RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 13 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verdrag van Rio de Janeiro inzake de biologische diversiteit

De Gemeenschap keurt het biodiversiteitsverdrag goed dat tot doel heeft de oorzaken voor de aanzienlijke vermindering van de biodiversiteit aan de bron weg te nemen omwille van de intrinsieke waarde van die diversiteit en van de waarde van de bestanddelen daarvan in ecologisch, genetisch, sociaal, economisch, wetenschappelijk, educatief, cultureel, recreatief en esthetisch opzicht. Het verdrag heeft ook tot doel de internationale, regionale en mondiale samenwerking tussen staten en intergouvernementele organisaties en de niet-gouvernementele sector te bevorderen.

BESLUIT

Besluit 93/626/EEG van de Raad van 25 oktober 1993 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake biologische diversiteit.

SAMENVATTING

Het Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD) (EN ES FR) is door de Gemeenschap en alle lidstaten goedgekeurd op de conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling die van 3 tot 4 juni 1992 in Rio de Janeiro heeft plaatsgevonden. Bij dit besluit wordt het Verdrag namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

Sinds verscheidene decennia wordt opgemerkt dat de biologische diversiteit wereldwijd en in Europa in het gedrang wordt gebracht door bepaalde menselijke activiteiten (verontreiniging, ontbossing, enz.). Volgens het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) zijn tot 24% van de soorten die behoren tot bepaalde groepen als vlinders, vogels en zoogdieren volledig verdwenen van het grondgebied van bepaalde Europese landen.

Deze situatie is verontrustend. Een adequate biodiversiteit beperkt immers de effecten van bepaalde milieurisico's zoals de klimaatverandering en de proliferatie van parasieten. Diversiteit is essentieel voor de levensvatbaarheid op lange termijn van landbouw- en visserijactiviteiten en ligt aan de basis van talrijke industriële processen en van de productie van nieuwe geneesmiddelen. Om tot duurzame ontwikkeling te komen en de millenniumdoelstellingen inzake armoede, volksgezondheid en het milieu te behalen, zijn de instandhouding en het duurzaam gebruik van de biodiversiteit onmisbaar. In 2002 hebben de staatshoofden en regeringsleiders op de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling te Johannesburg overeenstemming bereikt over de noodzaak om het biodiversiteitsverlies tegen 2010 aanzienlijk terug te dringen. Het VBD is in dat verband erkend als het belangrijkste instrument. In 2001 heeft de Europese Raad van Göteborg als doelstelling aangenomen om het biodiversiteitsverlies tegen 2010 tot staan te brengen.

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de bescherming van hun biologische diversiteit en voor het duurzame gebruik van hun biologische rijkdommen.

De informatie en kennis over de biodiversiteit liggen doorgaans op een te laag niveau. Het is daarom noodzakelijk om de wetenschappelijke, technische en institutionele middelen te ontwikkelen teneinde de fundamentele kennis te verwerven die nodig is om passende beleidsmaatregelen met het oog op de instandhouding van de biodiversiteit uit te werken en ten uitvoer te leggen.

Het VBD heeft tot doel de biologische diversiteit te beschermen, de bestanddelen daarvan duurzaam te gebruiken en de uit de exploitatie van de genetische rijkdommen voortvloeiende voordelen op billijke wijze te verdelen, met name door te zorgen voor een bevredigende toegang tot die genetische rijkdommen en een passende overdracht van de relevante technieken, rekening houdend met alle rechten op die rijkdommen en begeleid met een afdoende financiering.

Overeenkomstig het charter van de Verenigde Naties en de beginselen van het internationaal recht, hebben staten het soevereine recht hun eigen hulpbronnen te exploiteren overeenkomstig hun eigen milieubeleid en hebben zij de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat activiteiten die binnen hun rechtsmacht of onder hun toezicht vallen, geen schade aanrichten aan het milieu van andere staten of van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen.

Behoudens de rechten van andere staten en tenzij in dit Verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing ten aanzien van elke verdragsluitende partij:

  • op bestanddelen van de biologische diversiteit in gebieden gelegen binnen de grenzen van haar nationale rechtsmacht;
  • op processen en activiteiten, uitgevoerd onder haar rechtsmacht of toezicht, in gebieden gelegen binnen de grenzen van haar nationale rechtsmacht dan wel in gebieden die niet onder haar nationale rechtsmacht vallen, ongeacht waar de gevolgen van die processen of activiteiten zich voordoen.

Elke verdragsluitende partij werkt voor zover mogelijk samen met andere verdragsluitende partijen, hetzij rechtstreeks hetzij, waar passend, via bevoegde internationale organisaties, ten aanzien van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen en met betrekking tot andere aangelegenheden van wederzijds belang, ten behoeve van het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit.

Elke verdragsluitende partij dient in overeenstemming met haar eigen omstandigheden en mogelijkheden:

  • nationale strategieën, plannen of programma's voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit te ontwikkelen of de bestaande strategieën, plannen of programma's daartoe aan te passen;
  • voor zover mogelijk het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit op te nemen in de desbetreffende op een of meer sectoren betrekking hebbende plannen, programma's en beleidslijnen.

Elke verdragsluitende partij dient voor zover mogelijk:

  • de bestanddelen van de biologische diversiteit die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik ervan te inventariseren aan de hand van de in bijlage I gegeven indicatieve lijst;
  • de geïnventariseerde bestanddelen van de biologische diversiteit onder toezicht te houden door middel van monsterneming en andere technieken, daarbij bijzondere aandacht schenkend aan die bestanddelen die dringend maatregelen tot behoud vereisen en die welke de meeste mogelijkheden bieden voor duurzaam gebruik;
  • processen en categorieën activiteiten te inventariseren die aanmerkelijke nadelige gevolgen hebben of zouden kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en hun gevolgen onder toezicht te houden door middel van monsterneming en andere technieken;
  • de gegevens verkregen uit de inventarisatie en het toezicht ingevolge bovenstaande punten te bewaren en te structureren met behulp van een systeem.

Elke verdragsluitende partij neemt voor zover mogelijk economisch en sociaal verantwoorde maatregelen die het behoud en het duurzame gebruik van bestanddelen van de biologische diversiteit stimuleren.

Het Verdrag voorziet in:

  • het opzetten en in stand houden van programma's voor wetenschappelijke en technische opleiding en onderwijs op het gebied van maatregelen met het oog op inventarisatie, behoud en duurzaam gebruik van de biologische diversiteit en bestanddelen daarvan, alsmede in het bieden van steun voor die opleiding en dat onderwijs, toegesneden op de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden;
  • het bevorderen en stimuleren van onderzoek dat bijdraagt tot het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden;
  • het bevorderen van de gebruikmaking van de geboekte vooruitgang in het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de biologische diversiteit bij het ontwikkelen van methoden voor het behoud en het duurzaam gebruik van biologische rijkdommen, alsook het bevorderen van de daartoe vereiste samenwerking.

Er moet worden gewerkt aan een voorlichting en bewustmaking van het publiek door het besef van het belang van het behoud van de biologische diversiteit te bevorderen via de media en deze thema's in de onderwijsprogramma's op te nemen.

De verdragsluitende partijen vergemakkelijken de uitwisseling van informatie uit alle algemeen toegankelijke bronnen, die betrekking heeft op het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, rekening houdend met de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden (uitwisseling van informatie over de resultaten van technisch, wetenschappelijk en sociaal-economisch onderzoek en over opleidings- en onderzoeksprogramma's, enz.).

In het verdrag wordt tenslotte de rol onderstreept van de plaatselijke gemeenschappen en de autochtone bevolking bij de bescherming van de biologische diversiteit. Deze gemeenschappen hangen immers traditioneel in grote mate af van die biologische rijkdommen waarop hun tradities zijn gebaseerd.

REFERENTIES

Besluit Inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad
Besluit 93/626/EEG 25.10.1993 - L 309 van 13.12.1993
Rectificatie:
L 82 van 25.03.1994

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Tenuitvoerlegging door de EG van de "Richtsnoeren van Bonn" inzake toegang tot de genetische hulpbronnen en verdeling van de voordelen in het kader van het Verdrag inzake biologische diversiteit [COM(2003) 821 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].
De richtsnoeren van Bonn zijn een facultatief instrument voor de toepassing van het VBD. Zij helpen de partijen bij het verdrag om bestuursrechtelijke, wetgevende en politieke maatregelen uit te werken en te formuleren met betrekking tot de toegang tot de genetische hulpbronnen en de verdeling van de voordelen die daarmee kunnen worden behaald. In de richtsnoeren worden ook de rol en verantwoordelijkheden van de gebruikers en leveranciers van genetische hulpbronnen omschreven.
In deze mededeling wordt een overzicht gegeven van de door de Gemeenschap getroffen maatregelen en van de initiatieven van de betrokken partijen binnen de Gemeenschap op het gebied van de toegang tot genetische hulpbronnen en de verdeling van de voordelen (TVV). Overeenkomsten inzake materiaaloverdracht en gedragscodes van de belanghebbende partijen worden gezien als de belangrijkste instrumenten dat belanghebbenden kunnen gebruiken om hun in de Richtsnoeren van Bonn omschreven verantwoordelijkheden op te nemen. De Commissie is van mening dat de volgende maatregelen de gebruikers ertoe kunnen stimuleren hun verplichtingen uit hoofde van het VBD na te komen:

  • het opzetten van een Europees netwerk van TVV-contactpunten;
  • de oprichting van een specifieke TVV-afdeling bij het "Clearing House"-mechanisme voor biodiversiteit van de Gemeenschap;
  • de instelling van een register van belangenorganisaties bij dit "Clearing House" van de Gemeenschap.

In deze mededeling wordt ook de mogelijke rol belicht van arbitrage en van de TVV-contactpunten om de behandeling van inbreuken op de TVV-regelingen te vergemakkelijken, alsook de rol die het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) kan spelen als een op vrijwillige basis toegepast certificeringssysteem voor organisaties die de Richtsnoeren van Bonn naleven.

Wat betreft de mogelijkheid om de toepassing van de Richtsnoeren van Bonn in derde landen te bevorderen, wordt in de mededeling het belang onderstreept van de desbetreffende onderdelen van het EG-biodiversiteitsactieplan ( castellano deutsch english français )voor economische en ontwikkelingssamenwerking en van de mededeling van de Europese Commissie over biowetenschappen en biotechnologie.

Ten slotte wordt de rol geschetst die de Europese Gemeenschap in internationale fora kan spelen ter bevordering van de verdere totstandkoming van een transparante internationale regeling inzake toegang tot de genetische hulpbronnen en verdeling van de voordelen.

Besluit 2002/628/EG van de Raad van 25 juni 2002 inzake de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid [Publicatieblad L 201 van 31.07.2002].
Het protocol van Cartagena levert een kader op voor het veilig overdragen, hanteren en gebruiken van gemodificeerde levende organismen, voortgekomen uit de moderne biotechnologie, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud van de biodiversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens en specifiek de nadruk ligt op grensoverschrijdende verplaatsing.

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 5 februari 1998 betreffende een communautaire strategie inzake biodiversiteit [COM(98) 42 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].
Het probleem van de teruglopende biodiversiteit kan alleen op gecoördineerde internationale wijze worden aangepakt. Het kader van dergelijke actie wordt gevormd door het Verdrag inzake de biologische diversiteit.
In deze mededeling wordt het algemeen kader geschetst waarbinnen de communautaire beleidslijnen en instrumenten worden uitgewerkt om te voldoen aan de verbintenissen uit hoofde van het Verdrag. De strategie is gericht op 4 hoofdthema's waarbinnen specifieke doelstellingen worden vastgelegd en via actieplannen worden nagestreefd.
Deze thema's zijn de volgende:

  • bescherming en duurzaam gebruik van de biologische diversiteit;
  • verdeling van de uit de exploitatie van genetische rijkdommen voortvloeiende voordelen;
  • onderzoek, inventarisatie, toezicht en uitwisseling van informatie;
  • onderwijs, vorming en voorlichting.
Laatste wijziging: 25.07.2007

Zie ook

De werkzaamheden van de Commissie op het gebied van de biodiversiteit (EN)

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven