RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Pretoetredingsinstrument voor de landbouw (SAPARD)

Archief

SAPARD is een kader voor de communautaire steun aan de duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling ten behoeve van de kandidaat-lidstaten van Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode. Het is gericht op de oplossing van de aanpassingsproblemen op lange termijn in de landbouwsector en de plattelandszones. Het biedt financiële ondersteuning aan de tenuitvoerlegging van het communautair acquis op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en daarmee verband houdende beleidsterreinen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1268/99 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Deze verordening sluit aan op de mededeling van de Commissie "Agenda 2000 ( castellano deutsch english français )" en de conclusies van de Europese Raad van Luxemburg, die voorzagen in het creëren van financiële steun uit hoofde van de pretoetredingsinstrumenten op structuur- en landbouwgebied ten behoeve van de landen van Midden- en Oost-Europa voor de periode 2000-2006. Het instrument SAPARD wordt evenals het geheel van de pretoetredingsinstrumenten van de genoemde periode vervangen door het instrument voor pretoetredingssteun (IAP) voor de periode 2007-2013, het enige instrument van bijstand voor de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

In aanmerking komende maatregelen

De steun voor landbouw en plattelandsontwikkeling is toegespitst op de prioritaire behoeften op dit gebied en betreft meer in het bijzonder de volgende maatregelen:

  • investeringen in landbouwbedrijven;
  • verbetering van de verwerking en afzet van landbouw- en visserijproducten;
  • de verbetering van de structuur voor kwaliteits-, veterinaire en fytosanitaire controles, voor de kwaliteit van levensmiddelen en voor consumentenbescherming;
  • maatregelen inzake landbouwproductiemethoden die zijn ontworpen met het oog op milieubescherming en natuurbeheer;
  • ontwikkeling en diversificatie van de economische bedrijvigheid;
  • oprichting van bedrijfsverzorgingsdiensten en diensten ter ondersteuning van het bedrijfsbeheer voor de landbouw;
  • de oprichting van producentengroeperingen;
  • dorpsvernieuwing en -ontwikkeling alsmede bescherming en instandhouding van het landelijk erfgoed;
  • grondverbetering en herverkaveling;
  • de samenstelling en bijwerking van kadasters;
  • de verbetering van de beroepsopleiding;
  • ontwikkeling en verbetering van de plattelandsinfrastructuur;
  • waterbeheer voor landbouwdoeleinden;
  • bosbouwmaatregelen (waaronder bebossing), investeringen in bosbedrijven die eigendom zijn van particuliere boseigenaren alsmede verwerking en afzet van bosproducten;
  • technische bijstand voor de onder deze verordening vallende maatregelen (met inbegrip van studies betreffende de uitwerking van en het toezicht op het programma en voorlichtings- en publiciteitscampagnes);
  • voor de plattelandsgemeenschappen van Bulgarije en Roemenië, de uitwerking en tenuitvoerlegging van strategieën van plattelands-, plaatselijke en territoriale ontwikkeling.

Complementariteit

Het optreden van de Gemeenschap moet complementair zijn ten opzichte van de overeenkomstige nationale maatregelen of daaraan bijdragen. De Commissie ziet erop toe dat het communautaire optreden voor de nationale initiatieven en de verwezenlijking van de doelstellingen van onderhavige verordening een toegevoegde waarde heeft.

De natuurlijke en rechtspersonen van de lidstaten, de kandidaat-lidstaten en de landen van de Westelijke Balkan kunnen aan de aanbestedingen en de overheidsopdrachten deelnemen.

Programmering

De maatregelen voor plattelandsontwikkeling worden opgenomen in een plan dat op het meest passende geografische niveau wordt opgesteld. De plannen voor plattelandsontwikkeling, die door de bevoegde autoriteiten van de kandidaat-lidstaten worden uitgewerkt, bestrijken een periode van ten hoogste zeven jaar die ingaat op 1 januari 2000, en bevatten de volgende gegevens:

  • een gekwantificeerde beschrijving van de huidige situatie met vermelding van de verschillen, tekortkomingen en ontwikkelingsmogelijkheden, en een overzicht van de voornaamste resultaten van eerdere soortgelijke maatregelen, de aangewende financiële middelen en de beschikbare evaluatieresultaten;
  • een beschrijving van de voorgestelde strategie, de doelstellingen daarvan, de gekozen hoofdprioriteiten en het bestreken geografische gebied;
  • een voorafgaande beoordeling met vermelding van de verwachte economische, ecologische en sociale effecten (met inbegrip van de werkgelegenheidseffecten);
  • een indicatieve financiële tabel met een overzicht van de verwachte nationale, communautaire en eventueel particuliere financieringsmiddelen voor elk van de gekozen hoofdprioriteiten;
  • een indicatief financieel profiel voor elk jaar van de programmeringsperiode, per financieringsbron van het programma;
  • in voorkomend geval, informatie over de behoeften op het gebied van studies, opleiding of technische bijstand met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering of aanpassing van de betrokken maatregelen;
  • de bevoegde autoriteiten en organisaties die voor de uitvoering van de programma's zijn aangewezen;
  • een omschrijving van de "eindbegunstigden", d.w.z. de openbare of particuliere organisaties of bedrijven die met de uitvoering van de werkzaamheden zijn belast;
  • een beschrijving van de maatregelen die ter uitvoering van de plannen worden overwogen en vooral van de steunregelingen;
  • de regelingen om voor een correcte uitvoering van het programma te zorgen, met inbegrip van het toezicht, de evaluatie en het vaststellen van gekwantificeerde evaluatie-indicatoren, en de controle- en sanctieregelingen;
  • de resultaten van het overleg en van de maatregelen die zijn genomen voor de inschakeling van de bevoegde autoriteiten en organisaties en van de relevante partners op economisch, sociaal en milieugebied.

Bij de uitwerking van de ontwikkelingsplannen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen ter verbetering van de efficiënte werking van de markt en van de kwaliteits- en gezondheidsnormen en aan maatregelen voor de instandhouding van de werkgelegenheid en het creëren van nieuwe werkgelegenheid in de plattelandsgebieden, waarbij de voorschriften inzake milieubescherming moet worden nageleefd.

De plannen voor plattelandsontwikkeling worden in beginsel uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de verordening ingediend. Op basis van de plannen die de verschillende kandidaat-lidstaten hebben ingediend, keurt de Commissie binnen zes maanden een programma voor landbouw en plattelandsontwikkeling goed volgens de procedure van artikel 50 van de Verordening houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen. De Commissie dient eveneens te beoordelen of het voorgestelde plan verenigbaar is met de verordening inzake pretoetredingsmaatregelen.

Herziening van het programma

Het programma kan worden herzien of gewijzigd op grond van:

  • de sociaal-economische ontwikkeling, nieuwe informatie en de resultaten van de uitvoering van de betrokken maatregelen;
  • maatregelen in het kader van het partnerschap voor toetreding en het nationaal programma voor de overname van het communautaire acquis;
  • een herverdeling van de middelen als gevolg van de toetreding van één van de kandidaat-lidstaten tot de Europese Unie (artikel 15 van de verordening).

Voorafgaande beoordeling, toezicht en evaluatie

De steun op grond van de verordening wordt onderworpen aan een voorafgaande beoordeling, permanent toezicht en evaluatie achteraf. Het toezicht gebeurt aan de hand van vooraf vastgestelde specifieke materiële, ecologische en financiële indicatoren en van een jaarverslag dat de kandidaat-lidstaten bij de Commissie indienen.

Compatibiliteit

De maatregelen die op grond van de verordening worden gefinancierd zijn in overeenstemming met de verbintenissen in het kader van het partnerschap voor toetreding en verenigbaar met de beginselen van het nationaal programma voor overname van het communautaire acquis. Zij zijn eveneens in overeenstemming met de bepalingen van de Europa-overeenkomsten.

Bovendien moeten deze maatregelen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), met name wat betreft de marktordening, en met de doelstellingen van de structurele maatregelen van de Gemeenschap. Zij mogen niet leiden tot verstoringen van de markt.

Financiële bepalingen

De financiële bijstand uit hoofde van de verordening wordt toegekend voor de periode 2000-2006. De jaarlijkse kredieten worden toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten. De financiële bijdrage kan worden verleend in de vorm van voorschotten, cofinanciering of financiering.

Binnen drie maanden na de goedkeuring van de verordening stelt de Commissie elk van de kandidaat-lidstaten in kennis van haar besluiten betreffende de indicatieve financiële toewijzing voor zeven jaar.

De financiële toewijzing wordt gebaseerd op de volgende elementen:

  • de landbouwbevolking,
  • de oppervlakte landbouwgrond,
  • het bruto binnenlands product (BBP) in koopkrachtpariteit,
  • de specifieke territoriale situatie.

Tot 2% van de jaarlijkse kredieten kan worden besteed aan de financiering van de op initiatief van de Commissie genomen maatregelen op het gebied van voorbereidende studies, uitwisselingsbezoeken, evaluaties en controles.

Hoogte van de bijdrage

De bijdrage van de Gemeenschap mag niet meer bedragen dan 75% van de totale subsidiabele overheidsuitgaven. In sommige gevallen kan deze financiële bijdrage oplopen tot 100% van de totale subsidiabele kosten. Voor investeringen die inkomsten genereren mag de overheidssteun niet meer dan 50% van de totale subsidiabele kosten bedragen.

Daarenboven wordt met Verordening (EG) nr. 696/2003 de bijdrage van de Gemeenschap ten behoeve van projecten tot leniging van de noden bij buitengewone natuurrampen verhoogd: deze kan tot 85% van de totale subsidiabele overheidsuitgaven gaan, en voor investeringen die inkomsten genereren mag de steun tot 75% oplopen.

Financiële controle

De financiële bijstand wordt verleend op basis van de in Verordening (EG) nr. 1258/1999 vastgelegde beginselen.

De Commissie verricht de uitgaven in het kader van de verordening overeenkomstig het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, op basis van het door de Commissie en het begunstigde land gesloten financieringsmemorandum.

De Commissie en de Rekenkamer kunnen technische controles of financiële audits ter plaatse uitvoeren, onverminderd de controles die de begunstigde landen zelf direct uitvoeren.

Vermindering, schorsing en intrekking van steun

Wanneer de uitvoering van een maatregel de uitbetaling van de aan de kandidaat-lidstaat toegewezen kredieten niet lijkt te rechtvaardigen, onderzoekt de Commissie de zaak, en verzoekt het betrokken land, of zijn bevoegde autoriteiten, binnen een bepaalde termijn opmerkingen te maken. Na dit onderzoek kan de Commissie de steun voor de betrokken maatregel verlagen of schorsen.

Wijze van uitvoering

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor de verordening vast volgens de procedure van artikel 50, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/99.

De financiële uitvoeringsbepalingen worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1258/99.

Rapporten

De Commissie dient jaarlijks bij het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een rapport in over de steun die in het kader van de verordening is toegekend.

Informatie en publiciteit

Aan de programma's die in het kader van de verordening worden uitgewerkt, moet in de kandidaat-lidstaten voldoende bekendheid worden gegeven. Die publiciteit moet er onder meer toe leiden dat het grote publiek wordt geïnformeerd over de rol die de Gemeenschap bij de toekenning van de steun speelt.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad
Verordening (EG) nr 1268/99 29.6.1999 - L 161 van 26.6.1999

Wijzigingsbesluit(en) Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad
Verordening (EG) nr 2500/2001 30.12.2001 - L 342 van 27.12.2001
Verordening (EG) nr 696/2003 20.4.2003 - L 99 van 17.4.2003
Verordening (EG) nr 769/2004 30.4.2004 - L 123 van 27.4.2004
Verordening (EG) nr 2008/2004 28.11.2004 - L 349 van 25.11.2004
Verordening (EG) nr 2257/2004 2.1.2005 - L 389 van 30.12.2004
Verordening (EG) nr 2112/2005 28.12.2005 - L 344 van 27.12.2005

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 447/2004 van de Commissie van 10 maart 2004 tot vaststelling van voorschriften om voor Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije de overgang te vergemakkelijken van de steun op grond van Verordening (EG) nr. 1268/1999 naar de steun op grond van de Verordeningen (EG) nr. 1257/1999 en (EG) nr. 1260/1999 [Publicatieblad nr. L 72 van 11.3.2004].

STEUNTOEKENNING

Beschikking 1999/595/EG van de Commissie van 20 juli 1999 betreffende de indicatieve verdeling van de jaarlijkse financiële steun die de Gemeenschap verleent voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling [Publicatieblad L 226 van 27.8.1999].
De verdeling voor de periode 2000-2006 wordt vermeld in de bijlage bij de beschikking.

Verordening (EG) nr. 2759/1999 van de Commissie van 22 december 1999 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode [Publicatieblad L 331 van 23.12.1999].
In deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld voor de toekenning van steun voor investeringen in landbouwbedrijven, voor verbetering van de verwerking en afzet van landbouw- en visserijproducten, milieumaatregelen in de landbouw, opleiding, producentengroeperingen en bosbouw. Voorts worden nadere bepalingen vastgesteld inzake subsidiabiliteit, de beheersautoriteit, de indicatoren voor het toezicht, de jaarlijkse verslagen en eindverslagen en de evaluaties.
Die verordening is gewijzigd door onderstaande maatregelen:
Verordening (EG) nr. 2356/2000 [Publicatieblad L 272 van 25.10.2000].
Deze verordening houdt een wijziging in van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2759/1999 inzake steun voor verbetering van de verwerking en afzet van landbouw- en visserijproducten en inzake subsidiabiliteit.
Verordening (EG) nr. 2251/2001 [Publicatieblad L 304 van 21.11.2001].
Verordening (EG) nr. 2251/2002 [Publicatieblad L 343 van 18.12.2002].
Verordening (EG) nr. 775/2003 [Publicatieblad L 112 van 6.5.2003].
Verordening (EG) nr. 2278/2004 [Publicatieblad L 396 van 31.12.2004].

DECENTRAAL BEHEER

Verordening (EG) nr. 2222/2000 van de Commissie van 7.6.2000 houdende financiële uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode [Publicatieblad L 253 van 7.10.21000].
In deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld voor de overdracht van het beheer van de steun aan de organen in de tien kandidaat-lidstaten.
Zij is gewijzigd bij onderstaande maatregelen:
Verordening (EG) nr. 2252/2001 [Publicatieblad L 304 van 21.11.2001].
Verordening (EG) nr. 188/2003 [Publicatieblad L 27 van 1.2.2003].
Verordening (EG) nr. 1052/2006 [Publicatieblad L 189 van 12.7.2006].

JAARVERSLAGEN EN SPECIALE VERSLAGEN

Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het economische en sociaal comité en het comité van de regio's - Jaarverslag SAPARD - 2000 [COM(2001) 341 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie - Algemeen verslag over de pretoetredingssteun (Phare - ISPA - SAPARD) in 2000 [COM(2002) 781 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Jaarverslag Sapard - 2001[COM(2002) 434 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie - Algemeen verslag over de pretoetredingssteun (Phare - ISPA - SAPARD) in 2001 [COM(2003) 329 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie - Algemeen verslag over de pretoetredingssteun (Phare - ISPA - SAPARD) in 2002 [COM(2003) 844 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Jaarverslag SAPARD - 2002 [COM(2003) 582 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie van 2002 over Phare en de pretoetredingsinstrumenten voor Cyprus, Malta en Turkije [COM(2003) 497 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Jaarverslag SAPARD - 2003 [COM(2004) 851 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag 2003 van de Commissie over Phare en de pretoetredingsinstrumenten voor Cyprus, Malta en Turkije [COM(2005) 64 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag 2004 van de Commissie over Phare en de pretoetredings- en de overgangsinstrumenten [COM(2005) 701 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Jaarverslag SAPARD - 2004 [COM(2005) 537 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie - Algemeen verslag over de pretoetredingssteun (Phare - ISPA - SAPARD) in 2004 [COM(2006) 137 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Jaarverslag SAPARD - 2005 [COM(2006) 780 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie - Algemeen verslag over de pretoetredingssteun (Phare - ISPA - SAPARD) in 2005 [COM(2006) 746 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Verslag 2005 van de Commissie over Phare en de pretoetredings- en overgangsinstrumenten [COM(2007) 3 def. - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 05.02.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven