RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verdrag van Rotterdam betreffende de internationale handel in gevaarlijke chemische stoffen

De Europese Unie reglementeert de uitvoer en de invoer van chemische stoffen en keurt het Verdrag van Rotterdam van 1998 goed. Dit Verdrag heeft ten doel de internationale regelgeving voor de handel in bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden te verbeteren om de gezondheid van mens en milieu te beschermen en een milieuvriendelijk gebruik van deze producten te bevorderen.

BESLUIT

Besluit 2006/730/EG van de Raad van 25 september 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel.

Verordening (EG) nr. 689/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen.

SAMENVATTING

Het Verdrag van Rotterdam is op 11 september 1998 ondertekend door de Europese Gemeenschap. Dit besluit inzake de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Verdrag van Rotterdam gaat gepaard met een verordening van de Raad met het oog op de toepassing van de bepalingen van het verdrag binnen de Europese Unie (EU).

BESLUIT TOT SLUITING VAN HET VERDRAG VAN ROTTERDAM

Basisbeginsel

Bij dit verdrag worden de in- en uitvoer gereguleerd van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden. Het basisbeginsel waarop het verdrag berust is de voorafgaande geïnformeerde toestemming (PIC, van het Engelse Prior Informed Consent). In het kader van het verdrag houdt dit in dat een onder het verdrag vallende chemische stof slechts kan worden geëxporteerd met de voorafgaande toestemming van de importeur. Bij het verdrag wordt een procedure ingevoerd om de besluiten van de importerende landen bekend te maken en het PIC-beginsel ten uitvoer te leggen in de sector van de internationale handel in chemische stoffen. Er zijn bepalingen opgenomen waarbij gedetailleerde informatie wordt geëist met betrekking tot de relevante stoffen zodat bedoelde besluiten kunnen worden genomen met kennis van zaken over de eigenschappen en effecten, met name op de volksgezondheid en het milieu, van deze stoffen.

Betrokken producten

Het verdrag is van toepassing op verboden of aan strenge beperkingen onderworpen chemische stoffen en op zeer gevaarlijke pesticideformuleringen. Momenteel zijn meer dan 30 chemische stoffen onderworpen aan de PIC-procedure.

Bepaalde stoffen vallen echter niet onder het toepassingsgebied, namelijk:

Tenuitvoerlegging van het verdrag

Elke partij moet een nationale autoriteit aanwijzen die belast wordt met de tenuitvoerlegging van het verdrag op nationaal/regionaal niveau. In het kader van het verdrag wordt een conferentie van de partijen opgericht die zorgt voor de tenuitvoerlegging op internationaal niveau en de evaluatie van het verdrag, daaronder begrepen de vaststelling van wijzigingen. Voorts wordt er een hulporgaan ingesteld, de Commissie ter beoordeling van chemische stoffen (het Comité genoemd). Dit Comité is onder meer belast met de analyse en evaluatie van de chemische stoffen. Het secretariaat zorgt voornamelijk voor de coördinatie en de administratieve taken.

Inschrijving van de gevaarlijke chemische stoffen/pesticiden

De partijen stellen het secretariaat in kennis van alle regelgevingsmaatregelen die op hun grondgebied voor één of meerdere chemische stoffen/pesticiden worden getroffen. Die kennisgeving moet vergezeld gaan van informatie over de eigenschappen, identificatie en toepassingen van het product, alsook over de regelgevingsmaatregelen. Wanneer voor eenzelfde chemische stof twee kennisgevingen worden ingediend, uitgaande van ten minste twee verschillende regio's, buigt het Comité zich over de verzamelde informatie en beveelt het zo nodig aan om het desbetreffende product op te nemen in de lijst van de onder het verdrag vallende stoffen. Er gelden specifieke voorschriften voor zeer gevaarlijke pesticiden. In het verdrag wordt rekening gehouden met de beperktere middelen van de ontwikkelingslanden of landen met een overgangseconomie die, wanneer zij een pesticide in de lijst willen opnemen, een beroep kunnen doen op kennis uit andere technische bronnen. Na de verzamelde informatie te hebben onderzocht, kan het Comité vervolgens aanbevelen het pesticide in de lijst op te nemen.

De conferentie van de partijen buigt zich over de aanbevelingen van het Comité en neemt een definitief besluit. Zij kan ook een product van de lijst schrappen.

Invoer

Elke partij moet preciseren of zij al dan niet toestemming geeft voor invoer op haar grondgebied van de onder het verdrag vallende gevaarlijke chemische stoffen/pesticiden. Het is mogelijk dergelijke invoer slechts onder bepaalde voorwaarden toe te staan. Er kunnen ook voorlopige maatregelen worden genomen. Elke partij die de invoer van een bepaalde chemische stof verbiedt of slechts onder bepaalde voorwaarden toestaat, moet ervoor zorgen dat de invoer van die stof, ongeacht de herkomst, en de nationale productie ervan voor binnenlands gebruik aan dezelfde voorwaarden worden onderworpen.

Uitvoer

Elke exporterende partij moet vanzelfsprekend de besluiten van de andere partijen met betrekking tot de toestemming voor de invoer van producten eerbiedigen. De uitvoer van een stof naar een partij die geen enkel antwoord of geen voorlopig antwoord betreffende de invoer van die stof heeft medegedeeld, is verboden. Op deze regel bestaan evenwel afwijkingen. De chemische stof mag bijvoorbeeld worden geëxporteerd wanneer de invoerende partij expliciet toestemming tot invoer van het product in kwestie heeft gevraagd en gekregen.

De uitvoerende partijen moeten voorts op verzoek bijstand verlenen aan de invoerende partijen om nadere informatie te verkrijgen en ter verbetering van hun deskundigheid en capaciteit om chemische stoffen gedurende de volledige levensduur ervan veilig te beheren.

Elke uitgevoerde stof die krachtens de bepalingen van het verdrag verboden is of aan strenge beperkingen is onderworpen, moet vergezeld gaan van een kennisgeving van uitvoer. Bovendien moet de invoerende partij de ontvangst van de kennisgeving van uitvoer bevestigen. Het verdrag omvat bepalingen betreffende de inlichtingen, zoals de etiketteringsregels, die de chemische stoffen moeten vergezellen.

Uitwisseling van informatie

Het is de bedoeling de wetenschappelijke, technische, economische en juridische informatie over de onder het toepassingsgebied van het verdrag vallende stoffen te vergemakkelijken en informatie te verstrekken over de relevante nationale wetgeving.

Technische bijstand

De ontwikkelingslanden en de landen met een overgangseconomie krijgen technische bijstand van de partijen die verder gevorderd zijn op het gebied van regulering inzake chemische stoffen.

Regeling van geschillen

De conferentie van de partijen werkt procedures uit voor de gevallen waarbij de partijen het verdrag niet naleven. Voor de regeling van eventuele geschillen kunnen de partijen een beroep doen op een arbitrageprocedure. Elke partij die geen regionale organisatie voor economische integratie is, kan het geschil voorleggen aan het Internationale Gerechtshof.

Opzegging van het verdrag

Een partij kan het verdrag opzeggen drie jaar na de datum waarop het verdrag in werking is getreden. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving van opzegging.

VERORDENING BETREFFENDE DE IN- EN UITVOER VAN GEVAARLIJKE CHEMISCHE STOFFEN

De doelstelling van deze verordening is de bepalingen van het Verdrag van Rotterdam binnen de Europese Gemeenschap ten uitvoer te leggen. De verordening waarborgt de vaststelling van de maatregelen die vereist zijn uit hoofde van het verdrag, waarbij bepaalde maatregelen zelfs verder gaan dan de eisen van het verdrag.

Betrokken chemische producten

Het toepassingsgebied van de verordening is breder dan dat van het verdrag. De verordening is van toepassing op bepaalde gevaarlijke chemische stoffen die verboden of aan strenge beperkingen onderworpen zijn in de Gemeenschap of in een lidstaat alsook op de indeling, verpakking en etikettering van alle uitgevoerde chemische stoffen.

Procedure bij uitvoer

Bij de verordening worden de termijnen en verplichtingen met betrekking tot de kennisgevings­procedure vastgelegd. Elke exporteur moet jaarlijks een kennisgeving van uitvoer indienen, vóór de eerste uitvoer van de chemische stof. Deze kennisgevingen worden ingeschreven in een gecentraliseerd register.

De verordening bevat striktere bepalingen dan het verdrag. Overeenkomstig de bepalingen van de verordening moeten alle in de Gemeenschap verboden of aan strenge beperkingen onderworpen chemische stoffen/pesticiden, alsook de artikelen die deze chemische stoffen bevatten, vergezeld gaan van een kennisgeving. Voorts is expliciete toestemming vereist voor de uitvoer van alle in de Gemeenschap verboden of aan strenge beperkingen onderworpen gevaarlijke chemische stoffen/pesticiden waarvoor een PIC-kennisgeving vereist is, zelfs wanneer die stoffen niet onder het verdrag vallen of verwerkt zijn in producten die al aan de PIC-procedure onderworpen zijn. De verordening bevat ook minimumnormen inzake onder meer de geschikte gebruiksduur van uitgevoerde chemische stoffen/pesticiden en de opslagvoorwaarden. Ook de etiketterings- en verpakkingseisen zijn strenger dan die van het verdrag.

De voorschriften met betrekking tot de uitvoer zijn van toepassing op de uitvoer naar alle derde landen en niet alleen naar die landen welke partij zijn bij het verdrag.

Krachtens de verordening wordt het mogelijk de uitvoer van bepaalde gespecificeerde chemische stoffen/pesticiden en artikelen volledig te verbieden.

Sancties

Het stelsel van sancties dat van toepassing is bij inbreuken op de bepalingen van de verordening, wordt vastgelegd door de lidstaten. Bedoelde sancties moeten doeltreffend, proportioneel en afschrikkend zijn.

Uitwisseling van informatie

De desbetreffende bepalingen worden uitgebreid tot alle landen en in de verordening wordt verwezen naar de deelname van de Europese Gemeenschap aan het informatienetwerk voor capaciteitsopbouw dat is opgezet door het Intergovernmental Forum on Chemical Safety (IFCS).

Toezicht en evaluatie

Krachtens de verordening moet er op gezette tijden verslag worden uitgebracht over de hoeveelheden relevante verhandelde chemische stoffen/pesticiden. Het toezicht op en de evaluatie van de toepassing van de verordening gebeuren door de lidstaten, die daarover regelmatig verslag moeten uitbrengen aan de Commissie, en door de Commissie die daarover periodiek een verslag opstelt.

Tenuitvoerlegging

De tenuitvoerleggingsbepalingen zijn grotendeels vastgelegd door het verdrag. Elke lidstaat wijst een nationale autoriteit aan die moet zorgen voor de toepassing van de verordening op nationaal niveau. De Europese Commissie wordt belast met tenuitvoerlegging op communautair niveau en speelt ook een rol als coördinator tussen de lidstaten en tussen de Europese Gemeenschap en de organen van het verdrag. Zij is ook bevoegd voor de wijziging van de bijlagen. Zij wordt bijgestaan door een comité.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Besluit 2006/730/EG

19.2.2002

-

L 299 van 28.10.2006

Verordening (EG) nr. 689/2008

1.8.2008

-

L 204 van 31.7.2008

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 689/2008 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

Laatste wijziging: 06.09.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven