RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten

Het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten heeft tot doel kernmateriaal en nucleaire faciliteiten te beveiligen, sancties bij inbreuken op dit gebied te waarborgen en te zorgen voor samenwerking van de partijen bij dit verdrag.

BESLUIT

Besluit 2007/513/Euratom van de Raad van 10 juli 2007 tot goedkeuring van de toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie tot het gewijzigde Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten

SAMENVATTING

Het nieuwe verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en nucleaire faciliteiten heeft tot doel een effectieve fysieke beveiliging van kernmateriaal dat voor vreedzaam gebruik is bestemd, gedurende het gebruik, de opslag en het vervoer ervan te waarborgen en misdaden in verband met dergelijk materiaal en nucleaire faciliteiten te voorkomen en te bestrijden. Het is gebaseerd op het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties (CPPNM). Alle lidstaten van de Europese Unie (EU) zijn partij bij het CPPNM.

Elke lidstaat heeft de taak alle nodige maatregelen te treffen om deze effectieve beveiliging te bewerkstelligen en met name diefstal of verdwijning van het kernmateriaal waarvoor hij verantwoordelijk is, alsook sabotage van nucleaire faciliteiten op zijn grondgebied, te voorkomen. Het Euratom-Verdrag is breder omdat dit bepaalt dat de lidstaten moeten voorkomen dat kernmateriaal wordt afgeleid voor andere doeleinden dan die waarvoor het is bestemd.

Bij de tenuitvoerlegging van het verdrag moeten de lidstaten een aantal fundamentele beginselen in acht nemen, met name de beginselen van verantwoordelijkheid van de staat en de vergunninghouders, de veiligheidscultuur, de verzekering en de vertrouwelijkheid.

De verdragsluitende partijen moeten zich ervan vergewissen dat kernmateriaal dat zij invoeren, uitvoeren of in transito op hun grondgebied aanvaarden, beveiligd is overeenkomstig het veiligheidsniveau dat voor dergelijk materiaal geldt.

De verdragsluitende partijen moeten een bevoegde instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het verdrag, alsmede een contactpunt dat zij aan de andere lidstaten bekend maken, hetzij rechtstreeks, hetzij via de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Voorts moeten zij samenwerken ingeval van diefstal, sabotage of risico van diefstal of sabotage. Deze samenwerking neemt meer bepaald de vorm aan van uitwisseling van informatie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van deze informatie ten opzichte van derden.

Bij bepaalde inbreuken moeten de lidstaten passende sancties toepassen die evenredig zijn met de ernst van de inbreuken. Met name moet worden bestraft: het handelen zonder bevoegdverklaring op een wijze die de dood of ernstige verwondingen veroorzaakt of kan veroorzaken, de diefstal van kernmateriaal, de sabotage van een nucleaire faciliteit, de dreiging kernmateriaal te gebruiken om de dood of ernstige verwondingen te veroorzaken of om materiële goederen aanzienlijke schade toe te brengen, alsook pogingen om een van de genoemde daden te plegen, deelneming aan een van deze daden of de organisatie ervan.

Elke verdragsluitende partij is bevoegd om te oordelen over inbreuken op haar grondgebied of aan boord van een in de staat van die partij ingeschreven schip of luchtvaartuig. Zij is ook verantwoordelijk wanneer de vermoedelijke dader van de inbreuk een onderdaan is van de staat in kwestie. Bedoelde inbreuken geven voorts aanleiding tot uitlevering tussen de partijen. Wanneer er sprake is van dergelijke inbreuken moeten de partijen elkaar bovendien de grootst mogelijke juridische bijstand verlenen. Politieke motieven voor de inbreuken kunnen geen reden zijn om uitlevering of juridische bijstand te weigeren.

Het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties (CPPNM) is gesloten in 1979 en is in werking getreden in 1987. Het is in 2005 gewijzigd bij gelegenheid van een conferentie ter versterking van de bepalingen van het verdrag. Na de inwerkingtreding van de in 2005 aangenomen wijziging, moet om de vijf jaar een conferentie worden georganiseerd ter herziening van het gewijzigde verdrag.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Besluit 2007/513/Euratom10.7.2007-L 190 van 21.7.2007
Laatste wijziging: 20.12.2007

Zie ook

  • Meer informatie is te vinden op de internetsite van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (EN)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven