RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Partnerschap voor de toetreding van Estland

Archief

Het partnerschap voor de toetreding is bedoeld om de autoriteiten van het kandidaatland te helpen bij hun inspanningen om aan de toetredingscriteria te voldoen. Het toetredingspartnerschap, waarin de prioriteiten van de voorbereiding van het land op de toetreding, met name de tenuitvoerlegging van het acquis, uitvoerig uiteengezet worden, vormt de basis voor de programmering van de pretoetredingssteun die uit communautaire fondsen, zoals het Phare-programma, wordt toegekend.Na de ondertekening van het Toetredingsverdrag op 16 april 2003 en de officiële toetreding van het land tot de Europese Unie op 1 mei 2004 is het partnerschap voor de toetreding komen te vervallen.

In de mededeling "Agenda 2000 (castellanodeutschfrançais)" heeft de Europese Commissie een reeks voorstellen gedaan ter versterking van de pretoetredingsstrategie voor alle kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa (LMOE). De algemene doelstelling van deze strategie bestaat erin een samenhangend programma te bieden om deze landen op de toetreding tot de Europese Unie voor te bereiden en in het bijzonder:

  • de verschillende vormen van door de Europese Unie geboden steun in één kader, de partnerschappen voor de toetreding, samen te brengen,
  • de kandidaat-landen vertrouwd te maken met de procedures en het beleid van de Europese Unie door hun de mogelijkheid te bieden aan communautaire programma's deel te nemen.

1) DOELSTELLING

Het partnerschap voor de toetreding (goedgekeurd in maart 1998 en gewijzigd in december 1999 en januari 2002) heeft als doel de samenbrenging in één juridisch kader van de in het advies van de Commissie over de toetredingsaanvraag van Estland vastgestelde prioritaire werkterreinen, van de beschikbare financiële middelen om Estland te helpen deze prioriteiten ten uitvoer te leggen en van de voor deze steunverlening geldende voorwaarden. Dit partnerschap vormt de basis van een reeks instrumenten die bedoeld zijn om de kandidaat-lidstaten te helpen bij de voorbereiding op hun toetreding.

Deze instrumenten omvatten onder andere een nationaal programma voor de overname van het communautair acquis (NPOA) (herzien in mei 2002), de gezamenlijke evaluatie van de prioriteiten van het economisch beleid voor de middellange termijn, het pact tegen de georganiseerde misdaad, het nationaal ontwikkelingsplan en andere sectoriële programma's die nodig zijn om na de toetreding deel te nemen aan de structuurfondsen en om ISPA en SAPARD vóór de toetreding ten uitvoer te leggen. In 2002 vormde het partnerschap voor de toetreding het uitgangspunt voor de uitwerking van een actieplan om de bestuurlijke en gerechtelijke capaciteit van Estland te versterken.

Deze instrumenten maken geen integrerend deel uit van het huidige partnerschap doch hun prioriteiten zijn daarmee verenigbaar.

De follow-up van de tenuitvoerlegging van het partnerschap voor de toetreding zal in het kader van de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Unie en Estland plaatsvinden.

2) PRIORITEITEN

De prioriteiten zijn in twee groepen verdeeld: die op korte en die op middellange termijn. De prioritaire problemen van de eerste groep zijn die waarvoor van Estland in de loop van 2000 een oplossing of vooruitgang werd verwacht. Voor de prioritaire problemen van de tweede groep moet voor eind 2003 een oplossing worden gevonden.

Estland heeft de prioriteiten in verband met de economische en politieke criteria ten dele gerealiseerd. De meeste prioriteiten in verband met het vermogen om de verplichtingen van het lidmaatschap na te komen, zijn ten dele gerealiseerd. De prioriteiten in verband met financiële controle zijn volledig gerealiseerd.

In december 1999 zijn de prioriteiten van het partnerschap voor de toetreding herzien (zie blz. 3 van de bijlage bij Besluit 1999/855/EG). In februari 2002 is een laatste herziening gepubliceerd (Besluit 2002/86/EG). Die vormt het referentiedocument waarop het verslag van de Commissie over het jaar 2002 is gebaseerd.

De prioritaire terreinen zijn:
(Voor toegang tot de laatste informatie, ga naar de analyse van de overname van het acquis communautaire).

3) FINANCIEEL KADER

Phare

Het Phare-programma 2000 voor Estland voorzag in een nationale dotatie van 24 miljoen euro. In het kader van het programma voor grensoverschrijdende samenwerking werd een aanvullend bedrag van 3 miljoen euro toegekend voor investeringen op het gebied van infrastructuur, verbetering van de waterkwaliteit en voor een steunmechanisme voor microprojecten in het Oostzeegebied. Phare 2001 kende een bedrag van 26,3 miljoen euro aan Estland toe. Voor programma's voor grensoverschrijdende samenwerking werd een aanvullend bedrag van 3 miljoen euro toegekend. Phare 2002 kende Estland 21 miljoen euro toe plus een budget van 9,4 miljoen euro als aanvullende faciliteit voor het programma om de instellingen van het land te versterken. In het kader van het programma voor grensoverschrijdende samenwerking met de Baltische staten is tevens een bedrag van 3 miljoen euro aan Estland toegekend.

De autoriteiten van het partnerland zijn verantwoordelijk voor de met de bijstand verband houdende contracten en betalingen. Het Financieel Reglement van de Europese Gemeenschappen verplicht de Commissie er echter toe toezicht te houden op de procedure voor de gunning van opdrachten en om elk door Phare gefinancierd en door het partnerland ondertekend contract goed te keuren voordat het in werking treedt.

Pretoetredingssteun

Vanaf het jaar 2000 omvat de financiële bijstand ook steun voor de landbouw en de plattelandsontwikkeling (SAPARD) en een structureel instrument (ISPA), waarbij prioriteit wordt toegekend aan maatregelen op het gebied van vervoer en milieu. De verordening tot coördinatie van de steun uit Phare, SAPARD en ISPA, die in juni 1999 is goedgekeurd, stelt de Commissie in staat de contracten achteraf te controleren wanneer zij de financiële controle door het partnerland onvoldoende acht.

Voor de periode 2000-2002 bedroeg de jaarlijkse financiële bijstand voor Estland 30 miljoen euro voor Phare, 12,1 miljoen euro voor SAPARD en ongeveer 35 miljoen euro voor ISPA.

In 2002 bedroeg het indicatieve budget voor de tenuitvoerlegging van SAPARD 12,7 miljoen euro en dat van ISPA voor dezelfde periode tussen 21,2 en 37,1 miljoen euro.

4) REFERENTIES

Besluit 98/264/EG van 30.3.1998
Publicatieblad L 121 van 23.4.1998

Besluit 1999/855/EG van 6.12.1999
Publicatieblad L 335 van 28.12.1999

Advies van de Commissie COM(97) 2006 def.
Niet verschenen in het Publicatieblad

Verslag van de Commissie COM(98) 705 def.
Niet verschenen in het Publicatieblad

Verslag van de Commissie COM(1999) 504 def.
Niet verschenen in het Publicatieblad

Verslag van de Commissie COM(2000) 704 def.
Niet verschenen in het Publicatieblad

Verslag van de Commissie COM(2001) 700 def. - SEC(2001) 1747
Niet verschenen in het Publicatieblad

Besluit 2002/86/EG van 28.1.2002
Publicatieblad L 44 van 14.2.2002

Verslag van de Commissie COM(2002) 700 def. - SEC(2002) 1403
Niet verschenen in het Publicatieblad

Verdrag betreffende toetreding tot de Europese Unie [Publicatieblad L 236 van 23.9.2003]

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

 
Laatste wijziging: 19.11.2004
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven