Emissies van klimaatregelingsapparatuur
De technische harmonisatie met betrekking tot de emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen sluit aan bij de actie van de Europese Unie ter vermindering van de gefluoreerde broeikasgassen.
BESLUIT
Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad.
SAMENVATTING
Overeenkomstig de doelstelling van het protocol van Kyoto tot beperking van de CO2-emissies, die verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering, heeft de richtlijn ten doel de emissies van gefluoreerde broeikasgassen die in de klimaatregelingsapparatuur * van motorvoertuigen worden gebruikt, te verminderen. Zo voorkomt de richtlijn dat er binnen de interne markt belemmeringen zouden ontstaan als de lidstaten op dit gebied verschillende technische voorschriften gaan vaststellen.
De richtlijn stelt met name een progressief verbod in op klimaatregelingssystemen die ontworpen zijn om gefluoreerde broeikasgassen te bevatten met een vermogen tot opwarming van de aarde * van meer dan 150.
Technische voorschriften
De richtlijn gaat in een eerste fase de lekkage beperken van klimaatregelingsapparatuur die ontworpen is om gefluoreerde broeikasgassen te bevatten met een aardopwarmingsvermogen van meer dan 150. Zo voorziet zij in een overgangsmaatregel die dergelijke klimaatregelingsapparatuur verbiedt, tenzij de lekkagewaarde ervan de toegestane maximumwaarden niet overschrijdt. Deze maatregel geldt voor nieuwe voertuigtypen vanaf 21 juni 2008 en voor nieuwe voertuigen vanaf 21 juni 2009.
In een tweede fase stelt de richtlijn een totaal verbod in op klimaatregelingssystemen die ontworpen zijn om gefluoreerde broeikasgassen te bevatten met een aardopwarmingsvermogen van meer dan 150. Het verbod geldt voor nieuwe voertuigtypen vanaf 1 januari 2011 en voor alle nieuwe voertuigen vanaf 1 januari 2017.
5.De richtlijn stelt ook bepalingen vast voor inbouw achteraf en navulling van klimaatregelingsapparatuur.
Toepassingsgebied
De richtlijn is van toepassing op personenauto's (voertuigen van categorie M1) en lichte bedrijfsvoertuigen (voertuigen van categorie N1, klasse I).
Richtlijn 2006/40/EG vormt de eerste fase van een wetgevingspakket over klimaatregelingsapparatuur. Nieuwe wetgevingsbesluiten bevatten administratieve bepalingen voor de EG-typegoedkeuring, alsook een geharmoniseerde testprocedure voor het meten van de lekkagewaarden voor gefluoreerde broeikasgassen met een aardopwarmingsvermogen van meer dan 150.
Context
Ingevolge de goedkeuring van het Protocol van Kyoto door de Europese Unie (Beschikking 2002/358/EG en de daarmee aangegane verbintenis om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, zijn diverse lidstaten van plan de emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen te reglementeren. Om te vermijden dat verschillen in wet- en regelgeving het vrije verkeer van motorvoertuigen binnen de interne markt gaan belemmeren, dienen de technische voorschriften voor klimaatregelingsapparatuur te worden geharmoniseerd. Deze richtlijn maakt deel uit van de EG-typegoedkeuringsprocedure.
| Belangrijkste begrippen |
|---|
|
REFERENTIES
| Besluit | Inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
|
Richtlijn 2006/40/EG |
4.7.2006 |
4.1.2008 |
L 161 van 14.6.2006 |
GERELATEERDE BESLUITEN
Verordening (EG) nr. 706/2007 van de Commissie van 21 juni 2007 tot vaststelling, krachtens Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad, van administratieve bepalingen voor de EG-typegoedkeuring van voertuigen, en van een geharmoniseerde test voor het meten van lekkagewaarden van bepaalde klimaatregelingsapparatuur [Publicatieblad L 161 van 22.6.2007].
Richtlijn 2007/37/EG van de Commissie van 21 juni 2007 tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan [Publicatieblad L 161 van 22.6.2007].
Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen [Publicatieblad L 161 van 14.6.2006].
De Europese Unie stelt regels vast voor de insluiting, het gebruik, de terugwinning en de vernietiging van bepaalde gefluoreerde broeikasgassen, de etikettering van de producten en apparatuur die deze gassen bevatten, het meedelen van informatie over deze gassen, het verbod op het op de markt brengen van producten en apparatuur die deze gassen bevatten, alsmede de opleiding en certificering van het personeel dat bij activiteiten met deze gassen betrokken is.



