RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Het proces van toetreding van een nieuwe lidstaat

Met de vijfde uitbreiding, de grootste ooit, heeft de EU geleidelijk aan een proces ingesteld om kandidaat-lidstaten te begeleiden en te helpen voorbereiden op hun verplichtingen als lidstaat, met name bij het overgangs- en hervormingsproces en bij de overname en uitvoering van het acquis.

SAMENVATTING

Rechtsgrond

De Europese Unie (EU) staat open voor elk Europees land overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag), dat de rechtsgrond vormt voor elke toetreding. Om tot de EU te kunnen toetreden, moet het Europese land dat om toetreding verzoekt, echter de in artikel 6, lid 1, van het EU-Verdrag genoemde beginselen in acht nemen. Het zijn de beginselen die de lidstaten gemeen hebben en waarop de Unie is gegrondvest, namelijk vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en de rechtsstaat.

Krachtens artikel 49 van het EU-Verdrag richt elk Europees land dat lid wil worden van de EU, daartoe een verzoek tot de Raad. De Raad moet dan eerst de Commissie raadplegen en de instemming vragen van het Europees Parlement, dat zich uitspreekt bij volstrekte meerderheid van zijn leden. Daarna besluit de Raad met eenparigheid van stemmen.

De toetredingsvoorwaarden en de uit de toetreding voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen en instellingen vormen het onderwerp van een akkoord tussen de lidstaten en de kandidaat-lidstaat. Dit akkoord of toetredingsverdrag moet door alle overeenkomstsluitende staten worden bekrachtigd.

Toetredingsproces

Over elke toetredingsaanvraag brengt de Commissie advies uit en neemt de Raad een besluit. Dat het land dat om toetreding heeft verzocht, de status van kandidaat-lidstaat krijgt, betekent niet noodzakelijk dat er meteen toetredingsonderhandelingen worden aangevat. Daarvoor moet een aantal voorwaarden zijn vervuld.

Elk land dat tot de EU wenst toe te treden, moet voldoen aan de toetredingscriteria of criteria van Kopenhagen, op basis waarvan de Commissie over elke toetredingsaanvraag advies uitbrengt. Deze criteria zijn door de Europese Raad van Kopenhagen in 1993 vastgesteld en door de Europese Raad van Madrid in 1995 aangevuld. Het zijn:

  • politieke criteria: stabiele instellingen die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen;
  • economische criteria: een functionerende markteconomie hebben en de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de EU het hoofd kunnen bieden;
  • het vermogen om de uit het recht en het beleid (of acquis) van de EU voortvloeiende verplichtingen van het lidmaatschap na te komen door onder meer de doelstellingen van de politieke, economische en monetaire unie te onderschrijven;
  • de voorwaarden hebben geschapen voor zijn integratie door aanpassing van zijn administratieve structuren.

Wat de Westelijke-Balkanlanden betreft zullen, volgens de in 2005 door de Commissie voorgestelde en in 2006 door de Raad goedgekeurde routekaart, de bevredigende resultaten van een land bij het nakomen van de verplichtingen die uit zijn stabilisatie- en associatieovereenkomst (met name van de bepalingen inzake de handel) voortvloeien, een wezenlijk deel uitmaken van de elementen waarop de EU zich zal baseren om een eventuele toetredingsaanvraag te onderzoeken.

Voorts is de opnamecapaciteit van de EU een ander fundamenteel element voor elke nieuwe uitbreiding. Deze opname- of integratiecapaciteit houdt namelijk in dat de Unie bij elke toetreding van nieuwe landen in staat moet zijn de integratie te verdiepen door middel van instellingen en beleidsmaatregelen die functioneren. De nieuwe landen zelf moeten goed voorbereid zijn op hun nieuwe status als lidstaat. Voor de integratiecapaciteit van de EU is het overigens noodzakelijk dat de uitbreiding in de lidstaten en kandidaat-lidstaten de steun krijgt van de publieke opinie.

Zodra de kandidaat-lidstaten aan deze criteria voldoen, kunnen de toetredingsonderhandelingen worden aangevat. Op basis van het advies van de Commissie besluit de Europese Raad of het al dan niet wenselijk is de onderhandelingen te openen.

De toetredingsonderhandelingen vormen de basis van het toetredingsproces en hebben betrekking op de overname, uitvoering en toepassing van het acquis door de kandidaat-lidstaten. Het doel ervan is de kandidaat-lidstaten te helpen voorbereiden zodat zij vanaf het ogenblik van toetreding hun verplichtingen als lidstaat kunnen nakomen. Aangezien de onderhandelingen gebaseerd zijn op de eigen verdiensten van elke kandidaat-lidstaat, worden ze individueel gevoerd; het niveau van de voorbereiding kan dus per kandidaat-lidstaat verschillend zijn.

Het verloop van de toetredingsonderhandelingen berust op een onderhandelingskader dat door de Raad op voorstel van de Commissie wordt vastgesteld. Daarin wordt een overzicht gegeven van de te voeren onderhandelingen en wordt rekening gehouden met de situatie en de specifieke kenmerken van elke kandidaat-lidstaat. Het bevat met name:

  • de onderhandelingsprincipes en -procedures;
  • de punten waarover naar verwachting zal worden onderhandeld, zoals de financiële aspecten, tijdelijke afwijkingen of vrijwaringsmaatregelen op specifieke gebieden van het acquis (bv. het vrije verkeer van personen, structuurbeleid of landbouw), die tijdens de volledige duur van de toetredingsonderhandelingen aan de orde kunnen komen;
  • het verband tussen de politieke en economische hervormingen in de kandidaat-lidstaat en het verloop van de onderhandelingen;
  • de afloop van de onderhandelingen, waarover nog geen uitspraak wordt gedaan;
  • het doel, namelijk de toetreding.

De onderhandelingen hebben betrekking op het acquis, dat is onderverdeeld in hoofdstukken naargelang van de verschillende gebieden. Zij beginnen met een voorbereidende fase of een analytisch onderzoek van het acquis ("screening") door de Commissie. De screening is bedoeld om de voorbereiding van de kandidaat-lidstaat te toetsen, hem vertrouwd te maken met het acquis en aan de hand van referentiecriteria ("benchmarks") te bepalen welke hoofdstukken moeten worden geopend. Deze referentiecriteria betreffen voorbereidende fasen die essentieel zijn voor het toekomstige traject en de naleving van verplichtingen in verband met het acquis uit hoofde van de associatieovereenkomsten. Op basis van aanbevelingen van de Commissie besluit de Raad met eenparigheid van stemmen over eventuele referentiecriteria of over de opening van een hoofdstuk.

De onderhandelingen vinden plaats in het kader van bilaterale intergouvernementele conferenties waaraan alle lidstaten enerzijds en de kandidaat-lidstaat anderzijds deelnemen.

De onderhandelingen over een hoofdstuk worden afgesloten, wanneer de kandidaat-lidstaat voldoet aan de referentiecriteria ('benchmarks') die voor de sluiting van dat hoofdstuk (bv. wetgevingsmaatregelen, administratieve of gerechtelijke instanties, daadwerkelijk uitgevoerde delen van het acquis, een functionerende markteconomie voor de economische hoofdstukken) zijn vastgesteld, en hij het door de Commissie opgestelde en door de Raad unaniem goedgekeurde ontwerp van een gemeenschappelijk standpunt van de EU accepteert. De gesloten hoofdstukken kunnen echter opnieuw worden geopend als de kandidaat-lidstaat niet meer aan de gestelde voorwaarden voldoet.

Zoals bepaald in het onderhandelingskader, kunnen de toetredingsonderhandelingen worden opgeschort in geval van ernstige en aanhoudende schending van de beginselen die aan de EU ten grondslag liggen. De Commissie kan dan op eigen initiatief of op verzoek van een derde van de lidstaten de opschorting van de onderhandelingen aanbevelen en de voorwaarden voor de hervatting ervan vaststellen. Na de betrokken kandidaat-lidstaat te hebben gehoord, keurt de Raad de aanbeveling met gekwalificeerde meerderheid goed.

Zodra de onderhandelingen over alle hoofdstukken zijn afgesloten, loopt het toetredingsproces ten einde en kan de toetreding worden gelanceerd met de sluiting van een akkoord tussen de lidstaten en de kandidaat-lidstaat (het toetredingsverdrag). Het is echter de Raad die op voorstel van de Commissie en na instemming van het Europees Parlement met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit het proces te beëindigen. In het toetredingsverdrag wordt het volgende opgenomen:

  • het resultaat van de toetredingsonderhandelingen, de toetredingsvoorwaarden en de vrijwaringsmaatregelen of maatregelen tot uitstel voor gebieden die volgens de laatste evaluatie van de Commissie nog moeten worden verdiept;
  • de aanpassing van de instellingen en de Verdragen, alsook de verdeling van de stemmen bij stemmingen in de Raad en het Europees Parlement, het aantal Europese Parlementsleden, leden van het Comité van de Regio's enz.;
  • de datum van toetreding.

In de periode vanaf de sluiting van het toetredingsverdrag tot de datum van toetreding moet het verdrag door alle lidstaten en door de toekomstige lidstaat worden bekrachtigd. De kandidaat-lidstaat is nu toetredend land en zet het proces naar de toetreding voort door onder het waakzame oog van de Commissie de gebieden aan te passen die leemten vertonen en waarop nog vooruitgang moet worden geboekt.

Instrumenten van het toetredingsproces

Voor elk toetredingsproces en elke kandidaat-lidstaat wordt een pretoetredingsstrategie opgesteld om de toekomstige toetreding te helpen voorbereiden. Deze strategie bepaalt welke kaders en instrumenten van het proces de kandidaat-lidstaten bij hun voorbereiding gaan steunen.

De tussen de EU en elke kandidaat-lidstaat gesloten bilaterale akkoorden dienen als bilateraal kader voor de dialoog en de onderhandelingen. Voorbeelden zijn de associatieovereenkomst en de douane-unie met Turkije en de stabilisatie- en associatieovereenkomsten met de Westelijke-Balkanlanden.

De politieke en economische dialogen over de politieke, respectievelijk economische en convergentiecriteria vinden tussen de EU en elke kandidaat-lidstaat plaats om het proces te consolideren. De resultaten ervan worden in de toetredingsonderhandelingen geïntegreerd.

De partnerschappen voor toetreding vormen voor elke kandidaat-lidstaat een individueel kader ter voorbereiding van de toetreding. Daarin wordt op basis van de criteria van Kopenhagen een gedetailleerde uiteenzetting gegeven over de principes en de prioritaire gebieden (in de vorm van prioriteiten op korte en middellange termijn) waarop ze hun instellingen, infrastructuren of wetgeving moeten versterken of hervormingen moeten doorvoeren. De partnerschappen voor toetreding vormen ook een referentiekader voor financiële steun uit de communautaire fondsen.

De partnerschappen voor toetreding voorzien in nationale programma's voor de overname van het acquis (NPOA's), die door elke kandidaat-lidstaat worden opgesteld. Deze programma's bevatten een kalender voor de uitvoering van de prioriteiten die in het partnerschap voor toetreding zijn vastgesteld, alsook de personele en financiële middelen die daarvoor worden ingezet.

De kandidaat-lidstaten kunnen onder dezelfde voorwaarden als de lidstaten deelnemen aan communautaire programma's, agentschappen en comités. De kandidaat-lidstaat levert daartoe een financiële bijdrage, die met de toetredingssteun gedeeltelijk kan worden gefinancierd. De kandidaat-lidstaten hebben echter alleen maar het statuut van waarnemer bij de programma's waar ze aan deelnemen en wonen de vergaderingen van de comités die toezicht houden op deze programma's, alleen bij als het om henzelf gaat. Hun deelname aan de agentschappen varieert afhankelijk van het agentschap van volledige tot gedeeltelijke deelname.

De deelname aan communautaire programma's, agentschappen en comités is dus bedoeld om de samenwerking en gedachtewisseling tussen de lidstaten te bevorderen en de kandidaat-lidstaten vertrouwd te maken met de communautaire beleidsvormen en instrumenten. Zij kan betrekking hebben op uiteenlopende gebieden zoals onderwijs, opleiding, jeugd, milieu, gezondheid enz.

De evaluatie door de Commissie ('monitoring') begint met de toetredingsaanvraag en eindigt met de effectieve toetreding van de kandidaat-lidstaat tot de EU.

Over deze evaluatie worden periodieke of jaarverslagen opgesteld, waarin de Commissie oordeelt in welke mate de kandidaat-lidstaten voorbereid zijn om hun verplichtingen als lidstaat na te komen. De verslagen houden ongeveer dezelfde structuur aan voor een gedetailleerde evaluatie van de criteria van Kopenhagen, inclusief een evaluatie per hoofdstuk in verband met de toepassing en uitvoering van het acquis.

Ter completering van haar jaarlijkse evaluatie heeft de Commissie een procedure ingesteld om het verloop van de toetredingsonderhandelingen geregeld te volgen. Deze procedure is gebaseerd op het onderhandelingskader en is bedoeld om de aanpassing van de kandidaat-lidstaten aan het acquis en de uitvoering ervan te beoordelen. Hierover wordt in voortgangsverslagen geregeld gerapporteerd.

De dialoog met de civiele samenleving heeft ten doel de civiele samenleving van de EU en de kandidaat-lidstaten bij het toetredingsproces te betrekken. Hij heeft een bijzondere dimensie gekregen vanwege de noodzaak om de civiele samenleving nauwer bij de EU te betrekken; in deze specifieke context is hij dus bedoeld om het wederzijds begrip en de wederzijdse kennis te versterken.

De financiële pretoetredingssteun is bedoeld om de kandidaat-lidstaten te helpen bij de overgang en bij hun hervormingen om de instellingen te versterken en de infrastructuren op te zetten die nodig zijn om zich aan het acquis aan te passen en het uit te voeren. Deze steun is ook bestemd voor regionale en grensoverschrijdende samenwerking en regionale ontwikkeling. Hij dient ook om de kandidaat-lidstaten voor te bereiden op hun deelname aan de structuurfondsen van de EU.

Tussen de pretoetredingssteun en het pretoetredingsproces bestaat een onlosmakelijk verband. Daarom moet deze steun, die een steun is op middellange termijn, flexibel zijn en rekening houden met de door de kandidaat-lidstaten gemaakte vorderingen en de vaststelling van nieuwe prioriteiten. Het belangrijkste financiële instrument, het Phare -programma, dat oorspronkelijk was ingesteld om het hervormingsproces en de politieke en economische overgang van Hongarije en Polen in 1989 te steunen, is heel snel het belangrijkste instrument geworden om de toetreding van de kandidaat-lidstaten van Midden- en Oost-Europa te helpen voorbereiden. Voor de periode 2000-2006 werd het eveneens versterkt met het pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (ISPA) en het pretoetredingsinstrument voor de landbouw (Sapard).

Voor de periode 2007-2013 levert het instrument voor pretoetredingssteun (IAP) financiële steun aan de kandidaat-lidstaten (en de potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan). IPA, dat bedoeld is als soepel instrument, verleent steun op basis van de vorderingen en behoeften van de begunstigde landen, zoals blijkt uit de jaarlijkse evaluaties en strategiedocumenten van de Commissie.

Voorts kunnen de kandidaat-lidstaten ook profiteren van medefinanciering door internationale financiële instellingen (IFI's) waarmee de Commissie overeenkomsten heeft gesloten. Dankzij deze overeenkomsten kan niet alleen de samenwerking tussen deze instellingen worden versterkt, maar kunnen ook de voor het pretoetredingsproces verstrekte leningen en fondsen beter worden gekanaliseerd. Als officiële financiële instelling van de EU speelt ook de Europese Investeringsbank (EIB) (DE) (EN) (FR) op dit gebied een niet te verwaarlozen rol.

Context

Sinds haar oprichting in 1957 heeft de EU vijf opeenvolgende uitbreidingen gekend. Van zes lidstaten bij de oprichting telt zij er nu zevenentwintig. De uitbreidingen van 2004 en 2007 waren een primeur gezien het aantal landen dat ging toetreden, maar ook vanwege de problemen die de toetreding van die landen tot de EU met zich meebracht. Zowel de politieke als economische situatie van de meeste van die landen vergde immers nog meer voorbereiding op de toetreding. Bovendien moest de EU zichzelf voorbereiden en haar integratiecapaciteit vergroten. Daarom werd het uitbreidingsproces zodanig verdiept dat deze landen hun verplichtingen als lidstaat op het ogenblik van de toetreding konden nakomen door hen in hun overgangs- en hervormingsproces en dus bij de voorbereiding op de toetreding te helpen.

Overeenkomstig de wens van de oprichters en in de geest van de Verdragen verwezenlijkt de EU haar doel, namelijk een ruimte van eenheid in verscheidenheid en een promotor van stabiliteit en welvaart te zijn, en verenigt zij landen die hetzelfde engagement en dezelfde waarden met elkaar delen, namelijk vrijheid, democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de rechten van de mens.

De informatiebladen zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van het Verdrag betreft.

 
Laatste wijziging: 28.02.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven