RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Letland

Archief

1) REFERENTIES

Advies van de Commissie [COM(97)2005 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(98) 704 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(99) 506 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(2000) 706 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(2001) 700 def. - SEC(2001) 1749 - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(2002) 700 def. - SEC(2002) 1405 - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(2003) 675 def. - SEC(2003) 1203 - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verdrag betreffende de toetreding tot de Europese Unie [Publicatieblad L 236 van 23.9.2003]

2) SAMENVATTING

In haar eerste advies van juli 1997 heeft de Commissie gesteld dat zij, op voorwaarde dat de lopende inspanningen worden geïntensiveerd, niet verwacht dat de aanpassing van de Letse wetgeving aan het acquis op middellange termijn grote moeilijkheden met zich zal brengen. Voorts meende de Commissie dat in de periode voor de toetreding de volgende kwesties van bijzonder belang zouden zijn: herziening van de monopolies, ook op het gebied van in- en uitvoer, toegang tot netwerken, energietarieven, voorzorgsmaatregelen voor noodsituaties met inbegrip van het aanhouden van een buffervoorraad olie, energie-efficiëntie en milieunormen. De Commissie verwachtte echter niet dat Letland veel moeite zou hebben om aan de Euratom-voorschriften te voldoen, maar verzocht het land snel partij te worden bij bepaalde internationale nucleaire regelingen.

In haar verslag van november 1998 concludeerde de Commissie dat er heel wat voortgang was geboekt op het gebied van de wetgeving en van de regelgevingsstructuren. Zoals in het eerste advies reeds werd opgemerkt, zijn verdere maatregelen ter voorbereiding van de interne energiemarkt nodig, met inbegrip van maatregelen voor de aanpassing van de monopolies, de prijsvorming voor energie, de toegang tot de netten, de opbouw van aardolievoorraden, de energie-efficiëntie en de milieunormen.

In 1999 merkte de Commissie op dat er verdere vooruitgang was geboekt sinds de publicatie van het laatste periodiek verslag. Er waren echter grotere inspanningen nodig wat betreft de voorbereiding op de interne energiemarkt (elektriciteits- en gasrichtlijnen) met name op het gebied van: aanpassing van de monopolies, toegang tot de netwerken, energieprijsstelling, voorbereiding op noodsituaties met inbegrip van de aanleg van de verplichte olievoorraden, herstructureringsprogramma's en verbetering van de energie-efficiëntie. Recent vastgestelde wetgeving verschafte hiervoor een degelijke grondslag. Er werden geen belangrijke problemen verwacht wat de naleving van de Euratom-bepalingen betreft.

In haar verslag van november 2000 stelde de Commissie dat Letland sinds het laatste periodieke verslag zijn wetgeving was blijven aanpassen aan het acquis. Er was relevante wetgeving voor de energiesector aangenomen, met name op het gebied van elektriciteit, olie en energie-efficiëntie. In het afgelopen jaar waren geen belangrijke wijzigingen in de bestuursorganen doorgevoerd. De inspanningen inzake bepaalde aspecten van het acquis moesten worden versterkt, bijvoorbeeld op het gebied van de olievoorraden en de interne markt voor energie.

In haar verslag van november 2001 concludeerde de Commissie dat Letland vorderingen had gemaakt, maar dat er nog belangrijke vooruitgang moest worden geboekt, met name wat de totstandbrenging van de interne markt en het aanleggen van de benodigde olievoorraden betrof. Op administratief niveau waren er verschillende nieuwe instanties opgericht. Sinds het laatste verslag had Letland maatregelen getroffen om geleidelijk zijn elektriciteitsmarkt te openen en had de regering een nationale strategie voor het verhogen van de energie-efficiëntie uitgewerkt.

In het verslag van oktober 2002 wordt geconcludeerd dat het acquis op energiegebied grotendeels is overgenomen. Er is vooruitgang geboekt, met name op het gebied van de veiligheid van de energievoorziening en de totstandbrenging van een interne markt voor energie. Er zijn maatregelen genomen om de bestuurlijke capaciteit verder uit te bouwen en de rechtsgrond voor de activiteit van de Commissie voor openbare diensten en de Nationale Energie-inspectie te versterken.

In het verslag van 2003 wordt onderstreept dat Letland voor het grootste deel zijn uit de onderhandelingen voortgekomen verbintenissen nakomt op het gebied van de continuïteit van de energievoorziening, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen, kernenergie en nucleaire veiligheid.
Het toetredingsverdrag is ondertekend op 16 april 2003 en de toetreding vond plaats op 1 mei 2004.

ACQUIS COMMUNAUTAIRE

De fundamentele elementen van het communautair acquis op energiegebied zijn de bepalingen van het Verdrag en het afgeleid recht, met name inzake mededinging en staatssteun, de interne markt voor energie - meer bepaald richtlijnen op het gebied van elektriciteit, transparante prijzen, de doorvoer van gas en elektriciteit, vergunningen voor koolwaterstoffen, de aanpak van noodsituaties en, in het bijzonder, de verplichtingen inzake minimumvoorraden (castellano deutsch english français), enz. - kernenergie, energie-efficiëntie en milieuvoorschriften.

Op kernenergiegebied heeft het "acquis communautaire" zich ontwikkeld tot een breed kader van juridische en politieke instrumenten, met inbegrip van internationale overeenkomsten. Op dit ogenblik worden vraagstukken aangepakt op het gebied van veiligheid en gezondheid (met name bescherming tegen straling), de veiligheid van kerncentrales, het beheer van radioactieve afvalstoffen, de investeringen, de bevordering van het onderzoek, de totstandbrenging van een gemeenschappelijke markt voor kernenergie, de splijtstofvoorziening, de veiligheidscontrole en de internationale betrekkingen.

In het Witboek (Voorbereiding van de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa op integratie in de interne markt van de Unie) wordt in het hoofdstuk over energie onderstreept dat het noodzakelijk is de hoofdbeginselen met betrekking tot de interne markt en de daarmee samenhangende bepalingen inzake het concurrentierecht van de Europese Gemeenschap integraal toe te passen. Wat de nucleaire sector betreft, worden in het witboek de problemen van de splijtstofvoorziening, de veiligheidscontrole en de overdracht van nucleaire afvalstoffen aangestipt.

EVALUATIE

De Letlandse regering heeft in september 1997 haar goedkeuring gehecht aan het nationaal energieprogramma voor de periode tot 2020 alsook aan het beleid betreffende de elektriciteits- en verwarmingssector. De Letlandse energiewet is in oktober 1998 in werking getreden. De wet is gericht op een uitbreiding van de concurrentie in de sector en omvat bepalingen inzake prijzen en tarieven, het verlenen van toegang tot het net aan derden, urgentieplanning, en de instandhouding en bescherming van het milieu. In maart 1999 werd de regelgeving inzake de toelevering en het gebruik van energie, gas en warmte gewijzigd. In november 1999 heeft de regering besloten een algemeen beleid voor de energiesector te voeren dat zich uitstrekt tot gebieden als elektriciteit en verwarming en voorziet in een diversifiëring van de energiebronnen.

Op het gebied van de continuïteit van de energievoorziening en met name de olievoorraden moet worden opgemerkt dat de Letse wetgeving en de beschikbare voorraden nog niet aan het acquis voldoen. De regering heeft in februari 2000 een strategisch document met betrekking tot de vorming van olievoorraden opgesteld en raamde in datzelfde jaar 2000 dat zij 10 tot 25 jaar nodig zou hebben voordat de vereiste olievoorraden ter grootte van een verbruik van 90 dagen zouden zijn opgebouwd. Het strategisch document is ondertussen herzien en in augustus 2001 heeft de regering een programmadocument aangenomen met een gedetailleerd plan, gepaard aan financiële voorzieningen, om de vereiste oliereserves aan te leggen. Er wordt overwogen hierbij de particuliere sector te betrekken. Er is een verordening aangenomen die de naleving moet regelen van de communautaire wetgeving op het gebied van de olievoorraden. Wat de maatregelen voor het beheer van crisissen in de olievoorziening betreft, is er verdere vooruitgang geboekt met de vaststelling in 2002 van toepassingswetgeving waarin beperkingen voor het energieverbruik worden omschreven.

Letland moet een bijzondere aandacht schenken aan de verbetering van het concurrentievermogen en de voorbereiding op de interne energiemarkt. De minister van economie heeft in november 2000 een programma aangenomen voor de herstructurering van Latvenergo, de overheidsonderneming voor de energieproductie, en heeft een tijdpad voor de voornaamste relevante besluiten vastgelegd. Er moet snel vooruitgang worden geboekt op dit gebied want de huidige situatie is een hindernis voor de invoering van de interne markt. Wat de opening van de elektriciteits- en gasmarkten betreft, heeft Letland een aantal stappen vooruit gezet inzake de opening van de markt voor elektriciteit en is een werkgroep begonnen met de studie van de problemen bij de opening van de gasmarkt. Toch blijven er wat de oprichting van de interne energiemarkt betreft nog vele vragen hangende, onder meer de uitwerking van de herstructurerings- en privatiseringsprogramma's, de opening van de markt en de regeling van de toegang tot de netwerken. Er is duidelijk nog geen volledige harmonisatie met de twee richtlijnen betreffende de totstandbrenging van een interne elektriciteits- en gasmarkt. In 2002 is een document goedgekeurd met richtsnoeren voor het energiebeleid in de elektriciteitssector, dat tot doel heeft de betrouwbaarheid en de kwaliteit van de elektriciteitsvoorziening te waarborgen en een concurrerende elektriciteitsmarkt tot stand te brengen.
De prijsdistorsies die nog bestaan op de elektriciteits- en gasmarkt moeten met spoed worden weggewerkt en de recentelijk vastgestelde richtlijnen voor de gassector moeten worden omgezet.

In 1998 heeft Letland het Protocol van Kyoto ondertekend en in oktober 1998 heeft het land het Protocol bij het Energiehandvest betreffende energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten geratificeerd. In maart 1999 werd de wet inzake de bescherming van de consumentenrechten goedgekeurd die tevens bepalingen omvat inzake etikettering. Het acquis inzake de energie-efficiëntie is echter nog slechts gedeeltelijk omgezet. In november 2000 heeft de regering de nationale strategie ter verbetering van de energie-efficiëntie goedgekeurd en in januari 2001 heeft zij een pakket wetgevingsmaatregelen aangenomen voor de tenuitvoerlegging van deze strategie. In 2002 is er wetgeving aangenomen met het oog op de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en van nationale warmtekrachtkoppelingsinstallaties.

De vereiste institutionele structuur om het beheer en de regulering van de sector te waarborgen, is gecreëerd. In het verslag van 2000 was opgemerkt dat die structuur moest worden versterkt en een grotere onafhankelijkheid moest krijgen. De nieuwe regelgevingautoriteit, de regelgevingscommissie voor openbare diensten, is in september 2001 operationeel geworden. Zij vervangt de oude raad voor de regelgeving op energiegebied, waarbij het nieuwe stelsel erop gericht is de functies van uitwerking en follow-up van het energiebeleid te scheiden van de regelgevingsfunctie. Toch moeten de momenteel bestaande administratieve structuren nog verder worden versterkt.

Op kernenergiegebied beschikte Letland uitsluitend over een onderzoeksreactor in Salaspils, die in juni 1998 stilgelegd en waarvan de ontmanteling aan de gang is. In juli 2001 heeft Letland een centrum voor stralingsbescherming opgericht, dat belast is met de bewaking van en het toezicht op de stralingsbescherming en de nucleaire veiligheid. Letland werd in 1997 lid van de Club van nucleaire leveranciers. In juni 2001 heeft de Europese Raad een verslag aangenomen over de nucleaire veiligheid in de context van de uitbreiding van de Unie. In dit verslag wordt alle kandidaat-lidstaten aanbevolen hun nationale programma's voor het veilige beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactieve afvalstoffen, alsook voor de veiligheid van hun kerncentrales, voort te zetten. Op het gebied van de veiligheidsgaranties voor kernmaterialen heeft Letland een overeenkomst met volledige veiligheidsgaranties en een aanvullend protocol gesloten met de IAEA (Internationale Organisatie voor Atoomenergie). In die context heeft Letland voortgang gemaakt bij het onderzoek naar oplossingen voor het beheer van verbruikte splijtstof uit de reactor voor wetenschappelijk onderzoek en van radioactieve afvalstoffen. In 2003 heeft Letland aanvullende gegevens toegezonden over de voortgang die recentelijk is gemaakt op diverse gebieden die verband houden met de nucleaire veiligheid, zoals op het gebied van de wetgeving, het stralingsbeschermingscentrum, het agentschap voor het beheer van radioactieve afvalstoffen RAPA, de bestuurlijke capaciteit, de nieuwe strategie voor radioactieve afvalstoffen en de strategie voor de buitenbedrijfstelling van de reactor van Salaspils.

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

 
Laatste wijziging: 26.01.2004
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven