RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 10 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Uitzonderlijke handelsmaatregelen

Archief

De Europese Unie kent handelspreferenties toe voor producten van oorsprong uit de westelijke Balkanlanden, te weten Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Montenegro, de douanegebieden van Servië of Kosovo, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Deze regeling is zowel een aanvulling op als een middel om bij te dragen aan het stabilisatie- en associatieproces. Zij geldt tot en met 31 december 2010.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad van 18 september 2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2820/98 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1763/1999 en (EG) nr. 6/2000 [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Bij deze verordening worden uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden van de westelijke Balkan vastgesteld. De verordening heeft met name betrekking op de landen en gebieden die betrokken zijn bij het stabilisatie- en associatieproces. Deze preferentiële regeling geldt tot en met 31 december 2010.

Preferentiële maatregelen

De producten van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Montenegro en de douanegebieden van Servië of Kosovo, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking en zonder douanerechten of heffingen van gelijke werking. Op bepaalde producten zijn echter beperkte concessies en tariefcontingenten van toepassing.

Bovendien komen Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Montenegro in aanmerking voor de concessies van deze verordening, voor zover deze nauwkeurig bepaald zijn en gunstiger zijn dan de concessies die in hun respectieve stabilisatie- en associatieovereenkomsten met de Europese Unie zijn toegekend. Deze overeenkomsten stellen contractuele handelsregelingen in.

Beperkte concessies en tariefcontingenten

Voor bepaalde visserijproducten en voor bepaalde wijnen worden de douanerechten geschorst gedurende de perioden en binnen de grenzen van de in bijlage I van Verordening (EG) nr. 407/2008

vermelde tariefcontingenten. Er worden ook tariefcontingenten vastgesteld voor andere landbouwproducten, als opgesomd in bijlage II.

Voor de invoer van suiker van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, de douanegebieden van Servië of Kosovo gelden jaarlijkse tariefcontingenten zonder douanerechten. Voor elk van de betrokken landen zijn tariefcontingenten vastgesteld:

  • 12 000 ton voor de producten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina;
  • 180 000 ton voor die van oorsprong uit de douanegebieden van Servië of Kosovo.

Voorwaarden voor toekenning en schorsing van preferentiële maatregelen

Om in aanmerking te komen voor preferentiële maatregelen moeten de landen in kwestie aan verscheidene voorwaarden voldoen, te weten:

  • hantering van het begrip “producten van oorsprong”, als omschreven in Verordening (EEG) nr. 2454/93;
  • verbod op de vaststelling van nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking dan wel nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking voor de invoer van producten van oorsprong uit de Gemeenschap en verbod op de verhoging van bestaande douanerechten of heffingen;
  • realisatie van een doeltreffende administratieve samenwerking met de Gemeenschap ter voorkoming van fraude;
  • realisatie van daadwerkelijke economische hervormingen en regionale samenwerking met andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn, met name door de totstandbrenging van vrijhandelszones. Deze voorwaarde is van fundamenteel belang; de Raad kan maatregelen nemen als zij niet wordt nageleefd.

Ingeval van een scherpe stijging van de uitvoer naar de Gemeenschap, die de normale productieniveaus en uitvoercapaciteiten van de betrokken landen overstijgt, of wanneer niet aan de hierboven genoemde voorwaarden wordt voldaan, kan de Europese Commissie de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele schorsen.

Een lidstaat kan een dergelijk schorsingsbesluit van de Commissie aanvechten bij de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit kan nemen. Aan het einde van de schorsingsperiode van drie maanden besluit de Commissie tot beëindiging of verlenging van de schorsing.

Context

Volgens de Europese Raad van Lissabon in maart 2000 is een asymmetrische liberalisering van de handel nodig voor de economische ontwikkeling en de politieke stabilisatie van de landen en gebieden die bij het stabilisatie- en associatieproces zijn betrokken.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtreding - VervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 2007/2000 [Goedkeuring: interinstitutioneel akkoord ACC/2000/0144]30.9.2000 – 31.12.2010-L 240 van 23.9.2000
Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 2563/200024.11.2000-L 295 van 23.11.2000
Verordening (EG) nr. 2487/200120.12.2001-L 335 van 19.12.2001
Verordening (EG) nr. 607/20036.4.2003-L 86 van 3.4.2003
Verordening (EG) nr. 374/20051.7.2005-L 59 van 5.3.2005
Verordening (EG) nr. 1946/200530.11.2005-L 312 van 29.11.2005
Verordening (EG) nr. 530/200716.5.2007-L 125 van 15.5.2007
Verordening (EG) nr. 407/200810.5.2008-L 122/7 van 8.5.2008
Laatste wijziging: 30.01.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven