de steunintensiteit * niet meer dan 50 % tot 60 % van de in aanmerking komende investeringskosten * bedragen. Steun voor ondernemingen mag evenwel vermeerderd worden in functie van het soort steunmaatregel en de omvang van de onderneming. Onderhavige richtsnoeren leggen de regels vast voor de berekening van de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit per projectcategorie. In bepaalde gevallen kan ook exploitatiesteun worden toegekend.

Toepassingsgebied

De richtsnoeren zijn van toepassing op alle steunmaatregelen voor de bescherming van het milieu die bij de Commissie worden aangemeld (inclusief diegene die werden aangemeld vóór de publicatie van de richtsnoeren) alsook diegene die niet werden aangemeld indien zij werden toegekend na de publicatie van de richtsnoeren in het Publicatieblad. De Commissie heeft een reeks maatregelen genoemd waarvoor staatssteun kan worden beschouwd als verenigbaar met de interne markt:

  • steun voor ondernemingen die verder gaan dan communautaire normen of die bij ontstentenis van communautaire normen het niveau van de milieubescherming doen toenemen;
  • steun voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen die verder gaan dan communautaire normen of die bij ontstentenis van communautaire normen het niveau van milieubescherming doen toenemen;
  • steun voor vroege aanpassing aan toekomstige communautaire normen;
  • steun voor milieustudies;
  • steun voor energiebesparing;
  • steun voor het gebruik van hernieuwbare energiebronnen;
  • steun voor warmtekrachtkoppeling en steun voor stadsverwarming;
  • steun voor afvalbeheer;
  • steun voor de sanering van verontreinigde terreinen;
  • steun voor de verhuizing van ondernemingen;
  • met regelingen inzake verhandelbare vergunningen gemoeide steun;
  • steun in de vorm van verlagingen of vrijstellingen van milieubelastingen.

Follow-up en herziening

De lidstaten moeten jaarlijks een verslag inzake milieusteun overmaken aan de Commissie. Dat verslag moet voor elke goedgekeurde regeling informatie betreffende de grote ondernemingen bevatten, met name het steunbedrag per begunstigde, de steunintensiteit, een beschrijving van de maatregel en het type milieubescherming dat daarmee wordt bevorderd. De lidstaten moeten ook gedetailleerde dossiers bijhouden over alle toegekende steun.

De richtsnoeren gelden van 2 april 2008 tot en met 31 december 2014. Vier jaar na hun publicatie zullen zij door de Commissie worden geëvalueerd op basis van de door de lidstaten meegedeelde informatie. De Commissie kan ze ook wijzigen om belangrijke redenen, zoals de evolutie van de communautaire beleidslijnen of het sluiten van internationale akkoorden inzake klimaatverandering.

Context

Deze richtsnoeren vervangen de communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu van 3 februari 2001. Bepaalde maatregelen die onder deze richtsnoeren vallen, vallen eveneens onder Verordening nr. 800/2008 van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) [PB L 214 van 9.8.2008].

Belangrijkste begrippen
  • Het beginsel dat de vervuiler betaalt: het beginsel dat de kosten van het bestrijden van de vervuiling moeten worden gedragen door degenen die de vervuiling hebben veroorzaakt, tenzij de persoon die voor de vervuiling verantwoordelijk is, niet kan worden geïdentificeerd of krachtens de nationale of communautaire wetgeving niet aansprakelijk kan worden gesteld of niet tot de betaling van de kosten kan worden verplicht.
  • Steunintensiteit: het brutosteunbedrag, uitgedrukt als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
  • In aanmerking komende kosten: de extra investeringskosten die noodzakelijk zijn om een hoger niveau van milieubescherming te bereiken dan door de communautaire normen wordt vereist.
Laatste wijziging: 11.08.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven