RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 10 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europees partnerschap met Servië, met inbegrip van Kosovo

Als instrument van het stabilisatie- en associatieproces biedt het Europees partnerschap met Servië, met inbegrip van Kosovo als gedefinieerd bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, aanvullende steun, aangepast aan de autoriteiten, ten einde het Europees perspectief van het gebied concreet gestalte te kunnen geven. Doelstelling van het instrument is vast te stellen waarin prioritaire hervormingen en inspanningen verwezenlijkt dienen te worden, waarbij met name op een aanpassing aan de wetgeving van de Gemeenschap wordt aangestuurd. Tevens vormt het instrument een verwijzingskader voor de financiële bijstand vanuit de fondsen van de Gemeenschap.

BESLUIT

Besluit 2008/213/EG van de Raad van 18 februari 2008 inzake de beginselen, prioriteiten en voorwaarden die zijn opgenomen in het Europees partnerschap met Servië, met inbegrip van Kosovo als gedefinieerd bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999, en tot intrekking van Besluit 2006/56/EG.

SAMENVATTING

Het partnerschap met Servië, met inbegrip van Kosovo als gedefinieerd bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties [EN] van 10 juni 1999 is het voornaamste instrument om de lokale autoriteiten te helpen het Europees perspectief van het gebied concreet gestalte te geven. Dit perspectief is op de topbijeenkomst van Zagreb [EN] in 2000 herhaald en bij gelegenheid van de Top van Thessaloniki [EN] van 2003 nog nadrukkelijk bevestigd.

Het Europees partnerschap is een instrument van het stabilisatie- en associatieproces dat overeenkomstig de agenda van Thessaloniki (2003) [EN] voor de landen van de Westelijke Balkan is opgezet. De agenda van Thessaloniki heeft het genoemde proces met dit nieuwe instrument verrijkt en is geënt op partnerschappen voor toetreding met de kandidaat-lidstaten, om deze landen in hun Europees perspectief nog meer te steunen. De Europese partnerschappen ten behoeve van de landen van de Westelijke Balkan ontlenen hun rechtsgrondslag aan Verordening (EG) nr. 533/2004.

DOELSTELLING

Het algemeen referentiekader voor het Europees partnerschap wordt gevormd door:

  • de prioritaire actiegebieden waarvoor hervormingen en inspanningen nodig zijn. Welke deze gebieden zijn, hangt af van de behoeften van het gebied en omvat goedkeuring van de passende wetgeving en de tenuitvoerlegging daarvan;
  • een nadruk op financiële bijstand voor de tenuitvoerlegging van activiteiten met betrekking tot deze prioritaire actiegebieden;
  • de beginselen en voorwaarden waar de verwezenlijking van het partnerschap van uitgaat.

De Raad van de Europese Unie heeft met een gekwalificeerde meerderheid op basis van een voorstel van de Commissie het Europees partnerschap en de latere wijzigingen daarop goedgekeurd.

Het huidige partnerschap dient om het eerdere partnerschap dat in 2006 werd gesloten, bij de tijd te brengen. De Europese partnerschappen zijn namelijk soepele instrumenten die afhankelijk van de vooruitgang in de landen van bestemming mee ontwikkelen. Zij verduidelijken de inspanningen die voor andere aspecten nog moeten worden waargemaakt, aspecten zoals deze blijken uit evaluaties van de Commissie.

Voor de verwezenlijking van de in het Europees partnerschap vastgestelde doelstellingen dient Servië een actieplan goed te keuren waarin het land de nadere regelen en een tijdschema voorlegt die op de tenuitvoerlegging van de prioriteiten van dit partnerschap betrekking hebben. Voor Kosovo wordt in samenspraak met de bevoegde autoriteiten van Kosovo een afzonderlijk plan uitgewerkt.

De tenuitvoerlegging van het partnerschap wordt in het kader van het stabilisatie- en associatieproces en de mechanismen daarvan gevolgd, met name door het toetsingsverslag dat de Commissie jaarlijks voorlegt.

PRIORITEITEN

Het Europees partnerschap bevat de prioriteiten; dit moeten zowel realistische als realiseerbare doelstellingen zijn. Hiertoe onderscheidt het partnerschap kortetermijnprioriteiten en middellangetermijnprioriteiten waarvoor de tenuitvoerlegging respectievelijk een termijn van een à twee jaar en een termijn van drie à vier jaar kent.

Deze prioriteiten betreffen hoofdzakelijk het vermogen van Servië zich te houden aan:

  • de in 1993 vastgestelde criteria van Kopenhagen [EN];
  • de voorwaarden die voor de verwezenlijking van het stabilisatie- en associatieproces zijn vastgesteld (conclusies van de Raad van 27 april 1997 en van 21 en 22 juni 1999);
  • de verklaring van Zagreb van 2000;
  • de agenda van Thessaloniki van 2003.

Servië kent voor zijn prioriteiten voor de korte en de middellange termijn de volgende indeling:

  • de hoofdprioriteiten, namelijk de kortetermijnprioriteiten. Zij hebben betrekking op de naleving van de verplichtingen van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de interimovereenkomst, de onvoorwaardelijke samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY), de constructieve samenwerking op het gebied van de vraagstukken met betrekking tot Kosovo; de tenuitvoerlegging van grondwettelijke bepalingen overeenkomstig de Europese normen, de instellingen en de overheidsdiensten (de hervorming van het openbaar bestuur, de structuren voor Europese integratie, de beleidscoördinatie), de hervorming van het rechtsstelsel, de corruptiebestrijding en de voltooiing van het privatiseringsproces;
  • de politieke criteria: de democratie en de rechtsstaat (grondwet, parlement, overheidsdiensten, civiel toezicht op de veiligheidsdiensten, rechtsstelsel, corruptiebestrijding, de mensenrechten en de rechten van minderheden, burgerrechten en politieke rechten, sociale, economische en culturele rechten, de rechten en de bescherming van minderheden, regionale kwesties en internationale verplichtingen (naleving van de Dayton-akkoorden, versterking van de regionale samenwerking, de verzoening van de volkeren in de regio en goed nabuurschap, afsluiten van akkoorden met de buurlanden voor een intensievere grensoverschrijdende samenwerking, regeling van grensgeschillen, terugkeer en integratie van vluchtelingen en de uitvoering van de Verklaring van Sarajevo);
  • de economische criteria die betrekking hebben op de uitvoering een stabiel en levensvatbaar begrotingsbeleid; de hervorming van het beheer van de overheidsfinanciën; een stabiel monetair beleid; de verbetering van de faillissementsprocedures; de liberalisering van de nog door de overheid gecontroleerde prijzen; de versterking van het financieel toezicht; de hervorming van het pensioenstelsel en het stelsel van ziekteverzekering; de herstructurering en de privatisering van het verzekeringswezen; de formalisering van de grijze economie; de ontwikkeling van een stabiele en functionerende markt voor grond/onroerend goed; de bevordering van de werkgelegenheid (opleiding, wegwerken van structurele knelpunten alsook verbetering van het onderwijsstelsel en het ondernemingsklimaat); de privatisering en versterking van het mededingingsbeleid;
  • de Europese normen, die bepaalde aspecten van het gemeenschapsacquis betreffen, namelijk de interne markt, het communautair sectoraal beleid en de ruimte van rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid. Voor al het genoemde dient Servië zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met het gemeenschapsacquis en vervolgens de tenuitvoerlegging ervan zeker te stellen.

Voor Kosovo berusten de prioriteiten op de korte en de middellange termijn op de normen die zijn vastgelegd bij de resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties [FR] om Kosovo een verzekerde, democratische en uit meerdere volken bestaande toekomst te waarborgen. Voor deze prioriteiten geldt de volgende indeling:

  • de hoofdprioriteiten op korte termijn. Zij hebben betrekking op de naleving van de rechtsstaat, de mensenrechten en de bescherming van de minderheden en de godsdienstvrijheid; de garantie van het democratisch bestuur en het verstrekken van openbare diensten; de inrichting van een verantwoordelijk en transparant openbaar bestuur; de voortzetting van de hervorming van het plaatselijk zelfbestuur en de versterking van de administratieve capaciteit. De prioriteiten hebben tot doel een klimaat tot stand te brengen van verzoening, interetnische verdraagzaamheid en van duurzaam multi-etnisch samenleven, zodat de terugkeer van ontheemden mogelijk wordt gemaakt. Deze prioriteiten hebben ook tot doel op het gebied van de vraagstukken die betrekking hebben op Servië de samenwerking te bevorderen met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië en met de planningteams die voorbereidingen treffen voor de internationale/EU-missie. Bestrijding van corruptie, georganiseerde criminaliteit en financiële criminaliteit moet worden voortgezet. Ten slotte hebben deze prioriteiten tot doel een samenleving zonder discriminatie tot stand te brengen, waarin kansarme groepen worden geïntegreerd, de eigendomsrechten en het rechtskader te verstevigen en de toegankelijkheid van rechtbanken te verbeteren;
  • de politieke criteria. Deze betreffen de democratie en de rechtsstaat (voorlopige instellingen voor zelfbestuur, bestrijding van de georganiseerde misdaad, het terrorisme en de corruptie, parlement/verkiezingen, overheidsdiensten, rechtsstelsel, de mensenrechten, de rechten en de bescherming van minderheden, de culturele rechten). Tevens betreffen zij de regionale vraagstukken en internationale verplichtingen (versterking van de regionale samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap, tenuitvoerlegging van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (CEFTA) en deelname aan passende regionale initiatieven);
  • de economische criteria, die betrekking hebben op het behoud van een gedegen begrotingsbeleid; de levensvatbaarheid op lange termijn van het sociale beleid dat op armoede en sociale uitsluiting is toegespitst; verbetering van de inning van betalingen door de openbare nutsbedrijven, van het bestuur alsook van de kwaliteit en het aanbod van het onderwijs; de privatisering en de herstructurering; de financiële doeltreffendheid van de overheidsbedrijven; de instelling van een officiële arbeidsmarkt; versterking van de eigendomsrechten en de rechtsstaat en verbetering van de toegankelijkheid van de rechtbanken; de tenuitvoerlegging van een actief arbeidsmarktbeleid en de versterking van de uitvoercapaciteiten;
  • de Europese normen, die bepaalde aspecten van het gemeenschapsacquis betreffen, namelijk de interne markt, het communautair sectoraal beleid en de ruimte van rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid. Voor al het genoemde dient Kosovo zich in te spannen zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met het gemeenschapsacquis en vervolgens de tenuitvoerlegging ervan zeker te stellen. Bovendien moet Kosovo zijn bestuurlijke capaciteiten ontwikkelen en versterken om voor samenhang te zorgen tussen het beleid en de wetgeving van het land en de voorschriften van de EU, en deze normen doorzetten.

De prioriteiten die met het huidige partnerschap zijn vastgesteld, vormen tevens de grondslag voor de evaluaties van de Commissie.

FINANCIEEL KADER

Servië, met inbegrip van Kosovo als gedefinieerd bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, komt voor de periode 2007-2013 in aanmerking voor het instrument voor pretoetredingssteun (IPA). Het Europees partnerschap biedt een referentiedocument om (afhankelijk van de prioriteiten) de verschillende gebieden vast te stellen waar de gelden naartoe zullen vloeien. Toch vormen de programmeringsdocumenten het echte rechtskader voor de financiële bijstand.

Aan het einde van het indicatief financieel meerjarenkader (MIFF) voor de periode 2009 – 2011 (met inbegrip van 2007 en 2008) beloopt het bedrag aan toegekende bijstand onderscheidenlijk 976,8 miljoen euro voor Servië en 395,1 miljoen euro voor Kosovo. Het IPA is dus de opvolger van het CARDS-programma (2000-2006). In het kader van dit laatste programma is de financiële bijstand aan Servië en aan Kosovo, waarbij inbegrepen Montenegro, opgelopen tot 2 559,8 miljoen euro.

De communautaire bijstand is afhankelijk van de vraag of de begunstigde landen zich houden aan de kernpunten in hun betrekkingen met de EU, met name het daadwerkelijk ten uitvoer leggen van de hervormingen. Conform het Europees partnerschap is de eerbiediging van de criteria van Kopenhagen, de in het partnerschap vastgelegde prioriteiten en de voorwaarden als vastgesteld in de conclusies van de Raad van 29 april 1997 essentieel. De financiële bijstand kan desnoods door de Raad worden opgeschort.

Daarenboven heeft Kosovo in 2006 een buitengewone financiële steun ontvangen, in de vorm van een schenking, bedoeld ter versterking van zijn openbare financiën en zijn economische en budgettaire situatie; dit aangezien Kosovo zich thans niet bij de internationale financiële instellingen (IFI) kan aansluiten, noch in de vorm van leningen voor steun in aanmerking kan komen. De genoemde financiële steun, aanvankelijk beoogd voor een periode van twee jaar, maar die nog niet is uitgekeerd, wil Kosovo ook helpen een duurzaam begrotingsbeleid te ontwikkelen.

Voorts komen Servië en Kosovo in aanmerking voor financiële steun van de Europese investeringsbank (EIB) [EN], vooral in het kader van het regionale leningsmandaat ten behoeve van de zuidoostelijke buurlanden. De EIB-financieringen gaan in de vorm van niet-terugvorderbare hulp en van leningen. Kosovo heeft in 2005 dan wel een raamovereenkomst met de EIB ondertekend, het heeft tot op heden evenwel nog geen EIB-financieringen ontvangen.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingTermijn voor de omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Besluit 2008/213/EG21.3.2008-PB L 80 van 19.3.2008

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 5 maart 2008 - "Westelijke Balkan: versterking van het Europees perspectief" [COM (2008) 127 definitief – Niet in het Publicatieblad verschenen].

Mededeling van de Commissie van 27 januari 2006 – "De westelijke Balkan op weg naar de EU: consolidatie van stabiliteit en versterking van welvaart" [COM(2006) 27 – Niet in het Publicatieblad verschenen].

FINANCIËLE BIJSTAND

Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) [Publicatieblad L 210 van 31.07.2006].

Meerjarig indicatief financieel kader voor de periode:

  • 2008-2010 [COM(2006) 672 definitief - Niet in het Publicatieblad verschenen];
  • 2009-2011 [COM(2007) 689 definitief - Niet in het Publicatieblad verschenen].

Indicatieve documenten voor meerjarenplanning 2007 – -2009 voor Servië[EN ] en voor Kosovo [EN ].

Besluit 2006/880/EG van de Raad van 30 november 2006 tot toekenning van uitzonderlijke financiële bijstand van de Gemeenschap aan Kosovo [Publicatieblad L 339 van 6.12.2006].

EVALUATIE

Servië

  • Verslag van de Commissie van 6 november 2007 [COM(2007) 663 definitief – SEC(2007) 1435 – Niet in het Publicatieblad verschenen];
  • Verslag van de Commissie van 8 november 2006 – Servië [COM(2006) 649 definitief – SEC(2006) 1389 – Niet in het Publicatieblad verschenen].

Kosovo als gedefinieerd bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

Verslag van de Commissie van 6 november 2007 [COM(2007) 663 definitief – SEC(2007) 1433 – Niet in het Publicatieblad verschenen];

Verslag van de Commissie van 8 november 2006 – Kosovo (als gedefinieerd bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties) [COM(2006) 649 def. – SEC(2006) 1386 – Niet in het Publicatieblad verschenen].

Laatste wijziging: 21.05.2008

Zie ook

De verslagen van de eerdere jaren zijn te vinden op de website van het directoraat-generaal Uitbreiding van de Europese Commissie.

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven